regelbalk


 

Canto 5

Nrisimha Pranâma

 

Hoofdstuk 6: Heer Rishabhadeva's Activiteiten

(1) De koning zei: 'O Allerhoogste, door die in zichzelf tevreden zielen van wie het zaad van het baatzuchtig handelen is verbrand door de spirituele kennis verkregen door de praktijk van de yoga, worden de mystieke vermogens automatisch verworven; hoe is het mogelijk dat die enige belemmering vormen? '

(2) De wijze zei: 'U hebt volkomen gelijk, maar in deze wereld stelt men, precies als een slimme jager, ook geen direct vertrouwen in de geest die [net als wild] er altijd vandoor gaat. (3) En daarom, zo zegt men, behoort men nooit en te nimmer vriendschap te sluiten met de zo onrustige geest; van de praktijk van het voor een langere tijd stellen van te veel vertrouwen erin werd de verzaking van zelfs de grootsten [zoals Heer S'iva of de wijze Saubhari] verstoord. (4) Zoals een man met een echtgenote die gecharmeerd is van mededingers, zullen aspiranten van de yoga die vertrouwen op het denken dat steeds voor het lustmotief openstaat, de weg aan het vrijmaken zijn voor de vijanden die haar op de voet volgen. (5) Waarom, zou dan welke man ook die zijn lesje geleerd heeft, daadwerkelijk vertrouwen stellen in het [ongestuurde] denken dat ten grondslag ligt aan de lust, de woede, de trots, de hebzucht, het weeklagen, de illusie, en de angst die allen tezamen iemand aan zijn karma binden? (6) Hoewel Hij [Rishabha] aan het hoofd stond van alle koningen en bestuurders van dit universum, handelde hij naar deze manier van denken in de uitdossing, taal en het karakter van een avadhûta [5.5: 29] alsof Hij dom was, het allerhoogste van Zijn heerlijkheid verbergend door het yogagewijs verzaken te onderrichten middels Zijn eigen persoonlijke voertuig van de tijd; alsof Hij een normale sterveling was die het probeert op te geven met het fysieke, hield hij voor Zichzelf naar het Allerhoogste gebod van de Ziel, ongehinderd door het illusoire der materie, altijd de visie van binnenuit van de liefde die boven alle ondeugd is verheven en maakte Hij een einde aan Zijn koninklijke spel en vermaak. (7) Van Hem zagen we aldus de ogenschijnlijk fysieke aanwezigheid, het gedreven optreden in deze illusoire wereld, van het lichaam van Hem als de Allerhoogste Heer Rishabhadeva die Zelve vrij was van ieder belang in het vitale. Hij bereisde geheel op zichzelf de landen van Zuid-India: Konka, Venka en Kuthaka in de provincie Karnâta, en bereikte een bos in die omgeving genaamd Kuthakâcala. Aldaar met een handvol stenen in Zijn mond, zwierf Hij gelijk een waanzinnige naakt rond met verwarde haren. (8) Bij een felle, van alle kanten oplaaiende bosbrand die werd veroorzaakt door de wrijving van bamboestaken tegen elkaar gedrukt door de kracht van de wind, werd Zijn lichaam toen in dat bos verbrand tot as.

(9) Horend van Zijn wederwaardigheden van het vrij zijn van alle ritueel en gebruik, ging de koning van Konka, Venka en Kuthaka die de naam Arhat [de Jain, de eerbiedwaardige] droeg over tot een imitatie van Hem; verbijsterd door een toename van ongelovig leven dat een aankondiging vormde voor de komst van het Kali-yuga Tijdperk van de Redetwist, gaf hij het veilige pad van de religie op dat alle vrees zou afwenden en nam hij een verkeerd ketters standpunt in in weerwil van de vedische voorschriften met het hoogst dwaas introduceren van een eigen bedenksel. (10) Door dergelijke praktijken zullen de meest deerniswekkende onder de mensen in het Kali-tijdperk, verbijsterd door de uitwendige energie van God, verstoken van karakter, reinheid en de regels en voorschriften van de persoonlijke plicht, zwerend bij hun zedeloosheid en in minachting voor de goddelijkheid, vasthouden aan hun verlangens, met denkbeeldige principes van verzaking zoals het onrein blijven, het niet spoelen van hun mond en het uitplukken van hun haar. Van de Kali-yuga overmaat aan goddeloosheid zullen degenen wiens zuivere bewustzijn is vernietigd zo goed als volkomen godslasterlijk worden jegens de strikte brahmaan en zijn vedische cultuur, de ceremoniën van het offeren en de Allerhoogste Persoonlijkheid van God en Zijn toegewijden. (11) Zij die er zeker in zijn af te wijken van eeuwige principes van de religie met een praktijk gebaseerd op hun eigen speculaties, voelen zich aangemoedigd door verblinde voorlopers en zijn er zeker van zelf verblind te belanden in de duisternis der onwetendheid [vergelijk B.G. 16: 16, 16: 23]. (12) Deze nederdaling van de Heer was er om hen die overweldigd zijn door de hartstocht te onderrichten in de zaak der verlichting. (13) Over Hem worden door hen die uit zijn op de bevrijding de volgende verzen aangehaald: 'O, van deze aarde met zijn zeven zeeën en vele landen op haar continenten, is dit land [Bhârata-varsha, India] het meest verdienstelijk; hun bevolking bezingt de algunstige kwaliteiten van Murâri [Hij als de vijand van de verdwaasde, van Mura] in Zijn vele incarnaties.' (14) 'O wat te zeggen over de dynastie van koning Priyavrata waarin de Oorspronkelijke Persoon, de Allerhoogste Persoonlijkheid, nederdaalde als een incarnatie; Hij, de Ongeëvenaarde, vervulde de religieuze plicht welke de oorzaak is van het einde der baatzuchtige arbeid.' (15) 'O, welke andere yogi is er te vinden die, zelfs maar in de geest, in staat is het voorbeeld te volgen van Hem, de Ongeborene, en die, als zijnde niet-essentieel, alle verlangen verzaakte naar de perfecties van de yoga, welke worden nagestreefd door de mystieke yogi's zo vol van ijver om te dienen.'

(16) Aldus heb ik uitleg verschaft over de zuivere handelingen van de Opperheer genaamd Rishabha, de hoogste geestelijk leraar voor de mensen in het algemeen, de goddelijken, de brahmanen en de koeien; hij die in navolging van de groten, met een groeiend geloof en toewijding aandachtig luistert naar, of voor anderen spreekt over deze meest vooraanstaande en grootste toevlucht van de heilzaamheid die alle zonden van ieder levend wezen vernietigt, zal zonder twijfel ten gunste van Hem, de Allerhoogste Heer Vâsudeva, feitelijk een begin hebben gemaakt met een standvastige toewijding in de beide gedaanten van het luisteren en spreken. (17) Daarin baadt de ziel die van vooruitgang is zich onophoudelijk teneinde voortdurend bevrijd te zijn van het lijden onder de zorgwekkende omstandigheden in het materieel bestaan, hoewel op zichzelf die zo zeker door geluk verkregen ononderbroken bevrijding, de grootste van alle wapenfeiten, zeker niet dat is waar men op uit is, omdat men in het zich verhouden tot de Allerhoogste Heer volkomen is in alles waar men naar gestreefd heeft. (18) Mijn beste Koning, Hij, de aanbiddelijke godheid van de Yadu's, is zonder twijfel, uw meest dierbare vriend en meester van de geslachtslijn; om het duidelijk te stellen, hij trad soms zelfs op als uw dienaar en aldus mijn beste, is Hij dan niet daadwerkelijk de Allerhoogste Heer Mukunda van de Yoga der toewijding die te allen tijde verlossing schenkt, al diegenen bevrijdend die van dienst zijn? (19) Altijd gericht op Zijn werkelijke identiteit, in Zichzelf volkomen zonder verdere verlangens, werd door Zijn genade van het uitbreiden van Zijn activiteiten op het materiële vlak, de ware betekenis van een leven van onbevreesdheid met het ware zelf overgedragen aan de intelligentie van de mens die zo lang had gesluimerd; alle respect voor Hem, die Allerhoogste Heer Rishabhadeva.
 

next                      

 
Tweede editie, geladen 9 januari, 2007.
 

 

 

Bronteksten:

De Activiteiten van Heer Rishabhadeva

 

Text 1 :

De koning zei: 'O Allerhoogste, door die in zichzelf tevreden zielen van wie het zaad van het baatzuchtig handelen is verbrand door de spirituele kennis verkregen door de praktijk van de yoga, worden de mystieke vermogens automatisch verworven; hoe is het mogelijk dat die enige belemmering vormen? '

Koning Parîkshit vroeg S'ukadeva Gosvâmî: O heer, degenen wier hart volkomen zuiver is, verkrijgen door het beoefenen van bhakti-yoga kennis waardoor hun gehechtheid aan baatzuchtige activiteiten volkomen tot as verbrandt. Bij zulke mensen ontwikkelen de vermogens van mystieke yoga zich vanzelf, en ze worden geen bron van ellende. Wat is daarom de reden dat Rishabhadeva er geen enkele aandacht aan schonk? (Vedabase)

 

Text 2:

 De wijze zei: 'U hebt volkomen gelijk, maar in deze wereld stelt men, precies als een slimme jager, ook geen direct vertrouwen in de geest die [net als wild] er altijd vandoor gaat.

S'rîla S'ukadeva Gosvâmî antwoordde: Beste koning, wat u gezegd hebt is waar; maar u weet ook dat een jager geen vertrouwen stelt in de dieren die hij gevangen heeft, aangezien hij zich er heel goed van bewust is dat ze zouden kunnen vluchten. Op dezelfde manier stellen degenen die gevorderd zijn in het geestelijk leven geen vertrouwen in hun geest. Ze blijven altijd waakzaam en houden alles wat hij doet goed in de gaten. (Vedabase)

 

Text 3:

En daarom, zo zegt men, behoort men nooit en te nimmer vriendschap te sluiten met de zo onrustige geest; van de praktijk van het voor een langere tijd stellen van te veel vertrouwen erin werd de verzaking van zelfs de grootsten [zoals Heer S'iva of de wijze Saubhari] verstoord.

Alle geleerden hebben hun mening hierover kenbaar gemaakt: de geest is van nature zeer rusteloos, en men dient geen vriendschap met hem te sluiten. Wanneer we de geest volledig vertrouwen, lopen we de kans om ieder moment door hem bedrogen te worden. Zelfs Heer S'iva raakte van streek toen hij de Mohinî-gedaante van Heer Krishna zag, en ook Saubhari Muni kwam ten val, hoewel hij al tot een zeer hoog niveau van volmaaktheid in yoga gekomen was. (Vedabase)

 

Text 4:

Zoals een man met een echtgenote die gecharmeerd is van mededingers, zullen aspiranten van de yoga die vertrouwen op het denken dat steeds voor het lustmotief openstaat, de weg aan het vrijmaken zijn voor de vijanden die haar op de voet volgen.

Een onkuise vrouw laat zich gemakkelijk verleiden, en soms gebeurt het dat haar minnaars haar echtgenoot om het leven brengen. Als een yogi zijn geest de vrije hand laat en hem niet beheerst, zal deze ruimte geven aan vijanden als wellust, woede en begeerte, die de yogi zonder meer zullen doden. (Vedabase)

 

Text 5:

Waarom, zou dan welke man ook die zijn lesje geleerd heeft, daadwerkelijk vertrouwen stellen in het [ongestuurde] denken dat ten grondslag ligt aan de lust, de woede, de trots, de hebzucht, het weeklagen, de illusie, en de angst die allen tezamen iemand aan zijn karma binden?

De geest is de oorsprong van wellust, woede, trots, begeerte, geklaag, illusie en angst; al deze neigingen te zamen binden het levend wezen aan baatzuchtige activiteiten. Welk wijs mens zou de geest dan vertrouwen? (Vedabase)

 

Text 6:

 Hoewel Hij [Rishabha] aan het hoofd stond van alle koningen en bestuurders van dit universum, handelde hij naar deze manier van denken in de uitdossing, taal en het karakter van een avadhûta [5.5: 29] alsof Hij dom was, het allerhoogste van Zijn heerlijkheid verbergend door het yogagewijs verzaken te onderrichten middels Zijn eigen persoonlijke voertuig van de tijd; alsof Hij een normale sterveling was die het probeert op te geven met het fysieke, hield hij voor Zichzelf naar het Allerhoogste gebod van de Ziel, ongehinderd door het illusoire der materie, altijd de visie van binnenuit van de liefde die boven alle ondeugd is verheven en maakte Hij een einde aan Zijn koninklijke spel en vermaak.

Hoewel Heer Rishabhadeva het hoofd van alle koningen en keizers van dit universum was, ging Hij tot de manier van kleden en spreken van een avadhûta over en gedroeg Hij Zich alsof Hij dom en materieel gebonden was, met als gevolg dat niemand Zijn goddelijke grootheid ontdekte. Hij deed dit alleen om de yogi's te laten zien hoe men zijn lichaam moet opgeven. Desalniettemin behield Hij Zijn oorspronkelijke positie als volkomen expansie van Heer Vâsudeva, Krishna. Zonder in dat opzicht te veranderen, beëindigde Hij Zijn spel en vermaak in deze wereld. Als men door in het voetspoor van Heer Rishabhadeva te treden erin slaagt zijn fijnstoffelijke lichaam op te geven, loopt men geen kans om opnieuw een materieel lichaam te moeten aanvaarden. (Vedabase)

 

Text 7:

Van Hem zagen we aldus de ogenschijnlijk fysieke aanwezigheid, het gedreven optreden in deze illusoire wereld, van het lichaam van Hem als de Allerhoogste Heer Rishabhadeva die Zelve vrij was van ieder belang in het vitale. Hij bereisde geheel op zichzelf de landen van Zuid-India: Konka, Venka en Kuthaka in de provincie Karnâta, en bereikte een bos in die omgeving genaamd Kuthakâcala. Aldaar met een handvol stenen in Zijn mond, zwierf Hij gelijk een waanzinnige naakt rond met verwarde haren.

In werkelijkheid had Heer Rishabhadeva geen materieel lichaam, maar onder de invloed van yogamâyâ beschouwde Hij Zijn lichaam wel als materieel. Omdat Hij de rol van een gewoon mens speelde, gaf Hij de identificatie met Zijn lichaam op en begon over de hele wereld te zwerven. Al reizende bereikte Hij de provincie Karnâta in Zuid-India, waar Hij door Konka, Venka en Kuthaka trok. Hoewel Hij nooit van plan geweest was om die kant uit te gaan, kwam Hij toch in de buurt van Kuthakâcala terecht en liep daar het woud in, waar Hij met stenen in Zijn mond, naakt en met loshangend haar als een dolleman, begon rond te dolen. (Vedabase)

 

Text 8:

Bij een felle, van alle kanten oplaaiende bosbrand die werd veroorzaakt door de wrijving van bamboestaken tegen elkaar gedrukt door de kracht van de wind, werd Zijn lichaam toen in dat bos verbrand tot as.

Terwijl Hij zo rondzwierf, brak er een felle bosbrand uit, die ontstaan was doordat de wind bamboestokken tegen elkaar aan deed schuren. Bij die brand werd niet alleen het hele woud bij Kuthakâcala in de as gelegd, maar ook Heer Rishabhadeva's lichaam. (Vedabase)

 

Text 9:

Horend van Zijn wederwaardigheden van het vrij zijn van alle ritueel en gebruik, ging de koning van Konka, Venka en Kuthaka die de naam Arhat [de Jain, de eerbiedwaardige] droeg over tot een imitatie van Hem; verbijsterd door een toename van ongelovig leven dat een aankondiging vormde voor de komst van het Kali-yuga Tijdperk van de Redetwist, gaf hij het veilige pad van de religie op dat alle vrees zou afwenden en nam hij een verkeerd ketters standpunt in in weerwil van de vedische voorschriften met het hoogst dwaas introduceren van een eigen bedenksel.

S'ukadeva Gosvâmî sprak verder tot Mahârâja Parîkshit: Beste koning, toen koning Arhat van Konka, Venka en Kuthaka over de activiteiten van Rishabhadeva hoorde, introduceerde hij een nieuwe religie in een poging om Rishabhadeva te imiteren. Gebruik makend van kali-yuga, het tijdperk der zonde, gaf koning Arhat in zijn verwarring de vedische principes, die vrij van risico zijn, op en verzon een nieuwe religie, die tegen de Veda's indruiste. Dat was het begin van het Jain-dharma. Vele andere zogenaamde religies volgden deze atheïstische doctrine. (Vedabase)

 

Text 10

Door dergelijke praktijken zullen de meest deerniswekkende onder de mensen in het Kali-tijdperk, verbijsterd door de uitwendige energie van God, verstoken van karakter, reinheid en de regels en voorschriften van de persoonlijke plicht, zwerend bij hun zedeloosheid en in minachting voor de goddelijkheid, vasthouden aan hun verlangens, met denkbeeldige principes van verzaking zoals het onrein blijven, het niet spoelen van hun mond en het uitplukken van hun haar. Van de Kali-yuga overmaat aan goddeloosheid zullen degenen wiens zuivere bewustzijn is vernietigd zo goed als volkomen godslasterlijk worden jegens de strikte brahmaan en zijn vedische cultuur, de ceremoniën van het offeren en de Allerhoogste Persoonlijkheid van God en Zijn toegewijden.

Verward door de begoochelende energie van de Allerhoogste Heer zullen de laagsten onder de mensen het oorspronkelijke varnâs'rama-dharma en de daarbij behorende regels en bepalingen opgeven. Ze zullen zich niet meer driemaal daags baden en de Heer niet langer vereren, en nadat ze de reinheid de rug toegekeerd hebben en de Allerhoogste Heer hebben afgezworen, zullen ze principes gaan volgen die volkomen onzinnig zijn. Behalve dat ze altijd onrein zijn doordat ze niet meer geregeld baden en hun mond wassen, zullen ze ook nog hun eigen haar uittrekken. Hun zelfverzonnen religies zullen vele volgelingen tellen, omdat de mensen in dit Kali-tijdperk nu eenmaal sterk aangetrokken zijn tot goddeloze doctrines. Als gevolg daarvan zullen zulke mensen uiteraard het gezag van de Veda's ontkennen en degenen die daar wèl naar leven, alsook de brâhmana's, de Allerhoogste Godspersoon Zelf en Zijn toegewijden, bespotten. (Vedabase)

 

Text 11:

 Zij die er zeker in zijn af te wijken van eeuwige principes van de religie met een praktijk gebaseerd op hun eigen speculaties, voelen zich aangemoedigd door verblinde voorlopers en zijn er zeker van zelf verblind te belanden in de duisternis der onwetendheid [vergelijk B.G. 16: 16, 16: 23].

Het is uit grove onwetendheid dat mensen van laag allooi een religieuze doctrine introduceren die van de vedische principes afwijkt. Doordat ze hun eigen verzinsels volgen, komen ze in de duisterste regionen van het bestaan terecht. (Vedabase)

 

Text 12:

Deze nederdaling van de Heer was er om hen die overweldigd zijn door de hartstocht te onderrichten in de zaak der verlichting.

In dit Kali-tijdperk zijn de mensen overmand door de geaardheden hartstocht en onwetendheid. Om hen uit de greep van mâyâ te redden, daalde Heer Rishabhadeva naar deze wereld af. (Vedabase)

 

Text 13:

Over Hem worden door hen die uit zijn op de bevrijding de volgende verzen aangehaald: 'O, van deze aarde met zijn zeven zeeën en vele landen op haar continenten, is dit land [Bhârata-varsha, India] het meest verdienstelijk; hun bevolking bezingt de algunstige kwaliteiten van Murâri [Hij als de vijand van de verdwaasde, van Mura] in Zijn vele incarnaties.'

De grote geleerden verheerlijken de transcendentale eigenschappen van Heer Rishabhadeva als volgt: "Deze planeet telt zeven oceanen en vele eilanden en landen, waarvan Bhârata-varsha als het meest vrome beschouwd wordt. De inwoners van Bhârata-varsha zijn gewoon de activiteiten van de Allerhoogste Godspersoon in Zijn verschillende incarnaties, zoals die van Heer Rishabhadeva, te verheerlijken. Al deze activiteiten zijn bijzonder zegenrijk voor het welzijn van de mensheid." (Vedabase)
 
Text 14:

'O wat te zeggen over de dynastie van koning Priyavrata waarin de Oorspronkelijke Persoon, de Allerhoogste Persoonlijkheid, nederdaalde als een incarnatie; Hij, de Ongeëvenaarde, vervulde de religieuze plicht welke de oorzaak is van het einde der baatzuchtige arbeid.'

"Wat kan ik zeggen om de dynastie van Priyavrata, die zuiver en zeer vermaard is, naar behoren te verheerlijken? In die dynastie verscheen de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke Godspersoon, als een incarnatie en liet zien welke religieuze principes iemand van de gevolgen van zijn baatzuchtige activiteiten kunnen bevrijden." (Vedabase)

 

Text 15:

'O, welke andere yogi is er te vinden die, zelfs maar in de geest, in staat is het voorbeeld te volgen van Hem, de Ongeborene, en die, als zijnde niet-essentieel, alle verlangen verzaakte naar de perfecties van de yoga, welke worden nagestreefd door de mystieke yogi's ondanks hun volijver om te dienen.'

"Welke mystieke yogi is in staat om het voorbeeld van Heer Rishabhadeva zelfs maar in zijn gedachten te volgen? Heer Rishabhadeva verwierp alle yoga-siddhi's waar andere yogi's zo naar verlangen. Welke yogi kan zich met Heer Rishabhadeva meten?". (Vedabase)

 

Text 16:

 Aldus heb ik uitleg verschaft over de zuivere handelingen van de Opperheer genaamd Rishabha, de hoogste geestelijk leraar voor de mensen in het algemeen, de goddelijken, de brahmanen en de koeien; hij die in navolging van de groten, met een groeiend geloof en toewijding aandachtig luistert naar, of voor anderen spreekt over deze meest vooraanstaande en grootste toevlucht van de heilzaamheid die alle zonden van ieder levend wezen vernietigt, zal zonder twijfel ten gunste van Hem, de Allerhoogste Heer Vâsudeva, feitelijk een begin hebben gemaakt met een standvastige toewijding in de beide gedaanten van het luisteren en spreken.

S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: Heer Rishabhadeva is de meester van alle vedische kennis, van alle mensen, halfgoden, koeien en brâhmana's. Ik heb reeds een uiteenzetting gegeven van Zijn zuivere, transcendentale activiteiten, die de zonden van alle levende wezens teniet zullen doen. Deze beschrijving van het spel en vermaak van Heer Rishabhadeva is de bron van alle zegen: iedereen die er aandachtig naar luistert of erover vertelt, en daarbij in het voetspoor van de âcârya's treedt, zal beslist tot zuivere toegewijde dienst aan de lotusvoeten van Heer Vâsudeva, de Allerhoogste Godspersoon, komen. (Vedabase)

 

Text 17:

Daarin baadt de ziel die van vooruitgang is zich onophoudelijk teneinde voortdurend bevrijd te zijn van het lijden onder de zorgwekkende omstandigheden in het materieel bestaan, hoewel op zichzelf die zo zeker door geluk verkregen ononderbroken bevrijding, de grootste van alle wapenfeiten, zeker niet dat is waar men op uit is, omdat men in het zich verhouden tot de Allerhoogste Heer volkomen is in alles waar men naar gestreefd heeft.

Toegewijden dompelen zich altijd onder in toegewijde dienst en voelen zo verlichting van de diverse beproevingen van het materiële bestaan. Hierdoor ervaren ze de allerhoogste gelukzaligheid en komt de bevrijding in persoon hen dienen. Ze aanvaarden die dienst echter niet, zelfs al is het de Allerhoogste Godspersoon Zelf die het hun aanbiedt. Voor een toegewijde is bevrijding [mukti] heel onbelangrijk, aangezien hij met het bereiken van de transcendentale liefdedienst aan de Heer alles verkregen heeft wat men zich kan wensen en alle materiële verlangens getranscendeerd heeft. (Vedabase)

 

Text 18:

Mijn beste Koning, Hij, de aanbiddelijke godheid van de Yadu's, is zonder twijfel, uw meest dierbare vriend en meester van de geslachtslijn; om het duidelijk te stellen, hij trad soms zelfs op als uw dienaar en aldus mijn beste, is Hij dan niet daadwerkelijk de Allerhoogste Heer Mukunda van de Yoga der toewijding die te allen tijde verlossing schenkt, al diegenen bevrijdend die van dienst zijn?

S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: Beste koning, in werkelijkheid is het de Allerhoogste Godspersoon, Mukunda, die alle leden van de Pândava- en Yadu-dynastie onderhoudt. Hij is uw geestelijk leraar, uw aanbiddenswaardige Godheid, uw vriend en degene die u in uw activiteiten leidt. Bovendien dient Hij uw familie soms als boodschapper of afgevaardigde, net als een gewone dienaar. Degenen die de gunst van de Heer proberen te verwerven, krijgen heel gemakkelijk bevrijding van Hem, maar de mogelijkheid om Hem rechtstreeks dienst te bewijzen schenkt Hij niet zo gauw. (Vedabase)

 

Text 19:

Altijd gericht op Zijn werkelijke identiteit, in Zichzelf volkomen zonder verdere verlangens, werd door Zijn genade van het uitbreiden van Zijn activiteiten op het materiële vlak, de ware betekenis van een leven van onbevreesdheid met het ware zelf overgedragen aan de intelligentie van de mens die zo lang had gesluimerd; alle respect voor Hem, die Allerhoogste Heer Rishabhadeva.

De Allerhoogste Godspersoon, Heer Rishabhadeva was Zich volkomen bewust van Zijn ware identiteit; daarom was Hij innerlijk voldaan en had Hij geen enkele behoefte aan enige vorm van uitwendige bevrediging. Hij had geen reden om naar succes te streven, aangezien Hij volkomen was in Zichzelf. Degenene die zich onnodig in op het lichaam gebaseerde concepten verdiepen en een materialistische sfeer creëren, verkeren altijd in onwetendheid aangaande hun ware eigenbelang. Uit Zijn grondeloze genade onderwees Heer Rishabhadeva wat de ware identiteit van de ziel en het doel van het leven is. Daarom brengen we onze nederige eerbetuigingen aan de Heer, die verschenen is als Heer Rishabhadeva. (Vedabase)

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het eerste schilderij op deze pagina is van
Rasikanandana dasa en het tweede van Dhriti devî dâsî.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties