regelbalk



 
Canto 5
Nrisimha Pranâma
 
 

Hoofdstuk 6: Heer Rishabhadeva's Activiteiten

(1) De koning zei: 'O Allerhoogste, in zichzelf tevreden zielen van wie het zaad van baatzuchtig handelen werd verbrand door de spirituele kennis verkregen door yogabeoefening, verwerven automatisch mystieke vermogens; hoe kunnen die siddhi's nu een belemmering vormen?'

(2) De wijze zei: 'U hebt volkomen gelijk [als u beweert dat yoga leidt tot zekere vermogens], maar in deze wereld stelt men, net als een slimme jager, niet zomaar vertrouwen in de [speciale talenten van de] geest die [net als wild] er steeds vandoor gaat. (3) Daarom zeggen ze dat je nooit en te nimmer vriendschap moet sluiten met de onrustige geest. Zelfs de grootsten [zoals Heer S'iva of de wijze Saubhari] raakten verstoord toen ze er op vertrouwden na een lange tijd yoga te hebben beoefend. (4) Zo goed als een man met een overspelige vrouw steeds op zijn hoede moet zijn voor rivalen, moet ook de yogabeoefenaar er voor waken te vertrouwen op zijn geest die altijd ruimte biedt aan de lust en de vijanden [van de begeerte en de woede] die daarbij horen. Lord Rishabha (5) Welk verstandig mens vertrouwt nu op de [ongestuurde] geest die ten grondslag ligt aan de lust, de woede, de trots, de hebzucht, het weeklagen, de illusie en de angst die samen iemands gebondenheid aan zijn karma vormen? (6) Hoewel Hij [Rishabha] de leider was van alle koningen en bestuurders van dit universum, trad Hij, met die overtuiging, op in de uitdossing, met de taal en het karakter van een avadhûta [5.5: 29], alsof Hij dom was. Hij verhulde Zijn verheven heerlijkheid om de yogi's, middels het voorbeeld van Zijn eigen persoonlijke voertuig van de tijd, duidelijk te maken hoe ze van verzaking moesten zijn in de yoga. Alsof Hij een normale sterveling was die zijn fysieke lichaam probeert op te geven, hield Hij voor zichzelf, overeenkomstig het allerhoogste gebod van de Ziel, niet gehinderd door  het begoochelend vermogen van de materie, altijd vast aan de innerlijke visie van de liefde verheven boven alle ondeugd en maakte Hij aldus een einde aan Zijn materiële bestaan. (7) Met Hem, de Allerhoogste Heer Rishabhadeva, vrij van vereenzelviging met Zijn materiële gedaante, waren we aldus getuige van Zijn ogenschijnlijk fysieke aanwezigheid, het handelen van Zijn lichaam in deze illusoire wereld. Hij trok geheel alleen door de landen van Zuid-India: Konka, Venka en Kuthaka in de provincie Karnâtha, en bereikte een bos in die omgeving genaamd Kuthakâcala. Daar zwierf Hij, met een handvol stenen in Zijn mond, met verwarde haren naakt rond als was Hij een waanzinnige. (8) Bij een felle, van alle kanten oplaaiende bosbrand - als gevolg van de door de wind veroorzaakte onderlinge wrijving van bamboestaken - verbrandde Zijn lichaam toen in dat bos tot as.

(9) Vernemend over Zijn wederwaardigheden en vrijheid van alle ritueel en gebruik, ging de koning van Konka, Venka en Kuthaka genaamd Arhat [de Jain, de eerbiedwaardige] ertoe over Hem te imiteren. Verbijsterd als gevolg van een toename van goddeloosheid die de komst van het Kali-yuga Tijdperk van de Redetwist aankondigde, gaf hij het veilige pad van de religie op dat alle vrees uitbant en nam hij een non-conformistisch verkeerd, ketters standpunt in door hoogst dwaas een eigen bedenksel te introduceren. (10) De laagsten onder de mensen in dit Kali-tijdperk die, verstoken van karakter, reinheid en plichtsbesef wat betreft de regels en voorschriften, verbijsterd zijn door de uitwendige energie van God, zullen door een praktijk als deze van minachting voor de goddelijkheid, eigenwillig en met verkeerde principes vasthouden aan vreemde regels, zoals zich niet wassen, de mond niet reinigen, vuil zijn en het haar uitplukken. Met hun bewustzijn bedorven door een overmaat aan moderne-tijd adharma [ofwel plichtsverzaking] zullen ze vervallen in het belasteren van de Veda's, de brahmanen, rituelen zoals het brengen van offers en de Allerhoogste Persoonlijkheid van God Zelf en Zijn toegewijden. (11) Zij die, onder aanmoediging van blinde voorgangers, met een afwijkende praktijk een eigen wereldje [of sekte] opbouwden, zullen, zelf erdoor verblind geraakt, in het duister belanden [vergelijk B.G. 16: 16, 16: 23]. (12) Deze avatâra van de Heer was er om de mensen, die overweldigd zijn door de hartstocht, te instrueren wat betreft hun emancipatie, het pad om het eeuwige geluk te bereiken [de uiteindelijke zaligheid, kaivalya]. (13) In overeenstemming met deze leringen zingen de mensen de volgende verzen over Hem: 'O, van al de landen op de continenten van deze aarde met haar zeven zeeën, is dit land [Bhârata-varsha, India] het meest verdienstelijk, want hun bevolking bezingt de gunstige handelingen van Murâri in Zijn vele incarnaties [Krishna als de vijand van de verdwaasde, van Mura].' (14) 'O, wat kan men zeggen over de dynastie van koning Priyavrata waarin de Oorspronkelijke Persoon, de Allerhoogste Persoonlijkheid nederdaalde als een incarnatie? Hij, de Ongeëvenaarde, vervulde de religieuze plicht die een einde maakt aan de baatzuchtige arbeid.' (15) 'Is er een andere vasthoudende en overtuigde yogi te vinden die, de perfecties verlangend die Rishabha afwees als zijnde onbeduidend, zelfs maar in de geest het voorbeeld kan volgen van deze ongeboren Godheid?'

(16) Aldus heb ik uitleg verschaft over de zuivere handelingen van de Opperheer genaamd Rishabha, die de allerhoogste leraar is van alle Vedische kennis, voor de gewone man, de godsbewusten, de brahmanen en de koeien. Hij die met een groeiend geloof en toewijding aandachtig luistert naar, voor anderen spreekt over of aandacht besteed aan deze toevlucht van Zijn grote en opperste heilzaamheid, die alle zonden van ieder levend wezen tenietdoet, zal Hem, de Allerhoogste Heer Vâsudeva, gunstig gezind zijn met een onwankelbare toewijding in zowel de positie van het luisteren als het spreken. (17) Onophoudelijk zich badend in die toewijding om niet te hoeven lijden onder de verschillende lastige condities van het materieel bestaan, genieten zij die zich spiritueel ontwikkelden het hoogste geluk. Maar ondanks dat ze die bevrijding verwierven streven ze niet naar dat meest verheven doel van alle mensen. Met het hebben aangegaan van een relatie met de Allerhoogste Persoonlijkheid bereikten ze immers al hun doelen. (18) Mijn beste Koning [Parîkchit], Hij was zonder twijfel de handhaver en leraar, de aanbiddelijke godheid, de vriend en meester van uw Yadu-lijn en soms trad Hij zelfs op als een dienaar. Aldus, mijn beste, was hij daadwerkelijk Mukunda, de Allerhoogste Heer van de Bevrijding [mukti] van hen die toegewijd zijn. Maar iemand [vertrouwelijk] betrekken in Zijn toegewijde dienst [zoals Hij met Arjuna op het slagveld deed] doet Hij niet zomaar. (19) Alle eer aan Hem, de Allerhoogste Heer Rishabhadeva, Hij die steeds bewust van Zijn ware identiteit, in zichzelf volkomen en zonder verlangens, zo genadig was ter wille van de ware welvaart Zijn activiteiten op het materiële vlak ten toon te spreiden en, voor de mens wiens intelligentie lang sluimerde, instructie te verschaffen over het ware zelf vrij van angst.'
 

next                      

 
Derde herziene editie, geladen 5 maart 2018. 
 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

De koning zei: 'O Allerhoogste, in zichzelf tevreden zielen van wie het zaad van baatzuchtig handelen werd verbrand door de spirituele kennis verkregen door yogabeoefening, verwerven automatisch mystieke vermogens; hoe kunnen die siddhi's nu een belemmering vormen?'
De koning zei: 'O Allerhoogste, door die in zichzelf tevreden zielen van wie het zaad van het baatzuchtig handelen is verbrand door de spirituele kennis verkregen door de praktijk van de yoga, worden de mystieke vermogens automatisch verworven; hoe is het mogelijk dat die enige belemmering vormen?' (Vedabase)

 

Tekst 2

De wijze zei: 'U hebt volkomen gelijk [als u beweert dat yoga leidt tot zekere vermogens], maar in deze wereld stelt men, net als een slimme jager, niet zomaar vertrouwen in de [speciale talenten van de] geest die [net als wild] er steeds vandoor gaat.

De wijze zei: 'U hebt volkomen gelijk, maar in deze wereld stelt men, precies als een slimme jager, ook geen direct vertrouwen in de geest die [net als wild] er altijd vandoor gaat. (Vedabase)

 

Tekst 3

Daarom zeggen ze dat je nooit en te nimmer vriendschap moet sluiten met de onrustige geest. Zelfs de grootsten [zoals Heer S'iva of de wijze Saubhari] raakten verstoord toen ze er op vertrouwden na een lange tijd yoga te hebben beoefend.

En daarom, zo zegt men, behoort men nooit en te nimmer vriendschap te sluiten met de zo onrustige geest; van de praktijk van het voor een langere tijd stellen van te veel vertrouwen erin werd de verzaking van zelfs de grootsten [zoals Heer S'iva of de wijze Saubhari] verstoord. (Vedabase)

 

Tekst 4

Zo goed als een man met een overspelige vrouw steeds op zijn hoede moet zijn voor rivalen, moet ook de yogabeoefenaar er voor waken te vertrouwen op zijn geest die altijd ruimte biedt aan de lust en de vijanden [van de begeerte en de woede] die daarbij horen.

Zoals een man met een echtgenote die gecharmeerd is van mededingers, zullen aspiranten van de yoga die vertrouwen op het denken dat steeds voor het lustmotief openstaat, de weg aan het vrijmaken zijn voor de vijanden die haar op de voet volgen. (Vedabase)

 

Tekst 5

Welk verstandig mens vertrouwt nu op de [ongestuurde] geest die ten grondslag ligt aan de lust, de woede, de trots, de hebzucht, het weeklagen, de illusie en de angst die samen iemands gebondenheid aan zijn karma vormen?

Waarom, zou dan welke man ook die zijn lesje geleerd heeft, daadwerkelijk vertrouwen stellen in het [ongestuurde] denken dat ten grondslag ligt aan de lust, de woede, de trots, de hebzucht, het weeklagen, de illusie, en de angst die allen tezamen iemand aan zijn karma binden? (Vedabase)

 

Tekst 6

Hoewel Hij [Rishabha] de leider was van alle koningen en bestuurders van dit universum, trad Hij, met die overtuiging, op in de uitdossing, met de taal en het karakter van een avadhûta [5.5: 29], alsof Hij dom was. Hij verhulde Zijn verheven heerlijkheid om de yogi's, middels het voorbeeld van Zijn eigen persoonlijke voertuig van de tijd, duidelijk te maken hoe ze van verzaking moesten zijn in de yoga. Alsof Hij een normale sterveling was die zijn fysieke lichaam probeert op te geven, hield Hij voor zichzelf, overeenkomstig het allerhoogste gebod van de Ziel, niet gehinderd door  het begoochelend vermogen van de materie, altijd vast aan de innerlijke visie van de liefde verheven boven alle ondeugd en maakte Hij aldus een einde aan Zijn materiële bestaan.

Hoewel Hij [Rishabha] aan het hoofd stond van alle koningen en bestuurders van dit universum, handelde hij naar deze manier van denken in de uitdossing, taal en het karakter van een avadhûta [5.5: 29] alsof Hij dom was, het allerhoogste van Zijn heerlijkheid verbergend door het yogagewijs verzaken te onderrichten middels Zijn eigen persoonlijke voertuig van de tijd; alsof Hij een normale sterveling was die het probeert op te geven met het fysieke, hield hij voor Zichzelf naar het Allerhoogste gebod van de Ziel, ongehinderd door het illusoire der materie, altijd de visie van binnenuit van de liefde die boven alle ondeugd is verheven en maakte Hij een einde aan Zijn koninklijke spel en vermaak.  (Vedabase)

 

Tekst 7

Met Hem, de Allerhoogste Heer Rishabhadeva, vrij van vereenzelviging met Zijn materiële gedaante, waren we aldus getuige van Zijn ogenschijnlijk fysieke aanwezigheid, het handelen van Zijn lichaam in deze illusoire wereld. Hij trok geheel alleen door de landen van Zuid-India: Konka, Venka en Kuthaka in de provincie Karnâtha, en bereikte een bos in die omgeving genaamd Kuthakâcala. Daar zwierf Hij, met een handvol stenen in Zijn mond, met verwarde haren naakt rond als was Hij een waanzinnige.

Van Hem zagen we aldus de ogenschijnlijk fysieke aanwezigheid, het gedreven optreden in deze illusoire wereld, van het lichaam van Hem als de Allerhoogste Heer Rishabhadeva die Zelve vrij was van ieder belang in het vitale. Hij bereisde geheel op zichzelf de landen van Zuid-India: Konka, Venka en Kuthaka in de provincie Karnâta, en bereikte een bos in die omgeving genaamd Kuthakâcala. Aldaar met een handvol stenen in Zijn mond, zwierf Hij gelijk een waanzinnige naakt rond met verwarde haren. (Vedabase)

 

Tekst 8

Bij een felle, van alle kanten oplaaiende bosbrand - als gevolg van de door de wind veroorzaakte onderlinge wrijving van bamboestaken - verbrandde Zijn lichaam toen in dat bos tot as.

Bij een felle, van alle kanten oplaaiende bosbrand die werd veroorzaakt door de wrijving van bamboestaken tegen elkaar gedrukt door de kracht van de wind, werd Zijn lichaam toen in dat bos verbrand tot as. (Vedabase)

 

Tekst 9

Vernemend over Zijn wederwaardigheden en vrijheid van alle ritueel en gebruik, ging de koning van Konka, Venka en Kuthaka genaamd Arhat [de Jain, de eerbiedwaardige] ertoe over Hem te imiteren. Verbijsterd als gevolg van een toename van goddeloosheid die de komst van het Kali-yuga Tijdperk van de Redetwist aankondigde, gaf hij het veilige pad van de religie op dat alle vrees uitbant en nam hij een non-conformistisch verkeerd, ketters standpunt in door hoogst dwaas een eigen bedenksel te introduceren.

Horend van Zijn wederwaardigheden van het vrij zijn van alle ritueel en gebruik, ging de koning van Konka, Venka en Kuthaka die de naam Arhat [de Jain, de eerbiedwaardige] droeg over tot een imitatie van Hem; verbijsterd door een toename van ongelovig leven dat een aankondiging vormde voor de komst van het Kali-yuga Tijdperk van de Redetwist, gaf hij het veilige pad van de religie op dat alle vrees zou afwenden en nam hij een verkeerd ketters standpunt in in weerwil van de vedische voorschriften met het hoogst dwaas introduceren van een eigen bedenksel. (Vedabase)

 

Tekst 10

De laagsten onder de mensen in dit Kali-tijdperk die, verstoken van karakter, reinheid en plichtsbesef wat betreft de regels en voorschriften, verbijsterd zijn door de uitwendige energie van God, zullen door een praktijk als deze van minachting voor de goddelijkheid, eigenwillig en met verkeerde principes vasthouden aan vreemde regels, zoals zich niet wassen, de mond niet reinigen, vuil zijn en het haar uitplukken. Met hun bewustzijn bedorven door een overmaat aan moderne-tijd adharma [ofwel plichtsverzaking] zullen ze vervallen in het belasteren van de Veda's, de brahmanen, rituelen zoals het brengen van offers en de Allerhoogste Persoonlijkheid van God Zelf en Zijn toegewijden.

Door dergelijke praktijken zullen de meest deerniswekkende onder de mensen in het Kali-tijdperk, verbijsterd door de uitwendige energie van God, verstoken van karakter, reinheid en de regels en voorschriften van de persoonlijke plicht, zwerend bij hun zedeloosheid en in minachting voor de goddelijkheid, vasthouden aan hun verlangens, met denkbeeldige principes van verzaking zoals het onrein blijven, het niet spoelen van hun mond en het uitplukken van hun haar. Van de Kali-yuga overmaat aan goddeloosheid zullen degenen wiens zuivere bewustzijn is vernietigd zo goed als volkomen godslasterlijk worden jegens de strikte brahmaan en zijn vedische cultuur, de ceremoniën van het offeren en de Allerhoogste Persoonlijkheid van God en Zijn toegewijden. (Vedabase)

 

Tekst 11

Zij die, onder aanmoediging van blinde voorgangers, met een afwijkende praktijk een eigen wereldje [of sekte] opbouwden, zullen, zelf erdoor verblind geraakt, in het duister belanden [vergelijk B.G. 16: 16, 16: 23].

Zij die er zeker in zijn af te wijken van eeuwige principes van de religie met een praktijk gebaseerd op hun eigen speculaties, voelen zich aangemoedigd door verblinde voorlopers en zijn er zeker van zelf verblind te belanden in de duisternis der onwetendheid [vergelijk B.G. 16: 16, 16: 23]. (Vedabase)


Tekst 12

Deze avatâra van de Heer was er om de mensen, die overweldigd zijn door de hartstocht, te instrueren wat betreft hun emancipatie, het pad om het eeuwige geluk te bereiken [de uiteindelijke zaligheid, kaivalya].

Deze nederdaling van de Heer was er om hen die overweldigd zijn door de hartstocht te onderrichten in de zaak der verlichting. (Vedabase)

 

Tekst 13

In overeenstemming met deze leringen zingen de mensen de volgende verzen over Hem: 'O, van al de landen op de continenten van deze aarde met haar zeven zeeën, is dit land [Bhârata-varsha, India] het meest verdienstelijk, want hun bevolking bezingt de gunstige handelingen van Murâri in Zijn vele incarnaties [Krishna als de vijand van de verdwaasde, van Mura].'

Over Hem worden door hen die uit zijn op de bevrijding de volgende verzen aangehaald: 'O, van deze aarde met zijn zeven zeeën en vele landen op haar continenten, is dit land [Bhârata-varsha, India] het meest verdienstelijk; hun bevolking bezingt de algunstige kwaliteiten van Murâri [Hij als de vijand van de verdwaasde, van Mura] in Zijn vele incarnaties.' (Vedabase)
 
Tekst 14

'O, wat kan men zeggen over de dynastie van koning Priyavrata waarin de Oorspronkelijke Persoon, de Allerhoogste Persoonlijkheid nederdaalde als een incarnatie? Hij, de Ongeëvenaarde, vervulde de religieuze plicht die een einde maakt aan de baatzuchtige arbeid.'

 'O wat te zeggen over de dynastie van koning Priyavrata waarin de Oorspronkelijke Persoon, de Allerhoogste Persoonlijkheid, nederdaalde als een incarnatie; Hij, de Ongeëvenaarde, vervulde de religieuze plicht welke de oorzaak is van het einde der baatzuchtige arbeid.' (Vedabase)


Tekst 15

'Is er een andere vasthoudende en overtuigde yogi te vinden die, de perfecties verlangend die Rishabha afwees als zijnde onbeduidend, zelfs maar in de geest het voorbeeld kan volgen van deze ongeboren Godheid?'

'O, welke andere yogi is er te vinden die, zelfs maar in de geest, in staat is het voorbeeld te volgen van Hem, de Ongeborene, en die, als zijnde niet-essentieel, alle verlangen verzaakte naar de perfecties van de yoga, welke worden nagestreefd door de mystieke yogi's zo vol van ijver om te dienen.' (Vedabase)

 

Tekst 16

Aldus heb ik uitleg verschaft over de zuivere handelingen van de Opperheer genaamd Rishabha, die de allerhoogste leraar is van alle Vedische kennis, voor de gewone man, de godsbewusten, de brahmanen en de koeien. Hij die met een groeiend geloof en toewijding aandachtig luistert naar, voor anderen spreekt over of aandacht besteed aan deze toevlucht van Zijn grote en opperste heilzaamheid, die alle zonden van ieder levend wezen tenietdoet, zal Hem, de Allerhoogste Heer Vâsudeva, gunstig gezind zijn met een onwankelbare toewijding in zowel de positie van het luisteren als het spreken.

Aldus heb ik uitleg verschaft over de zuivere handelingen van de Opperheer genaamd Rishabha, de hoogste geestelijk leraar voor de mensen in het algemeen, de goddelijken, de brahmanen en de koeien; hij die in navolging van de groten, met een groeiend geloof en toewijding aandachtig luistert naar, of voor anderen spreekt over deze meest vooraanstaande en grootste toevlucht van de heilzaamheid die alle zonden van ieder levend wezen vernietigt, zal zonder twijfel ten gunste van Hem, de Allerhoogste Heer Vâsudeva, feitelijk in de beide vormen van het luisteren en spreken een begin hebben gemaakt met een standvastige toewijding. (Vedabase)

 

Tekst 17

Onophoudelijk zich badend in die toewijding om niet te hoeven lijden onder de verschillende lastige condities van het materieel bestaan, genieten zij die zich spiritueel ontwikkelden het hoogste geluk. Maar ondanks dat ze die bevrijding verwierven streven ze niet naar dat meest verheven doel van alle mensen. Met het hebben aangegaan van een relatie met de Allerhoogste Persoonlijkheid bereikten ze immers al hun doelen.

In die toewijding baadt de ziel die van vooruitgang is zich onophoudelijk teneinde steeds bevrijd te zijn van het lijden onder de zorgwekkende omstandigheden in het materieel bestaan; hoewel op zichzelf die zo zeker door geluk verkregen ononderbroken bevrijding, de grootste van alle wapenfeiten, zeker niet dat is waar men op uit is, omdat men in het zich verhouden tot de Allerhoogste Heer volkomen is in alles waar men naar gestreefd heeft. (Vedabase)


Tekst 18

Mijn beste Koning [Parîkchit], Hij was zonder twijfel de handhaver en leraar, de aanbiddelijke godheid, de vriend en meester van uw Yadu-lijn en soms trad Hij zelfs op als een dienaar. Aldus, mijn beste, was hij daadwerkelijk Mukunda, de Allerhoogste Heer van de Bevrijding [mukti] van hen die toegewijd zijn. Maar iemand [vertrouwelijk] betrekken in Zijn toegewijde dienst [zoals Hij met Arjuna op het slagveld deed] doet Hij niet zomaar.

Mijn beste Koning, Hij, de aanbiddelijke godheid van de Yadu's, is zonder twijfel, uw meest dierbare vriend en meester van de geslachtslijn; om het duidelijk te stellen, hij trad soms zelfs op als uw dienaar en aldus mijn beste vraag ik u: is Hij dan niet daadwerkelijk de Allerhoogste Heer Mukunda van de Yoga der toewijding die te allen tijde verlossing schenkt door allen te bevrijden die van dienst zijn? (Vedabase)

 

Tekst 19

Alle eer aan Hem, de Allerhoogste Heer Rishabhadeva, Hij die steeds bewust van Zijn ware identiteit, in zichzelf volkomen en zonder verlangens, zo genadig was ter wille van de ware welvaart Zijn activiteiten op het materiële vlak ten toon te spreiden en, voor de mens wiens intelligentie lang sluimerde, instructie te verschaffen over het ware zelf vrij van angst.'

Altijd gericht op Zijn werkelijke identiteit en in Zichzelf volkomen zonder verdere verlangens, werd door Zijn genade van het uitbreiden van Zijn activiteiten op het materiële vlak, de ware betekenis van een leven van onbevreesdheid met het ware zelf overgedragen aan de intelligentie van de mens die zo lang had gesluimerd; alle respect voor Hem, die Allerhoogste Heer Rishabhadeva.' (Vedabase)

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De afbeelding is een beeld van Heer Rishabhadeva uitgegraven in Khahujaro,
zoals de Jains hem graag zien als hun eerste Tirthankara. Bron
.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties