regelbalk



 

 

Canto 5

 

 

Guru Puja

 

 

Hoofdstuk 10: Jada Bharata ontmoet Mahârâja Rahûgana

(1) S'rî S'uka zei: 'Zo gebeurde het dat Rahûgana ['hij die helderder straalt dan de zon'], de heerser van Sindhu en Sauvîra, op reis langs de oever van de Ikshumatî, een andere drager voor zijn draagstoel nodig had. Hij stuurde toen de leider van zijn dragers eropuit om een geschikte kandidaat te zoeken. Zijn zoektocht leidde per toeval naar de excellente brahmaan [Jada Bharata] die, omdat hij zo'n stoere jongeman was, ferm van leden en zo sterk als een ezel, door hem werd uitgekozen in de veronderstelling dat hij de last wel kon dragen. Er toe gedwongen droeg de grote ziel de draagstoel, maar hij was niet geschikt voor het karwei.  (2) Toen hij daarmee bezig was keek de gezegende brahmaan steeds drie stappen voor zich uit [om niet op de mieren te trappen]. Daardoor liep hij steeds uit de pas met de anderen en schudde de draagstoel heen en weer. Rahûgana, die dit opmerkte zei tot de mannen die hem droegen: 'O dragers, loop alsjeblieft in de pas! Waarom wordt deze draagstoel zo ongelijkmatig gedragen?'palanquin

(3) Hun meester zo berispend horen sprekend, stelden ze hem er angstvallig van op de hoogte dat dat te wijten was aan de vierde drager: (4) 'O, het is niet zo, o god van de mensen, dat wij, die altijd trouw uw orders uitvoeren, in gebreke blijven! We doen echt wel ons best, maar het is deze nieuwe man, die recentelijk werd aangetrokken om met ons mee te werken, door wie wij niet in staat zijn om ons werk als dragers te doen. Hij is nogal langzaam namelijk!'

(5) Hoewel hij er door die ontboezemingen zeker van was dat het probleem zich voordeed als gevolg van een fout van één van hen, gaf koning Rahûgana, die de angstige woorden van zijn dienaren hoorde, in weerwil van zijn politieke ervaring, vanuit zijn kshatriya aard toch een beetje toe aan het geweld van de woede. Tot hem, van wie men de spirituele gloed van zijn aangeboren intelligentie niet duidelijk kon onderscheiden, zei hij met een geest vol hartstocht: (6) 'Och wat een moeite is het ook mijn broeder! Helemaal alleen op zo'n lange reis ben je zeker erg vermoeid geraakt. En je hebt ook al niet veel aan die collega's van je! Noch is je gewillige, stevige lichaam erg sterk. Je moet wel last hebben van de ouderdom, mijn vriend!'

Aldus oefende hij sarcastisch hevige kritiek op hem uit, maar er kwam geen protest, vanuit een valse 'ik' en 'mijn'-overtuiging, over de lippen van hem die in stilte als voorheen de draagstoel bleef dragen. Als iemand op het spirituele vlak had hij nu eenmaal een dergelijke bijzondere instelling wat betreft de fysieke aangelegenheden van het hebben van een, uit onwetendheid voortgekomen, eindig vehikel van de tijd, een lichaam dat bestaat uit een combinatie van de natuurlijke geaardheden, de werklast en materiële intenties. (7) Vervolgens wederom door elkaar geschud door het ongelijkmatige dragen van zijn draagstoel, werd Rahûgana heel kwaad en zei: 'Dwaas! Wat is dit voor een flauwe kul! Jij, levend lijk, negeert gewoon mijn berispingen, je slaat ze gewoon in de wind! Ben je je verstand kwijt? Zoals Yamarâja dat doet met het gewone volk, zal ik je eens een lesje leren zodat je weet wat je plaats hier is!'

(8) Ondanks dat hij die lading onzin over zich uitgestort kreeg van de kant van hem die, woedend uit hartstocht en onwetendheid, verwijten makend dacht dat hij kon heersen als een god van de mensen, als een geleerde wijze en een bij talloze toegewijden geliefde voorvechter van de Heer, glimlachte de zelfgerealiseerde brahmaan flauwtjes zonder trots en sprak hij, met een houding van een meester in de yoga, van een vriend van alle levende wezens, als volgt tot die niet zo wijze heerser. (9) De brahmaan zei: 'Wat u zo duidelijk stelde, o grote held, is niet in strijd [met wat ik in feite ben]. Dat zou wel het geval zijn geweest als ik [werkelijk] dit lichaam van mij, die drager van de last, zou zijn. Als het verwerven van een goed doorvoed, krachtig lichaam de weg zou zijn, kan ik u zeggen dat dat geen onderwerp van belang is voor de persoon van zelfverwerkelijking aanwezig in het lichaam. (10) Om sterk en stoer te zijn of mager en zwak, lichamelijke of psychische pijn te ondervinden dan wel hongerig te zijn, dorstig, angstig, tegendraads, begerig, bejaard, slaperig of zinnelijk gemotiveerd, om van het kwade te zijn of van de valsheid, om van illusie te zijn of van weeklagen, zijn zaken die horen bij dit lichaam, bij degene die geboren werd, maar ze vormen niet de werkelijkheid van wat ik [oorspronkelijk] ben [zie ook B.G. 2: 20]. (11) Om een levende ziel te zijn gebonden aan de dood [een 'levend lijk' te zijn], is iets dat door de natuur wordt geregeld, o Koning, [het heeft net zo goed betrekking op u, want] alles heeft een begin en een eind. Maar, o hoog vereerde, als men het onveranderlijke ziet dat zich bevindt in de dingen die veranderen - waarmee men [zoals u dat hooghoudt] meesters en dienaren ziet - dan zegt men dat men het juiste doet in yoga. (12) Onderscheid te maken tussen personen [zoals u dat doet als u de baas speelt] getuigt van een vernauwde blik en ik zie niet in wat dat, de conventies daargelaten, voor nut zou hebben. Wie is [in deze gearrangeerde orde nu] de meester en wie is degene over wie moet worden geheerst? Niettemin, o Koning, wat kan ik [met u als mijn 'meester'] voor u betekenen? (13) Uit mijn staat van zelfverwerkelijking, o Koning, leidde u af dat ik een chaotisch, gek, stuk onbenul zou zijn. [Als dat zo zou zijn], wat zou het dan voor nut hebben door u te worden bestraft? Hoe kan men een waanzinnige, stupide persoon nu iets bijbrengen? Het is alsof je meel probeert te vermalen!'

(14) S'rî S'uka zei: 'De grote wijze, aldus consequent ingaand op ieder woord dat was gevallen, hield het toen kalm en vredig voor gezien. Wat betreft de aangelegenheid van zaken vreemd aan de ziel, aanvaarde hij alles wat zich voordeed als een gevolg van wat hij in het verleden had gedaan, en dus ging hij, om zijn karma tot een goed einde te brengen, verder met het dragen van de koning zijn draagstoel, zoals hij dat eerder deed. (15) O beste van de Pându-dynastie, ook hij, de heerser van Sindhu en Sauvîra, geloofde volkomen in discussies over het onderwerp van de Absolute Waarheid. Aldus goed op de hoogte horend wat de brahmaan zei over dat wat de valsheid uitroeit in het hart en wat de goedkeuring wegdraagt van alle yogapraktijk en literatuur, klom hij haastig uit [zijn voertuig] en wierp hij zich met zijn hoofd naar voren plat ter aarde voor de lotusvoeten om zich te excuseren voor zijn overtreding. Zo zijn valse claim opgevend dat hij als de koning moest worden gerespecteerd, zei hij: (16) 'Wie bent u onder de tweemaal geborenen, zich zo verholen rondbewegend in deze wereld? Ik zie dat u een heilige draad draagt. Van welke verzaker van de wereld bent u [de discipel]? Waarvandaan en om welke reden bent u hier naartoe gekomen? Bent u, als een ziel van zuivere goedheid, hier voor ons heil of juist niet? (17) Ik ben niet bang voor Indra's bliksemschicht, S'iva's drietand of de straf van Yamarâja, noch schuw ik de hitte van de zonnestralen, de maan, de wind of de wapens van de schatbewaarder van de hemel [Kuvera]. Mijn grootste vrees is in overtreding te verkeren met de klasse van de brahmanen. (18) Kan u, die als een volledig onthechte persoon, als was hij een onnozelaar, de macht van de wijsheid verhult, die zich als een volkomen onverschillig iemand rondbeweegt, alstublieft het woord tot ons richten? Want niemand van ons, o heilige, is in staat ook maar enigermate te achterhalen wat de betekenisvolle yogawoorden inhouden die u bezigde. (19) Ik vraag u, als een directe vertegenwoordiger van de Heer van de geestelijke kennis, van de meester van de yoga en allerbeste leraar van de heilige geleerden in de wetenschap van de zelfverwerkelijking, wat, als je in deze wereld bezig bent, nu de veiligste toevlucht vormt [zie 3.25]. (20) Bent u in uw goedheid misschien Hem in eigen persoon, die, zonder uw ware identiteit prijs te geven, rondtrekt over de aarde om u te verdiepen in de motieven van de mensen hier? Hoe kan iemand die gebonden is aan familiezaken en het aan de nodige intelligentie ontbreekt, nu de eindbestemming van de meesters van de yoga helder voor ogen hebben? (21) Men kan zien dat als men lichamelijk op een bepaalde manier bezig is men vermoeid raakt. Ik neem aan dat dat ook met u het geval is in uw bewegingen als een drager. Dat is een algemeen aanvaard feit, zo zeker als het feit dat op basis van de afwezigheid van water, het niet zo kan zijn dat men het kan komen brengen en zo. (22) Vanwege de hitte onder een kookpan, wordt de melk die men erin deed heet en vanwege de verhitte melk wordt de harde kern van de rijst erin gekookt. Zo ook is er voor de persoon - die zich [als een rijstkorrel] moet schikken naar [de hitte van] de materie - de [onvermijdelijke] gebondenheid aan zijn zintuigelijke ervaring van het materiële bestaan. (23) De bestuurder, die als een menselijk heerser over de burgers zijn onderdanen het beste toewenst, moet een dienaar zijn en[, als het ware,] niet de bloem vermalen die reeds vermalen is [door zinloos zijn wil op te leggen aan ondergeschikten. Hij moet[, in plaats van zijn wil op te leggen en te straffen,] met het vervullen van zijn beroepsmatige plichten, de Onfeilbare aanbidden die verlost van allerlei vormen van zonde als men zich voor Hem inzet. (24) Wees daarom, vanuit de waarachtigheid en goedheid van uw boetvaardige zelf, zo goed aan mij, deze gek geworden en trotse god van de mensen, uw grondeloze genade te tonen als een vriend van alle mensen in nood. Want zo kan ik dan bevrijd raken van de zonde van het minachten van een grote persoonlijkheid als u. (25) U, als een vriend van de Vriend van Allen, raakt in uw gelijkmoedigheid als iemand die ver verwijderd is van de lichamelijke levensopvatting, in het geheel niet van uw stuk. Maar zelfs als iemand zo machtig is als Heer S'iva [S'ûlapâni] zal hij zeker spoedig ten ondergaan, net als ik met mijn praktijk van hoogmoed in relatie tot de grootste zielen.'

next                      

 
Derde herziene editie, geladen 3 april 2018. 
 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'uka zei:  'Zo gebeurde het dat Rahûgana ['hij die helderder straalt dan de zon'], de heerser van Sindhu en Sauvîra, op reis langs de oever van de Ikshumatî, een andere drager voor zijn draagstoel nodig had. Hij stuurde toen de leider van zijn dragers eropuit om een geschikte kandidaat te zoeken. Zijn zoektocht leidde per toeval naar de excellente brahmaan [Jada Bharata] die, omdat hij zo'n stoere jongeman was, ferm van leden en zo sterk als een ezel, door hem werd uitgekozen in de veronderstelling dat hij de last wel kon dragen. Er toe gedwongen droeg de grote ziel de draagstoel, maar hij was niet geschikt voor het karwei. 

S'rî S'uka zei: 'Zo viel het voor dat Rahûgana ['hij die helderder straalt dan de zon'], de heerser van Sindhu en Sauvîra, toen hij op pad was, aan de oever van de rivier de Ikshumatî een andere drager voor zijn draagstoel nodig had en hun aanvoerder eropuit stuurde om te zoeken naar een geschikte persoon. Zijn zoektocht leidde bij toeval naar de tweemaal geboren zoon Jada Bharata die, omdat hij zo'n stoere jongeman leek die ferm van leden zo sterk als een ezel was, hij uitkoos, hem in staat achtend de last te dragen. Hoewel hij niet geschikt was voor het karwei, droeg hij, de grote ziel, de draagstoel, er toe gedwongen zoals de gewoonte was. (Vedabase)

 

 

Tekst 2

Toen hij daarmee bezig was keek de gezegende brahmaan steeds drie stappen voor zich uit [om niet op de mieren te trappen]. Daardoor liep hij steeds uit de pas met de anderen en schudde de draagstoel heen en weer. Rahûgana, die dit opmerkte zei tot de mannen die hem droegen: 'O dragers, loop alsjeblieft in de pas! Waarom wordt deze draagstoel zo ongelijkmatig gedragen?'

Toen hij hiermee bezig was liep de tweemaal geboren zoon, voortdurend drie stappen voor zich uit kijkend [om niet op mieren te trappen], steeds uit de pas met de anderen en schudde daardoor de draagstoel heen en weer. Rahûgana, die dit in de gaten kreeg zei tot de mannen die hem droegen: 'O dragers, loop alsjeblieft in de pas! Waarom wordt deze draagstoel zo ongelijkmatig gedragen?' (Vedabase)

 

Tekst 3

Hun meester zo berispend horen sprekend, stelden ze hem er angstvallig van op de hoogte dat dat te wijten was aan de vierde drager:

Zij, die hun meester zo berispend hoorden spreken, stelden hem angstvallig ervan op de hoogte dat dat te wijten was aan de vierde drager: (Vedabase)

 

Tekst 4

'O, het is niet zo, o god van de mensen, dat wij, die altijd trouw uw orders uitvoeren, in gebreke blijven! We doen echt wel ons best, maar het is deze nieuwe man, die recentelijk werd aangetrokken om met ons mee te werken, door wie wij niet in staat zijn om ons werk als dragers te doen. Hij is nogal langzaam namelijk!'

'O, het is niet, o God der Mensen, dat wij, altijd trouw aan uw orders, het laten afweten. We doen welzeker wat we maar kunnen, maar het is deze nieuwe man die recentelijk is aangetrokken om met ons te werken met wie wij niet in staat zijn om ons werk als dragers te doen; hij is nogal langzaam namelijk!' (Vedabase)

 

Tekst 5

Hoewel hij er door die ontboezemingen zeker van was dat het probleem zich voordeed als gevolg van een fout van één van hen, gaf koning Rahûgana, die de angstige woorden van zijn dienaren hoorde, in weerwil van zijn politieke ervaring, vanuit zijn kshatriya aard toch een beetje toe aan het geweld van de woede. Tot hem, van wie men de spirituele gloed van zijn aangeboren intelligentie niet duidelijk kon onderscheiden, zei hij met een geest vol hartstocht:

Hoewel hij er door die ontboezemingen zeker van was dat het inderdaad zo ver was gekomen als gevolg van een fout van één van hen, gaf koning Rahûgana, de angstige woorden van zijn dienaren horend, in weerwil van zijn politieke ervaring, vanuit zijn kshatriya-aard enigermate toe aan het geweld der woede. Tot hem wiens spirituele gloed, als een vedisch vuur overdekt door as, niet duidelijk kon worden onderscheiden, zei hij met een geest vol hartstocht: (Vedabase)

 

Tekst 6

'Och wat een moeite is het ook mijn broeder! Helemaal alleen op zo'n lange reis ben je zeker erg vermoeid geraakt. En je hebt ook al niet veel aan die collega's van je! Noch is je gewillige, stevige lichaam erg sterk. Je moet wel last hebben van de ouderdom, mijn vriend!'

Aldus oefende hij sarcastisch hevige kritiek op hem uit, maar er kwam geen protest, vanuit een valse 'ik' en 'mijn'-overtuiging, over de lippen van hem die in stilte als voorheen de draagstoel bleef dragen. Als iemand op het spirituele vlak had hij nu eenmaal een dergelijke bijzondere instelling wat betreft de fysieke aangelegenheden van het hebben van een, uit onwetendheid voortgekomen, eindig vehikel van de tijd, een lichaam dat bestaat uit een combinatie van de natuurlijke geaardheden, de werklast en materiële intenties.

'Wat een moeite is het helaas mijn broeder! Zo helemaal alleen op zo'n lange reis ben je zeker heel moe geworden. Noch is je gewillige, stevige lichaam erg sterk; je hebt zeker zelf last van de ouderdom mijn vriend! En natuurlijk zijn deze andere medewerkers van geen enkel nut voor je'.

Aldus oefende hij sarcastisch hevige kritiek op hem uit, maar geen valse overtuiging van 'ik' en 'mijn' kwam bij hem op die in stilte als voorheen doorging met het dragen van de draagstoel; als iemand op het spirituele vlak was hij van die bijzondere instelling wat betreft fysieke zaken als het hebben van een bepaald zichzelf besturend lichaam dat is voortgekomen uit een mix van de kwaliteiten en de werklast van de onwetende materie.
(Vedabase)


Tekst 7

Vervolgens wederom door elkaar geschud door het ongelijkmatige dragen van zijn draagstoel, werd Rahûgana heel kwaad en zei: 'Dwaas! Wat is dit voor een flauwe kul! Jij, levend lijk, negeert gewoon mijn berispingen, je slaat ze gewoon in de wind! Ben je je verstand kwijt? Zoals Yamarâja dat doet met het gewone volk, zal ik je eens een lesje leren zodat je weet wat je plaats hier is!'

Daaropvolgend wederom door elkaar geschud door het ongelijkmatig dragen van zijn draagstoel zei Rahûgana zeer kwaad wordend: 'O dwaas, wat is dit voor een onzin! Jij, levend lijk, negeert gewoon mijn berispingen ze in de wind slaand! Ben je je verstand kwijt? Zoals Yamarâja met het gewone volk, zal ik je eens een lesje leren zodat je erachter komt wat je plaats is in dezen!' (Vedabase)

 

Tekst 8

Ondanks dat hij die lading onzin over zich uitgestort kreeg van de kant van hem die, woedend uit hartstocht en onwetendheid, verwijten makend dacht dat hij kon heersen als een god van de mensen, als een geleerde wijze en een bij talloze toegewijden geliefde voorvechter van de Heer, glimlachte de zelfgerealiseerde brahmaan flauwtjes zonder trots en sprak hij, met een houding van een meester in de yoga, van een vriend van alle levende wezens, als volgt tot die niet zo wijze heerser.

Hoewel hij zo'n lading onzin over zich uitgestort kreeg door hem die, uit hartstocht en onwetendheid berispend, dacht dat hij kon heersen als een god der mensen, een meest geliefd voorvechter van de Heer en een wijze geleerde, glimlachte de zelfgerealiseerde brahmaan flauwtjes die, met een houding van een meester in de yoga, de vriend van alle levende wezens was, alsof een last van hem afviel en sprak hij als volgt tot de niet zo wijze heerser. (Vedabase)

 

Tekst 9

De brahmaan zei: 'Wat u zo duidelijk stelde, o grote held, is niet in strijd [met wat ik in feite ben]. Dat zou wel het geval zijn geweest als ik [werkelijk] dit lichaam van mij, die drager van de last, zou zijn. Als het verwerven van een goed doorvoed, krachtig lichaam de weg zou zijn, kan ik u zeggen dat dat geen onderwerp van belang is voor de persoon van zelfverwerkelijking aanwezig in het lichaam.

De brahmaan zei: 'Wat u zo duidelijk stelde is innerlijk niet strijdig als ik mijn zou kunnen zeggen tegen dat lichaam, o grote held, en tegen die drager van de last; als het dat zou zijn wat men sterk en onversaagd moet verwerven op het pad, dan moet ik u zeggen dat dat, voor de persoon van zelfverwerkelijking die zich bevindt in het lichaam, geen onderwerp van discussie is. (Vedabase)

 

Tekst 10

Om sterk en stoer te zijn of mager en zwak, lichamelijke of psychische pijn te ondervinden dan wel hongerig te zijn, dorstig, angstig, tegendraads, begerig, bejaard, slaperig of zinnelijk gemotiveerd, om van het kwade te zijn of van de valsheid, om van illusie te zijn of van weeklagen, zijn zaken die horen bij dit lichaam, bij degene die geboren werd, maar ze vormen niet de werkelijkheid van wat ik [oorspronkelijk] ben [zie ook B.G. 2: 20].

Sterk en stoer zijn, mager en zwak, pijn ondervinden met het fysieke of de geest, hongerig, dorstig, van de angst, van mening verschillend, verlangend, van hoge leeftijd en zinnelijk gemotiveerd; van het kwade, de valsheid, de illusie en het weeklagen zijn, zijn in dit lichaam zaken van hem die geboren is, maar voor wat ik ben vormen ze zeker niet de realiteit. (Vedabase)

 

Tekst 11

Om een levende ziel te zijn gebonden aan de dood [een 'levend lijk' te zijn], is iets dat door de natuur wordt geregeld, o Koning, [het heeft net zo goed betrekking op u, want] alles heeft een begin en een eind. Maar, o hoog vereerde, als men het onveranderlijke ziet dat zich bevindt in de dingen die veranderen - waarmee men [zoals u dat hooghoudt] meesters en dienaren ziet - dan zegt men dat men het juiste doet in yoga.

Een levende ziel te zijn gebonden aan de dood [een 'levend lijk' te zijn] is iets dat is geregeld door de natuur o Koning, alles heeft een begin en een eind; maar, hoog vereerde, als men het onveranderlijke ziet in de dingen die voorbijgaan - waarvan we spreken van meesters en dienaren - dan zegt men dat men van het juiste handelen in de yoga is. (Vedabase)

 

Tekst 12

Onderscheid te maken tussen personen [zoals u dat doet als u de baas speelt] getuigt van een vernauwde blik en zie ik niet in wat dat, de conventies daargelaten, voor nut zou hebben. Wie is [in deze gearrangeerde orde nu] de meester en wie is degene over wie moet worden geheerst? Niettemin, o Koning, wat kan ik [met u als mijn 'meester'] voor u betekenen?

Onderscheid maken naar de persoon getuigt van een vernauwde blik en, behalve dan voor wat gebruikelijk is, zie ik niet in van wat voor nut het verder zou zijn; wie is die meester en wie is hij die moet worden overheerst? Desalniettemin, o Koning, wat kan ik voor u betekenen?  (Vedabase)

 

Tekst 13

Uit mijn staat van zelfverwerkelijking, o Koning, leidde u af dat ik een chaotisch, gek, stuk onbenul zou zijn. [Als dat zo zou zijn], wat zou het dan voor nut hebben door u te worden bestraft? Hoe kan men een waanzinnige, stupide persoon nu iets bijbrengen? Het is alsof je meel probeert te vermalen!'

Van zoals ik mezelf ben, o Koning, leidde u af dat ik een chaotisch, gek stuk onbenul zou zijn; wat zou het dan voor nut hebben door u te worden bestraft; hoe kan men een waanzinnige, stupide persoon iets bijbrengen - het is alsof je meel probeert te malen!' (Vedabase)

 

Tekst 14

S'rî S'uka zei: 'De grote wijze, aldus consequent ingaand op ieder woord dat was gevallen, hield het toen kalm en vredig voor gezien. Wat betreft de aangelegenheid van zaken vreemd aan de ziel, aanvaarde hij alles wat zich voordeed als een gevolg van wat hij in het verleden had gedaan, en dus ging hij, om zijn karma tot een goed einde te brengen, verder met het dragen van de koning zijn draagstoel, zoals hij dat eerder deed.

S'rî S'uka zei: 'Consequent zo op ieder woord dat was gevallen ingaand, hield de grote wijze kalm en vredig het voor gezien - wat betreft de zaak van dingen die vreemd zijn aan de ziel aanvaarde hij alles wat zich voordeed als een gevolg van wat hij voorheen genoten had, en zo ging hij, teneinde zijn verworven karma tot een goed einde te brengen, weer verder met het dragen van de draagstoel van de koning zoals hij dat gedaan had. (Vedabase)

 

Tekst 15

O beste van de Pându-dynastie, ook hij, de heerser van Sindhu en Sauvîra, geloofde volkomen in discussies over het onderwerp van de Absolute Waarheid. Aldus goed op de hoogte horend wat de brahmaan zei over dat wat de valsheid uitroeit in het hart en wat de goedkeuring wegdraagt van alle yogapraktijk en literatuur, klom hij haastig uit [zijn voertuig] en wierp hij zich met zijn hoofd naar voren plat ter aarde voor de lotusvoeten om zich te excuseren voor zijn overtreding. Zo zijn valse claim opgevend dat hij als de koning moest worden gerespecteerd, zei hij:

O beste van de Pându-dynastie, hij, de heerser van Sindhu en Sauvîra, was in feite eveneens van een groot geloof aangaande de controlekwestie in relatie tot de Absolute Waarheid; aldus ter zake kundig zijnde vernemend wat de tweemaal geborene zei over dat wat de valsheid uitroeit in het hart en wat de goedkeuring wegdraagt van alles van de yoga en de cultuur eromheen, kwam hij haastig naar beneden en viel hij met zijn hoofd naar voren plat ter aarde voor de lotusvoeten om zich te excuseren voor zijn overtreding. Het zo opgevend met zijn valse claim de te respecteren koning te zijn zei hij: (Vedabase)

 

Tekst 16

'Wie bent u onder de tweemaal geborenen, zich zo verholen rondbewegend in deze wereld? Ik zie dat u een heilige draad draagt. Van welke verzaker van de wereld bent u [de discipel]? Waarvandaan en om welke reden bent u hier naartoe gekomen? Bent u, als een ziel van zuivere goedheid, hier voor ons heil of juist niet?

'Wie van al de tweemaal geborenen bent u, zich verholen rondbewegend in deze wereld? Ik zie dat u een heilige draad draagt. Van welke verzaker van de wereld bent u de discipel? Vanwaar en met welke bedoeling bent u hier gekomen? Bent u, als iemand van de zuivere goedheid, hier voor ons heil of niet misschien? (Vedabase)

 

Tekst 17

Ik ben niet bang voor Indra's bliksemschicht, S'iva's drietand of de straf van Yamarâja, noch schuw ik de hitte van de zonnestralen, de maan, de wind of de wapens van de schatbewaarder van de hemel [Kuvera]. Mijn grootste vrees is in overtreding te verkeren met de klasse van de brahmanen.

Ik ben niet bang voor Indra's bliksemschicht noch vrees ik S'iva's drietand of de straf van Yamarâja, noch schuw ik de hitte van de zonnestralen, de maan, de wind of de wapens van Kuvera; waar ik het meest beducht voor ben is in overtreding te verkeren met de klasse der brahmanen. (Vedabase)

 

Tekst 18

Kan u, die als een volledig onthechte persoon, als was hij een onnozelaar, de macht van de wijsheid verhult, die zich als een volkomen onverschillig iemand rondbeweegt, alstublieft het woord tot ons richten? Want niemand van ons, o heilige, is in staat ook maar enigermate te achterhalen wat de betekenisvolle yogawoorden inhouden die u bezigde.

Derhalve, als een volledig onthecht persoon die de macht der wijsheid verhult, als iemand die zich rondbeweegt terwijl hij in het voorbije verblijft, spreek tot ons, daar niemand van ons, o heilige, in staat is ook maar in enige mate te bevatten wat de woorden vol van yogabetekenis inhouden die u te berde bracht. (Vedabase)

 

Tekst 19

Ik vraag u, als een directe vertegenwoordiger van de Heer van de geestelijke kennis, van de meester van de yoga en allerbeste leraar van de heilige geleerden in de wetenschap van de zelfverwerkelijking, wat, als je in deze wereld bezig bent, nu de veiligste toevlucht vormt [zie 3.25].

Daartoe waag ik het u zowaar te vragen, meester van de yoga, o allerbeste leraar der heilige geleerden van de werkelijkheid van de ziel, wat in deze wereld de beste bezigheid is, de veiligste toevlucht, o rechtstreekse incarnatie van de Heer der geestelijke kennis [zie Kapila: 3.25]. (Vedabase)

 

Tekst 20

Bent u in uw goedheid misschien Hem in eigen persoon, die, zonder uw ware identiteit prijs te geven, rondtrekt over de aarde om u te verdiepen in de motieven van de mensen hier? Hoe kan iemand die gebonden is aan familiezaken en het aan de nodige intelligentie ontbreekt, nu de eindbestemming van de meesters van de yoga helder voor ogen hebben?

Als zijnde Hem in eigen persoon trekt uwe goedheid rond over deze aardkloot, u bekommerend om de motieven van de mensen alhier en dat zonder uw ware identiteit te tonen; mag ik weten hoe wij, die gebonden aan familiezaken de intelligentie moeten missen, niettemin zich kunnen richten op de eindbestemming van de meesters in de yoga? (Vedabase)

 

Tekst 21

Men kan zien dat als men lichamelijk op een bepaalde manier bezig is men vermoeid raakt. Ik neem aan dat dat ook met u het geval is in uw bewegingen als een drager. Dat is een algemeen aanvaard feit, zo zeker als het feit dat op basis van de afwezigheid van water, het niet zo kan zijn dat men het kan komen brengen en zo.

Men kent de vermoeidheid als men op een bepaalde manier in relatie tot de ziel tewerk gaat, zoals de manier waarop u zich beweegt met het dragen van de draagstoel; ik veronderstel dat, in navolging van het respect voor de uiterlijkheid, het evenzo goed een bewijs is van iets dat materieel niet bestaat, als het hebben van iets dat water kan bevatten als er helemaal geen water is. (Vedabase)


Tekst 22

Vanwege de hitte onder een kookpan, wordt de melk die men erin deed heet en vanwege de verhitte melk wordt de harde kern van de rijst erin gekookt. Zo ook is er voor de persoon - die zich [als een rijstkorrel] moet schikken naar [de hitte van] de materie - de [onvermijdelijke] gebondenheid aan zijn zintuigelijke ervaring van het materiële bestaan.

Vanwege de hitte onder een kookpan, wordt de melk erin gedaan heet en vanwege de verhitte melk wordt de harde kern van de rijst erin gekookt; zo ook is er van het gebonden zijn aan de zintuigen de ervaring van vermoeidheid en dergelijke door de ziel die zich moet schikken naar de materie. (Vedabase)

 

Tekst 23

De bestuurder, die als een menselijk heerser over de burgers zijn onderdanen het beste toewenst, moet een dienaar zijn en[, als het ware,] niet de bloem vermalen die reeds vermalen is [door zinloos zijn wil op te leggen aan ondergeschikten. Hij moet[, in plaats van zijn wil op te leggen en te straffen,] met het vervullen van zijn beroepsmatige plichten, de Onfeilbare aanbidden die verlost van allerlei vormen van zonde als men zich voor Hem inzet.

De bestuurder die goed is voor zijn onderdanen is, als een menselijk heerser over de burgerij, iemand die daadwerkelijk opdrachten ten uitvoer brengt; niet vermalend wat reeds vermalen is, is men in de plichtsvervulling van zijn eigen beroep van aanbidding voor de Onfeilbare, voor wie men handelend, verlost wordt van allerlei vormen van zonde. (Vedabase)

 

Tekst 24

Wees daarom, vanuit de waarachtigheid en goedheid van uw boetvaardige zelf, zo goed aan mij, deze gek geworden en trotse god van de mensen, uw grondeloze genade te tonen als een vriend van alle mensen in nood. Want zo kan ik dan bevrijd raken van de zonde van het minachten van een grote persoonlijkheid als u.

Wees derhalve vanuit uw goede zelf waarachtig in boete, jegens mij, deze gek geworden en trotse god der mensen, zo goed uw grondeloze genade te tonen als een vriend, een vriend van mensen in nood, zodat ik bevrijding kan vinden van de zonde van het in minachting verkeren met een zo grote persoonlijkheid als u. (Vedabase)

 

Tekst 25

U, als een vriend van de Vriend van Allen, raakt in uw gelijkmoedigheid als iemand die ver verwijderd is van de lichamelijke levensopvatting, in het geheel niet van uw stuk. Maar zelfs als iemand zo machtig is als Heer S'iva [S'ûlapâni] zal hij zeker spoedig ten ondergaan, net als ik met mijn praktijk van hoogmoed in relatie tot de grootste zielen.'

U, vriend van de Vriend van Allen, bent, als iemand ver van het lichamelijk begrip van het leven, niet uit evenwicht gebracht; maar zelfs als men zo machtig is als Heer S'iva [S'ûlapâni], zal een persoon als ik, met mijn praktijk van hooghartigheid in relatie tot de groten, zeker spoedig zijn vernietiging vinden.' (Vedabase)

 

 
 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

De afbeelding komt uit: "A Portrait of the Hindus: Balthazar Solvyns & the European Image of India 1760-1824".
De titel van de afbeelding is: 226. Long Palanquin (pp. 460-62). Solvyns, Les Hindoûs: III.9.4. (
bron)
© Van de collectie van prof
R.L. Hardgrave, University of Texas. Gebruikt met toestemming.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties