regelbalk


 

 

Canto 4

Dâlâlera Gîtâ

 

 

Hoofdstuk 24: Het Lied Gezongen door Heer S'iva

(1) Maitreya zei: 'De zoon van Prithu die vanwege zijn grote daden bekend raakte onder de naam Vijitâs'va [zie 4.19: 18), werd de keizer en gaf zijn jongere broers waar hij veel om gaf het bestuur over de verschillende windstreken van de wereld. (2) De meester bood Haryaksha het oostelijk deel, het zuiden gaf hij Dhûmrakes'a, het westelijk deel kende hij zijn broer genaamd Vrika toe en de noordelijke richting was voor Dravina. (3) Hij die vanwege [zijn handelingen in relatie tot] Indra [eveneens] vereerd was met de naam Antardhâna ['onzichtbaar aanwezig'], verwekte bij zijn vrouw S'ikhandinî drie kinderen die ieders goedkeuring konden wegdragen. (4) Ze werden Pâvaka, Pavamâna en S'uci genoemd. Ze waren in het verleden de goden van het vuur geweest, maar nu hadden ze vanwege een vloek van de wijze Vasishthha opnieuw hun geboorte genomen om met het vorderen in de yoga hun status te herwinnen. (5) Antardhâna die Indra niet doodde ondanks het feit dat hij wist dat hij het paard had gestolen, verwekte in een [andere] echtgenote genaamd Nabhasvatî een zoon genaamd Havirdhâna ['de gewonnen offergave']. (6) Het instellen van belastingen, straffen en boetes en dergelijke waarmee de koningen in hun levensonderhoud voorzien, hield hij steeds voor iets zeer gestrengs en daarom schafte hij ze af ten gunste van offerplechtigheden die in het verleden waren opgegeven. (7) Ondanks het feit dat hij zich gewijd had aan de taak een einde te maken aan het leed [van anderen], bereikte hij die als een zelfverwerkelijkte ziel steeds aan zijn verzonkenheid vasthield, middels de aanbidding van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid met gemak Zijn verblijfplaats, het Allerhoogste van de Ziel. (8) Havirdhânî de vrouw van Havirdhâna o Vidura, bracht zes zonen ter wereld genaamd Barhishat, Gaya, S'ukla, Krishna, Satya en Jitavrata. (9) Hij die van Havirdhâna de naam Barhishat kreeg was dermate fortuinlijk in zijn offerhandelingen en yogarealisatie dat men hem als de Prajâpati [de stamvader] beschouwde o beste der Kuru's. (10) Met deze praktijk van het voortdurend over de gehele wereld verspreid behagen van de goden met offerplechtigheden, hield hij het kus'a gras [van de zitplaatsen bij het offeren] op het oosten gericht. (11) Op het advies van de god der goden [Brahmâ] huwde hij de dochter van de oceaan genaamd S'atadruti. Tot haar jeugdige verschijning bekoorlijk in al haar leden voelde de vuurgod Agni, op het moment dat hij haar rijkelijk behangen met juwelen rond [zijn vuur] zag lopen gedurende de huwelijksplechtigheid, zich net zo sterk aangetrokken als [hij voorheen was] tot S'ukî. (12) Zij die geschoold waren, zij die van het verlangen waren, zij die de hemel bevolken, de wijzen en de volmaakten, zij die van de aarde waren en van de slangen, waren allen gefascineerd door enkel het tinkelen van de enkelbelletjes van de nieuwe bruid dat men overal kon horen. (13) Van [Prâcîna]Barhi verschenen er tien zonen in de baarmoeder van S'atadruti die allen gezworen volgelingen waren van het dharma. Samen werden ze de Pracetâ's genoemd [van prâcîna: het op het oosten gericht zijn]. (14) Door hun vader ertoe opgedragen kinderen te verwekken ontvluchtten ze ter wille van hun boetedoening voor de tijd van tienduizend jaar hun woonplaats en aanbaden gevestigd bij een groot meer in hun tapas de Meester der Boetedoening [S'rî Hari]. (15) Dat pad volgend hadden ze een ontmoeting met Heer S'iva die heel erg tevreden over de grote beheersing van hun meditatie, mantrapraktijk en aanbidding, toen tot hen sprak.'

(16) Vidura vroeg: 'O brahmaan maak ons alstublieft duidelijk wat er gebeurde toen de Pracetâ's Heer S'iva op hun pad tegenkwamen alsmede wat de Godheid die zo tevreden over hen was heeft gezegd. (17) O beste onder de geleerden, in deze wereld gevangen zijnd in een lichaam komt het maar zelden voor dat men Heer S'iva tegenkomt. Zelfs de wijzen die met hem als het voorwerp van hun verlangen volledig onthecht bezig zijn [slagen er niet in]. (18) Hoewel hij in zichzelf tevreden is, gaat de grote Heer S'iva als hij zich in deze wereld manifesteert om aan haar wensen tegemoet te komen tewerk met de verschrikking van de haar beheersende krachten [als die van Kâlî, Durgâ en Vîrabhadra, zie 4: 5].'

(19) Maitreya zei: 'De zonen van vader Prâcînabarhi die allen [in volle overgave] de woorden van hun vader gehoorzaam op hun hoofd aanvaardden waren, in hun hart ernstig besloten tot verzakingen, vertrokken in westelijke richting. (20) Ze kwamen aan bij een zeer grote watervlakte zo uitgestrekt als de nabij gelegen oceaan met water dat, helder als de geest van een grote ziel, een vreugde vormde voor haar bewoners. (21) In dat water groeide een veelvoud aan rode en blauwe, kahlâra en indîvara [overdag  en 's avonds bloeiende] lotussen, en zwanen, kraanvogels, eenden [cakravâka's] en andere vogels [zoals kârandava's] lieten er hun geluiden horen. (22) Doldwaze hommels zoemden er vreugdevol luid met hun harige kleine lichaampjes. Het was een feest van klimplanten, bomen en lotussen waarvan het stuifmeel door de wind in alle richtingen werd verspreid. (23) Al de prinsen stonden versteld over de prachtige hemelse muziek begeleid door trommels en pauken die men daar onophoudelijk kon horen.

(24-25) Op dat moment waren ze er getuige van hoe de belangrijkste van alle halfgoden [Heer S'iva] in het gezelschap van een schare grote zielen die hem verheerlijkten uit het water kwam. Met voor ogen zijn gouden glans, zijn trekken, zijn blauwe keel, drie ogen en genadige, prachtige gelaat, brachten ze allen opgewonden in verbazing hun eerbetuigingen. (26) Hij die alle gevaar verdrijft, de Grote Heer en zorgdrager der religie sprak toen tot hen, tevreden als hij was over de principes die ze erop nahielden en hun vriendelijke gedrag en goede manieren. (27) Rudra zei: 'O zonen van koning Prâcînabarhi, bekend met jullie handelingen en verlangens wens ik jullie allemaal het grootste geluk toe en als blijk van mijn genade gun ik jullie daarom mijn gezelschap. (28) Ieder levend wezen, iedere individuele ziel zogezegd, die zich rechtstreeks overgeeft aan Vâsudeva de Allerhoogste Heer, de bovenzinnelijke heerser over de drie geaardheden, is mij zeer dierbaar. (29) Als iemand voor de duur van een duizendtal levens vasthoudt aan zijn plicht, verwerft hij de positie van Brahmâ [Brahmaloka] en als hij het bovendien niet af laat weten met [het dienen van] de Allerhoogste Heer, kan hij erop rekenen daarna mij [S'ivaloka] te bereiken. Toegewijden van Heer Vishnu bereiken aan het einde der tijden een positie [Vaikunthhaloka] gelijk aan die van mij en de andere halfgoden. (30) Dat is de reden waarom jullie toegewijden mij net zo dierbaar zijn als de Allerhoogste Heer Zelf en daarom is er onder de toegewijden ook nooit iemand anders die net zo geliefd is als ik. (31) In het bijzonder moeten jullie steeds weer aandacht besteden aan en voor jezelf herhalen wat ik je nu ga vertellen, daar het zeer zuiver, goedgunstig, bovenzinnelijk en zegenend is.'

(32) Maitreya zei: 'Met een hart vol van mededogen sprak de Heer tot de prinsen die met gevouwen handen voor Heer S'iva stonden, de grootste toegewijde van Nârâyana. (33) S'rî Rudra zei [in aanbidding van Vâsudeva]: 'Alle eer aan U de beste der zelfgerealiseerden die de goedgunstigen het geluk verschaft. Moge er mijn eerbetoon zijn voor U, want U bent de geheel volmaakte en aanbiddelijke ziel van allen, de Superziel. (34) Al mijn respect voor U Vâsudeva, uit wiens navel de lotus ontsproot. U bent de oorsprong van de zinnen en de zinsobjecten en de onveranderlijke, zelfverlichte staat die van een eeuwige vrede is. (35) Ook breng ik mijn eerbetuigingen voor [U als] Sankarshana [de Heer van het ego en de integratie] die als de oorsprong van de subtiele, niet-manifeste materie de onoverkomelijke meester bent van de desintegratie [aan het einde der tijden], en voor [U als] de meester van alle ontwikkeling, de bovenzinnelijke ziel Pradyumna [de meester der intelligentie]. (36) U zij alle eer, mijn respect voor [U als] Aniruddha [de Heer van de geest, van wie de zonnegod een expansie is, zie ook 3.1: 34], de meester en bestuurder der zinnen. Ik biedt de Allerhoogste der volmaakte zuiverheid en volledigheid die buiten deze materiële schepping staat mijn eerbetuigingen*. (37) Ik biedt U als de hemelse verblijfplaats, het pad der bevrijding, de toegangspoort van het eeuwige en de zuiverste van het zuivere mijn eerbetuigingen. Al mijn respect voor U, het gouden zaad, die de continuïteit bent van de Vedische offerplechtigheden [câtur-hotra]. (38) Alle lof voor U die kracht verleent aan de voorvaderen en de halfgoden, U de meester van de drie Veda's en de offers. U bent de leidende godheid van de maan die een ieder behaagt. Al mijn respect voor U, de Superziel aanwezig in alle levende wezens. (39) De kracht en macht van al het bestaande, het lichaam en het  Bovenzinnelijke Zelf van de diversiteit van de materiële wereld [de virâth râpa] en de instandhouder van de drie werelden biedt ik mijn eerbetuigingen. (40) Alle eer aan U die als de ether alle betekenis openbaart, U het zelf vanbinnen en vanbuiten, de allerhoogste gloed. Mijn eerbetuigingen voor U transcendentaal aan de dood die de reden bent van alle deugdzame handelingen. (41) De toegenegen alsook de zich afzijdig houdende God der voorvaderen, U het uiteindelijke resultaat van alle vruchtdragend handelen en de dood zelf, U de oorzaak van alle soorten van ellende resulterend uit de goddeloosheid, biedt ik mijn respect. (42) Omdat U de allerhoogste gunstverlener bent, het meesterbrein [van alle mantra's] en het oorzakelijke zelf, biedt ik U mijn eerbetuigingen. U zij alle glorie, U de grootste van alle religiositeit, U Krishna die de volmaaktheid van de intelligentie bent, U bent het oudste van het oudste, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid en de meester van de yoga-analyse [sânkya-yoga]. (43) Het reservoir van de drie energieën [van degene die handelt, de zinsactiviteiten en de resulterende werklast, zie B.G. 18a: 18],  de reden van de materiële vereenzelviging van de ziel [het egotisme] genaamd Rudra en de belichaming van de kennis, de intentie en de stem van alle machten biedt ik mijn eerbetuigingen. (44) AlstUblieft toon ons, die verlangen naar Uw aanwezigheid, de gedaante die tot het genoegen van al de zintuigen van de toegewijden als de meest dierbare door hen wordt aanbeden. (45-46) Zo glinsterend als de regen uit het dichte wolkendek gedurende het regenseizoen, bent U het toppunt van alle schoonheid. Prachtig zijn de lichaamskenmerken van Uw vierhandige vorm, allermooist is Uw aangename gelaat, Uw ogen zijn zo fraai als de bloemblaadjes in de werveling van de lotus en hoe mooi zijn Uw wenkbrauwen, rechte neus, schitterende tanden, hoge voorhoofd en de volledige omlijsting van Uw gezicht en de even zo fraaie oren. (47-48) De pracht van Uw genadevolle glimlach en zijdelingse blikken, Uw golvende haar en de kleding in de saffraankleur van de lotus, wordt ondersteund door de glanzende oorbellen en de blinkende helm, de armbanden, het halssnoer, de enkelbellen, de gordel, de schelphoorn, werpschijf, knots en de lotusbloem, de bloemenslinger en de beste der paarlen, die U er zelfs nog mooier doen uitzien. (49) De schouders onder Uw haarlokken zijn als die van een leeuw en Uw nek, fortuinlijk van het dragen van het juweel [genaamd Kaustubha] dat schittert op Uw borst, verlenen U een nimmer aflatende schoonheid die [de schoonheid van] iedere [streep goud op een toetssteen of] norm overtreft. (50) Uw in- en uitademen brengt prachtig de plooien in Uw buik in beweging die eruitziet als het blad van een bananenboom, en het diep wervelen van Uw navel is als de spiraal van het sterrenstelsel. (51) De donkere kleur van de huid onder Uw middel is extra aantrekkelijk met zowel de pracht van Uw kleding en de symmetrische gouden gordel als met de grote schoonheid, lager, van Uw lotusvoeten, kuiten en dijen. (52) Door de zo aangename lotusvoeten die zijn als de blaadjes van een lotusbloem in de herfst, door de glans van Uw nagels, verdrijft U alle problemen die ons van streek brengen. Toon ons het pad van Uw lotusvoeten [eveneens begrepen als de eerste twee Canto's van dit Bhâgavatam] die de angst van het materiële bestaan terugdringen o leraar, o geestelijk leidsman van allen die lijden onder het duister. (53) Zij die met het doen van hun [beroepsmatige] plicht zich willen zuiveren en zonder vrees door het leven willen gaan, moeten mediteren op deze gedaante [van U] in een yogapraktijk van toewijding [bhakti-yoga]. (54) Zo toegankelijk als U bent voor toegewijden zo heel moeilijk bent U te bereiken voor alle overige belichaamde zielen, zelfs voor hen die horen bij de koning der hemel Indra of voor de zelfgerealiseerden voor wie het bereiken van eenwording met U het uiteindelijke doel vormt. (55) Wat zou men zich anders wensen dan Uw lotusvoeten, als men eenmaal door zuivere toegewijde dienst van de aanbidding is geweest die zelfs voor de meest deugdzamen moeilijk te bereiken is! (56) Voor een ziel van volkomen overgave vormt de onoverwinnelijke tijd waarmee U in Uw vermogen en majesteit met enkel het optrekken van Uw wenkbrauwen het hele universum vernietigt, geen bedreiging. (57) Het voordeel voor iemand die zelfs maar een kort moment omgang heeft met toegewijden van de Opperheer is onvergelijkelijk. Wat voor een belang zou zo iemand nu hebben bij de zegeningen van de halfgoden, het opgaan in het Allerhoogste of van een materieel geconditioneerd bestaan? (58) Laat er daarom voor ons, die om het gepieker van de zonde weg te wassen zich onderdompelen in de Ganges en er weer [gezuiverd] uitstappen, de genade en de gratie zijn van deze omgang ter verering van Uw Voeten der Overwinning op Alle Ongeluk die normale levende wezens zegent met de volste goedheid. (59) Hij wiens hart gezuiverd werd door de zegening ontleend aan die [associatie in] bhakti-yoga zal er zeer gelukkig mee zijn daarin de wijsheid van Uw weg te vinden en nimmer verbijsterd belanden in de duistere put der wereldse invloeden. (60) U bent de Absolute Geest [brahma], het bovenzinnelijk licht dat zich uitspreidt als de ether, in wie zich dit universum van de kosmische manifestatie vertoont. (61) U bent het die middels Zijn energie deze veelvormige manifestatie heeft geschapen, onderhoudt en ook weer vernietigt. Die eeuwige, onveranderlijke intelligentie van een toenemende gecompliceerdheid zo begrijp ik, zal de individuele ziel hoofdbrekens bezorgen in zijn relatie tot U als het essentiële [onafhankelijke] zelf o Allerhoogste Heer. (62) Deskundig op het gebied van de Veda's en de erbij behorende literatuur zijn die transcendentalisten die voor hun vervolmaking met geloof en overtuiging middels een scala aan uiteenlopende handelingen van het verschuldigde eerbetoon zijn voor U die men kent aan de hand van het geschapene, de zintuigen en het hart. (63) U bent de Ene Oorspronkelijke Persoon uit wiens sluimerende energie de diversiteit van het geheel van de materiële energie die wordt beheerst door [de drie geaardheden van] de hartstocht, de goedheid en de onwetendheid is voortgekomen: het ego, de ether, de lucht, vuur, water en aarde, de deugdzamen, de wijzen en al de levende wezens. (64) Dat wat U schiep vanuit Uw eigen vermogen gaat U naderhand binnen in de vorm van de vier soorten van lichamen [zoals geboren uit embryo's, eieren, zweet en zaad, zie ook 2.10: 37-40] en dan kent U vanbinnen bestaand, aan de hand van Uw eigen delen en gehelen, de persoon als een genieter van zijn zinnen, als iemand die zich laaft aan de zoete honing. (65) Men mag raden naar [het gezag en de orde van] Uw werkelijkheid [van de Tijd]. Wat we [slechts] zien is hoe U, net als de wind die de wolken uiteendrijft, met Uw zo heel grote kracht [van de Tijd] op den duur al de planetenstelsels vernietigt en hoe alle levende wezens hun einde ermee vinden door toedoen van anderen. (66) De gekken [van deze wereld] schreeuwen luid wat er allemaal zou moeten worden gedaan en door dat verlangen is hun begeerte naar zinnelijke zaken onstuitbaar. Maar in een oogwenk worden ze door U die waakt als de Vernietiger verzwolgen, zoals een muis gegrepen wordt door de begeertige tong van een hongerige slang. (67) Welke man van studie zou nu, wetende dat men zonder U te aanbidden zijn lichaam [enkel maar nutteloos] teloor ziet gaan, nu Uw lotusvoeten minachten, de voeten die door onze geestelijk leraar [Brahmâ] en door de veertien Manu's [na hem, zie Canto 2: 3: 9, 6: 30, 10: 4] zonder te twijfelen of verder argumenteren werden aanbeden? (68) Daarom bent U voor ons, wij die geleerd hebben, het Allerhoogste Brahman, de Ziel van de ziel, de Superziel, de bestemming alwaar men in het geheel niet bang is voor de Vernietiger Rudra die wordt gevreesd door het ganse universum.'

(69) 'Als u zo bidt en u zich [gewetensvol] van uw taken kwijt, zal er voor u allen het geluk zijn o gezuiverde zonen van de koning die uw geesten hebt gericht op de Allerhoogste Heer. (70) Wees van aanbidding en zing altijd voor en mediteer steeds vol van lof op de Heer die zich als de Allerhoogste Ziel ophoudt in uw harten alsook in de harten van alle andere levende wezens. (71) Leest u allen telkens weer deze [Yogâdes'a] instructie in de yoga en sluit hem in uw hart. Houdt u aan de gelofte der wijzen van het altijd met intelligentie [in stilte] innerlijk verzonken zijn en ga hierin met het grootste respect tewerk. (72) Dit werd voor het eerst uitgesproken door de grote Heer [Brahmâ], de meester van de scheppers van het universum, van de grote wijzen aangevoerd door Bhrigu die, als zijn zonen belast met de verantwoordelijkheid voor de wereld, graag creatief wilden zijn [vergelijk 4.1: 12-15]. (73) Wij die als de heersers over de mens van hem de opdracht kregen ons voort te planten raakten door deze [instructie] bevrijd van alle onwetendheid en slaagden er aldus in de verschillende soorten van mensen in het leven te roepen. (74) De persoon die dit aldus regelmatig met grote aandacht voor zichzelf herhaalt, bereikt hierin verzonken onverwijld het betere leven van toewijding hebben voor Vâsudeva [Krishna als de Heer van het bewustzijn]. (75) Van alle zegeningen in deze wereld vormt spirituele kennis het allerhoogste, bovenzinnelijke voordeel van geluk voor iedere persoon, want met de boot der hogere kennis steekt men de onoverkomelijke oceaan van gevaar over. (76) Een ieder die devoot gehecht en met geloof regelmatig dit lied van mij bestudeert, dit gebed gericht op de Allerhoogste Heer, de Hoogste Persoonlijkheid die zo moeilijk te respecteren is, is iemand die Hem zal kunnen aanbidden. (77) De persoon die gefixeerd is op het lied zoals dat door mij wordt gezongen kan door de Heer van Gene Zijde alles bereiken wat hij maar wil. De Heer die erdoor wordt behaagd vormt de dierbaarste van alle zegeningen. (78) De sterveling die vroeg in de ochtend met zijn handen gevouwen in geloof en toewijding verzonken is in dit gebed en aldus zelf ernaar luistert en anderen doet luisteren, zal bevrijd raken van alle soorten van karmische gebondenheid. (79) O zoons van de koning ['de god der mensen'], met de intelligentie van het volmaakt aandachtig bidden en zingen van dit door mij gezongen lied van de Allerhoogste Persoon die de Superziel van een ieder is, zullen jullie uiteindelijk de resultaten behalen die jullie verlangden, daar die praktijk gelijk staat aan de grootste verzakingen.'

 

next                   

 
Derde herziene editie, geladen 2 april 2011.
 

 

 

Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

Maitreya zei: 'De zoon van Prithu die vanwege zijn grote daden bekend raakte onder de naam Vijitâs'va [zie 4.19: 18], werd de keizer en gaf zijn jongere broers waar hij veel om gaf het bestuur over de verschillende windstreken van de wereld.
Maitreya zei: 'De zoon van Prithu die onder de naam Vijitâs'va bekend raakte vanwege zijn grote daden, bood, omdat hij veel gaf om zijn jongere broers, hen de verschillende richtingen van de wereld. (Vedabase)

 

Tekst 2

De meester bood Haryaksha het oostelijk deel, het zuiden gaf hij Dhûmrakes'a, het westelijk deel kende hij zijn broer genaamd Vrika toe en de noordelijke richting was voor Dravina.

Hij, de meester, bood Haryaksha het oostelijk deel, het zuiden gaf hij Dhûmrakes'a, het westelijk deel kende hij zijn broer genaamd Vrika toe en het noordelijk gedeelte gaf hij aan Dravina. (Vedabase)

 

Tekst 3

Hij die vanwege [zijn handelingen in relatie tot] Indra [eveneens] vereerd was met de naam Antardhâna ['onzichtbaar aanwezig'], verwekte bij zijn vrouw S'ikhandinî drie kinderen die ieders goedkeuring konden wegdragen.

Vanwege zijn prestatie wat betreft het verdwijnen als gevolg van wat Indra deed, had hij zijn naam [zie 4.19:18] en was hij vereerd met de titel Antardhâna [wat verdwijning betekent]. In S'ikhandinî, zijn vrouw verwekte hij drie kinderen die de goedkeuring van een ieder wegdroegen. (Vedabase)

 

Tekst 4

Ze werden Pâvaka, Pavamâna en S'uci genoemd. Ze waren in het verleden de goden van het vuur geweest, maar nu hadden ze vanwege een vloek van de wijze Vasishthha opnieuw hun geboorte genomen om met het vorderen in de yoga hun status te herwinnen.

Ze werden Pâvaka, Pavamâna en S'uci genoemd en waren, terwijl ze de goden van het vuur waren, zo geworden omdat ze in het verleden vervloekt waren door de wijze Vasishthha; nu als zodanig herboren bereikten ze opnieuw het doel van de yoga. (Vedabase)


Tekst 5

Antardhâna die Indra niet doodde ondanks het feit dat hij wist dat hij het paard had gestolen, verwekte in een [andere] echtgenote genaamd Nabhasvatî een zoon genaamd Havirdhâna ['de gewonnen offergave'].

Hij die Antardhâna werd genoemd verwekte in zijn vrouw genaamd Nabhasvatî een zoon met de naam Havirdhâna ['de gewonnen offerande'] daar de vader Indra niet gedood had hoewel hij wist dat hij het paard gestolen had. (Vedabase)

 

Tekst 6

Het instellen van belastingen, straffen en boetes en dergelijke waarmee de koningen in hun levensonderhoud voorzien, hield hij steeds voor iets zeer gestrengs en daarom schafte hij ze af ten gunste van offerplechtigheden die in het verleden waren opgegeven.

Van het instellen van belastingen, straffen en boetes en dergelijke, waarmee de koningen in hun levensonderhoud voorzien, dacht hij steeds dat het erg gestreng was en hij schafte ze af ten gunste van offerplechtigheden die in het verleden waren opgegeven. (Vedabase)

 

Tekst 7

Ondanks het feit dat hij zich gewijd had aan de taak een einde te maken aan het leed [van anderen], bereikte hij die als een zelfverwerkelijkte ziel steeds aan zijn verzonkenheid vasthield, middels de aanbidding van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid met gemak Zijn verblijfplaats, het Allerhoogste van de Ziel.

Ondanks zijn bezig zijn als iemand die aan het leed van de zijnen een einde had gemaakt, bereikte hij als een verwerkelijkte ziel middels de aanbidding van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, de zo geliefde Superziel, de werkelijkheid van Zijn verblijfplaats met gemak door altijd aan zijn vervoering vast te houden. (Vedabase)

 

Tekst 8

Havirdhânî de vrouw van Havirdhâna o Vidura, bracht zes zonen ter wereld genaamd Barhishat, Gaya, S'ukla, Krishna, Satya en Jitavrata.

Havirdhânî, de naam van de vrouw van Havirdhâna, o Vidura, bracht zes zonen ter wereld genaamd Barhishat, Gaya, S'ukla, Krishna, Satya en Jitavrata. (Vedabase)

 

Tekst 9

Hij die van Havirdhâna de naam Barhishat kreeg was dermate fortuinlijk in zijn offerhandelingen en yogarealisatie dat men hem als de Prajâpati [de stamvader] beschouwde o beste der Kuru's.

Hij die van Havirdhâna de naam Barhishat kreeg was dermate fortuinlijk in zijn vruchtdragend handelen en verzaking in de yoga dat men hem als de Prajâpati [de stamvader] beschouwde, o beste der Kuru's. (Vedabase)

 

Tekst 10

Met deze praktijk van het voortdurend over de gehele wereld verspreid behagen van de goden met offerplechtigheden, hield hij het kus'a gras [van de zitplaatsen bij het offeren] op het oosten gericht.

Met deze praktijk van het voortdurend behagen van de goden van het offer hield hij, verspreid over de gehele wereld, het Kusagras [van de zitplaatsen bij het offeren] op het oosten gericht. (Vedabase)

 

Tekst 11

Op het advies van de god der goden [Brahmâ] huwde hij de dochter van de oceaan genaamd S'atadruti. Tot haar jeugdige verschijning bekoorlijk in al haar leden voelde de vuurgod Agni, op het moment dat hij haar rijkelijk behangen met juwelen rond [zijn vuur] zag lopen gedurende de huwelijksplechtigheid, zich net zo sterk aangetrokken als [hij voorheen was] tot S'ukî.

Op het advies van de God der Goden [Brahmâ] huwde hij de dochter van de oceaan genaamd S'atadruti tot wie hij [de vuur-god...], toen hij haar zag omlopen gedurende de huwelijksceremonie, bekoorlijk in al haar leden, jeugdig en rijkelijk opgesmukt, zo sterk was aangetrokken als Agni was tot S'ukî. (Vedabase)

 

Tekst 12

Zij die geschoold waren, zij die van het verlangen waren, zij die de hemel bevolken, de wijzen en de volmaakten, zij die van de aarde waren en van de slangen, waren allen gefascineerd door enkel het tinkelen van de enkelbelletjes van de nieuwe bruid dat men overal kon horen.

De geleerden, zij die van verlangen waren, zij die de hemel bevolken, de wijzen en de volmaakten, die van de aarde en van de slangen, waren allen gefascineerd door enkel het rinkelen van de enkelbelletjes van de nieuwe bruid wat men overal kon horen. (Vedabase)

 

Tekst 13

Van [Prâcîna]Barhi verschenen er tien zonen in de baarmoeder van S'atadruti die allen gezworen volgelingen waren van het dharma. Samen werden ze de Pracetâ's genoemd [van prâcîna: het op het oosten gericht zijn].

Van [Prâcîna]Barhi verschenen tien zonen in de baarmoeder van S'atadruti, die, allen gezworen aan de religie, tezamen de Pracetâ's werden genoemd [prâcîna: het op het oosten gericht zijn]. (Vedabase)

 

Tekst 14

Door hun vader ertoe opgedragen kinderen te verwekken ontvluchtten ze ter wille van hun boetedoening voor de tijd van tienduizend jaar hun woonplaats en aanbaden gevestigd bij een groot meer in hun tapas de Meester der Boetedoening [S'rî Hari].

Opgedragen door hun vader kinderen te verwekken ontvluchtten ze ter wille van hun boetedoening voor de tijd van tienduizend jaar hun thuis en aanbaden ze met hun tapas de Meester der Boetedoening. (Vedabase)

 

Tekst 15

Dat pad volgend hadden ze een ontmoeting met Heer S'iva die heel erg tevreden over de grote beheersing van hun meditatie, mantrapraktijk en aanbidding, toen tot hen sprak.'

Op die weg kwamen ze Heer S'iva tegen, die heel erg tevreden over hun grote beheersing van de meditatie, de mantrapraktijk en de aanbidding, tot hen sprak.' (Vedabase)

  

Tekst 16

Vidura vroeg: 'O brahmaan maak ons alstublieft duidelijk wat er gebeurde toen de Pracetâ's Heer S'iva op hun pad tegenkwamen alsmede wat de Godheid die zo tevreden over hen was heeft gezegd.

Vidura vroeg: 'O brahmaan, zoals dat zich afspeelde met de Pracetâ's die Heer S'iva ontmoetten op hun weg, vertel ons alstublieft alles over wat de tevreden Godheid hen zei. (Vedabase)

 

Tekst 17

O beste onder de geleerden, in deze wereld gevangen zijnd in een lichaam komt het maar zelden voor dat men Heer S'iva tegenkomt. Zelfs de wijzen die met hem als het voorwerp van hun verlangen volledig onthecht bezig zijn [slagen er niet in].  

O beste onder de geleerden, het doet zich zeker zelden voor dat ten opzichte van Heer S'iva wijzen, gevangen in hun lichamen, die zich bezig houden met onthechting in het verlangen naar Hem, omgang met hem bereiken. (Vedabase)

 

Tekst 18

Hoewel hij in zichzelf tevreden is, gaat de grote Heer S'iva als hij zich in deze wereld manifesteert om aan haar wensen tegemoet te komen tewerk met de verschrikking van de haar beheersende krachten [als die van Kâlî, Durgâ en Vîrabhadra, zie 4: 5].'

Hoewel hij in zich zelf tevreden is is hij, de grote Heer S'iva, als hij zich in deze wereld heeft gemanifesteerd en ter wille van haar bestaan bezig is met de haar beheersende krachten, verschrikkelijk om te ervaren in zijn handelen [middels Kâlî of Durgâ of Virabâdhra, zie 4:5].' (Vedabase) 
 
Tekst 19

Maitreya zei: 'De zonen van vader Prâcînabarhi die allen [in volle overgave] de woorden van hun vader gehoorzaam op hun hoofd aanvaardden waren, in hun hart ernstig besloten tot verzakingen, vertrokken in westelijke richting.

Maitreya zei: 'De zonen van vader Prâcînabarhi hadden de woorden van hun vader allen zedig op hun hoofd aanvaard [d.w.z. in volle overgave], vertrekkend in westelijke richting in hun hart het ernstig menend met de verzakingen. (Vedabase)

 

Tekst 20

Ze kwamen aan bij een zeer grote watervlakte zo uitgestrekt als de nabij gelegen oceaan met water dat, helder als de geest van een grote ziel, een vreugde vormde voor haar bewoners.

Ze kwamen een zeer grote watervlakte tegen zo uitgestrekt als de nabij gelegen oceaan, die een grote ziel en geest herbergde zo helder en vreugdevol als het water ervan. (Vedabase)

 

Tekst 21

In dat water groeide een veelvoud aan rode en blauwe, kahlâra en indîvara [overdag  en 's avonds bloeiende] lotussen, en zwanen, kraanvogels, eenden [cakravâka's] en andere vogels [zoals kârandava's] lieten er hun geluiden horen.

Op dat water aldaar leefde er een ware vindplaats van rode en blauwe lotussen, Kahlâra's en Indîvara's, en lieten zwanen, kraanvogels, eenden [cakrâhva's] en andere vogels [kârandava] hun geluiden weerklinken. (Vedabase)

 

Tekst 22

Doldwaze hommels zoemden er vreugdevol luid met hun harige kleine lichaampjes. Het was een feest van klimplanten, bomen en lotussen waarvan het stuifmeel door de wind in alle richtingen werd verspreid.

Doldwaze hommels zoemden vreugdevol luid met hun harige kleine lichaampjes; het was een feest van klimplanten, bomen en lotussen die hun saffraan in alle windrichtingen in de lucht verspreidden. (Vedabase)

  

Tekst 23

Al de prinsen stonden versteld over de prachtige hemelse muziek begeleid door trommels en pauken die men daar onophoudelijk kon horen.

Al de zonen van de koning stonden versteld over de harmonieuze geluiden van de muziek van al de hemelse trommels en pauken tezamen die men daar onophoudelijk kon horen. (Vedabase)

 

Tekst 24-25

Op dat moment waren ze er getuige van hoe de belangrijkste van alle halfgoden [Heer S'iva] in het gezelschap van een schare grote zielen die hem verheerlijkten uit het water kwam. Met voor ogen zijn gouden glans, zijn trekken, zijn blauwe keel, drie ogen en genadige, prachtige gelaat, brachten ze allen opgewonden in verbazing hun eerbetuigingen.

Te dien tijde waren ze er zeker van dat ze de aanvoerder van alle halfgoden [S'iva], gevolgd door het gezelschap van een verzameling van grote zielen die zijn lof prezen, uit het water zagen komen. Met het zien van de gouden glans, zijn trekken, zijn blauwe keel, drie ogen en genadige, prachtige gelaat boden ze, opgewonden in hun verbazing, hun eerbetuigingen. (Vedabase)

 

Tekst 26

Hij die alle gevaar verdrijft, de Grote Heer en zorgdrager der religie sprak toen tot hen, tevreden als hij was over de principes die ze erop nahielden en hun vriendelijke gedrag en goede manieren.

Hij die alle gevaar verdrijft, de Grote Heer en zorgdrager der religie, tevreden over hun in acht nemen van de principes en hun goede en zachtgeaarde manieren, sprak toen tot hen. (Vedabase)

 

Tekst 27

Rudra zei: 'O zonen van koning Prâcînabarhi, bekend met jullie handelingen en verlangens wens ik jullie allemaal het grootste geluk toe en als blijk van mijn genade gun ik jullie daarom mijn gezelschap.

Rudra zei: 'Al jullie zonen van Barhi, ik wens jullie allen het grootste geluk toe! Zodat ik van genade kan zijn voor jullie, wetende wat het is waar jullie naar uitzien om te doen, hebben jullie aldus mijn opwachting gerealiseerd. (Vedabase)

 

Tekst 28

Ieder levend wezen, iedere individuele ziel zogezegd, die zich rechtstreeks overgeeft aan Vâsudeva de Allerhoogste Heer, de bovenzinnelijke heerser over de drie geaardheden, is mij zeer dierbaar.

Welke levende wezens ook, die men kent als individuele zielen en die zich overgeven aan Vâsudeva de Allerhoogste Heer, rechtstreeks aan het bovenzinnelijke van Zijn controle over de drie geaardheden, zijn mij ongetwijfeld zeer dierbaar. (Vedabase)

 

Tekst 29

Als iemand voor de duur van een duizendtal levens vasthoudt aan zijn plicht, verwerft hij de positie van Brahmâ [Brahmaloka] en als hij het bovendien niet af laat weten met [het dienen van] de Allerhoogste Heer, kan hij erop rekenen daarna mij [S'ivaloka] te bereiken. Toegewijden van Heer Vishnu bereiken aan het einde der tijden een positie [Vaikunthha loka] gelijk aan die van mij en de andere halfgoden.

Een persoon die voor de duur van een duizendtal levens zich vastlegt op zijn plicht, verkrijgt de positie van Brahmâ [brahmâloka] en daar boven zonder falen jegens de Allerhoogste Heer is men er daarom zeker van daaropvolgend mij [S'ivaloka] te bereiken. Toegewijden van Heer Vishnu bereiken een post gelijk die van mij en de andere halfgoden [Vaikunthaloka], als de tijd van de wereld ten einde loopt. (Vedabase)

  

Tekst 30

Dat is de reden waarom jullie toegewijden mij net zo dierbaar zijn als de Allerhoogste Heer Zelf en daarom is er onder de toegewijden ook nooit iemand anders die net zo geliefd is als ik.

Dat is de reden waarom jullie toegewijden mij zo dierbaar zijn als de Allerhoogste Heer Zelve; derhalve is te allen tijde daarom niemand anders van de toegewijden aldus ook zo zeer geliefd als ik ben. (Vedabase)

  

Tekst 31

In het bijzonder moeten jullie steeds weer aandacht besteden aan en voor jezelf herhalen wat ik je nu ga vertellen, daar het zeer zuiver, goedgunstig, bovenzinnelijk en zegenend is.'

In het bijzonder is wat ik nu ga vertellen, daar het zeer zuiver is, goedgunstig, bovenzinnelijk en zegenend, dat waar jullie goed naar moeten luisteren en wat jullie altijd moeten bidden.' (Vedabase)

  

Tekst 32

Maitreya zei: 'Met een hart vol van mededogen sprak de Heer tot de prinsen die met gevouwen handen voor Heer S'iva stonden, de grootste toegewijde van Nârâyana. 

Maitreya zei: 'Aldus luidden de woorden die de vriendelijk gezinde Heer tot hen sprak, de zonen van de koning, die met gevouwen handen voor Heer S'iva stonden, de grootste toegewijde van Nârâyana. (Vedabase)

  

Tekst 33

S'rî Rudra zei [in aanbidding van Vâsudeva]: 'Alle eer aan U de beste der zelfgerealiseerden die de goedgunstigen het geluk verschaft. Moge er mijn eerbetoon zijn voor U, want U bent de geheel volmaakte en aanbiddelijke ziel van allen, de Superziel. 

Rudra zei: 'Alle eer aan U die van de Zelfrealisatie is, de beste, de gunstigste der gunstigen. Moge er met U, de geheel volmaakte en aanbiddelijke ziel van allen, de Superziel, van mij, er mijn eerbetuigingen zijn. (Vedabase)

  

Tekst 34

Al mijn respect voor U Vâsudeva, uit wiens navel de lotus ontsproot. U bent de oorsprong van de zinnen en de zinsobjecten en de onveranderlijke, zelfverlichte staat die van een eeuwige vrede is.
Al mijn respect voor U Vâsudeva, uit wiens navel de lotus ontsproot, die de oorsprong van de zinnen en de zinsobjecten bent en de allerhoogste en constante verlichting van de eeuwige vrede. (Vedabase)

 

Tekst 35

Ook breng ik mijn eerbetuigingen voor [U als] Sankarshana [de Heer van het ego en de integratie] die als de oorsprong van de subtiele, niet-manifeste materie de onoverkomelijke meester bent van de desintegratie [aan het einde der tijden], en voor [U als] de meester van alle ontwikkeling, de bovenzinnelijke ziel Pradyumna [de meester der intelligentie].

Mijn eerbetuigingen aan Sankarsan [de meester van het ego en de integratie], de oorsprong van het subtiele ongemanifesteerde en de onoverkomelijke meester der desintegratie; aan de meester der evolutie, aan Pradyumna [de meester der intelligentie] en de ziel in het voorbije. (Vedabase)

 

Tekst 36

U zij alle eer, mijn respect voor [U als] Aniruddha [de Heer van de geest, van wie de zonnegod een expansie is, zie ook 3.1: 34], de meester en bestuurder der zinnen. Ik biedt de Allerhoogste der volmaakte zuiverheid en volledigheid die buiten deze materiële schepping staat mijn eerbetuigingen*.

Alle eer aan u, wederom mijn respect voor U als Aniruddha [Heer van het denken, van wie de zonnegod een expansie is, zie ook 3-1-34], de meester en bestuurder der zinnen; mijn eerbetuigingen aan de Allerhoogste der volmaaktheid en het volledige, die buiten deze materiële schepping staat *, (Vedabase)

 

Tekst 37

Ik biedt U als de hemelse verblijfplaats, het pad der bevrijding, de toegangspoort van het eeuwige en de zuiverste van het zuivere mijn eerbetuigingen. Al mijn respect voor U, het gouden zaad, die de continuïteit bent van de Vedische offerplechtigheden [câtur-hotra].

aan de hemelse verblijfplaats, het pad der bevrijding, de toegangspoort van het eeuwige, de zuiverste van het zuivere - mijn eerbetuigingen aan U. Alle eer aan het goud van het zaad, de vedische offerplechtigheden [câtur-hotra] en Hij die van de expansie is. (Vedabase)

 

Tekst 38

Alle lof voor U die kracht verleent aan de voorvaderen en de halfgoden, U de meester van de drie Veda's en de offers. U bent de leidende godheid van de maan die een ieder behaagt. Al mijn respect voor U, de Superziel aanwezig in alle levende wezens.

Alle lof voor Hem die de voorouderen en de halfgoden onderhoudt, de meester van de drie Veda's en de offers is, de leidende godheid van de maan die een ieder behaagt; al mijn respect voor de Superziel die alle levende wezens doorvaart. (Vedabase)

 

Tekst 39

De kracht en macht van al het bestaande, het lichaam en het Bovenzinnelijke Zelf van de diversiteit van de materiële wereld [de virâth rûpa] en de instandhouder van de drie werelden biedt ik mijn eerbetuigingen.

Aan de kracht en macht van al het bestaande, het lichaam en het zelf van de diversiteit van de materiële wereld [de virât rupa] en de instandhouder van de drie werelden, mijn eerbetuigingen. (Vedabase)

 

Tekst 40

Alle eer aan U die als de ether alle betekenis openbaart, U het zelf vanbinnen en vanbuiten, de allerhoogste gloed. Mijn eerbetuigingen voor U transcendentaal aan de dood die de reden bent van alle deugdzame handelingen.

Alle eer aan de hemel die de betekenis onthult, het binnen en buiten van de ziel, de allerhoogste gloed; mijn eerbetuigingen aan het voorbije van de dood en het doel van alle zedig handelen. (Vedabase)

 

Tekst 41

De toegenegen alsook de zich afzijdig houdende God der voorvaderen, U het uiteindelijke resultaat van alle vruchtdragend handelen en  de dood zelf, U de oorzaak van alle soorten van ellende resulterend uit de goddeloosheid, biedt ik mijn respect.

De toegenegen als ook zich afzijdig houdende God der voorvaderen, de uiteindelijke uitkomst van alle vruchtdragend handelen en U als de dood zelf, de oorzaak van alle soorten van ellende resulterend uit de goddeloosheid, biedt ik mijn respekt. (Vedabase)

 

Tekst 42

Omdat U de allerhoogste gunstverlener bent, het meesterbrein [van alle mantra's] en het oorzakelijke zelf, biedt ik U mijn eerbetuigingen. U zij alle glorie, U de grootste van alle religiositeit, U Krishna die de volmaaktheid van de intelligentie bent, U bent het oudste van het oudste, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid en de meester van de yoga-analyse [sânkya-yoga].

Omdat U de allerhoogste begunstiger der zegening bent, het meesterbrein [van alle mantra's], het oorzakelijke zelf, biedt ik U mijn eerbetoon; alle glorie aan U als de grootste van alle religieuze beginselen, aan U Krishna, wiens oordeel volledig onafhankelijk is, U bent de oudste der ouden, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid en de meester van de yoga-analyse [sânkya-yoga]. (Vedabase)

 

Tekst 43

Het reservoir van de drie energieën [van degene die handelt, de zinsactiviteiten en de resulterende werklast, zie B.G. 18a: 18], de reden van de materiële vereenzelviging van de ziel [het egotisme] genaamd Rudra en de belichaming van de kennis, de intentie en de stem van alle machten biedt ik mijn eerbetuigingen.

Het reservoir van de drie energieën [van degene die handelt, de zinsactiviteiten en de resulterende werklast, zie B.G. 18a-18], aan de reden van de materiële vereenzelviging van de ziel [egotisme] genaamd Rudra en aan de belichaming van de kennis en de volijver en de stem van alle machten, mijn eerbetuigingen. (Vedabase)

 

Tekst 44

AlstUblieft toon ons, die verlangen naar Uw aanwezigheid, de gedaante die tot het genoegen van al de zintuigen van de toegewijden als de meest dierbare door hen wordt aanbeden.

Alstublieft toon ons, die verlangen naar Uw aanwezigheid, de vorm die als de meest dierbare wordt aanbeden door de toegewijden, welke de gedaante is die hen in alle opzichten behaagt in ieder respect van hun zintuigen. (Vedabase)


Tekst 45-46

Zo glinsterend als de regen uit het dichte wolkendek gedurende het regenseizoen, bent U het toppunt van alle schoonheid. Prachtig zijn de lichaamskenmerken van Uw vierhandige vorm, allermooist is Uw aangename gelaat, Uw ogen zijn zo fraai als de bloemblaadjes in de werveling van de lotus en hoe mooi zijn Uw wenkbrauwen, rechte neus, schitterende tanden, hoge voorhoofd en de volledige omlijsting van Uw gezicht en de even zo fraaie oren.

Zo glinsterend als de regen uit het dichte wolkendek gedurende het regenseizoen bent U het toppunt van alle schoonheid: prachtig zijn de lichaamskenmerken van Uw vierhandige vorm, allermooist is Uw aangename gezicht, Uw ogen zijn zo schoon als de bloemblaadjes in de werveling van de lotus en hoe mooi zijn Uw wenkbrauwen, rechte neus, schitterende tanden, hoge voorhoofd en de volledige omlijsting van Uw gezicht en volmaakte oren. (Vedabase)

 

Tekst 47-48

De pracht van Uw genadevolle glimlach en zijdelingse blikken, Uw golvende haar en de kleding in de saffraankleur van de lotus, wordt ondersteund door de glanzende oorbellen en de blinkende helm, de armbanden, het halssnoer, de enkelbellen, de gordel, de schelphoorn, werpschijf, knots en de lotusbloem, de bloemenslinger en de beste der paarlen, die U er zelfs nog mooier doen uitzien.

De pracht van Uw genadevolle glimlach en zijdelingse blikken, Uw krullend haar en de kleding met de saffraankleur van de lotus, wordt ondersteund door de glanzende oorbellen en de blinkende helm, de armbanden, het halssnoer, de enkelbellen, de band, de schelphoorn, werpschijf, knots en de lotusbloem, de bloemenslinger en de beste der paarlen, die U er zelfs nog mooier doen uitzien. (Vedabase)

 

Tekst 49

De schouders onder Uw haarlokken zijn als die van een leeuw en Uw nek, fortuinlijk van het dragen van het juweel [genaamd Kaustubha] dat schittert op Uw borst, verlenen U een nimmer aflatende schoonheid die [de schoonheid van] iedere [streep goud op een toetssteen of] norm overtreft.

De schouders onder Uw haarlokken zijn als die van een leeuw en Uw nek, fortuinlijk van het dragen van het juweel genaamd Kaustubha dat schittert op Uw borst, geeft een nimmer afnemende schoonheid die iedere vergelijking met goud doorstaat. (Vedabase)

 

Tekst 50

Uw in- en uitademen brengt prachtig de plooien in Uw buik in beweging die eruitziet als het blad van een bananenboom, en het diep wervelen van Uw navel is als de spiraal van het sterrenstelsel.

Uw in- en uitademen brengt de plooien in uw buik in beweging die eruitziet als het blad van een bananenboom, prachtig en het diep wervelen van uw navel is als de spiraalwerveling van het sterrenstelsel. (Vedabase)

 

Tekst 51

De donkere kleur van de huid onder Uw middel is extra aantrekkelijk met zowel de pracht van Uw kleding en de symmetrische gouden gordel als met de grote schoonheid, lager, van Uw lotusvoeten, kuiten en dijen.

Het donkere van Uw huid onder Uw middel is extra aantrekkelijk met de pracht van Uw kleding, een symmetrische gouden gordel en lager, met Uw lotusvoeten, kuiten en dijen die van een grote schoonheid zijn. (Vedabase)

 

Tekst 52

Door de zo aangename lotusvoeten die zijn als de blaadjes van een lotusbloem in de herfst, door de glans van Uw nagels, verdrijft U alle problemen die ons van streek brengen. Toon ons het pad van Uw lotusvoeten [eveneens begrepen als de eerste twee Canto's van dit Bhâgavatam] die de angst van het materiële bestaan terugdringen o leraar, o geestelijk leidsman van allen die lijden onder het duister.

Door de zo aangename lotusvoeten die zijn als de blaadjes van een lotusbloem in de herfst, door de glans van Uw nagels, verdrijft U alles wat tijdelijk is; toon ons enkel het pad van die twee lotusvoeten [eveneens een benaming voor de eerste twee Canto's van dit Bhâgavatam] die de moeilijkheden van de materiële wereld reduceren, o leraar, o geestelijk leidsman van allen die lijden onder het duister. (Vedabase)

 

Tekst 53

Zij die met het doen van hun [beroepsmatige] plicht zich willen zuiveren en zonder vrees door het leven willen gaan, moeten mediteren op deze gedaante [van U] in een yogapraktijk van toewijding [bhakti-yoga].

De Uwe is de gedaante waar men op moet mediteren; het zuivert het zelf van allen die dat verlangen wat van de toegewijde dienst de feitelijke onbevreesdheid is in het naleven van de eigen plichten. (Vedabase)


Tekst 54

Zo toegankelijk als U bent voor toegewijden zo heel moeilijk bent U te bereiken voor alle overige belichaamde zielen, zelfs voor hen die horen bij de koning der hemel Indra of voor de zelfgerealiseerden voor wie het bereiken van eenwording met U het uiteindelijke doel vormt.

Uw Genade onder handbereik van de toegewijden is zeer moeilijk te verkrijgen voor alle overige belichaamden, zelfs voor hen die horen bij de Koning der Hemel Indra of voor de zelfgerealiseerden voor wie het doel der eenheid het uiteindelijke is wat moet worden bereikt. (Vedabase)

 

Tekst 55

Wat zou men zich anders wensen dan Uw lotusvoeten, als men eenmaal door zuivere toegewijde dienst van de aanbidding is geweest die zelfs voor de meest deugdzamen moeilijk te bereiken is!

Om van aanbidding voor U te zijn is zeer moeilijk, zelfs voor de meeste verhevene [de jñânî, de yogî en de bhakta] is het moeilijk dat te winnen; welke buitenstaander zou dat verlangen wat door enkele toewijding zo moeilijk te verkrijgen is zonder Uw lotusvoeten? (Vedabase)

 

Tekst 56

Voor een ziel van volkomen overgave vormt de onoverwinnelijke tijd waarmee U in Uw vermogen en majesteit met enkel het optrekken van Uw wenkbrauwen het hele universum vernietigt, geen bedreiging.

Het einde van alle handelen vanwaar een volledig overgegeven ziel er niet nogmaals aan begint, is zo eenvoudig met het vermogen en de invloed van het heffen van Uw wenkbrauwen die ogenblikkelijk het ganse universum kunnen overwinnen. (Vedabase)

 

Tekst 57

Het voordeel voor iemand die zelfs maar een kort moment omgang heeft met toegewijden van de Opperheer is onvergelijkelijk. Wat voor een belang zou zo iemand nu hebben bij de zegeningen van de halfgoden, het opgaan in het Allerhoogste of van een materieel geconditioneerd bestaan?

Hij, die in het gezelschap van de Allerhoogste Heer, slechts maar voor de kortste tijd omgang heeft, geniet het voordeel dat niet te vergelijken is met de leidraad van het licht of met dat wat zonder onderscheid in de liefde is; wat zou de zegening van de materieel geconditioneerden zijn? (Vedabase)

Tekst 58

Laat er daarom voor ons, die om het gepieker van de zonde weg te wassen zich onderdompelen in de Ganges en er weer [gezuiverd] uitstappen, de genade en de gratie zijn van deze omgang ter verering van Uw Voeten der Overwinning op Alle Ongeluk die normale levende wezens zegent met de volste goedheid.

Laat er derhalve voor ons, die zich onderdompelen in de Ganges en er weer uitstappen om het gepieker van de zonde weg te wassen, de genade en de gratie zijn van deze omgang die Uw Voeten der Overwinning verheerlijkt die voor de normale levende wezens de zegening betekenen met de volste goedheid. (Vedabase)

 

Tekst 59

Hij wiens hart gezuiverd werd door de zegening ontleend aan die [associatie in] bhakti-yoga zal er zeer gelukkig mee zijn daarin de wijsheid van Uw weg te vinden en nimmer verbijsterd belanden in de duistere put der wereldse invloeden. 

Van hem wiens hart, verbijsterd in de put der duisternis door de invloed van buiten, werd gezuiverd door die gunst van de bhakti-yoga binnen te gaan, durf ik te beweren dat hij zeer gelukkig zal zijn om daarin de bedachtzaamheid van Uw weg aan te treffen. (Vedabase)

 

Tekst 60

U bent de Absolute Geest [brahma], het bovenzinnelijk licht dat zich uitspreidt als de ether, in wie zich dit universum van de kosmische manifestatie vertoont.

Dat onpersoonlijke van de Transcendentie van binnen en van buiten, dat gelijk het licht in de hemel, zich overal uitspreid, manifesteerde zich als het zichtbare van het universum van Uw kosmische schepping - dàt is de manifestatie van U Zelve. (Vedabase)


Tekst 61

U bent het die middels Zijn energie deze veelvormige manifestatie heeft geschapen, onderhoudt en ook weer vernietigt. Die eeuwige, onveranderlijke intelligentie van een toenemende gecompliceerdheid zo begrijp ik, zal de individuele ziel hoofdbrekens bezorgen in zijn relatie tot U als het essentiële [onafhankelijke] zelf o Allerhoogste Heer.

Ik kan begrijpen dat zijn zoals U, als degene die met deze manifestatie van de veelvoud aan energieën [intern, extern en marginaal], schept, handhaaft en opnieuw weer in zich opneemt, als die onveranderlijke zin voor de diversiteit die het eeuwige is, het iemand moeilijk maakt zich tot U te verhouden, U die zo onafhankelijk bent, o mijn lieve Heer. (Vedabase)


Tekst 62

Deskundig op het gebied van de Veda's en de erbij behorende literatuur zijn die transcendentalisten die voor hun vervolmaking met geloof en overtuiging middels een scala aan uiteenlopende handelingen van het verschuldigde eerbetoon zijn voor U die men kent aan de hand van het geschapene, de zintuigen en het hart.

Transcendentalisten met geloof en overtuiging aanbidden voorzeker dit naar behoren overeenkomstig hun eigen manier van doen voor de vervolmaking in relatie tot de materiële energie van de zinnen en het hart; in de Veda's en ook de geschriften is daartoe Uwe Heerlijkheid aldus voorzeker als zodanig geïdentificeerd door hen die er deskundig in zijn. (Vedabase)

 

Tekst 63

U bent de Ene Oorspronkelijke Persoon uit wiens sluimerende energie de diversiteit van het geheel van de materiële energie die wordt beheerst door [de drie geaardheden van] de hartstocht, de goedheid en de onwetendheid is voortgekomen: het ego, de ether, de lucht, vuur, water en aarde, de deugdzamen, de wijzen en al de levende wezens.

U bent de Ene Oorspronkelijke Persoon, van wie aan de sluimerende energie het volledige is ontsprongen, waarmee hartstocht, goedheid en onwetendheid zich hebben onderscheiden en de totale energie van het ego, de ether, de lucht, het vuur, het water en de aarde en de deugdzamen, de wijzen en al de levende wezens wordt gevonden. (Vedabase)


Tekst 64

Dat wat U schiep vanuit Uw eigen vermogen gaat U naderhand binnen in de vorm van de vier soorten van lichamen [zoals geboren uit embryo's, eieren, zweet en zaad, zie ook 2.10: 37-40] en dan kent U vanbinnen bestaand, aan de hand van Uw eigen delen en gehelen, de persoon als een genieter van zijn zinnen, als iemand die zich laaft aan de zoete honing.
In deze schepping, vanuit Uw eigen vermogen, gaat U nadien binnen in de vorm van de vier soorten van lichamen [zoals geboren uit embryo's, eieren, zweet en zaad, zie ook 2.10: 40], aldus middels Uw eigen delen en gehelen hem kennend, de persoon, die van binnen bestaat genietend door zijn zinnen, als iemand die zich tegoed doet aan de zoetheid van honing. (Vedabase)

 

Tekst 65

Men mag raden naar [het gezag en de orde van] Uw werkelijkheid [van de Tijd]. Wat we [slechts] zien is hoe U, net als de wind die de wolken uiteendrijft, met Uw zo heel grote kracht [van de Tijd] op den duur al de planetenstelsels vernietigt en hoe alle levende wezens hun einde ermee vinden door toedoen van anderen.

Echter, Uwe Heerlijkheid, ziend hoe na de nodige tijd die zo heel grote kracht al de planetenstelsels vernietigt en hoe alle levende wezens hun einde vinden door anderen, kan men slechts raden naar de Absolute Werkelijkheid die als de wind is die de wolken in de lucht uiteendrijft. (Vedabase)

 

Tekst 66

De gekken [van deze wereld] schreeuwen luid wat er allemaal zou moeten worden gedaan en door dat verlangen is hun begeerte naar zinnelijke zaken onstuitbaar. Maar in een oogwenk worden ze door U die waakt als de Vernietiger verzwolgen, zoals een muis gegrepen wordt door de begeertige tong van een hongerige slang.

De gekken schreeuwen hardop wat er allemaal zou moeten gedaan worden, maar de begeerte zwaar ontwikkeld van een dergelijk verlangen in het snakken naar materieel plezier is bij het volledige van Uw Bovenzinnelijkheid als de Vernietiger, in een oogwenk verzwolgen zoals een muis dat is door de honger van de begeertige tong van een slang. (Vedabase)

 

Tekst 67

Welke man van studie zou nu, wetende dat men zonder U te aanbidden zijn lichaam [enkel maar nutteloos] teloor ziet gaan, nu Uw lotusvoeten minachten, de voeten die door onze geestelijk leraar [Brahmâ] en door de veertien Manu's [na hem, zie Canto 2: 3: 9, 6: 30, 10: 4] zonder te twijfelen of verder argumenteren werden aanbeden?

Welke man van wijsheid zou Uw lotusvoeten uit de weg gaan U bespottend? Zonder twijfel zou hij enkel zijn leven verspillen; was het niet onze geestelijk leraar en vader [Brahmâ] die zonder twijfel U aanbad in het verleden precies zoals de veertien Manu's dat deden [na hem, zie Canto 2: 3:9, 6:30, 10:4]? (Vedabase)

Tekst 68

Daarom bent U voor ons, wij die geleerd hebben, het Allerhoogste Brahman, de Ziel van de ziel, de Superziel, de bestemming alwaar men in het geheel niet bang is voor de Vernietiger Rudra die wordt gevreesd door het ganse universum.'

Daarom bent U voor ons, zij die geleerd hebben, het Allerhoogste Brahman, de Ziel van de ziel, de Superziel, de bestemming van hen die ongetwijfeld zonder vrees zijn voor de Vernietiger Rudra die wordt gevreesd door het ganse universum.' (Vedabase)

 

Tekst 69

'Als u zo bidt en u zich [gewetensvol] van uw taken kwijt, zal er voor u allen het geluk zijn o gezuiverde zonen van de koning die uw geesten hebt gericht op de Allerhoogste Heer.

'Op deze manier biddend, zal er voor allen van u het geluk zijn, o gezuiverde zonen van de koningvan verzaking in respect voor de Allerhoogste Heer, u van uw eigen taak kwijtend met alle geloof dat in u is. (Vedabase)

 

Tekst 70

Wees van aanbidding en zing altijd voor en mediteer steeds vol van lof op de Heer die zich als de Allerhoogste Ziel ophoudt in uw harten alsook in de harten van alle andere levende wezens.

Jegens Hem, zeker van de Allerhoogste Ziel die zich bevind in uw harten als ook in de harten van alle andere levende wezens, wees enkel van aanbidding altijd vol lofprijzing voor en mediterend op de Heer. (Vedabase)

 

Tekst 71

Leest u allen telkens weer deze [Yogâdes'a] instructie in de yoga en sluit hem in uw hart. Houdt u aan de gelofte der wijzen van het altijd met intelligentie [in stilte] innerlijk verzonken zijn en ga hierin met het grootste respect tewerk.

Allen van u, lees keer op keer deze instructie van de yoga die in uw hart bewarend; houdt u aan de gelofte van stilte van het altijd met intelligentie van binnen gefixeerd zijn, het grootste respect oefenend. (Vedabase)

 

Tekst 72

Dit werd voor het eerst uitgesproken door de grote Heer [Brahmâ], de meester van de scheppers van het universum, van de grote wijzen aangevoerd door Bhrigu die, als zijn zonen belast met de verantwoordelijkheid voor de wereld, graag creatief wilden zijn [vergelijk 4.1: 12-15].

Dit werd ons gezegd door de Allerhoogste Heer, de meester der scheppers van het universum en de grote wijzen aangevoerd door Brighu, van wie de zonen verlangend te scheppen hun verantwoordelijkheid namen [vergelijk 4.1:12-15 ]. (Vedabase)

 

Tekst 73

Wij die als de heersers over de mens van hem de opdracht kregen ons voort te planten raakten door deze [instructie] bevrijd van alle onwetendheid en slaagden er aldus in de verschillende soorten van mensen in het leven te roepen.

Wij allen, heersers van de mens, raakten, toen de bevolking werd geschapen, naar Zijn opdracht op deze manier bevrijd van alle soorten van onwetendheid en aldus brachten we de verschillende vormen van leven voort. (Vedabase)


Tekst 74

De persoon die dit aldus regelmatig met grote aandacht voor zichzelf herhaalt, bereikt hierin verzonken onverwijld het betere leven van toewijding hebben voor Vâsudeva [Krishna als de Heer van het bewustzijn].

Op deze wijze dit regelmatig met grote aandacht voor zichzelf herhalend, bereikt een persoon volledig op zijn hoede zonder omhaal het goedgunstige van de toegewijde van Vâsudeva [Krishna als de Heer van het bewustzijn]. (Vedabase)

 

Tekst 75

Van alle zegeningen in deze wereld vormt spirituele kennis het allerhoogste, bovenzinnelijke voordeel van geluk voor iedere persoon, want met de boot der hogere kennis steekt men de onoverkomelijke oceaan van gevaar over.

Van alle zegeningen in deze wereld is kennis de allerhoogste bovenzinnelijke verdienste van geluk van iedere persoon, daar het de boot der kennis is waarmee men de onoverkomelijke oceaan van gevaar oversteekt. (Vedabase)

 

Tekst 76

Een ieder die devoot gehecht en met geloof regelmatig dit lied van mij bestudeert, dit gebed gericht op de Allerhoogste Heer, de Hoogste Persoonlijkheid die zo moeilijk te respecteren is, is iemand die Hem zal kunnen aanbidden.

Een ieder die devoot gehecht en met geloof regelmatig dit lied van mij bestudeert, dit gebed gericht op de Allerhoogste Heer, de Hoogste Persoonlijkheid die zo moeilijk te respecteren is, zo een persoon zal in staat zijn tot aanbidding. (Vedabase)

 

Tekst 77

De persoon die gefixeerd is op het lied zoals dat door mij wordt gezongen kan door de Heer van Gene Zijde alles bereiken wat hij maar wil. De Heer die erdoor wordt behaagd vormt de dierbaarste van alle zegeningen.

Een persoon kan door de Ziel van de Macht alles bereiken wat hij verlangt als hij gefixeerd is op het lied zoals door mij gezongen; op die manier behaagd is Hij van alle zegeningen de meest geliefde. (Vedabase)

 

Tekst 78

De sterveling die vroeg in de ochtend met zijn handen gevouwen in geloof en toewijding verzonken is in dit gebed en aldus zelf ernaar luistert en anderen doet luisteren, zal bevrijd raken van alle soorten van karmische gebondenheid.

Hij die in de vroege morgen, nadat hij opgestaan is dit doet, zijn handen vouwend in geloof en aldus verzonken persoonlijk zingt en hoort en anderen doet luisteren, zo een menselijk wezen zal bevrijd raken van alle soorten van terugslagen van zijn werklast. (Vedabase)

 

Tekst 79

O zoons van de koning ['de god der mensen'], met de intelligentie van het volmaakt aandachtig bidden en zingen van dit door mij gezongen lied van de Allerhoogste Persoon die de Superziel van een ieder is, zullen jullie uiteindelijk de resultaten behalen die jullie verlangden, daar die praktijk gelijk staat aan de grootste verzakingen.'

O zoons van de koning, met de intelligentie van het éénpuntig bidden en zingen van dit lied van de Allerhoogste Persoon, de Superziel, dat door mij werd gezongen, zal u, tot besluit van die praktijk, die gelijk staat aan de grootste verzakingen, de resultaten bereiken die u verlangde.' (Vedabase)
 

* Heer Krishna, door zijn viervoudige expansie van Vâsudeva, Sankarshana, Pradyumna en Aniruddha, is de Heer van de psychische actie -- namelijk denken, voelen, willen en handelen.

 

 

 

 

  

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

Het eerste schilderij dat het afschrikwekkende optreden van Heer S'iva laat zien is getiteld: 'Durgha ridding lust'.
Het is © van D0minique Amendola.
gebruikt met toestemming.Voor meer van haar spirituele kunst zie
dominiqueamendola.com.
Het tweede schilderij is een vintage hindoe afbeelding van een liefhebbende S'iva.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 
 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties