
Canto
4
Hoofdstuk 21: Het Onderricht van Mahârâja Prithu
(1) Maitreya zei [over toen hij, Prithu terugkeerde naar zijn stad]: 'Bij de gouden poorten en overal elders was er de opsier van paarlen, bloemenkransen, stoffen en zeer welriekende wierook. (2) De rijbaan voor zijn wagen, de parken en de lanen waren besprenkeld met reukwater geparfumeerd met sandelhout en aguru [een geurig kruid] en waren versierd met bloemen, vruchten nog in hun schil, kostbare gesteenten, geweekte granen en lampen. (3) Alles schoongemaakt, met jong vee, olifanten voor de optocht en jonge planten en mango-bladeren, bloemenslingers en vruchten die neerhingen van staken van bananenbomen, zag het er allemaal heel mooi uit.(4) De burgers en een menig stralende maagd met rinkelende oorbellen, kwamen hem ter verwelkoming tegemoet, uitgerust met lampen en talloze artikelen van aanbidding. (5) Hoewel de koning toen die zijn paleis binnenging werd vereerd met paukengeroffel, schelphoorns en vedische gezangen van de priesters, ontleende hij daar geen trots aan. (6) Tegen de achtergrond van het grote eerbetoon overal en op die manier behaagd door de edelen en de gewone man, wenste ook hij hen al het beste. (7) Hij was vanaf het begin zo geweest: grootmoedig in al zijn handelingen, regelmatig grootse daden verrichtend, was hij uitgegroeid tot de grootste der groten en zo heersend met de realisatie van een vermaardheid die zich had verspreid over de gehele aarde, was hij opgestegen naar het Allerhoogste van de lotusvoeten'."
(8) Sûta zei: "O grootste der toegewijden, leider der wijzen [S'aunaka], nadat Maitreya zo treffend uitleg had verschaft over de hoge roem van die ideale koning zo geschikt door zijn talloze kwaliteiten, richtte Vidura, zijn grote respect voor hem betonend, zich tot hem. (9) Vidura zei: 'Toen hij, Prithu, op de troon was gezet door de groten der geleerdheid, verwierf hij zich de ondersteuning van de verlichte gemeenschap en kon hij zijn heerschappij uitbouwen bij de genade van Vishnu tot de kracht van een wet waarmee hij erin slaagde de gehele aarde tot bloei te brengen. (10) Wie was er niet die er behagen in schiep te vernemen over zijn heerlijkheden, over zijn intelligentie en zijn ridderlijkheid naar het voorbeeld waarvan zo vele koningen en hun lokale autoriteiten te werk gingen in het vergaren van wat ze verlangden voor hun levensonderhoud; alstublieft, spreek tot mij [opnieuw] over die goede daden.'
(11) Maitreya vervolgde: 'Wonend in de landstreek tussen de Ganges en de Yamunâ, ging het erop lijken dat het genieten van het geluk van zijn goede daden gedoemd was er ten koste van te gaan. (12) Voor een ieder in de zeven continenten, met uitzondering van de brahmanen van cultuur en de geslachten van hen die de Onfeilbare waren toegewijd, heerste zijn onherroepelijk gezag als de ene leider die de scepter zwaaide. (13) Zodoende, kwam het eens zover, dat hij de eed afleggend, met een grote offerplechtigheid begon en dat in die functie een grote bijeenkomst plaatsvond van de gezagsdragers der goddelijkheid, de brahmaanse wijzen, de wijze koningen en de grootsten onder de toegewijden. (14) In die grote bijeenkomst bracht hij zijn eerbetuigingen aan al die respectabele lieden die het verdienden overeenkomstig de posities die ze bekleedden, in hun midden staande zoals de maan dat doet temidden van de sterren. (15) Hij was een rijzige man, goed gebouwd met sterke armen en een lotusgelijke blanke huid, ogen helder als een zonsopkomst, een rechte neus en een prachtig gezicht met een ernstige uitdrukking, hoekige schouders en tanden die blonken op de glimlach, (16) een brede borst, een stevig middel met prachtige huidplooien in zijn buik gelijk het blad van een bananenboom, een diepe navel, dijen met een gouden glans en een hoge wreef. (17) Hij had fijn, krullend, glanzend zwart haar op zijn hoofd, een nek als een schelphoorn en was gekleed in een zeer kostbare dhotî met over zijn bovenlichaam een omslagdoek die hij droeg als een heilige draad. (18) Met al de schoonheid van zijn voorkomen was hij de aangewezen persoon om overeenkomstig de reglementen zijn kleding op te geven; geplaatst op een zwart hertenvel, met een ring van kus'agras om zijn vinger, ging hij toen te werk zoals vereist was. (19) Met glinsterende ogen vochtig als de dauw, overzag hij al degenen om hem heen en begon hij voor hen staand de volgende verheven toespraak ter bevrediging van hun hoog gespannen verwachtingen. (20) Dat wat hij hen toen in herinnering bracht was van een enorme schoonheid, bloemrijk en allerduidelijkst, van een groot gewicht en werd zonder de geringste twijfel uitgesproken voor het goed van allen.
(21) De koning, zich tot de aanwezigen richtend zei: 'Wees zo goed, om voor het heil van al u grote zielen hier aanwezig, te vernemen over hoe als een man van onderzoek, ik, zoals men zou mogen verwachten jegens u o edelen, de principes der religie naar voren moet brengen. (22) Ik, die als de koning van alle burgers de scepter draag, ben bij deze wereld betrokken als de beschermer en werkgever van een ieder geboren in de context van zijn eigen vastgestelde, afzonderlijke maatschappelijke groepering. (23) Door datgene van Hem, de Ziener van ieders lotsbestemming, ten uitvoer te brengen waar de deskundigen in de vedische kennis van spreken, verwacht ik het tegemoet te kunnen komen aan al de doelen nagestreefd door een ieder waar dan ook. (24) Wie dan ook die als een koning belastingen van zijn burgers int, zonder hen te herinneren aan hun respectievelijke [varna-âs'rama] verplichtingen - diegene zal tevens, naar de ondeugd van zijn burgers, het genieten van zijn eigen fortuin op moeten geven. (25) Derhalve mijn beste onderdanen, in het belang van uw eigen welzijn alsook dat van uw meester na zijn dood, lijdt het geen twijfel dat al wat u ook doet zonder morren indachtig Hem die zich bevindt voorbij de zinnen, u doet in dienstbaarheid aan mij. (26) Alstublieft, u allen hier aanwezig, als mensen in navolging van de voorvaderen, de goden, de wijzen en de zondeloze n, neemt dit ter harte: in het hiernamaals deelt hij die handelt, in de resultaten die hij bereikte met hen die ertoe hebben opgedragen zowel als met hen die dat ondersteunden. (27) O eerbare lieden, in deze materiële wereld moet er wel, zoals men zegt, de genade van de Heer van het Offer zijn, daar men overduidelijk de macht en schoonheid die daarnaar gestalte neemt ook kan waarnemen. (28-29) Manu, Uttânapâda [Dhruva's vader], Dhruva, en zonder twijfel de grote koning Priyavrata en mijn grootvader Anga; deze grote en heilige persoonlijkheden, alsook anderen van het Allerhoogste Onsterfelijke, zoals Prahlâda en Bali Mahârâja, onderkenden het bestaan van de Ene die de Strijdknots hooghoudt. (30) Behalve dan bij uitzonderingen als mijn vader, die abominabel als de dood in eigen persoon verbijsterd was op het pad der religie, schrijft men zo goed als altijd het opstijgen naar hogere werelden en klasse [van economisch handelen, naar het ervaren van plezier en met de bevrijding] toe aan de Ene Allerhoogste Ziel. (31) Met de toeneiging tot dienst aan de lotusvoeten vernietigen boetvaardige personen onverwijld het vuil van de geest vergaard in talloze geboorten; zoals met het [Ganges] water dat ontspruit aan Zijn tenen zien ze, dag na dag, hun winst groeien. (32) Het zich zuiveren van het eindeloze speculeren zelf, zal de persoon die daar genoeg van heeft, met name vinden in het, telkens weer opnieuw verzamelen van kracht door op wetenschappelijke wijze toevlucht te zoeken bij Zijn Lotusvoeten, nimmer in de hang naar het materiële bestaan dat vol van hindernissen is. (33) U allen burgers, om tevreden te zijn, wees zeker van toewijding aan Zijn lotusvoeten overeenkomstig uw eigen plicht, in gedachten, woorden en in het lichaam, naar gelang de bijzondere kwaliteiten van uw eigen soort van arbeid, met een open geest om tegemoet te komen aan al wat gewenst is, voor zover uw vermogen reikt in het volle van uw overtuiging. (34) Hij wordt in deze wereld aanbeden vanwege Zijn uiteenlopende kwaliteiten en bovenzinnelijke aard met verschillende soorten van offers, gebracht met de fysieke ingrediënten van het vertoon van het zingen van de verschillende mantra's, maar voor het doel van dat belang zijn er de namen en vormen waarop men zich concentreert in de wetenschap van het vrij zijn van smetten in relatie tot Zijn gedaante. (35) Wat betreft de primaire natuur [zie ook 3-26-10], van de tijd, de verlangens en de verplichtingen manifesteert dit lichaam zich in relatie tot de Almachtige in het aanvaarden van een [vorm van] bewustzijn als een resultaat van handelen, net zo goed als vuur dat doet in hout, naar gelang de vorm en de kwaliteit. (36) O u allen die samen met mij het houden op de Heer, u die de genade geniet toegekend door de Allerhoogste Geestelijke leermeester, en die bij genade van de halfgoden van het offeren, de Allerhoogste Heerser Zelve en de beroepsmatige verplichtingen, zich op het oppervlak van deze aardbol zonder ophouden en met een vaste overtuiging bezighouden met eerbetoon, bevindt zich op die manier in relatie tot mij. (37) Nimmer, wanneer ook behoren zij die groot zijn in de welvaart macht uit te oefen over die zaligen die van toewijding tot God zijn, noch over hen die tolerantie beoefenen, boete doen en hoger opgeleid zijn; zij, de tweemaal geborenen, zijn persoonlijk groter in de samenleving dan de edelen van bestuur. (38) De Oorspronkelijke Persoon, de oudste en eeuwige ene God der brahmaanse cultuur, de Heer bij wiens lotusvoeten en verworvenheden door onafgebroken aanbidding de reputatie van het zuiveren van het ganse universum werd verworven, zuiverde eveneens hen die groot zijn en vooropgaan in het Allerhoogste. (39) Hij, de Onbegrensde en Zelfvervulde in ieders hart, is hen die geleerd hebben zeer dierbaar en voorzeker is het in alle opzichten onderworpen navolgen in Zijn voetsporen van die brahmaanse leerschool naar de tevredenheid van de Beheerser. (40) Dankzij de regelmaat van zijn dienst kan iemand, als van nature, persoonlijk, onverwijld de voldoening bereiken van de grootste vrede van z'n ziel door zich tot Hem te verhouden, het superieure geluk volgend dat men indrinkt met de offerandes in het vuur. (41) Hoewel Ananta, de Heer van het Slangenbed, eet door de monden van hen die in kennis van het Absolute met geloof offeren in het vuur, schept hij daar zeker niet zoveel behagen in als men Hem de levenskracht onthoudt van offers gebracht aan de toegewijden, aangezien hij wat hen betreft nimmer zal terugwijken. (42) Wat de brahmaanse cultuur van het eeuwige, onbesmet en zonder begin uitlicht met geloof, verzaking, het goedgunstige en met stilte, in verzonkenheid het denken en de zinnen beheersend, wordt gedaan ter weerspiegeling van deze vedische deugd, zo helder als alles wat zich in een spiegel vertoont. (43) O mensen van cultuur, ik zal het stof van de lotusvoeten van hen allen op mijn helm behouden tot aan het eind van mijn leven; van hen allen die altijd op die manier zo doorgaan zal, verheerlijkend met alle kwaliteiten, zeer spoedig alle zonde zijn overwonnen. (44) Hij die alle brahmaanse kwaliteiten verwierf, hij wiens weelde bestaat uit goed gedrag, hij die dankbaar is, hij die zijn toevlucht zoekt bij de geleerden, zal feilloos al de weelde van God bereiken; moge de Handhaver der drie werelden tezamen met Zijn toegewijde tevreden zijn met de klasse der brahmanen, de koeien en met mij.'
(45) Maitreya zei: 'De koning aldus sprekend werd gefeliciteerd door al de heilige personen aanwezig: de ouderen, de goddelijken en tweemaal geborenen, daar ze geestelijk voldaan en verheugd waren. Tezamen met de woorden 'sâdhu, sâdhu!' zeiden ze: (46) 'Door zijn zoon behaalt men de overwinning in al de werelden en aldus worden de leringen bewaarheid in het feit dat, naar de afstraffing der brahmanen die een einde maakte aan het leven van de hoogst zondige vader van Prithu, Vena, hij nu groots is bevrijd uit die duisternis. (47) Hiranyakas'ipu, die bij herhaling de Allerhoogste Heer beledigde en belandde in het diepste duister, werd eveneens bevrijd door wat zijn zoon Prahlâda deed. (48) Moge het eeuwig leven hem deelachtig zijn, de beste der strijders, de vader der aarde, wiens toewijding tot de Onfeilbare, de ene handhaver van al de werelden, zo voorbeeldig is. (49) O, zonder twijfel zijn we vandaag, o Hoogste der Zuiverheid, vanwege u, zeker van de Heer der bevrijding Mukunda, Hij die, uitgedrukt in de woorden van Vishnu, in de geschriften wordt verheerlijkt als de aanbiddelijke Heer der brahmanen. (50) Het is niet zo'n groot wonder o Heer, om voor een inkomen te heersen over de burgers; het is de aard van uw genegenheid en genade met de levenden wat zo groots is. (51) Vandaag, is het vanwege u meer waarschijnlijk voor ons, die bij de wil van God ronddolen en hun levensdoel uit het oog hebben verloren vanwege onze daden in het verleden, om gene zijde van de duisternis van het materieel bestaan te bereiken. (52) Onze dankzegging geldt het bestaan van hem, de persoon hoog verheven, hij die zo verheerlijkt is, die, met het aanvaarden van zijn plichten als heerser, deze brahmaanse cultuur eigenmachtig in stand houdt.'
Tweede editie, geladen 11 november, 2006. ![]()
Bronteksten:
Het onderricht van Mahârâja Prithu
Maitreya zei [over toen hij, Prithu terugkeerde naar zijn stad]: 'Bij de gouden poorten en overal elders was er de opsier van paarlen, bloemenkransen, stoffen en zeer welriekende wierook.De grote wijze Maitreya zei tot Vidura: Toen de koning zijn stad binnenkwam, had men bij wijze van ontvangst alles prachtig versierd met parels, bloemenkransen, mooie stoffen en gouden bogen. Bovendien was de hele stad geparfumeerd met heerlijk geurende wierook. (Vedabase)
De rijbaan voor zijn wagen, de parken en de lanen waren besprenkeld met reukwater geparfumeerd met sandelhout en aguru [een geurig kruid] en waren versierd met bloemen, vruchten nog in hun schil, kostbare gesteenten, geweekte granen en lampen.
De lanen, wegen en kleine parken in de stad waren besprenkeld met water dat geparfumeerd was met sandelhout en aguru-kruid. Overal waren versieringen aangebracht van hele vruchten, bloemen, geweekte granen, verschillende mineralen en lampjes, alles even zegenrijk. (Vedabase)
Alles schoongemaakt, met jong vee, olifanten voor de optocht en jonge planten en mango-bladeren, bloemenslingers en vruchten die neerhingen van staken van bananenbomen, zag het er allemaal heel mooi uit.
Men had de kruispunten versierd met trossen vruchten, bossen bloemen, stammen van bananenbomen en takken van de betel. Al deze versieringen tezamen maakten dat alles er heel aantrekkelijk uitzag. (Vedabase)
De burgers en een menig stralende maagd met rinkelende oorbellen, kwamen hem ter verwelkoming tegemoet, uitgerust met lampen en talloze artikelen van aanbidding.
Toen de koning de stadspoort binnenkwam, ontvingen de burgers hem met allerlei zegenrijke artikelen, zoals lampjes, bloemen en yoghurt. Ook vele mooie, ongehuwde meisjes, getooid met allerlei sieraden - met name oorbellen, die rinkelden als ze elkaar raakten - kwamen naar voren om de koning te ontvangen. (Vedabase)
Hoewel de koning toen die zijn paleis binnenging werd vereerd met paukengeroffel, schelphoorns en vedische gezangen van de priesters, ontleende hij daar geen trots aan.
Toen de koning het paleis binnenging, werd er op hoornschelpen geblazen en klonk er tromgeroffel; priesters chantten vedische mantra's en beroepsvoordragers reciteerden verschillende gebeden. Maar ondanks deze hele welkomstceremonie, werd de koning niet in het minst trots. (Vedabase)
Tegen de achtergrond van het grote eerbetoon overal en op die manier behaagd door de edelen en de gewone man, wenste ook hij hen al het beste.
Zowel de vooraanstaande burgers als het gewone volk verwelkomden de koning met groot enthousiasme, en hij schonk hen op zijn beurt de zegeningen die ze verlangden. (Vedabase)
Hij was vanaf het begin zo geweest: grootmoedig in al zijn handelingen, regelmatig grootse daden verrichtend, was hij uitgegroeid tot de grootste der groten en zo heersend met de realisatie van een vermaardheid die zich had verspreid over de gehele aarde, was hij opgestegen naar het Allerhoogste van de lotusvoeten'."
Koning Prithu werd door iedereen aanbeden, omdat hij de beste onder de grote zielen was. Hij verrichtte vele roemrijke daden tijdens zijn heerschappij over de wereld en hij was altijd edelmoedig. Nadat hij zoveel succes had gekend en zich naam en faam had verworven over het hele universum, bereikte hij tenslotte de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon. (Vedabase)
Sûta zei: "O grootste der toegewijden, leider der wijzen [S'aunaka], nadat Maitreya zo treffend uitleg had verschaft over de hoge roem van die ideale koning zo geschikt door zijn talloze kwaliteiten, richtte Vidura, zijn grote respect voor hem betonend, zich tot hem.
Sûta Gosvâmî vervolgde: O S'aunaka, beste der grote wijzen, nadat de grote toegewijde Vidura Maitreya had horen vertellen over de uiteenlopende activiteiten van koning Prithu, de oorspronkelijke koning, die alle goede eigenschappen ten volle bezat en overal ter wereld verheerlijkt en geprezen werd, bewees hij Maitreya Rishi met grote nederigheid alle eer en stelde hem de volgende vraag. (Vedabase)
Vidura zei: 'Toen hij, Prithu, op de troon was gezet door de groten der geleerdheid, verwierf hij zich de ondersteuning van de verlichte gemeenschap en kon hij zijn heerschappij uitbouwen bij de genade van Vishnu tot de kracht van een wet waarmee hij erin slaagde de gehele aarde tot bloei te brengen.
Vidura zei: Mijn beste brâhmana Maitreya, het is bijzonder verlichtend om te weten dat koning Prithu door de grote wijzen en brâhmana's gekroond werd. Alle halfgoden kwamen hem ontelbare gaven brengen, en zijn invloed breidde zich nog verder uit dankzij de kracht die hij persoonlijk van Heer Vishnu ontvangen had. Aldus verhoogde hij de opbrengst van de aarde vele malen. (Vedabase)
Wie was er niet die er behagen in schiep te vernemen over zijn heerlijkheden, over zijn intelligentie en zijn ridderlijkheid naar het voorbeeld waarvan zo vele koningen en hun lokale autoriteiten te werk gingen in het vergaren van wat ze verlangden voor hun levensonderhoud; alstublieft, spreek tot mij [opnieuw] over die goede daden.'
De activiteiten van Prithu Mahârâja waren zo verheven en zijn manier van regeren was zo edelmoedig dat alle koningen en halfgoden op de verschillende planeten nog steeds in zijn voetsporen treden. Wie zou er niet over zijn roemrijke daden willen horen? Ik verlang ernaar om steeds meer over Prithu Mahârâja te horen omdat zijn activiteiten zo vroom en zegenrijk zijn. (Vedabase)
Maitreya vervolgde: 'Wonend in de landstreek tussen de Ganges en de Yamunâ, ging het erop lijken dat het genieten van het geluk van zijn goede daden gedoemd was er ten koste van te gaan.
De grote heilige Maitreya zei tot Vidura: Beste Vidura, koning Prithu woonde in het gebied tussen de twee grote rivieren, de Ganges en de Yamunâ. Omdat hij zo geweldig rijk was, leek het alsof hij het geluk genoot dat hem voorbestemd was, en daarmee de resultaten van zijn vroegere vrome daden opgebruikte. (Vedabase)
Voor een ieder in de zeven continenten, met uitzondering van de brahmanen van cultuur en de geslachten van hen die de Onfeilbare waren toegewijd, heerste zijn onherroepelijk gezag als de ene leider die de scepter zwaaide.
Mahârâja Prithu was een koning zonder rivalen, en hij zwaaide de scepter over al de zeven eilanden op aarde. Niemand kon zijn onherroepelijke orders negeren behalve de heiligen, de brâhmana's en de afstammelingen van de Allerhoogste Godspersoon [de vaishnava's]. (Vedabase)
Zodoende, kwam het eens zover, dat hij de eed afleggend, met een grote offerplechtigheid begon en dat in die functie een grote bijeenkomst plaatsvond van de gezagsdragers der goddelijkheid, de brahmaanse wijzen, de wijze koningen en de grootsten onder de toegewijden.
Op een keer organiseerde koning Prithu een reusachtig offer, voor welke gelegenheid de grote wijzen, brâhmana's, halfgoden van hogere planeten en heilige koningen, bekend als râjarshi's, allen bijeenkwamen. (Vedabase)
In die grote bijeenkomst bracht hij zijn eerbetuigingen aan al die respectabele lieden die het verdienden overeenkomstig de posities die ze bekleedden, in hun midden staande zoals de maan dat doet temidden van de sterren.
Bij die grote samenkomst vereerde Mahârâja Prithu eerst alle respectabele gasten naargelang hun positie. Vervolgens stond hij te midden van alle aanwezigen op, zodat het leek alsof de volle maan opgekomen was te midden van de sterren. (Vedabase)
Hij was een rijzige man, goed gebouwd met sterke armen en een lotusgelijke blanke huid, ogen helder als een zonsopkomst, een rechte neus en een prachtig gezicht met een ernstige uitdrukking, hoekige schouders en tanden die blonken op de glimlach,
Koning Prithu was lang en robuust. Hij had een lichte huidskleur, forse, gespierde armen en zijn ogen schitterden als de opkomende zon. Zijn neus was recht, zijn gelaat heel mooi en hij was heel ernstig van aard. Als hij lachte waren zijn mooie tanden te zien. (Vedabase)
een brede borst, een stevig middel met prachtige huidplooien in zijn buik gelijk het blad van een bananenboom, een diepe navel, dijen met een gouden glans en een hoge wreef.
Mahârâja Prithu's borst was erg breed, zijn middel stevig, en de huidplooien in zijn buik deden denken aan de tekening van het blad van een banyan-boom. Zijn navel was diep en spiraalvormig, zijn dijen hadden een gouden glans en de wreef van zijn voet was hoog. (Vedabase)
Hij had fijn, krullend, glanzend zwart haar op zijn hoofd, een nek als een schelphoorn en was gekleed in een zeer kostbare dhotî met over zijn bovenlichaam een omslagdoek die hij droeg als een heilige draad.
Zijn zwarte, glanzende haar was erg fijn en krullend, en zijn nek was getekend met zegenrijke lijnen, als een schelp. Hij droeg een zeer kostbare dhotî en zijn bovenlichaam was gehuld in een prachtige omslagdoek. (Vedabase)
Met al de schoonheid van zijn voorkomen was hij de aangewezen persoon om overeenkomstig de reglementen zijn kleding op te geven; geplaatst op een zwart hertenvel, met een ring van kus'agras om zijn vinger, ging hij toen te werk zoals vereist was.
Omdat Mahârâja Prithu voorbereid werd om het offer te brengen, moest hij zijn kostbare kleding uittrekken, waardoor de natuurlijke schoonheid van zijn lichaam zichtbaar werd. Het was heel plezierig om te zien hoe hij zich in een zwart hertevel hulde en een ring van kus'a-gras om zijn vinger deed, want dit verhoogde zijn natuurlijke schoonheid. Mahârâja Prithu hield zich klaarblijkelijk aan alle regels die gevolgd dienen te worden voordat men een offer brengt. (Vedabase)Tekst 19:
Met glinsterende ogen vochtig als de dauw, overzag hij al degenen om hem heen en begon hij voor hen staand de volgende verheven toespraak ter bevrediging van hun hoog gespannen verwachtingen.
Om de leden van de bijeenkomst aan te moedigen en hun vreugde te verhogen, liet koning Prithu zijn blik over hen glijden. Zijn ogen leken op sterren aan een hemel die vochtig is van de dauw. Vervolgens sprak hij hen met zijn machtige stem toe. (Vedabase)
Dat wat hij hen toen in herinnering bracht was van een enorme schoonheid, bloemrijk en allerduidelijkst, van een groot gewicht en werd zonder de geringste twijfel uitgesproken voor het goed van allen.
De toespraak van Mahârâja Prithu was bijzonder mooi, vol metaforen, buitengewoon helder en zeer aangenaam om naar te luisteren. Hij sprak zelfverzekerd en met grote ernst. Men kon aan zijn manier van spreken merken dat hij zijn persoonlijke realisatie van de Absolute Waarheid onder woorden bracht ten bate van alle aanwezigen. (Vedabase)
De koning, zich tot de aanwezigen richtend zei: 'Wees zo goed, om voor het heil van al u grote zielen hier aanwezig, te vernemen over hoe als een man van onderzoek, ik, zoals men zou mogen verwachten jegens u o edelen, de principes der religie naar voren moet brengen.
Koning Prithu zei: O achtenswaardige leden van deze samenkomst, moge al het geluk u vergezellen! O alle grote zielen die hier voor deze gelegenheid bijeengekomen zijn, luister alstublieft aandachtig naar mijn gebed. Iemand die werkelijk de waarheid wil kennen, moet zijn conclusies voorleggen aan een college van edele zielen. (Vedabase)
Ik, die als de koning van alle burgers de scepter draag, ben bij deze wereld betrokken als de beschermer en werkgever van een ieder geboren in de context van zijn eigen vastgestelde, afzonderlijke maatschappelijke groepering.
Koning Prithu vervolgde: Door de genade van de Allerhoogste Heer ben ik aangesteld als koning van deze planeet. Ik draag de scepter om het volk te regeren, ik bescherm hen tegen al het gevaar en voorzie hen van werk naargelang hun positie in de maatschappelijke ordening, zoals die in de Veda's is vastgelegd. (Vedabase)
Door datgene van Hem, de Ziener van ieders lotsbestemming, ten uitvoer te brengen waar de deskundigen in de vedische kennis van spreken, verwacht ik het tegemoet te kunnen komen aan al de doelen nagestreefd door een ieder waar dan ook.
Mahârâja Prithu zei: Ik denk dat ik door mijn plicht als koning te vervullen alle begeerde doeleinden zal kunnen bereiken die door de autoriteiten op het gebied der vedische kennis beschreven zijn. Dit doel kan alleen worden bereikt dankzij het feit dat de Allerhoogste Godspersoon, die ieders bestemming kent, voldaan is. (Vedabase)
Wie dan ook die als een koning belastingen van zijn burgers int, zonder hen te herinneren aan hun respectievelijke [varna-âs'rama] verplichtingen - diegene zal tevens, naar de ondeugd van zijn burgers, het genieten van zijn eigen fortuin op moeten geven.
Iedere koning die zijn onderdanen niet leert zich van hun respectievelijke taken met betrekking tot varna en âs'rama te kwijten, maar alleen tol en belasting van hen vordert, loopt het risico dat hij moet lijden voor de zonden die zijn onderdanen hebben begaan. En behalve dat, verliest hij ook zijn eigen voorspoed. (Vedabase)
Derhalve mijn beste onderdanen, in het belang van uw eigen welzijn alsook dat van uw meester na zijn dood, lijdt het geen twijfel dat al wat u ook doet zonder morren indachtig Hem die zich bevindt voorbij de zinnen, u doet in dienstbaarheid aan mij.
Prithu Mahârâja vervolgde: Mijn beste onderdanen, verricht daarom uw taak naar behoren volgens uw varna en âs'rama, ter wille van het welzijn van uw koning na zijn dood, en houd de herinnering aan de Allerhoogste Godspersoon voortdurend in uw hart. Door zo te handelen, beschermt u uw eigenbelang en bent u uw koning genadig, doordat u zijn welzijn na de dood verzekert. (Vedabase)
Alstublieft, u allen hier aanwezig, als mensen in navolging van de voorvaderen, de goden, de wijzen en de zondeloze n, neemt dit ter harte: in het hiernamaals deelt hij die handelt, in de resultaten die hij bereikte met hen die ertoe hebben opgedragen zowel als met hen die dat ondersteunden.
Ik verzoek alle halfgoden, voorvaders en heiligen die zuiver van hart zijn, om mijn voorstel te steunen, want degene die de daad verricht, degene die ertoe aanzet en degene die haar steunt, delen na de dood allemaal in gelijke mate in het resultaat ervan. (Vedabase)
O eerbare lieden, in deze materiële wereld moet er wel, zoals men zegt, de genade van de Heer van het Offer zijn, daar men overduidelijk de macht en schoonheid die daarnaar gestalte neemt ook kan waarnemen.
Zeer geachte dames en heren, volgens de gezaghebbende verklaringen van de s'âstra, moet er een allerhoogste autoriteit bestaan die ons de vruchten van onze huidige activiteiten doet toekomen. Hoe valt het anders te verklaren dat sommige mensen zowel in dit leven als in het volgende buitengewoon mooi en machtig zijn? (Vedabase)
Manu, Uttânapâda [Dhruva's vader], Dhruva, en zonder twijfel de grote koning Priyavrata en mijn grootvader Anga; deze grote en heilige persoonlijkheden, alsook anderen van het Allerhoogste Onsterfelijke, zoals Prahlâda en Bali Mahârâja, onderkenden het bestaan van de Ene die de Strijdknots hooghoudt.
Deze waarheid wordt niet alleen bevestigd door de verklaringen in de Veda's, maar eveneens door het gedrag van grote persoonlijkheden als Manu, Uttânapâda, Dhruva, Priyavrata en mijn grootvader Anga, alsook door andere grote persoonlijkheden en gewone levende wezens zoals Mahârâja Prahlâda en Bali, allen theïsten die in het bestaan geloven van de Allerhoogste Godspersoon, die een knots draagt. (Vedabase)
Behalve dan bij uitzonderingen als mijn vader, die abominabel als de dood in eigen persoon verbijsterd was op het pad der religie, schrijft men zo goed als altijd het opstijgen naar hogere werelden en klasse [van economisch handelen, naar het ervaren van plezier en met de bevrijding] toe aan de Ene Allerhoogste Ziel.
Hoewel laaghartige mensen als mijn vader Vena, de kleinzoon van de dood in persoon, verward zijn wat het pad der religie betreft, zijn alle bovengenoemde grote persoonlijkheden het erover eens dat er in deze wereld maar één iemand is die de zegeningen van religie, materiële vooruitgang, zinsbevrediging, bevrijding of bevordering naar de hemelse planeten kan verlenen - en dat is de Allerhoogste Godspersoon. (Vedabase)
Met de toeneiging tot dienst aan de lotusvoeten vernietigen boetvaardige personen onverwijld het vuil van de geest vergaard in talloze geboorten; zoals met het [Ganges] water dat ontspruit aan Zijn tenen zien ze, dag na dag, hun winst groeien.
Door de bereidheid om de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon te dienen, kan de lijdende mensheid zich onmiddellijk van al het vuil ontdoen dat zich gedurende ontelbare levens in de geest heeft opgehoopt. Zoals Gangeswater, dat aan de tenen van de lotusvoeten van de Heer ontspringt, zuivert deze methode de geest meteen, waardoor het transcendentale of Krishna-bewustzijn geleidelijk toeneemt. (Vedabase)
Het zich zuiveren van het eindeloze speculeren zelf, zal de persoon die daar genoeg van heeft, met name vinden in het, telkens weer opnieuw verzamelen van kracht door op wetenschappelijke wijze toevlucht te zoeken bij Zijn Lotusvoeten, nimmer in de hang naar het materiële bestaan dat vol van hindernissen is.
Wanneer een toegewijde zijn toevlucht zoekt bij de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon, raakt hij volkomen gezuiverd van al zijn misvattingen en zelfverzonnen theorieën, en komt hij tot het niveau van onthechting. Dit is alleen mogelijk dankzij de kracht die men uit het beoefenen van bhakti-yoga put. Als een toegewijde eenmaal zijn toevlucht heeft genomen bij de lotusvoeten van de Heer, keert hij nooit meer terug naar dit materiële bestaan met zijn drievoudige ellende. (Vedabase)
U allen burgers, om tevreden te zijn, wees zeker van toewijding aan Zijn lotusvoeten overeenkomstig uw eigen plicht, in gedachten, woorden en in het lichaam, naar gelang de bijzondere kwaliteiten van uw eigen soort van arbeid, met een open geest om tegemoet te komen aan al wat gewenst is, voor zover uw vermogen reikt in het volle van uw overtuiging.
Prithu Mahârâja gaf zijn onderdanen de volgende raad: Bewijs de Heer toegewijde dienst door uw gedachten, uw woorden en het resultaat van uw werk aan Hem te wijden, en sta altijd open voor goed advies. Bied naargelang uw mogelijkheden en uw beroep de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon vol vertrouwen en zonder voorbehoud uw dienst aan. Op die manier zult u ongetwijfeld het uiteindelijke doel van uw leven bereiken. (Vedabase)
Hij wordt in deze wereld aanbeden vanwege Zijn uiteenlopende kwaliteiten en bovenzinnelijke aard met verschillende soorten van offers, gebracht met de fysieke ingrediënten van het vertoon van het zingen van de verschillende mantra's, maar voor het doel van dat belang zijn er de namen en vormen waarop men zich concentreert in de wetenschap van het vrij zijn van smetten in relatie tot Zijn gedaante.
De Allerhoogste Godspersoon is transcendentaal, en niet door deze materiële wereld besmet. Maar ondanks het feit dat Hij volkomen zuivere geestelijke ziel is zonder een zweem van materiële eigenschappen, aanvaardt Hij ter wille van de geconditioneerde zielen toch verschillende soorten offers, die met allerlei materiële elementen, rituelen en mantra's worden uitgevoerd, en afhankelijk van het belang en de doelstelling van degene die offert, aan de verschillende halfgoden worden aangeboden. (Vedabase)
Wat betreft de primaire natuur [zie ook 3-26-10]], van de tijd, de verlangens en de verplichtingen manifesteert dit lichaam zich in relatie tot de Almachtige in het aanvaarden van een [vorm van] bewustzijn als een resultaat van handelen, net zo goed als vuur dat doet in hout, naar gelang de vorm en de kwaliteit.
De Allerhoogste Godspersoon is alomtegenwoordig, maar Hij is ook aanwezig in de verschillende soorten lichamen, die uit het samengaan van materiële natuur, tijd, verlangens en voorgeschreven plichten ontstaan. Zo ontwikkelen zich verschillende soorten bewustzijn; net als vuur, dat in principe altijd dezelfde is, maar afhankelijk van de vorm en de afmetingen van het hout op verschillende manieren brandt. (Vedabase)
O u allen die samen met mij het houden op de Heer, u die de genade geniet toegekend door de Allerhoogste Geestelijke leermeester, en die bij genade van de halfgoden van het offeren, de Allerhoogste Heerser Zelve en de beroepsmatige verplichtingen, zich op het oppervlak van deze aardbol zonder ophouden en met een vaste overtuiging bezighouden met eerbetoon, bevindt zich op die manier in relatie tot mij.
De Allerhoogste Godspersoon is niet alleen de heer en begunstigde van alle offers, maar ook de allerhoogste geestelijk leraar. O bewoners van deze aarde, die verbonden bent met mij, en Hem door het volbrengen van uw voorgeschreven plichten vereert, u zegent mij met uw genade. Om die reden dank ik u, o burgers. (Vedabase)
Nimmer, wanneer ook behoren zij die groot zijn in de welvaart macht uit te oefen over die zaligen die van toewijding tot God zijn, noch over hen die tolerantie beoefenen, boete doen en hoger opgeleid zijn; zij, de tweemaal geborenen, zijn persoonlijk groter in de samenleving dan de edelen van bestuur.
De persoonlijke glorie van de brâhmana's en vaishnava's ligt in de voor hun kenmerkende vermogens als verdraagzaamheid, boetedoening, wijsheid en geleerdheid. Door al deze geestelijke verworvenheden zijn de vaishnava's machtiger dan de koning. Daarom is het raadzaam dat de leden van het koninklijk huis hun materiële macht niet over deze twee bevolkingsgroepen laten gelden, en moeten ze zien te voorkomen dat ze hen beledigen. (Vedabase)
De Oorspronkelijke Persoon, de oudste en eeuwige ene God der brahmaanse cultuur, de Heer bij wiens lotusvoeten en verworvenheden door onafgebroken aanbidding de reputatie van het zuiveren van het ganse universum werd verworven, zuiverde eveneens hen die groot zijn en vooropgaan in het Allerhoogste.
Het is door het vereren van de lotusvoeten van die brâhmana's en vaishnava's dat de Allerhoogste Godspersoon, die de grootste van alle grote persoonlijkheden en de eeuwige, oorspronkelijke Godheid is, Zijn onvergankelijke naam en faam heeft verkregen, waardoor het hele universum wordt gezuiverd. (Vedabase)
Hij, de Onbegrensde en Zelfvervulde in ieders hart, is hen die geleerd hebben zeer dierbaar en voorzeker is het in alle opzichten onderworpen navolgen in Zijn voetsporen van die brahmaanse leerschool naar de tevredenheid van de Beheerser.
De Allerhoogste Godspersoon, die eeuwig onafhankelijk is en Zich in ieders hart bevindt, is zeer voldaan over degenen die in Zijn voetstappen treden en de afstammelingen van de brâhmana's en vaishnava's zonder voorbehoud dienen, want Hij is de brâhmana's en vaishnava's altijd bijzonder dierbaar, en zij zijn Hem zeer dierbaar. (Vedabase)
Dankzij de regelmaat van zijn dienst kan iemand, als van nature, persoonlijk, onverwijld de voldoening bereiken van de grootste vrede van z'n ziel door zich tot Hem te verhouden, het superieure geluk volgend dat men indrinkt met de offerandes in het vuur.
Door de brâhmana's en vaishnava's regelmatig dienst te bewijzen, kan men zijn hart reinigen van al het vuil. Op die manier kan men de hoogste vrede ervaren en de voldoening proeven van het bevrijd zijn van alle materiële gehechtheid. Geen baatzuchtige activiteit in deze wereld is hoger dan het dienen van de brâhmana's, want dit schenkt vreugde aan de halfgoden, voor wie de vele offers bestemd zijn. (Vedabase)
Hoewel Ananta, de Heer van het Slangenbed, eet door de monden van hen die in kennis van het Absolute met geloof offeren in het vuur, schept hij daar zeker niet zoveel behagen in als men Hem de levenskracht onthoudt van offers gebracht aan de toegewijden, aangezien hij wat hen betreft nimmer zal terugwijken.
Hoewel de Allerhoogste Godspersoon, Ananta, voedsel aanvaardt via de vuurceremonies die in naam van de verschillende halfgoden geofferd worden, doen dergelijke offerandes via het vuur Hem minder plezier dan de offerandes die Hij via de mond van grote wijzen en toegewijden aanvaardt, omdat Hij op die manier het gezelschap van Zijn toegewijden niet verlaat. (Vedabase)
Wat de brahmaanse cultuur van het eeuwige, onbesmet en zonder begin uitlicht met geloof, verzaking, het goedgunstige en met stilte, in verzonkenheid het denken en de zinnen beheersend, wordt gedaan ter weerspiegeling van deze vedische deugd, zo helder als alles wat zich in een spiegel vertoont.
In de brahmaanse cultuur bevinden de brâhmana's zich eeuwig in een transcendentale positie omdat ze de aanwijzingen van de Veda's aanvaarden op basis van geloof, soberheid, schriftuurlijke conclusies, volledige beheersing van geest en zinnen, en meditatie. Zo wordt het ware doel van het leven volkomen duidelijk, net zoals een gezicht volmaakt gereflecteerd wordt in een heldere spiegel. (Vedabase)
O mensen van cultuur, ik zal het stof van de lotusvoeten van hen allen op mijn helm behouden tot aan het eind van mijn leven; van hen allen die altijd op die manier zo doorgaan zal, verheerlijkend met alle kwaliteiten, zeer spoedig alle zonde zijn overwonnen.
O eerwaardige aanwezigen, ik smeek u allen om uw zegen, opdat ik tot aan het einde van mijn leven altijd het stof van de lotusvoeten van zulke brâhmana's en vaishnava's op mijn kroon moge dragen. Wie dit stof op zijn hoofd kan dragen, wordt zeer binnenkort bevrijd van alle reacties op een zondig leven, en ontwikkelt uiteindelijk alle goede en begerenswaardige eigenschappen. (Vedabase)
Hij die alle brahmaanse kwaliteiten verwierf, hij wiens weelde bestaat uit goed gedrag, hij die dankbaar is, hij die zijn toevlucht zoekt bij de geleerden, zal feilloos al de weelde van God bereiken; moge de Handhaver der drie werelden tezamen met Zijn toegewijde tevreden zijn met de klasse der brahmanen, de koeien en met mij.'
Degene die zich de brahmaanse kwaliteiten eigen maakt, wiens weelde gelegen is in zijn goede gedrag, wie dankbaar is en zijn toevlucht bij de wijzen zoekt, verkrijgt al het goede van de wereld. Daarom hoop ik dat de Allerhoogste Godspersoon en Zijn metgezellen tevreden mogen zijn over de klasse der brâhmana's, de koeien en mijzelf. (Vedabase)
Maitreya zei: 'De koning aldus sprekend werd gefeliciteerd door al de heilige personen aanwezig: de ouderen, de goddelijken en tweemaal geborenen, daar ze geestelijk voldaan en verheugd waren. Tezamen met de woorden 'sâdhu, sâdhu!' zeiden ze:
De grote wijze Maitreya zei: Nadat de halfgoden, de bewoners van Pitriloka, de brâhmana's en de heiligen die op de bijeenkomst aanwezig waren, koning Prithu zo mooi hadden horen spreken, feliciteerden ze hem door hun bijval te betuigen. (Vedabase)
'Door zijn zoon behaalt men de overwinning in al de werelden en aldus worden de leringen bewaarheid in het feit dat, naar de afstraffing der brahmanen die een einde maakte aan het leven van de hoogst zondige vader van Prithu, Vena, hij nu groots is bevrijd uit die duisternis.
Ze verklaarden allemaal dat de vedische conclusie, namelijk dat men door toedoen van een putra, een zoon, de hemelse planeten kan bereiken, was bevestigd, omdat de buitengewoon zondige Vena, die gedood was door de vloek van de brâhmana's, nu door zijn zoon Prithu Mahârâja uit het diepste duister van de hel gered was. (Vedabase)
Hiranyakas'ipu, die bij herhaling de Allerhoogste Heer beledigde en belandde in het diepste duister, werd eveneens bevrijd door wat zijn zoon Prahlâda deed.
Op dezelfde manier kwam ook Hiranyakas'ipu, die zich met zijn demonische activiteiten altijd tegen de oppermacht van de Allerhoogste Godspersoon verzet had, in het diepste duister van de hel terecht, maar werd door de genade van zijn beroemde zoon, Prahlâda Mahârâja, gered, en keerde terug naar huis, terug naar God. (Vedabase)
Moge het eeuwig leven hem deelachtig zijn, de beste der strijders, de vader der aarde, wiens toewijding tot de Onfeilbare, de ene handhaver van al de werelden, zo voorbeeldig is.
Alle heilige brâhmana's richtten zich als volgt tot Prithu Mahârâja: O beste der strijders, o vader van deze aarde, moge u worden gezegend met een lang leven, want u hebt zeer veel toewijding voor de onfeilbare Allerhoogste Godspersoon, de meester van het hele universum. (Vedabase)
O, zonder twijfel zijn we vandaag, o Hoogste der Zuiverheid, vanwege u, zeker van de Heer der bevrijding Mukunda, Hij die, uitgedrukt in de woorden van Vishnu, in de geschriften wordt verheerlijkt als de aanbiddelijke Heer der brahmanen.
De toehoorders vervolgden: Beste koning Prithu, uw reputatie is de allerzuiverste, want u predikt de heerlijkheid van degene die het meest wordt verheerlijkt, de Allerhoogste Godspersoon, de Heer van de brâhmana's. Aangezien we zo fortuinlijk zijn om u als onze meester te hebben, lijkt het of we rechtstreeks door de Heer Zelf beschermd worden. (Vedabase)
Het is niet zo'n groot wonder o Heer, om voor een inkomen te heersen over de burgers; het is de aard van uw genegenheid en genade met de levenden wat zo groots is.
O heer, het is uw voorgeschreven plicht om over uw onderdanen te heersen. Dat is niet zo'n buitengewone opdracht voor een persoonlijkheid als u, die met zoveel genegenheid over de belangen van uw onderdanen waakt, omdat u vol genade bent. Daaruit blijkt de verhevenheid van uw karakter. (Vedabase)
Vandaag, is het vanwege u meer waarschijnlijk voor ons, die bij de wil van God ronddolen en hun levensdoel uit het oog hebben verloren vanwege onze daden in het verleden, om gene zijde van de duisternis van het materieel bestaan te bereiken.
De burgers vervolgden: Vandaag heeft u onze ogen geopend en ons laten zien hoe we de overkant van de oceaan der duisternis kunnen bereiken. Door onze vroeger begane daden en door de regeling van hogerhand, zijn we in een netwerk van baatzuchtige activiteiten verstrikt geraakt en hebben we het doel van het leven uit het oog verloren; zodoende hebben we in dit universum rondgedoold. (Vedabase)
Onze dankzegging geldt het bestaan van hem, de persoon hoog verheven, hij die zo verheerlijkt is, die, met het aanvaarden van zijn plichten als heerser, deze brahmaanse cultuur eigenmachtig in stand houdt.'
O heer, u bevindt zich in uw natuurlijke positie van zuivere goedheid; daarom bent u de volmaakte vertegenwoordiger van de Allerhoogste Heer. U bent roemrijk vanwege uw eigen vermogens, en u houdt de hele wereld in stand door de brahmaanse cultuur ingang te doen vinden en iedereen te beschermen overeenkomstig uw plicht als kshatriya. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Het schilderij op deze pagina is van Ramadasa-abhirama
dasa.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties