regelbalk


 

Canto 4

Arunodaya-kîrt./Jiv Jâgo

 

Hoofdstuk 17: Mahârâja Prithu Wordt Kwaad op de Aarde

(1) Maitreya zei: 'De zoon van koning Vena aldus in zijn kwaliteiten en handelingen verheerlijkt als een gedaante van de Allerhoogste Heer, behaagde diegenen die hadden gesproken met gaven, zelf ook met alle respect en gebed zijn offers brengend. (2) De leiders der brahmanen, de andere kasten, de dienaren, ministers, priesters, de burgers, al zijn onderdanen, de verschillende gemeenschappen en zijn vereerders respecteerde hij allen naar behoren.

(3) Vidura zei: 'Waarom nam de aarde die zoveel gedaanten heeft, de gedaante van een koe aan - en met koning Prithu die haar molk, wie was er dan als het kalf als ook: wat was de melkemmer? (4) Hoe bracht hij eenvormigheid in de aanbidding tot stand die van nature zo uiteenloopt en om welke reden stal de godheid (Indra) het paard van het offer? (5) O brahmaan, wat was na de kennis over de praktijk te hebben ontvangen van de machtige Sanat Kumâra * die zo goed thuis is in de traditionele kennis, het doel dat de heilige koning bereikte? (6-7) Alstublieft, uit uw goedheid voor de Allerhoogste Persoon van Krishna, vertel van de Heer die ook gekend wordt als Adhokshaja [Hij die voorbij de zinnen is] deze zo heel aandachtige toegewijde over het melken van die koe door de zoon van Vena; het moet zonder twijfel een genoegen zijn over te gaan tot het aanhoren van de verhalen over hem die uit de deugdzaamheid van zijn voorgaande incarnatie kwam tot zulke machtige en glorieuze daden.'

(8) Sûta zei: "Daarop prees de heilige Maitreya hem, zeer verheugd met de door de vertellingen over Vâsudeva geïnspireerde Vidura en gaf hij hem antwoord. (9) Maitreya zei: 'Toen koning Prithu door de brahmanen op de troon werd gezet, mijn beste, en verklaard werd dat hij ook de beschermer der mensen was, leden de burgers onder een voedseltekort en benaderden ze met hun lichamen uitgemergeld van de honger hem om hem, de Beschermer van het Aardoppervlak, ervan op de hoogte te stellen.

(10-11) 'Wij, o Koning, lijdend onder een honger die brandt gelijk een vuur in de holte van een boom, zijn als zulke bomen vandaag tot u gekomen om bij u beschutting te zoeken daar u de aangewezen meester bent die het raadplegen waard is ons in de arbeid te betrekken. Derhalve, alstublieft Uwe Majesteit, probeer ons, die onder honger te lijden hebben, het voedsel te verschaffen, o meester over alle heersers der mensen; als u niet optreedt als de beschermer van de mensen ons allen in distributie van het voedsel aan het werk zettend, zullen we omkomen!'

(12) Maitreya zei: 'Prithu die de burgers hun beklag over hun deerniswekkende toestand aanhoorde, bezon zich daar een lange tijd op, o beste der Kuru's, en ontdekte wat de oorzaak was. (13) Met die slotsom nam hij met wijsheid zijn pijl en boog op als de woedende Heer der drie Steden [Heer S'iva die ooit drie forten doorboorde met één pijl] en mikte een pijl richting aarde. (14) Toen de aarde zag dat hij zijn pijl en boog had opgevat, sloeg ze bevend, veranderd in een koe, op de vlucht zo angstig als een hert opgejaagd door een jager. (15) Er toen jacht op makend had de zoon van Vena, met verschrikkelijke rode ogen van de woede, een pijl op zijn boog aangelegd waarheen ze ook maar vluchtte. (16) Ziend hoe de koning haar achtervolgde met het heffen van zijn wapens, rende ze willekeurig in alle vier de windrichtingen, her en der in de ruimte tussen hemel en aarde wegvluchtend. (17) Nergens op aarde in staat te ontsnappen aan de hand van de zoon van Vena, precies zoals de mens niet in staat is te ontsnappen aan de dood, keerde ze tenslotte, zeer bevreesd en droef van hart, toen terug.

(18) Ze zei: 'Aangezien u nu de grootheid, de fortuinlijke bent, o kenner der religie, o toevlucht van hen die te lijden hebben, redt me altublieft; Uwe Majesteit bent er immers voor de bescherming van de levenden. (19) Waarom is het zo dat u nu juist die persoon wilt doden die zonder zonde is; hoe kan het zijn dat u een vrouw als ik naar het leven staat - u, die gezien wordt als de kenner der principes? (20) Als het zo is dat zeker niemand ooit een vrouw zou moeten slaan zelfs al is ze zondig, hoezeer moet dat dan niet gelden voor een persoonlijkheid als u, o Koning, een mens zo vol van genade en genegenheid voor de armen? (21) Als u mij in stukken breekt, hoe moet dan deze zo sterke boot met alles van de wereld erin geladen, u zowel als al de mensen drijvende houden?'

(22) Koning Prithu antwoordde: 'O mijn beste bron der welvaart, geen gehoor gevend aan mijn regels zal ik u ter dood moeten brengen; daar u, uw aandeel van de offers aanvaardend, ons niet in de overvloed voorziet. (23) U eet dagelijks het groenste gras, maar we zijn nooit zeker van de melk verschaft door uw uier; is het dan niet aangewezen een koe die aldus ongetwijfeld in overtreding is te straffen? (24) Mij niet gehoorzamend, van een mindere intelligentie, geeft u ons zeker niet de zaden voor de gewassen, de kruiden en het graan die voorheen door de Schepper werden gevormd maar nu door u in uzelf verborgen worden gehouden. (25) Om aan de treurnis van al de getroffenen lijdend onder de honger een einde te maken zal ik nu uw vlees in stukken snijden met mijn pijlen. (26) Of het nu een man, een vrouw of een eunuch betreft, de heersers die hem doden die als de laagste zonder mededogen voor zijn medeschepselen uit is op zijn eigenbelang, zijn niet werkelijk aan het doden. (27) U, krankzinnig en ingebeeld, geeft blijk van uzelf als een koe van begoocheling; met mijn pijlen zal ik u in stukken snijden zo klein als korreltjes graan; door de macht van mijn yoga zal ik persoonlijk al deze burgers in stand houden.'

(28) Dermate kwaad had hij de gedaante aangenomen van de dood in eigen persoon. De planeet aarde in overgave, die over haar hele lijf was begonnen te beven, sprak toen met gevouwen handen. (29) De aarde zei: 'Mijn respect voor de Transcendentie, de Oorspronkelijke Persoon die met de materiële energie expandeerde in de veelheid van vormen; die bron der kwaliteiten biedt ik mijn eerbetuigingen, voor de ware gedaante die, naar Zijn liefde en Zijn handelen, is als iemand die Zelf handelt maar Zelf niet is aangedaan door de verbijstering als gevolg van de golven van de oceaan der materie. (30) Hij, waarin al de levende wezens hun rust vinden, aan wie deze aarde als een combinatie van de verschillende geaardheden en elementen en ik zelf ons bestaan te danken hebben; Hij in Zijn eigen recht, klaar met Zijn wapens voor me staand, mag me zeker ter dood brengen - bij wie anders zou ik mijn toevlucht moeten zoeken dan bij Hem? (31) Als degene die al deze bewegende en niet bewegende bestaansvormen in den beginne vanuit Zijn eigen vermogen schiep, daarbij de bescherming van uw beschutting biedend; U, die naar waarheid ondoorgrondelijk bent en middels diezelfde mâyâ zichzelf nu als hem, deze koning vertoont; hoe kan U, bereid tot het bieden van bescherming als iemand die zich strikt aan de principes houdt, het verlangen mij te doden? (32) Zeker is zonder twijfel, vanwege Zijn onoverwinnelijk vermogen, het plan van de Allerhoogste Meester nimmer duidelijk voor mensen die weinig ervaring hebben; Hij die dan schiep en aanzet tot schepping, is door Zijn ondoorgrondelijke vermogens en Heerschappij, de Ene in de veelheid. (33) De Ene die door Zijn eigen vermogen de oorzaak is van de schepping, het ontbinden en de handhaving van deze wereld, van de stoffelijke elementen, zinnen en heersende halfgoden, de intelligentie en de identificatie met de materie; Hij die Zijn vermogen tentoonspreidt met al deze energieën, die Bovenzinnelijke Oorspronkelijke Persoonlijkheid en oorzaak der oorzaken, biedt ik mijn eerbetuigingen. (34) U was het die feitelijk deze wereld schiep die bestaat uit de elementen, de zinnen, de geest en het hart, o Almachtige, o Ongeborene, als het Oorspronkelijke Zwijn mij in stand houdend, mij uit het water halend vanuit lagere regionen [Varâha]. (35) Mij bovenop het water geplaatst hebbend, met de levende wezens boven op mij staand als in een boot, bent U, daadwerkelijk eropuit zijnd te beschermen, in de gedaante van een held de behoeder der aarde geworden - desalniettemin wilt U mij nu met scherpe pijlen doden vanwege het gemis van de melk. (36) Inderdaad worden, zoals dat met mij zo is, door het gewone volk, door hen wiens geesten zijn verbijsterd omdat ze door de geaardheden een product van Uw energie zijn, de wegen en handelingen van Uw heersers nimmer volledig begrepen; mijn respect voor hen allen en voor U die de helden zelf de bekendheid verleent.

         

next                         

 
Tweede editie, geladen 26 oktober, 2006.

 

 

Bronteksten:

Mahârâja Prithu wordt boos op de aarde

 

Tekst 1 :

Maitreya zei: 'De zoon van koning Vena aldus in zijn kwaliteiten en handelingen verheerlijkt als een gedaante van de Allerhoogste Heer, behaagde diegenen die hadden gesproken met gaven, zelf ook met alle respect en gebed zijn offers brengend.

De grote wijze Maitreya vervolgde: De voordrachtskunstenaars die Mahârâja Prithu verheerlijkten, gaven op deze manier een nauwkeurige beschrijving van zijn eigenschappen en ridderlijke activiteiten. Aan het slot bood Mahârâja Prithu hen met alle respect diverse geschenken aan en bewees hen de eer die hen toekwam. (Vedabase)

 

Tekst 2 :

De leiders der brahmanen, de andere kasten, de dienaren, ministers, priesters, de burgers, al zijn onderdanen, de verschillende gemeenschappen en zijn vereerders respecteerde hij allen naar behoren.

Koning Prithu bewees alle eer aan de leiders der brâhmana's en die van andere kasten, aan zijn dienaars, zijn ministers en de priesters, aan burgers en aan zijn landgenoten, aan mensen van andere bevolkingsgroepen, aan bewonderaars en alle anderen. Op die manier stelde hij ze tevreden en werden ze allemaal gelukkig. (Vedabase)

  

Tekst 3:

Vidura zei: 'Waarom nam de aarde die zoveel gedaanten heeft, de gedaante van een koe aan - en met koning Prithu die haar molk, wie was er dan als het kalf als ook: wat was de melkemmer?

Vidura vroeg de grote wijze Maitreya: Beste brâhmana, waarom nam moeder aarde, die zich toch in verschillende gedaanten kan voordoen, de gedaante van een koe aan? En toen koning Prithu haar melkte, wie werd toen het kalf, en wat diende als melkemmer? (Vedabase)

  

Tekst 4:

Hoe bracht hij eenvormigheid in de aanbidding tot stand die van nature zo uiteenloopt en om welke reden stal de godheid. (Indra) het paard van het offer?

Het oppervlak van de aarde is van nature laag op sommige plekken en hoog op andere. Hoe effende koning Prithu het oppervlak van de aarde, en waarom stal de hemelgod Indra het paard dat voor de offerande bedoeld was? (Vedabase)

 

Tekst 5:

O brahmaan, na de kennis over de praktijk te hebben ontvangen van de machtige Sanat Kumâra * die zo goed thuis is in de traditionele kennis, wat was het doel dat de heilige koning bereikte?

De grote heilige koning Mahârâja Prithu ontving zijn kennis van Sanat-kumâra, die de grootste vedische geleerde was. Hoe bereikte de heilige koning het doel dat hij zich gesteld had, nadat hij de kennis ontvangen had die hij in zijn leven in praktijk kon brengen? (Vedabase)

 

Tekst 6-7:

Alstublieft, uit uw goedheid voor de Allerhoogste Persoon van Krishna, vertel van de Heer die ook gekend wordt als Adhokshaja [Hij die voorbij de zinnen is] deze zo heel aandachtige toegewijde over het melken van die koe door de zoon van Vena; het moet zonder twijfel een genoegen zijn over te gaan tot het aanhoren van de verhalen over hem die uit de deugdzaamheid van zijn voorgaande incarnatie kwam tot zulke machtige en glorieuze daden.'

Prithu Mahârâja was een machtige incarnatie van Heer Krishna's vermogens; derhalve is elk verhaal over zijn activiteiten zonder meer heel aangenaam om te horen, en brengt het op allerlei manieren geluk. Wat mij betreft, ik ben altijd uw toegewijde en een toegewijde van de Heer, die bekendstaat als Adhokshaja. Vertel me daarom alstublieft alle verhalen over koning Prithu, die als de zoon van koning Vena de aarde melkte toen ze de gedaante van een koe had aangenomen. (Vedabase)

 

Tekst 8:

Sûta zei: "Daarop prees de heilige Maitreya hem, zeer verheugd met de door de vertellingen over Vâsudeva geïnspireerde Vidura en gaf hij hem antwoord.

Sûta Gosvâmî vervolgde: Toen Vidura blijk gaf van zijn verlangen om kennis te nemen van de activiteiten van Heer Krishna in Zijn verschillende incarnaties, begon Maitreya, die zich eveneens geïnspireerd voelde en zeer voldaan was over Vidura, hem te loven. Toen sprak Maitreya als volgt. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Maitreya zei: 'Toen koning Prithu door de brahmanen op de troon werd gezet, mijn beste, en verklaard werd dat hij ook de beschermer der mensen was, leden de burgers onder een voedseltekort en benaderden ze met hun lichamen uitgemergeld van de honger hem om hem, de Beschermer van het Aardoppervlak, ervan op de hoogte te stellen.

De grote wijze Maitreya vervolgde: Mijn beste Vidura, toen koning Prithu door de grote wijzen en brâhmana's gekroond was en uitgeroepen was tot de beschermheer der burgers, bleek er een schaarste aan graan te bestaan. De mensen werden in feite mager van de honger. Daarom verschenen ze voor de koning om hem op de hoogte van hun situatie te brengen. (Vedabase)

 

Tekst 10-11:

'Wij, o Koning, lijdend onder een honger die brandt gelijk een vuur in de holte van een boom, zijn als zulke bomen vandaag tot u gekomen om bij u beschutting te zoeken daar u de aangewezen meester bent die het raadplegen waard is ons in de arbeid te betrekken. Derhalve, alstublieft Uwe Majesteit, probeer ons, die onder honger te lijden hebben, het voedsel te verschaffen, o meester over alle heersers der mensen; als u niet optreedt als de beschermer van de mensen ons allen in distributie van het voedsel aan het werk zettend, zullen we omkomen!'

O koning, zoals een laaiend vuur in de holte van een boom geleidelijk die boom verzengd, zo worden wij verteerd door het vuur van honger dat in onze magen woedt. U bent de beschermer van overgegeven zielen en u bent aangesteld om ons aan werk te helpen. Daarom zijn wij allen tot u gekomen. U bent niet alleen koning maar tevens de incarnatie van God. In feite bent u de koning der koningen. U kunt ons allerlei werk geven, want u bent de meester van ons levensonderhoud. Zorg daarom alstublieft, o koning der koningen, dat door een goede distributie van graan onze honger gestild wordt. Bekommer u alstublieft om ons, opdat we niet binnenkort door voedselgebrek zullen sterven. (Vedabase)

  

Tekst 12:

Maitreya zei: 'Prithu die de burgers hun beklag over hun deerniswekkende toestand aanhoorde, bezon zich daar een lange tijd op, o beste der Kuru's, en ontdekte wat de oorzaak was.

Nadat hij deze klachten van de burgers aangehoord had en besefte in wat voor beklagenswaardige toestand ze zich bevonden, overdacht koning Prithu deze zaak lange tijd, om te zien of hij achter de oorzaken kon komen die eraan ten grondslag lagen. (Vedabase)

 

Tekst 13:

Met die slotsom nam hij met wijsheid zijn pijl en boog op als de woedende Heer der drie Steden [Heer S'iva die ooit drie forten doorboorde met één pijl] en mikte een pijl richting aarde.

Toen hij tot een conclusie gekomen was, nam de koning zijn pijl en boog op en richtte die op de aarde, precies als Heer S'iva, die uit woede de hele wereld verwoest. (Vedabase)

 

Tekst 14

Toen de aarde zag dat hij zijn pijl en boog had opgevat, sloeg ze bevend, veranderd in een koe, op de vlucht zo angstig als een hert opgejaagd door een jager.

Toen de aarde zag dat koning Prithu zijn pijl en boog ter hand nam om haar te doden, werd ze heel erg bang en begon ze te sidderen. Toen nam ze de vlucht, precies als een hert dat, achternagezeten door een jager, hard wegrent. In haar angst voor koning Prithu nam ze de vorm van een koe aan en zette het op een lopen. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Er toen jacht op makend had de zoon van Vena, met verschrikkelijke rode ogen van de woede, een pijl op zijn boog aangelegd waarheen ze ook maar vluchtte.

Toen hij dit zag, werd Mahârâja Prithu zeer vertoornd, en zijn ogen werden zo rood als de vroege ochtendzon. Met een pijl op zijn boog achtervolgde hij de aarde waarheen ze ook vluchtte. (Vedabase)

  

Tekst 16:

Ziend hoe de koning haar achtervolgde met het heffen van zijn wapens, rende ze willekeurig in alle vier de windrichtingen, her en der in de ruimte tussen hemel en aarde wegvluchtend.

In haar gedaante van een koe rende de aarde van her naar der in de kosmische ruimte tussen de hemelse planeten en de aarde, maar waarheen ze ook vluchtte, zat de koning haar met pijl en boog achterna. (Vedabase)

 

Tekst 17:

Nergens op aarde in staat te ontsnappen aan de hand van de zoon van Vena, precies zoals de mens niet in staat is te ontsnappen aan de dood, keerde ze tenslotte, zeer bevreesd en droef van hart, toen terug.

Zoals een mens niet kan ontsnappen aan de wrede hand van de dood, zo kon de aarde niet ontkomen aan de handen van de zoon van Vena. Tenslotte keerde de aarde, vol angst en volkomen ontdaan, weerloos terug. (Vedabase)

 

Tekst 18:

Ze zei: 'Aangezien u nu de grootheid, de fortuinlijke bent, o kenner der religie, o toevlucht van hen die te lijden hebben, redt me altublieft; Uwe Majesteit bent er immers voor de bescherming van de levenden

De grote, rijke koning Prithu aansprekend als de kenner van religieuze beginselen en toevluchtsoord van hen die zich overgegeven hebben, zei ze: Red me alstublieft. U bent de beschermheer van alle levende wezens. Nu bent u aangesteld als koning van deze planeet. (Vedabase)
 
Tekst 19:

Waarom is het zo dat u nu juist die persoon wilt doden die zonder zonde is; hoe kan het zijn dat u een vrouw als ik naar het leven staat - u, die gezien wordt als de kenner der principes?

De aarde. (in de gedaante van een koe) vervolgde haar beroep aan de koning: Ik ben erg arm en ik heb geen enkele zonde begaan. Ik weet niet waarom u me wilt doden. Hoe komt het toch dat u, die beschouwd wordt als de kenner van alle religieuze beginselen, zo kwaad op me bent, en waarom bent u er zo op uit om een vrouw te doden? (Vedabase)

 

Tekst 20:

Als het zo is dat zeker niemand ooit een vrouw zou moeten slaan zelfs al is ze zondig, hoezeer moet dat dan niet gelden voor een persoonlijkheid als u, o Koning, een mens zo vol van genade en genegenheid voor de armen?

Zelfs als een vrouw een zondige activiteit op haar geweten heeft, mag niemand haar lijfelijk straffen. Om van u maar niet te spreken, o koning, u die zo genadig bent. U bent de beschermheer, en u bent de armen toegenegen. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Als u mij in stukken breekt, hoe moet dan deze zo sterke boot met alles van de wereld erin geladen, u zowel als al de mensen drijvende houden?'

De aarde. (in de gedaante van een koe) vervolgde: Beste koning, ik ben als een stevige boot, en al het toebehoren van de wereld staat op mij. Als u mij in stukken breekt, hoe wilt u dan uzelf en uw onderdanen voor de verdrinkingsdood behoeden? (Vedabase)

 

Tekst 22:

Koning Prithu antwoordde: 'O mijn beste bron der welvaart, geen gehoor gevend aan mijn regels zal ik u ter dood moeten brengen; daar u, uw aandeel van de offers aanvaardend, ons niet in de overvloed voorziet.

Koning Prithu antwoordde de aardplaneet: Beste aarde, je hebt mijn voorschriften en bevelen in de wind geslagen. In de gedaante van een halfgod heb je je aandeel gehad in de yajña's die we gebracht hebben, maar in ruil daarvoor heb je niet voldoende graan geproduceerd. Om deze reden moet ik je doden. (Vedabase)

 

Tekst 23:

U eet dagelijks het groenste gras, maar we zijn nooit zeker van de melk verschaft door uw uier; is het dan niet aangewezen een koe die aldus ongetwijfeld in overtreding is te straffen?

Hoewel je elke dag groen gras eet, vul je je uier niet zodat wij je melk kunnen gebruiken. Aangezien je willens en wetens overtredingen begaat, kan je niet zeggen dat je niet strafbaar bent omdat je de gedaante van een koe hebt aangenomen. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Mij niet gehoorzamend, van een mindere intelligentie, geeft u ons zeker niet de zaden voor de gewassen, de kruiden en het graan die voorheen door de Schepper werden gevormd maar nu door u in uzelf verborgen worden gehouden.

Je hebt dermate je verstand verloren dat je ondanks mijn herhaalde opdracht weigert de zaden van kruiden en granen op te leveren, die destijds geschapen zijn door Brahmâ en die je nu in jezelf verborgen houdt. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Om aan de treurnis van al de getroffenen lijdend onder de honger een einde te maken zal ik nu uw vlees in stukken snijden met mijn pijlen.

Nu zal ik je met behulp van mijn pijlen aan stukken rijten, en met je vlees de door honger gekwelde burgers voeden die het uitschreeuwen uit gebrek aan graan. Zo zal ik de wenende burgers van mijn koninkrijk tevredenstellen. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Of het nu een man, een vrouw of een eunuch betreft, de heersers die hem doden die als de laagste zonder mededogen voor zijn medeschepselen uit is op zijn eigenbelang, zijn niet werkelijk aan het doden.

Elk wreed mens - of het nu een vrouw, een man of een eunuch betreft - die alleen geïnteresseerd is in zijn persoonlijk onderhoud en geen mededogen heeft met andere levende wezens, mag door de koning gedood worden. Dergelijk doden kan nooit beschouwd worden als moord. (Vedabase)

 

Tekst 27:

U, krankzinnig en ingebeeld, geeft blijk van uzelf als een koe van begoocheling; met mijn pijlen zal ik u in stukken snijden zo klein als korreltjes graan; door de macht van mijn yoga zal ik persoonlijk al deze burgers in stand houden.'

Opgeblazen van verwaandheid als je bent, heb je praktisch je verstand verloren. Nu heb je door middel van je mystieke kracht de vorm van een koe aangenomen. Niettemin zal ik je in stukjes hakken zo klein als graankorrels, en ik zal door mijn persoonlijke mystieke kracht de gehele bevolking vaste grond onder de voeten geven. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Dermate kwaad had hij de gedaante aangenomen van de dood in eigen persoon. De planeet aarde in overgave, die over haar hele lijf was begonnen te beven, sprak toen met gevouwen handen.

Op dat ogenblik werd Prithu Mahârâja precies als Yamarâja, en zijn hele lichaam leek te koken van woede. Met andere woorden: hij was de woede in persoon. Na zijn woorden gehoord te hebben, begon de aarde te sidderen. Ze gaf zich over, en begon met haar handen gevouwen als volgt te spreken. (Vedabase)

 

Tekst 29:

De aarde zei: 'Mijn respect voor de Transcendentie, de Oorspronkelijke Persoon die met de materiële energie expandeerde in de veelheid van vormen; die bron der kwaliteiten biedt ik mijn eerbetuigingen, voor de ware gedaante die, naar Zijn liefde en Zijn handelen, is als iemand die Zelf handelt maar Zelf niet is aangedaan door de verbijstering als gevolg van de golven van de oceaan der materie.

De planeet aarde sprak: O mijn Heer, o Allerhoogste Godspersoon, U bevindt Zich in een transcendentale positie, en U hebt Zich door Uw materiële energie en door de wisselwerking van de drie geaardheden der stoffelijke natuur in verschillende gedaanten en levenssoorten geëxpandeerd. In tegenstelling tot bepaalde andere meesters, blijft U altijd in Uw transcendentale positie en heeft de materiële schepping, die onderhevig is aan verschillende wisselwerkingen der materie, geen invloed op U. Dientengevolge wordt U niet in de war gebracht door materiële activiteiten. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Hij, waarin al de levende wezens hun rust vinden, aan wie deze aarde als een combinatie van de verschillende geaardheden en elementen en ik zelf ons bestaan te danken hebben; Hij in Zijn eigen recht, klaar met Zijn wapens voor me staand, mag me zeker ter dood brengen - bij wie anders zou ik mijn toevlucht moeten zoeken dan bij Hem?

De planeet aarde vervolgde: O mijn Heer, U bent de absolute leider van de materiële schepping. U hebt deze kosmische openbaring en de drie materiële geaardheden geschapen, en daarom hebt U ook mij, de planeet aarde, geschapen als rustplaats voor alle levende wezens. Toch bent U altijd volkomen onafhankelijk, mijn Heer. Nu dat U voor me staat, gereed om me met Uw wapens te doden, vraag ik U me te laten weten waar ik mijn toevlucht moet zoeken en wie me bescherming kan bieden. (Vedabase)

 

Tekst 31:

Als degene die al deze bewegende en niet bewegende bestaansvormen in den beginne vanuit Zijn eigen vermogen schiep, daarbij de bescherming van uw beschutting biedend; U, die naar waarheid ondoorgrondelijk bent en middels diezelfde mâyâ zichzelf nu als hem, deze koning vertoont; hoe kan U, bereid tot het bieden van bescherming als iemand die zich strikt aan de principes houdt, het verlangen mij te doden?

In het begin der schepping hebt U door Uw onvoorstelbare energie al deze bewegende en niet-bewegende levende wezens geschapen. Nu staat U op het punt om door middel van dezelfde energie de levende wezens bescherming te bieden. Waarlijk, U bent de allerhoogste beschermer der religieuze principes. Waarom bent U er dan zo op gebrand om me te doden, zelfs ondanks het feit dat ik de gedaante van een koe heb? (Vedabase)

 

Tekst 32:

Zeker is zonder twijfel, vanwege Zijn onoverwinnelijk vermogen, het plan van de Allerhoogste Meester nimmer duidelijk voor mensen die weinig ervaring hebben; Hij die dan schiep en aanzet tot schepping, is door Zijn ondoorgrondelijke vermogens en Heerschappij, de Ene in de veelheid.

O mijn Heer, alhoewel U één bent, hebt U Uzelf door Uw onvoorstelbare vermogens in vele vormen geëxpandeerd. Door tussenkomst van Brahmâ hebt U dit universum geschapen. Daarom bent U zonder meer de Allerhoogste Godspersoon. Mensen met weinig ervaring kunnen Uw transcendentale activiteiten niet begrijpen, omdat ze onder invloed staan van Uw begoochelende energie. (Vedabase)

 

Tekst 33:

De Ene die door Zijn eigen vermogen de oorzaak is van de schepping, het ontbinden en de handhaving van deze wereld, van de stoffelijke elementen, zinnen en heersende halfgoden, de intelligentie en de identificatie met de materie; Hij die Zijn vermogen tentoonspreidt met al deze energieën, die Bovenzinnelijke Oorspronkelijke Persoonlijkheid en oorzaak der oorzaken, biedt ik mijn eerbetuigingen

O mijn Heer, door Uw eigen vermogens bent U de oorspronkelijke oorzaak van de materiële elementen, en ook van de uitvoerende werktuigen. (de zinnen), degenen die deze zintuigen doen werken. (de halfgoden die ze besturen), van intelligentie en ego, alsook van al het andere. Door Uw energie openbaart U deze hele kosmische creatie, houdt U haar in stand en vernietigt U haar weer. Alleen door Uw energie is alles nu eens geopenbaard en dan weer niet-geopenbaard. Daarom bent U de Allerhoogste Godspersoon, de oorzaak van alle oorzaken. Ik bied U mijn nederige eerbetuigingen aan. (Vedabase)

 

Tekst 34:

U was het die feitelijk deze wereld schiep die bestaat uit de elementen, de zinnen, de geest en het hart, o Almachtige, o Ongeborene, als het Oorspronkelijke Zwijn mij in stand houdend, mij uit het water halend vanuit de lagere regionen [Varâha].

O mijn Heer, U bent immer ongeboren. Eens hebt U mij in Uw gedaante van het oorspronkelijke everzwijn uit het water op de bodem van het universum gered. Door middel van Uw eigen energie hebt U alle natuurlijke elementen, de zintuigen en het hart geschapen, teneinde de wereld in stand te houden. (Vedabase)

 

Tekst 35:

Mij bovenop het water geplaatst hebbend, met de levende wezens boven op mij staand als in een boot, bent U, daadwerkelijk eropuit zijnd te beschermen, in de gedaante van een held de behoeder der aarde geworden - desalniettemin wilt U mij nu met scherpe pijlen doden vanwege het gemis van de melk.

O mijn Heer, op deze wijze hebt U mij eens in bescherming genomen door me uit het water te redden en bijgevolg bent U beroemd geworden als Dharâdhara - Hij die de planeet aarde ondersteunt. Maar op dit ogenblik staat U in de gedaante van een grote held klaar om me met scherp gepunte pijlen te doden. Ik ben echter als een boot op het water, die alles drijvende houdt. (Vedabase)

 

Tekst 36:

Inderdaad worden, zoals dat met mij zo is, door het gewone volk, door hen wiens geesten zijn verbijsterd omdat ze door de geaardheden een product van Uw energie zijn, de wegen en handelingen van Uw heersers nimmer volledig begrepen; mijn respect voor hen allen en voor U die de helden zelf de bekendheid verleent.

O mijn Heer, ook ik ben de schepping van een van Uw energieën, samengesteld uit de drie geaardheden der materiële natuur. Daardoor komt het dat ik verbijsterd ben door Uw activiteiten. Zelfs de activiteiten van Uw toegewijden kunnen niet begrepen worden, om maar niet te spreken van Uw spel en vermaak. Vandaar dat alles ons als tegenstrijdig en wonderbaarlijk voorkomt. (Vedabase)

 

*Vandaag de dag zijn er vier belangrijke geestelijke erfopvolgingen in India: de Kumâra-, Brahmâ-, Lakshmî- en S'iva- sampradâya's. Deze onderhavige vertaling komt voort uit de Brahmâ-sampradâya.

 
 
 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De twee achtereenvolgende schilderijen op deze pagina zijn van resp.
Dhruva Maharaja dasa en Rasikananda dasa
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties