regelbalk


 

Canto 4

S'rî Krishna Caitanya

Hoofdstuk 14: Het Verhaal van Koning Vena

(1) Maitreya zei: 'De wijzen met Bhrigu aan het hoofd, die altijd het welzijn van de mensen voor ogen hadden, hadden van de burgers begrepen dat de koning afwezig was; ook wisten ze dat ze dan zeker op het niveau van de dieren zouden leven. (2) De wijze mannen, riepen toen Vena's moeder, Sunîthâ, bij zich, en kroonden hem toen tot de heerser over de wereld, ookal waren de ministers het er niet mee eens. (3) Horend dat Koning Vena de troon had bestegen verborgen de dieven, wetend dat hij een strenge bestraffer was, zich terstond gelijk ratten bang voor een slang. (4) Koning Vena die het zover als tot de koninklijke zetel had gebracht was zeer trots met de acht vormen van weelde [zoals ontleend aan de acht perfecties van de yoga, de siddhi's] en begon, met minachting, de grote persoonlijkheden te beledigen, zichzelf als de grootste beschouwend. (5) Aldus, verblind door de macht, besteeg hij, trots en onbeheerst als een olifant, een wagen en reisde hij rond hemel en aarde schrik aanjagend. (6) Niet toestaand dat er enig offer werd gebracht, aan liefdadigheid werd gedaan of dat er ook maar een grammetje boter in het vuur werd geofferd, o tweemaal geborene, stopte hij aldus, met zijn paukengeroffel overal, de rituelen der religie. (7) Al de wijzen, nadat ze getuige waren van al de handelingen van de grote schurk die Vena was, beschouwden het als gevaarlijk voor de mensen in het algemeen en kwamen er uit mededogen over te spreken daar zij het altijd geweest waren die de offers ten uitvoer brachten: (8) 'Zoals een blok hout dat aan twee kanten in brand staat, verkeert de gewone man helaas van de beide zijden van zowel de koning als van de dieven en schurken in groot gevaar. (9) Uit angst zonder een koning te zitten werd Vena, hoewel hij er niet voor geschikt was, gekroond en nu is er ook van hem het gevaar; hoe kunnen de gewone mensen dan gelukkig zijn? (10) Zoals een slang in leven gehouden met melk zelfs hem aanvalt die hem in leven houdt, heeft Vena, geboren uit de schoot van Sunitha, zich ontwikkeld tot een uiterst kwalijk karakter. (11) Benoemd tot Koning lijdt het geen twijfel dat hij er op uit is de burgers schade te berokkenen, maar niettemin zullen we proberen hem tot vrede te bewegen, opdat we niet door de gevolgen van zijn zonden zullen worden aangetast. (12) Bekend met Vena's ondeugd hebben we hem niettemin tot koning uitgeroepen; als wij hem met onze woorden niet tot vrede kunnen bewegen, zal hij, voor zijn onrechtgeaard handelen, door het publiek worden verdoemd te branden en zullen wij. naar ons eigen vermogen, ons best doen hem het vuur aan de schenen te leggen.' (13) Aldus besloten benaderden de wijzen Vena, hun woede verbergend en spraken ze tot hem na hem diplomatisch gunstig te hebben gestemd.

(14) De wijzen zeiden: 'O beste der edelen! Probeert u alstublieft dat te begrijpen wat we u nu gaan zeggen, o Koning, en dat uw levensduur zal verlengen, kracht zal vergroten en reputatie ten goede zal komen, o allerbeste. (15) Aan die personen, vrij van gehechtheid, die in woord, gedachte, lichaam en intelligentie handelen in overeenstemming met de religieuze beginselen, zullen de werelden zijn vergund die vrij zijn van ellende; zij zullen bevrijding en duurzaam geluk vinden. (16) Laat dat geestelijk leven niet door u gemist worden, o held der mensen; de koning die dat mist wat de oorzaak der voorspoed is, zal zijn positie verspelen. (17) O Koning, het adellijk bestuur dat de mensen beschermt tegen doortrapte regenten, dieven en schurken kan op grond daarvan belastingen innen en zowel deze wereld als de wereld erna genieten. (18) Het is in die koninkrijken waarin in de steden voorzeker de Allerhoogste Heer, de genieter aller offers, wordt aanbeden, dat de mensen zullen handelen in overeenstemming met hun eigen beroep in navolging van het varnâs'rama systeem [van roepingen en leeftijdsgroepen]. (19) De Fortuinlijke, de oorspronkelijke oorzaak van de kosmische manifestatie, zal tevreden zijn met die koning, o nobele ziel, die in zijn positie als heerser van de ziel is die de hele wereld bij elkaar houdt. (20) Met hem, de Heerser der Heersers, behaagd, kan men het onmogelijke bereiken; om die reden zijn de mensen overal met de beeltenissen van hun voorkeur naar hun volle vermogen met grote voldoening allen offers terwille van Hem aan het bereiden. (21) Het is Hij die met al de beeltenissen in de aanbidding de ontvanger is. Hij is de slotsom van de Veda's, de eigenaar van alle middelen van aanbidding, het doel van alle verzaking; derhalve zou u, o Koning, terwille van de meerdere eer en glorie van u zelve, uw landslieden moeten opdragen tot de dienst aan God over te gaan middels de verschillende vormen van offeren. (22) Als de brahmanen in het koninkrijk overgaan tot de eredienst, zijn alle verlichte zielen die deel uitmaken van de Heer, naar behoren gerespecteerd en zullen zij, zeer tevreden, het verlangde resultaat verzekeren; o held, u moet ze niet minachten.'

(23) Vena gaf ten antwoord: 'O hoe kinderachtig bent u allen in werkelijkheid, met het voor religieus houden van irreligieuze beginselen; in feite verzaakt u allen de vader in aanbidding van een achterhaalde notie van hem. (24) Zij die het onwetend ontbreekt aan respect zijn zich er niet van bewust dat de Heer er is in de vorm van de koning; ze kunnen geen geluk vinden in deze wereld noch na de dood! (25) Wat is de naam van die genieter van het offer op wie u uw zo grote toewijding richt? Net als een onkuise vrouw met haar geheime minnaar schiet u tekort in uw genegenheid voor uw echtgenoot! (26-27) De schepper, de handhaver, de vernietiger, de koning van de hemel, de god van de wind en de god van de dood; de god van de zon, de regens, de schatkist en de maan; de god van de aarde, het vuur en de wateren; al dezen en ook andere machten van zegen en vloek, houden zich op in het lichaam van de koning; de koning omvat al de goden. (28) Om die reden, mijn beste geleerden, behoort u mij te aanbidden in uw rituelen en niet jaloers te zijn; zet al die middelen in ter wille van mij, er is niemand anders als hoogste genieter van wat geofferd is.'

(29) Maitreya zei: 'Met al het respect geboden niet ingaand op het verzoek van de wijzen, was aldus hij wiens intelligentie was bedorven en zo heel zondig was afgedwaald van het rechte pad, verstoken van alle fortuin. (30) Op die manier waren al de brahmanen beledigd door hem, die zich zelf zeer onderlegd achtte; gefrustreerd met hun beleefde verzoek, o Vidura, werden ze zeer kwaad op hem: (31) 'Ter dood, ter dood, deze koning, deze zondaar, deze verschikkelijke kerel, die zeker de hele wereld spoedig in de as legt als we hem z'n gang laten gaan. (32) Deze man, zo vol van ondeugd, verdient nooit de verheven troon als de god der mensen; schaamteloos beledigt hij Heer Vishnu, de meester aller offers! (33) Wie ook anders dan Vena, geboren onder zo'n slecht gesternte, zou op die manier Hem belasteren, door wiens genade men alle fortuin geniet.' (34) Aldus besloten hem ter dood te brengen hielpen ze, met het ten toon spreiden van hun woede, met enkel hun woedende toon, Vena, die dood was in zijn belasteren van de Onfeilbare, de wereld uit. (35) Nadat de wijzen waren teruggekeerd naar hun hermitages, behield Sunitha, in haar jammerklacht, het lichaam van haar zoon met behulp van het zingen van mantra's.

(36) Eens, toen de wijzen een bad namen in de wateren van de Sarasvatî met offergaven gebracht in het vuur, begonnen ze, zittend aan de oever van de rivier, de zaken aangaande de waarheid te bespreken. (37) Ze vertelden elkaar dat ze te dien tijde hadden waargenomen dat er zich verstoringen ontwikkelden die de mensen in angst verzetten; zouden ze niet, zonder een heerser, lijden onder het ongeluk van het hebben van een wereld vol van dieven en schurken? (38) Klaarblijkelijk, toen de wijzen dit in overweging namen, kon overal waar men keek, men de hemel verduisterd zien door stofwolken opgeworpen door het zich uit de voeten maken van criminelen bezig met plunderen. (39-40) Ze begrepen toen dat de verstoringen waar gewone man onder te lijden had met het plunderen van hun rijkdom, te wijten was aan de dood van hem die hun beschermer was; en met het land vol dieven en moordenaars en het zonder een koning stellend, waren ze, ookal hadden ze al die misdaad heel goed in de gaten, niet in staat de boevenbende eronder te krijgen. (41) Een brahmaan gelijkgezind en vreedzaam, die de armen schromelijk verwaarloosd, is zeker van de neergang van zijn geest, precies zoals het water van een gebroken pot. (42) De familielijn van de heilige koning Anga zou niet moeten worden gebroken, want zondeloos zijnd had hun zaad het vermogen waarmee de koningen van deze familie de bescherming zouden genieten van Kes'ava [Hij met de mooie krullen]. (43) Aldus besloten de wijze mannen met hun speciale macht de benen van de dode koning te karnen, waarop een persoon genaamd Bâhuka [de dwerg] werd geboren. (44) Hij was zo zwart als een kraai, in ieder opzicht zeer kort van stuk met zeer korte benen en armen, had grote kaken, een platte neus, rooddoorlopen ogen en haar zo rood als koper. (45) Onderworpen verboog hij zich toen voor de wijzen vragend: 'Wat kan ik voor u betekenen?'. 'Zet u slechts hier neer' gaven ze ten antwoord, en dus, mijn beste, stond hij sedertdien bekend als Nishâda. (46) Zijn nakomelingen werden toen de Naishâda's genoemd; ze bewoonden de heuvels en bossen, omdat, geboren uit Vena met Nishâda die al de zonden op zich nam, ze gevreesd waren.

      

next                           

 
Tweede editie, geladen 11 oktober, 2006.

 

 

 

Bronteksten:

De Geschiedenis van Koning Vena

 

Tekst 1 :

Maitreya zei: 'De wijzen met Bhrigu aan het hoofd, die altijd het welzijn van de mensen voor ogen hadden, hadden van de burgers begrepen dat de koning afwezig was; ook wisten ze dat ze dan zeker op het niveau van de dieren zouden leven.

De grote wijze Maitreya vervolgde: O grote held Vidura, de grote wijzen, aangevoerd door Bhrgu, dachten altijd aan het welzijn van de mensheid. Toen ze zagen dat er in afwezigheid van koning Anga niemand was om de belangen van het volk te beschermen, begrepen ze dat de mensen zonder vorst onafhankelijk zouden worden en zich niet meer aan de regels zouden houden. (Vedabase)

 

Tekst 2 :

De wijze mannen, riepen toen Vena's moeder, Sunîthâ, bij zich, en kroonden hem toen tot de heerser over de wereld, ookal waren de ministers het er niet mee eens.

De grote wijzen lieten toen de koningin-moeder, Sunîthâ, roepen en kroonden met haar toestemming Vena tot koning van de wereld. Alle ministers waren hier echter tegen. (Vedabase)

  

Tekst 3:

Horend dat Koning Vena de troon had bestegen verborgen de dieven, wetend dat hij een strenge bestraffer was, zich terstond gelijk ratten bang voor een slang.

Vena stond reeds bekend als een zeer hardvochtig en wreed mens. De dieven en de schurken werden daarom heel bang toen ze hoorden dat hij de koningstroon bestegen had, en verstopten zich waar ze maar konden, net zoals ratten zich verstoppen voor slangen. (Vedabase)

  

Tekst 4:

Koning Vena die het zover als tot de koninklijke zetel had gebracht was zeer trots met de acht vormen van weelde [zoals ontleend aan de acht perfecties van de yoga, de siddhi's] en begon, met minachting, de grote persoonlijkheden te beledigen, zichzelf als de grootste beschouwend.

Toen de koning de troon besteeg, verkreeg hij acht verschillende volheden, die hem almachtig maakten. Als gevolg daarvan werd hij enorm trots. Op grond van zijn valse prestige achtte hij zichzelf belangrijker dan wie dan ook, en begon daarom grote persoonlijkheden te beledigen. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Aldus, verblind door de macht, besteeg hij, trots en onbeheerst als een olifant, een wagen en reisde hij rond hemel en aarde schrik aanjagend.

Volkomen verblind door zijn weelde, besteeg koning Vena een wagen en begon als een losgebroken olifant door het koninkrijk te reizen, waarbij hij overal waar hij kwam de lucht en de aarde deed beven. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Niet toestaand dat er enig offer werd gebracht, aan liefdadigheid werd gedaan of dat er ook maar een grammetje boter in het vuur werd geofferd, o tweemaal geborene, stopte hij aldus, met zijn paukengeroffel overal, de rituelen der religie.

Het was alle tweemaal-geborenen [brâhmana's] vanaf dat moment verboden nog enig offer te brengen, schenkingen te doen of geklaarde boter op het offervuur te gieten. Met tromgeroffel liet koning Vena door het hele land weten dat allerlei religieuze riten gestopt moesten worden. (Vedabase)

 

Tekst 7:

Al de wijzen, nadat ze getuige waren van al de handelingen van de grote schurk die Vena was, beschouwden het als gevaarlijk voor de mensen in het algemeen en kwamen er uit mededogen over te spreken daar zij het altijd geweest waren die de offers ten uitvoer brachten.

Daarom kwamen alle grote wijzen bij elkaar en nadat ze al Vena's wreedheden op een rijtje gezet hadden, kwamen ze tot de conclusie dat er een groot gevaar, een ware catastrofe, boven het hoofd van de mensheid hing. Uit mededogen begonnen ze de situatie daarom met elkaar te bespreken, aangezien zij degenen waren die de offers brachten. (Vedabase)

 

Tekst 8:

Zoals een blok hout dat aan twee kanten in brand staat, verkeert de gewone man helaas van de beide zijden van zowel de koning als van de dieven en schurken in groot gevaar

Toen de grote wijzen zo met elkaar beraadslaagden, beseften ze dat de mensen aan twee kanten bedreigd werden. Als een stuk hout aan beide kanten brandt, verkeren de mieren die zich op het midden ervan bevinden in een zeer hachelijke situatie. Op dezelfde manier bevonden ook de mensen zich op dat moment in een zeer gevaarlijke situatie - met een onverantwoordelijke koning aan de ene kant en dieven en schurken aan de andere kant. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Uit angst zonder een koning te zitten werd Vena, hoewel hij er niet voor geschikt was, gekroond en nu is er ook van hem het gevaar; hoe kunnen de gewone mensen dan gelukkig zijn?

Overwegend hoe ze de staat voor chaos konden behoeden, begonnen de wijzen te bespreken dat ze Vena tot koning gekroond hadden vanwege het feit dat er een politieke crisis was, maar dat hij in feite niet geschikt was voor het koningschap. Jammer genoeg werden de mensen nu evenwel door de koning zelf verstoord. Hoe kon de bevolking onder zulke omstandigheden gelukkig zijn? (Vedabase)

 

Tekst 10:

Zoals een slang in leven gehouden met melk zelfs hem aanvalt die hem in leven houdt, heeft Vena, geboren uit de schoot van Sunitha, zich ontwikkeld tot een uiterst kwalijk karakter.

De wijzen begonnen bij zichzelf te denken: Omdat koning Vena ter wereld gebracht is door Sunîthâ, is hij van nature heel slecht. Deze slechte koning steunen is hetzelfde als een slang melk voeren. Nu is hij een eindeloze bron van problemen geworden. (Vedabase)

 

Tekst 11:

Benoemd tot Koning lijdt het geen twijfel dat hij er op uit is de burgers schade te berokkenen, maar niettemin zullen we proberen hem tot vrede te bewegen, opdat we niet door de gevolgen van zijn zonden zullen worden aangetast.

We hebben deze Vena koning van het land gemaakt om de bevolking te beschermen, maar nu is hij hun vijand geworden. Ondanks dit alles, moeten we onmiddellijk proberen hem op het rechte pad te brengen. Op die manier zullen we hopelijk niet besmet worden door de reacties op zijn zonden. (Vedabase)

 

Tekst 12:

Bekend met Vena's ondeugd hebben we hem niettemin tot koning uitgeroepen; als wij hem met onze woorden niet tot vrede kunnen bewegen, zal hij, voor zijn onrechtgeaard handelen, door het publiek worden verdoemd te branden en zullen wij naar eigen goeddunken tot geweld moeten overgaan.

De heilige wijzen dachten: Hoewel we ons natuurlijk volkomen bewust zijn van Vena's slechte karakter, hebben we hem niettemin tot koning gekroond. Als we koning Vena niet kunnen overhalen om onze raad op te volgen, zal hij door het volk worden verdoemd; in dat geval zullen wij hun kant kiezen en hem door middel van onze krachten tot as verbranden. (Vedabase)

 

Tekst 13

Aldus besloten benaderden de wijzen Vena, hun woede verbergend en spraken ze tot hem na hem diplomatisch gunstig te hebben gestemd.

Nadat de grote wijzen dit besluit genomen hadden, benaderden ze koning Vena. Hun woede verbergend, bedaarden ze hem met vriendelijke woorden, en spraken toen als volgt. (Vedabase)

 

Tekst 14

De wijzen zeiden: 'O beste der edelen! Probeert u alstublieft dat te begrijpen wat we u nu gaan zeggen, o Koning, en dat uw levensduur zal verlengen, kracht zal vergroten en reputatie ten goede zal komen, o allerbeste.

De grote wijzen zeiden: Beste koning, we zijn gekomen om u goede raad te geven. Luister alstublieft zeer aandachtig naar ons, want als u dat doet, zal uw levensduur worden verlengd, en zullen uw rijkdom, kracht en goede naam toenemen. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Aan die personen, vrij van gehechtheid, die in woord, gedachte, lichaam en intelligentie handelen in overeenstemming met de religieuze beginselen, zullen de werelden zijn vergund die vrij zijn van ellende; zij zullen bevrijding en duurzaam geluk vinden.

Wie volgens de religieuze beginselen leeft en zich er naar woord, geest, lichaam en intelligentie aan houdt, gaat naar het hemelse koninkrijk, dat volkomen vrij is van ellende. Aldus bevrijd van de invloed der materie, ervaart men oneindig geluk. (Vedabase)

 

Tekst 16:

Laat dat geestelijk leven niet door u gemist worden, o held der mensen; de koning die dat mist wat de oorzaak der voorspoed is, zal zijn positie verspelen.

De wijzen vervolgden: O grote held, daarom moet u ervoor zorgen dat het geestelijk leven van de bevolking niet door uw toedoen bedorven wordt, want als dat het geval is, zal u zonder meer ten val komen en uw rijkdom en koninklijke positie verliezen. (Vedabase)

 

Tekst 17:

O Koning, het adellijk bestuur dat de mensen beschermt tegen doortrapte regenten, dieven en schurken kan op grond daarvan belastingen innen en zowel deze wereld als de wereld erna genieten.

De heiligen vervolgden: Als de koning de burgers beschermt tegen de wandaden van corrupte ministers alsook tegen dieven en schurken, kan hij, op grond van dergelijke vrome activiteiten, belasting van zijn onderdanen aanvaarden. Op die manier kan een vrome koning beslist zowel in deze wereld genieten, als in het leven na de dood. (Vedabase)

 

Tekst 18:

Het is in die koninkrijken waarin in de steden voorzeker de Allerhoogste Heer, de genieter aller offers, wordt aanbeden, dat de mensen zullen handelen in overeenstemming met hun eigen beroep in navolging van het varnâs'rama systeem [van roepingen en leeftijdsgroepen].

Een vrome koning is hij in wiens steden en hele rijk de bevolking zich strikt aan het stelsel van de acht maatschappelijke varna's en âsrama's houdt, en alle burgers de Allerhoogste Godspersoon vereren door middel van hun specifieke beroep. (Vedabase)
 
Tekst 19:

De Fortuinlijke, de oorspronkelijke oorzaak van de kosmische manifestatie, zal tevreden zijn met die koning, o nobele ziel, die in zijn positie als heerser van de ziel is die de hele wereld bij elkaar houdt.

O nobele ziel, als de koning erop toeziet dat de Allerhoogste Godspersoon - de diepste oorzaak van de kosmische openbaring en de Superziel in ieders hart - aanbeden wordt, zal de Heer tevreden zijn. (Vedabase)

 

Tekst 20:

Met hem, de Heerser der Heersers, behaagd, kan men het onmogelijke bereiken; om die reden zijn de mensen overal met de beeltenissen van hun voorkeur naar hun volle vermogen met grote voldoening allen offers terwille van Hem aan het bereiden.

De Allerhoogste Godspersoon wordt aanbeden door de grote halfgoden, die de kosmische aangelegenheden regelen. Als Hij tevreden is, is er niets dat men niet kan bereiken. Daarom scheppen alle halfgoden, die aan het hoofd staan van de verschillende planeten, alsook de bewoners van hun planeten, er zeer veel plezier in om Hem met allerlei attributen te vereren. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Het is Hij die met al de beeltenissen in de aanbidding de ontvanger is. Hij is de slotsom van de Veda's, de eigenaar van alle middelen van aanbidding, het doel van alle verzaking; derhalve zou u, o Koning, terwille van de meerdere eer en glorie van u zelve, uw landslieden moeten opdragen tot de dienst aan God over te gaan middels de verschillende vormen van offeren.

Beste koning, de Allerhoogste Godspersoon is samen met de besturende halfgoden de begunstigde van alle offers op alle planeten. De Allerhoogste Heer is het geheel der drie Veda's, de eigenaar van alles, en het uiteindelijke doel van alle verstervingen. Daarom zouden uw landgenoten verschillende offers moeten brengen voor uw verheffing. U zou hen in feite altijd opdracht moeten geven tot het brengen van offers. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Als de brahmanen in het koninkrijk overgaan tot de eredienst, zijn alle verlichte zielen die deel uitmaken van de Heer, naar behoren gerespecteerd en zullen zij, zeer tevreden, het verlangde resultaat verzekeren; o held, u moet ze niet minachten.'

Als alle brâhmana's in uw koninkrijk offers brengen, zullen de halfgoden, die volkomen expansies zijn van de Heer, heel voldaan over hun activiteiten zijn, en u het gewenste resultaat geven. O held, maak daarom geen einde aan de offers, want als u dat wel doet, geeft u blijk van een gebrek aan eerbied voor de halfgoden. (Vedabase)

 

Tekst 23:

Vena gaf ten antwoord: 'O hoe kinderachtig bent u allen in werkelijkheid, met het voor religieus houden van irreligieuze beginselen; in feite verzaakt u allen de vader in aanbidding van een achterhaalde notie van hem.

Koning Vena antwoordde: hebben helemaal geen ervaring. Het is zeer betreurenswaardig dat jullie iets in stand houden wat niet religieus is, en het aanzien voor religie. Voorwaar, ik vind dat jullie je ware echtgenoot, die jullie in al je behoeften voorziet, opgeven en een of andere minnaar zoeken om te aanbidden. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Zij die het onwetend ontbreekt aan respect zijn zich er niet van bewust dat de Heer er is in de vorm van de koning; ze kunnen geen geluk vinden in deze wereld noch na de dood!

Degenen die het als gevolg van hun grove onwetendheid nalaten de koning, die feitelijk de Allerhoogste Godspersoon is, te aanbidden, kennen noch in dit leven noch in het leven na de dood geluk. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Wat is de naam van die genieter van het offer op wie u uw zo grote toewijding richt? Net als een onkuise vrouw met haar geheime minnaar schiet u tekort in uw genegenheid voor uw echtgenoot!

Jullie zijn zo toegewijd aan de halfgoden, maar wie zijn zij? Voorwaar, uw genegenheid voor deze halfgoden is precies als de genegenheid van een overspelige vrouw, die haar huwelijksleven verwaarloost en al haar aandacht aan haar minnaar schenkt. (Vedabase)

 

Tekst 26-27:

De schepper, de handhaver, de vernietiger, de koning van de hemel, de god van de wind en de god van de dood; de god van de zon, de regens, de schatkist en de maan; de god van de aarde, het vuur en de wateren; al dezen en ook andere machten van zegen en vloek, houden zich op in het lichaam van de koning; de koning omvat al de goden.

Heer Vishnu, Heer Brahmâ, Heer S'iva, Heer Indra, Vâyu. (de heer van de lucht), Yama. (de heer van de dood), de zonnegod, de heer van de regen, Kuvera. (de schatbewaarder), de maangod, de halfgod die over de aarde heerst, Agni. (de vuurgod), Varuna. (de heer der wateren) en alle andere grote persoonlijkheden die bevoegd zijn om te zegenen of te vervloeken, verblijven in het lichaam van de koning. Daarom staat de koning bekend als de bron van alle halfgoden, die slechts volkomen deeltjes van zijn lichaam zijn. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Om die reden, mijn beste geleerden, behoort u mij te aanbidden in uw rituelen en niet jaloers te zijn; zet al die middelen in ter wille van mij, er is niemand anders als hoogste genieter van wat geofferd is.'

Koning Vena vervolgde: Daarom, o brâhmana's, moeten jullie je afgunst voor mij laten varen, en mij met jullie rituelen vereren, en alle artikelen die daarmee gepaard gaan aan mij offeren. Als jullie intelligent zijn, horen jullie te weten dat niemand groter is dan ik en dat ik het recht heb om de eerste offerandes van alle offerplechtigheden te aanvaarden. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Maitreya zei: 'Met al het respect geboden niet ingaand op het verzoek van de wijzen, was aldus hij wiens intelligentie was bedorven en zo heel zondig was afgedwaald van het rechte pad, verstoken van alle fortuin.

De grote wijze Maitreya vervolgde: Zo raakte de koning, die alle intelligentie verloor door zijn zondige leven en door het feit dat hij afdwaalde van het rechte pad, werkelijk verstoken van alle geluk. Hij kon de verzoeken die de grote wijzen hem met zoveel respect hadden voorgelegd niet aanvaarden, en was daardoor verdoemd. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Op die manier waren al de brahmanen beledigd door hem, die zich zelf zeer onderlegd achtte; gefrustreerd met hun beleefde verzoek, o Vidura, werden ze zeer kwaad op hem:

Beste Vidura, alle geluk zij met je. De dwaze koning, die zichzelf heel geleerd vond, beledigde op die manier de grote wijzen, die, geschokt als ze door zijn woorden waren, heel kwaad op hem werden. (Vedabase)

 

Tekst 31:

'Ter dood, ter dood, deze koning, deze zondaar, deze verschikkelijke kerel, die zeker de hele wereld spoedig in de as legt als we hem z'n gang laten gaan.

Alle grote heilige wijzen riepen onmiddellijk: Dood hem! Dood hem! Hij is een afschuwelijke zondaar. Als hij blijft leven, zal hij beslist binnen zeer korte tijd de hele wereld in as omzetten. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Deze man, zo vol van ondeugd, verdient nooit de verheven troon als de god der mensen; schaamteloos beledigt hij Heer Vishnu, de meester aller offers!

De heilige wijzen vervolgden: Deze goddeloze, onbeschaamde man verdient het helemaal niet om op de troon te zitten. Hij is zo schaamteloos dat hij zelfs Heer Vishnu, de Allerhoogste Godspersoon heeft durven beledigen. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Wie ook anders dan Vena, geboren onder zo'n slecht gesternte, zou op die manier Hem belasteren, door wiens genade men alle fortuin geniet.'

Wie behalve die boosdoener van een koning Vena zou de Allerhoogste Godspersoon beledigen, door wiens genade men allerlei rijkdom en geluk verkrijgt? (Vedabase)

 

Tekst 34:

Aldus besloten hem ter dood te brengen hielpen ze, met het ten toon spreiden van hun woede, met enkel hun woedende toon, Vena, die dood was in zijn belasteren van de Onfeilbare, de wereld uit

De grote wijzen besloten onmiddellijk om koning Vena te doden, waarmee ze hun verborgen woede toonden. Omdat koning Vena de Allerhoogste Godspersoon belasterd had, was hij al zo goed als dood. De wijzen doodden hem niet met enig wapen, maar gewoon door geluidstrillingen. (Vedabase)

 

Tekst 35:

Nadat de wijzen waren teruggekeerd naar hun hermitages, behield Sunitha, in haar jammerklacht, het lichaam van haar zoon met behulp van het zingen van mantra's.

Toen alle wijzen naar hun eigen kluizenaarshutten waren teruggekeerd, werd de moeder van koning Vena, Sunîthâ, overmand door droefheid om de dood van haar zoon. Ze besloot zijn stoffelijk overschot te bewaren door gebruikmaking van bepaalde ingrediënten en het chanten van mantra's [mantra-yogena]. (Vedabase)

 

Tekst 36:

Eens, toen de wijzen een bad namen in de wateren van de Sarasvatî met offergaven gebracht in het vuur, begonnen ze, zittend aan de oever van de rivier, de zaken aangaande de waarheid te bespreken.

Op een dag verrichtten dezelfde heiligen, nadat ze hun bad in de Sarasvatî hadden genomen, hun dagelijkse plichten door offerandes op het vuur te gieten. Toen ze daarna aan de oever van de rivier zaten, begonnen ze over de transcendentale Persoon en Zijn spel en vermaak te spreken. (Vedabase)

 

Tekst 37:

Ze vertelden elkaar dat ze te dien tijde hadden waargenomen dat er zich verstoringen ontwikkelden die de mensen in angst verzetten; zouden ze niet, zonder een heerser, lijden onder het ongeluk van het hebben van een wereld vol van dieven en schurken?

In die dagen kwamen er allerlei ongeregeldheden in het land voor, waardoor er paniek onder de bevolking ontstond. Daarom zeiden de wijzen tot elkaar: Aangezien de koning dood is en niemand de wereld beschermt, kan de bevolking te lijden krijgen van schurken en dieven. (Vedabase)

 

Tekst 38:

Klaarblijkelijk, toen de wijzen dit in overweging namen, kon overal waar men keek, men de hemel verduisterd zien door stofwolken opgeworpen door het zich uit de voeten maken van criminelen bezig met plunderen.

Terwijl de grote wijzen dit alles zo aan het bespreken waren, zagen ze van alle kanten stofwolken opwaaien, die opgeworpen werden door rondrennende dieven en schurken die de burgers aan het plunderen waren. (Vedabase)

 

Tekst 39-40:

Ze begrepen toen dat de verstoringen waar gewone man onder te lijden had met het plunderen van hun rijkdom, te wijten was aan de dood van hem die hun beschermer was; en met het land vol dieven en moordenaars en het zonder een koning stellend, waren ze, ookal hadden ze al die misdaad heel goed in de gaten, niet in staat de boevenbende eronder te krijgen.

Toen de heiligen de stofwolk zagen, begrepen ze dat de dood van koning Vena vele ongeregeldheden teweegbracht. Zonder regering heerste er geen orde in het land, en daardoor staken er vele moorddadige dieven en schurken de kop op, die de rijkdommen van het volk plunderden. Hoewel de grote wijzen deze ongeregeldheden door middel van hun krachten de kop in hadden kunnen drukken - zoals ze ook de koning hadden gedood - achtten ze het van hun kant onjuist om dat te doen. Daarom dezen ze geen poging om er een eind aan te maken. (Vedabase)

  

Tekst 41:

Een brahmaan gelijkgezind en vreedzaam, die de armen schromelijk verwaarloosd, is zeker van de neergang van zijn geest, precies zoals het water van een gebroken pot.

De grote wijzen begonnen te denken dat een brâhmana weliswaar vredig en onpartijdig is, aangezien hij iedereen met gelijke blik beziet, maar dat dit niet wil zeggen dat hij arme mensen maar aan hun lot moet overlaten. Door dergelijke nalatigheid verliest een brâhmana aan geestelijke kracht, net zoals water uit een gebarsten kruik lekt. (Vedabase)

 

Tekst 42:

De familielijn van de heilige koning Anga zou niet moeten worden gebroken, want zondeloos zijnd had hun zaad het vermogen waarmee de koningen van deze familie de bescherming zouden genieten van Kes'ava [Hij met de mooie krullen].

De wijzen besloten dat er geen einde moest komen aan de dynastie van de heilige koning Anga, omdat het zaad in die familie heel krachtig was, en de kinderen ervan geneigd waren om toegewijden van de Heer te worden. (Vedabase)

 

Tekst 43:

Aldus besloten de wijze mannen met hun speciale macht de benen van de dode koning te karnen, waarop een persoon genaamd Bâhuka [de dwerg] werd geboren.

Nadat ze dit besluit hadden genomen, begonnen de heiligen en wijzen met grote kracht en volgens een bepaalde methode de dijen van het lichaam van koning Vena rond te draaien. Als gevolg van dit karnen verscheen er een dwergachtige persoon uit het lichaam van koning Vena. (Vedabase)

 

Tekst 44:

Hij was zo zwart als een kraai, in ieder opzicht zeer kort van stuk met zeer korte benen en armen, had grote kaken, een platte neus, rooddoorlopen ogen en haar zo rood als koper.

Deze persoon, die uit de dijen van koning Vena werd geboren, heette Bâhuka, en hij was zo zwart als een kraai. Hij was heel klein van stuk, zijn armen en benen waren kort, en hij had grote kaken. Zijn neus was plat, zijn ogen roodachtig, en zijn haar koperkleurig. (Vedabase)

 

Tekst 45:

Onderworpen verboog hij zich toen voor de wijzen vragend: 'Wat kan ik voor u betekenen?'. 'Zet u slechts hier neer' gaven ze ten antwoord, en dus, mijn beste, stond hij sedertdien bekend als Nishâda.

Hij was heel onderdanig en volgzaam, en boog zich onmiddellijk na zijn geboorte neer en vroeg: "Heren, wat kan ik voor u doen?" De grote wijzen antwoordden: "Ga alsjeblieft zitten [nisîda]." Op die manier werd Nishâda geboren, de voorvader van het Naishâda-ras. (Vedabase)

 

Tekst 46:

Zijn nakomelingen werden toen de Naishâda's genoemd; ze bewoonden de heuvels en bossen, omdat, geboren uit Vena met Nishâda die al de zonden op zich nam, ze gevreesd waren.

Na zijn geboorte nam Nishâda onmiddellijk alle gevolgen van koning Vena's zondige activiteiten op zich. Daarom houden deze Naishâda's zich altijd bezig met zondige activiteiten zoals stelen, plunderen en jagen. Als gevolg daarvan is het ze alleen toegestaan om in de heuvels en de wouden te leven. (Vedabase)

 

 
 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties