regelbalk


 

Canto 3

Sâvarana S'rî Gaura

 

 

Hoofdstuk 33: De Activiteiten van Kapila Muni

(1) Maitreya zei: 'Nadat de beminde echtgenote van Kardama, de moeder genaamd Devahûti, aldus had vernomen van de woorden van Heer Kapila, droeg zij, bevrijd van de lagen van illusie en na Hem haar eerbetuigingen gebracht te hebben, gebeden op aan de auteur in de aangelegenheid van de basisprincipes die de achtergrond vormen van de bevrijding. (2) Devahûti zei: 'Men zegt dat het zo is dat de Ongeborene [Brahmâ] die voortkwam uit de lotusbloem uit Jouw onderbuik, zelf op Jouw in het water neerliggende lichaam mediteerde, de bron van de stroom van de natuurlijke geaardheden, dat het beginsel is van al het gemanifesteerde in het doordringen van de materiële elementen, de zinnen, de zinsobjecten en het denken. (3) Als daadwerkelijk diezelfde persoon van het universum ga Je door met Je heldenmoed in verhouding tot dat wat verdeeld is door de interactie van de geaardheden met de schepping en alles, daartoe als degene die niet handelt het verschil vormend van Jouw onderscheid als de Heer van alle levende wezens wiens duizenden energieën het bevattingsvermogen te boven gaan. (4) Als diezelfde persoon nam Je geboorte uit Mijn onderbuik, mijn Heer; Jij wiens vermogens ondoorgrondelijk zijn, waarvan dan dit universum rustte in de buik, hebt, aan het eind van het millennium, Jezelf alleen neergevlijd op het blad van een Banyanboom, als een baby die zijn voetje likt. (5) Jij hebt dit lichaam aangenomen om de zondige activiteit terug te dringen en instructies te verschaffen over de toewijding; o mijn Heer, voor de meerdere glorie van Jouw Avatâra's, de zwijn-incarnatie en anderen, kwam Je daadwerkelijk met de bedoeling het pad der zelfverwerkelijking te openbaren. (6) En wat moet ik er niet van zeggen om Jou, o Fortuinlijke, van aangezicht tot aangezicht te zien, van wie het horen van het zingen van de naam, het brengen van eerbetuigingen en de heugenis, op welk moment ook zelfs de laagst geborene terstond ervoor in aanmerking doet komen de vedische rituelen te voltrekken. (7) O hoe zalig en derhalve aanbiddelijk is degene die de heilige naam voor op zijn tong heeft, ook al kookt hij alleen maar voor zichzelf; terwille van Jouw deden de beschaafden, die de Veda's bestudeerden en Jouw heilige naam hebben aanvaard, hun boete, brachten zij vuuroffers en dompelden ze zich onder in de heilige rivieren. (8) Hem, Jou, de Hoogste Geest, de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Vishnu die de naam van Kapila draagt die de bewaarplaats van de Veda's is, naar wie ik mij inwaarts keerde, die ik voor de geest had en waarop ik mediteerde en door wiens vermogen de invloed van de geaardheden verdween, biedt ik mijn eerbetuigingen.

(9) Maitreya zei: 'De Allerhoogste Heer genaamd Kapila, aldus geprezen, gaf, vol van genegenheid voor Zijn moeder, haar antwoord met woorden van gewicht. (10) Heer Kapila zei: 'Te handelen naar het pad van dit wat Ik u nu heb uiteengezet, Mijn beste moeder, is zeer eenvoudig; zeer spoedig zal u het hoogste doel bereiken. (11) U kan erop vertrouwen dat wat betreft deze instructie van Mij die door de transcendentalisten wordt nageleefd, u de vrijheid van angst zult bereiken terwijl het de [kringloop van geboorte en] dood is die wordt bereikt door degenen die hier niet mee vertrouwd zijn.

(12) Maitreya zei: 'Na aldus uitleg verschaft te hebben nam die eerbiedwaardige Allerhoogste Heer van het pad der zelfverwerkelijking, de zelfgerealiseerde Kapila, met permissie afscheid van Zijn moeder en vertrok Hij. (13) Zoals haar zoon haar had gezegd in Zijn uitleg over de yoga, fixeerde ze zichzelf eveneens in samâdhi om in die woonplaats, de bloemenkroon van de Sarasvatî rivier [Kardama's paleis], verbonden te zijn in de yoga. (14) Regelmatig badend, werd haar krullende samengeklitte haar grijs en werd haar, in oude kleren gehulde, lichaam mager van de zware boetedoeningen. (15) Door de verzaking van de yoga had Kardama Muni, een stamvader van de mensheid, het ongeëvenaarde van zijn huis met alle toebehoren ontwikkeld, dat zelfs door de bewoners van de hemel werd beneden. (16) De ivoren bedden wit als melkschuim hadden goud bestikte spreien en de stoelen en banken waren van goud gemaakt en hadden kussens zacht om op te zitten. (17) De wanden waren van puur marmer ingelegd met kostbare smaragden en lampen die straalden van de juwelen waarmee ook de dames zich opsierden. (18) De tuin van de huishouding was prachtig met bloemen en vruchten, vele bomen met paartjes zangvogels en het gezoem van dronken bijen. (19) Over de grote zorg van Kardama, zongen aldaar de hemelse metgezellen voor haar als ze een bad nam in de naar lotussen geurende vijver.

(20) Het opgevend met de meest begerenswaardige van alle huishoudens, een huishouden waar zelfs de vrouwen van Indra afgunstig op waren, had ze een treurige uitdrukking op haar gezicht, aangedaan als ze was door het van haar zoon gescheiden zijn. (21) Met haar echtgenoot die naar het woud was vertrokken en de afstand tot haar zoon, werd ze, ondanks dat ze van de waarheid op de hoogte was, heel triest, zoals een sentimentele koe die haar kalf kwijt is. (22) Op Hem mediterend, haar goddelijke zoon Kapiladev, raakte ze zeer spoedig, o beste Vidura, onthecht van haar fijne woning. (23) Mediterend op de gedaante van de Allerhoogste Heer, zoals Hij dat had geïnstrueerd, hield zij, als haar voorwerp, het geheel en de delen van het lachende gezicht van haar zoon in gedachten. (24-25) Voortdurend bezig in toegewijde dienst en zeer sterk door het juiste ten uitvoer brengen van de plichten in verzaking dat resulteerde uit de kennis van de Absolute Waarheid, zag ze toen, door de zuivering van haar geest naar de Grote Ziel wiens gelaat overal wordt waargenomen, door zelfrealisatie de onderscheidingen van de geaardheden der natuur verdwijnen. (26) Met haar geest gevestigd in Brahman en bevrijd in de Opperheer die in alle levende wezens verblijft, verdween, met het bereiken van de bovenzinnelijke verrukking, de materiële pijn van de onfortuinlijke omstandigheid van haar individuele ziel. (27) Door haar vervoering verblijvend in het eeuwige en bevrijd van de verbijstering door de geaardheden van de materiële natuur, vergat ze toen haar materiële lichaam precies zoals iemand die opgestaan is vergeet wat word gezien in een droom. (28) Haar lichaam raakte, hoewel onderhouden door anderen, echter niet uitgemergeld daar zorgen haar niet kwelden; ze straalde als een vuur dat verhuld is door een rookgordijn. (29) Verzonken in gedachten over Vâsudeva, was ze, onder goddelijke bescherming, er zich met haar lichaam in het volle van de verzaking van haar yogabeoefening, niet van bewust of haar haar los hing of dat haar kleding in het ongerede was. (30) Aldus bereikte ze geïnstrueerd door Kapila, met het pad zonder mankeren spoedig het voorbije van de Superziel, de beëindiging van het materiële bestaan vindend in de Geest van de Absolute Waarheid van de Allerhoogste Heer.

(31) Dat paleis waar ze de volmaaktheid bereikte, o dappere, was een hoogst heilige plaats en staat in de drie werelden bekend onder de naam Siddhapada [de toevlucht der volmaaktheid]. (32) De materiële elementen van haar lichaam opgegeven met de praktijk van de yoga werden een rivier die de meest vooraanstaande van alle rivieren is, o zachtgeaarde, waartoe allen die de volmaaktheid verlangen hun toevlucht nemen daar ze die volmaaktheid overdraagt. (33) Heer Kapila, de grote yogi en Opperheer, begaf zich, toen Hij Zelf vandaar vertrok nadat Hij afscheid nam van Zijn moeder, in noordoostelijke richting. (34) Door de Siddha's, de Cânara's, de Gandharva's, de muni's en de Apsara's verheerlijkt, bood de oceaan Hem offergaven en een verblijfplaats [heden ten dage nog steeds bekend en aanbeden als Gangâ-sâgara-tîrtha, de plaats waar de Ganges de oceaan vindt]. (35) Daar blijft Hij in samâdhi, om de verlossing te verzekeren van de drie werelden, aanbeden door de leraren van het voorbeeld die het Sânkhya-yogasysteem beoefenden. (36) Mijn beste zondeloze, dit wat ik u op uw navraag vertelde over Kapila en Zijn conversatie met Devahûti, is van het zuiverste. (37) Wie ook maar hoort of wie ook maar uitweidt over deze vertrouwelijke leringen van Kapila Muni over de eenheid van de ziel en aldus zijn geest heeft gericht op de Fortuinlijke onder de vlag van Garuda, zal de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer bereiken.

 

 

 Aldus eindigt het derde Canto van het S'rîmad Bhâgavatam

  

next                       

 
  Tweede Editie, geladen 19 aug. 2006.   

 

 

 

Bronteksten:

Kapila's activiteiten

 

Tekst 1:

Maitreya zei: 'Nadat de beminde echtgenote van Kardama, de moeder genaamd Devahûti, aldus had vernomen van de woorden van Heer Kapila, droeg zij, bevrijd van de lagen van illusie en na Hem haar eerbetuigingen gebracht te hebben, gebeden op aan de auteur in de aangelegenheid van de basisprincipes die de achtergrond vormen van de bevrijding.

Srî Maitreya zei: Zo raakte Devahûti, de moeder van Heer Kapila en de echtgenote van Kardama Muni, verlost van alle onwetendheid met betrekking tot toegewijde dienst en transcendente kennis. Ze bracht de Heer, die de grondbeginselen heeft opgesteld van het stelsel der sânkhya-filosofie, dat de basis der bevrijding vormt, haar eerbetuigingen en schonk Hem voldoening met de volgende gebeden. (Vedabase)

 

Tekst 2:

Devahûti zei: 'Men zegt dat het zo is dat de Ongeborene [Brahmâ] die voortkwam uit de lotusbloem uit Jouw onderbuik, zelf op Jouw in het water neerliggende lichaam mediteerde, de bron van de stroom van de natuurlijke geaardheden, dat het beginsel is van al het gemanifesteerde in het doordringen van de materiële elementen, de zinnen, de zinsobjecten en het denken.

Devahûti zei: Brahmâ wordt ongeboren genoemd, omdat hij geboren wordt uit de lotus die uit Je buik komt groeien, terwijl Je in de oceaan onderin het heeal ligt. Maar zelfs Brahmâ mediteerde alleen maar op Jou, wiens lichaam de oorsprong van eindeloze hoeveelheden universa is. (Vedabase)

  

Tekst 3:

Als daadwerkelijk diezelfde persoon van het universum ga Je door met Je heldenmoed in verhouding tot dat wat verdeeld is door de interactie van de geaardheden met de schepping en alles, daartoe als degene die niet handelt het verschil vormend van Jouw onderscheid als de Heer van alle levende wezens wiens duizenden energieën het bevattingsvermogen te boven gaan.

Lieve Heer, hoewel Je Zelf niets te doen hebt, heb Je Je energieën verbreid in de wisselwerkingen van de geaardheden der materiële natuur, en daardoor is het dat schepping, instandhouding en ontbinding van de kosmische openbaring zich voltrekken. Lieve Heer, Je neemt Je eigen besluiten en bent voor alle levende wezens de Allerhoogste Godspersoon. Voor hen heb Je deze materiële openbaring geschapen, en hoewel Je één bent, kunnen Je uiteenlopende energieën op velerlei wijzen te werk gaan. Dat is in onze ogen onvoorstelbaar. (Vedabase)

 

Tekst 4:

Als diezelfde persoon nam Je geboorte uit Mijn onderbuik, mijn Heer; Jij wiens vermogens ondoorgrondelijk zijn, waarvan dan dit universum rustte in de buik, hebt, aan het eind van het millennium, Jezelf alleen neergevlijd op het blad van een Banyanboom, als een baby die zijn voetje likt.

Als Allerhoogste Godspersoon ben Je uit mijn buik geboren. O Heer, hoe kan de Allerhoogste, die de gehele kosmische openbaring in Zijn buik heeft, zoiets doen? Het antwoord luidt dat dit heel goed mogelijk is, omdat Je Je aan het einde van het millennium op een banyan-blad neerlegt en als een kleine baby op de teen van Je lotusvoeten zuigt. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Jij hebt dit lichaam aangenomen om de zondige activiteit terug te dringen en instructies te verschaffen over de toewijding; o mijn Heer, voor de meerdere glorie van Jouw Avatâra's, de zwijn-incarnatie en anderen, kwam Je daadwerkelijk met de bedoeling het pad der zelfverwerkelijking te openbaren.

Lieve Heer, Je hebt dit lichaam aangenomen om daarin de zonden van de gevallen zielen te verminderen en hun kennis van toewijding en bevrijding te verrijken. Aangezien deze zondaars van Je aanwijzingen afhankelijk zijn, neem Je door Je eigen wil de gedaante van incarnaties als het zwijn en andere aan. Zo ben Je nu ook verschenen om degenen die van Je afhankelijk zijn transcendente kennis te verschaffen. (Vedabase)

 

Tekst 6:

En wat moet ik er niet van zeggen om Jou, o Fortuinlijke, van aangezicht tot aangezicht te zien, van wie het horen van het zingen van de naam, het brengen van eerbetuigingen en de heugenis, op welk moment ook zelfs de laagst geborene terstond ervoor in aanmerking doet komen de vedische rituelen te voltrekken.

Zelfs iemand die onder hondeneters geboren is, is dadelijk geschikt om vedische offers te brengen, wanneer hij slechts eenmaal de heilige naam van de Allerhoogste Godspersoon uitspreekt of Hem verheerlijkt, luistert naar wat er over Hem verteld wordt, Hem eerbetuigingen brengt of maar aan Hem denkt - gezwegen dus van de geestelijke gevorderdheid van hen die de Allerhoogste Persoon van aangezicht tot aangezicht aanschouwen. (Vedabase)

 

Tekst 7:

O hoe zalig en derhalve aanbiddelijk is degene die de heilige naam voor op zijn tong heeft, ook al kookt hij alleen maar voor zichzelf; terwille van Jouw deden de beschaafden, die de Veda's bestudeerden en Jouw heilige naam hebben aanvaard, hun boete, brachten zij vuuroffers en dompelden ze zich onder in de heilige rivieren.

O hoe prijzenswaardig zijn zij wier tong Je heilige naam chant! Zulke mensen verdienen alle eerbied, ook al zijn ze onder hondeneters geboren. Mensen die Jouw heilige naam chanten, o Heer, moeten allerlei boetedoeningen hebben verricht en vuuroffers hebben gebracht en zich alle goede manieren van de Âryans hebben eigen gemaakt. Om Je heilige naam te kunnen chanten moeten ze hun bad hebben genomen in heilige bedevaartoorden, de Veda's hebben bestudeerd en aan alle vereisten hebben voldaan. (Vedabase)

   

Tekst 8:

Hem, Jou, de Hoogste Geest, de Hoogste Persoonlijkheid, Heer Vishnu die de naam van Kapila draagt die de bewaarplaats van de Veda's is, naar wie ik mij inwaarts keerde, die ik voor de geest had en waarop ik mediteerde en door wiens vermogen de invloed van de geaardheden verdween, biedt ik mijn eerbetuigingen.

Ik geloof, o Heer, dat Je Heer Vishnu Zelf bent in de gedaante van Kapila, en dat Je de Allerhoogste Godspersoon bent, het Allerhoogste Brahman! Vrij van alle verwarring van geest en zinnen, mediteren de heiligen en wijzen op Je, omdat men alleen door Jouw genade verlost kan worden uit de greep van de drie geaardheden van de materiële natuur. Ten tijde van de ontbinding rusten alle Veda's slechts in Jou. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Maitreya zei: 'De Allerhoogste Heer genaamd Kapila, aldus geprezen, gaf, vol van genegenheid voor Zijn moeder, haar antwoord met woorden van gewicht.

Hierop gaf de Allerhoogste Godspersoon Kapila, voldaan over de woorden van Zijn moeder, die Hij zeer toegenegen was, haar ernstig antwoord. (Vedabase)

 

Tekst 10:

Heer Kapila zei: 'Te handelen naar het pad van dit wat Ik u nu heb uiteengezet, Mijn beste moeder, is zeer eenvoudig; zeer spoedig zal u het hoogste doel bereiken.

De Godspersoon zei: Lieve moeder, het pad van zelfrealisatie dat Ik u heb getoond, is zeer gemakkelijk begaanbaar. U kunt het zonder moeite volgen en zult daarbij zelfs al in uw huidige lichaam zeer spoedig bevrijd worden. (Vedabase)

  

Tekst 11:

U kan erop vertrouwen dat wat betreft deze instructie van Mij die door de transcendentalisten wordt nageleefd, u de vrijheid van angst zult bereiken terwijl het de [kringloop van geboorte en] dood is die wordt bereikt door degenen die hier niet mee vertrouwd zijn.

Lieve moeder, ware transcendentalisten houden zich beslist aan Mijn aanwijzingen, zoals Ik die u gegeven heb. Wees ervan verzekerd dat als u dit pad van zelfrealisatie volmaakt bewandelt, u verlost zult worden van de angstwekkende besmetting van de materie en uiteindelijk tot Mij zult komen. O moeder, mensen die deze weg der toegewijde dienst niet kennen, kunnen beslist niet wegkomen uit de kringloop van geboorte en dood. (Vedabase)

  

Tekst 12

Maitreya zei: 'Na aldus uitleg verschaft te hebben nam die eerbiedwaardige Allerhoogste Heer van het pad der zelfverwerkelijking, de zelfgerealiseerde Kapila, met permissie afscheid van Zijn moeder en vertrok Hij.

S'rî Maitreya zei: Nadat de Allerhoogste Godspersoon Kapila Zijn dierbare moeder aldus had onderricht en hiermee Zijn taak had volbracht, ging Hij met haar toestemming Zijns weegs. (Vedabase)

 

Tekst 13

Zoals haar zoon haar had gezegd in Zijn uitleg over de yoga, fixeerde ze zichzelf eveneens in samâdhi om in die woonplaats, de bloemenkroon van de Sarasvatî rivier [Kardama's paleis], verbonden te zijn in de yoga.

Zoals onderricht door haar zoon, begon Devahûti in haar eigen âs'rama bhakti-yoga te beoefenen. Ze legde zich toe op het opgaan in samâdhi in het huis van Kardama Muni, dat zo prachtig met bloemen omgeven was, dat het als de bloemenkroon van de rivier de Sarasvatî beschouwd werd. (Vedabase)

 

Tekst 14

Regelmatig badend, werd haar krullende samengeklitte haar grijs en werd haar, in oude kleren gehulde, lichaam mager van de zware boetedoeningen.

Ze begon zich driemaal daags te baden en haar golvende zwarte haar werd daardoor geleidelijk grijs. Als gevolg van haar boetedoeningen vermagerde ze, en ze ging in lompen gehuld. (Vedabase)

 

Tekst 15

Door de verzaking van de yoga had Kardama Muni, een stamvader van de mensheid, het ongeëvenaarde van zijn huis met alle toebehoren ontwikkeld, dat zelfs door de bewoners van de hemel werd beneden.

Het huis en de bezittingen van Kardama, die een der Prajâpati's was, waren door de mystieke kracht die hij door het doen van boete en het beoefenen van yoga had verkregen, zo weelderijk dat degenen die in vliegtuigen door de ruimte reizen hem er soms om benijdden. (Vedabase)

 

Tekst 16:

De ivoren bedden wit als melkschuim hadden goud bestikte spreien en de stoelen en banken waren van goud gemaakt en hadden kussens zacht om op te zitten.

Hier wordt de weelde van Kardama Muni's huishouden beschreven. De beddelakens en matrassen waren wit als melkschuim, de stoelen en banken waren van ivoor en hadden een bekleding van kant en gouddraad, terwijl de divans, die zeer zachte kussens hadden, van goud waren. (Vedabase)

  

Tekst 17:

De wanden waren van puur marmer ingelegd met kostbare smaragden en lampen die straalden van de juwelen waarmee ook de dames zich opsierden.

De muren van het huis waren van het beste marmer en ingelegd met kostbare smaragden. Er was geen licht nodig, want het huis werd verlicht door het geflonker van de smaragden. De vrouwen van het huis waren rijkelijk met juwelen getooid. (Vedabase)

 

Tekst 18:

De tuin van de huishouding was prachtig met bloemen en vruchten, vele bomen met paartjes zangvogels en het gezoem van dronken bijen.

Het huis was omgeven door prachtige tuinen met zoet geurende bloemen en vele hoge en fraaie fruitbomen. Het aantrekkelijke van deze tuinen was bovendien dat er vogels in de bomen kwamen zitten, wier gezang samen met het gonzen van de bijen voor een bijzonder aangename sfeer zorgde. (Vedabase)

 

Tekst 19:

Over de grote zorg van Kardama, zongen aldaar de hemelse metgezellen voor haar als ze een bad nam in de naar lotussen geurende vijver.

Wanneer Devahûti die lieflijke tuin binnenging om zich in de lotusvijver te baden, bezongen de Gandharva's, de metgezellen van de hemelbewoners, het roemrijke huishouden van Kardama. Haar grote echtgenoot, Kardama, beschermde haar onder alle omstandigheden. (Vedabase)

 

Tekst 20:

Het opgevend met de meest begerenswaardige van alle huishoudens, een huishouden waar zelfs de vrouwen van Indra afgunstig op waren, had ze een treurige uitdrukking op haar gezicht, aangedaan als ze was door het van haar zoon gescheiden zijn.

Ondanks het feit dat haar positie in alle opzichten uniek was en ze zoveel bezittingen had, dat zelfs de vrouwen van de hemelse planeten haar erom benijdden, gaf de heilige Devahûti toch al dat comfort op. Het speet haar alleen dat haar illustere zoon niet langer bij haar was. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Met haar echtgenoot die naar het woud was vertrokken en de afstand tot haar zoon, werd ze, ondanks dat ze van de waarheid op de hoogte was, heel triest, zoals een sentimentele koe die haar kalf kwijt is.

Devahûti's echtgenoot was al van huis gegaan en had de wereldverzakende levensorde omhelsd, en daarna was ook haar enige zoon, Kapila, weggegaan. Hoewel ze de volle waarheid aangaande leven en dood kende en hoewel haar hart van alle smetten gereinigd was, was ze zeer verdrietig om het verlies van haar zoon, als een koe wier kalf gestorven is. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Op Hem mediterend, haar goddelijke zoon Kapiladev, raakte ze zeer spoedig, o beste Vidura, onthecht van haar fijne woning.

O Vidura, terwijl ze zo steeds op haar zoon, de Allerhoogste Godspersoon Kapiladeva, mediteerde, raakte ze weldra onthecht van haar fraai ingerichte huis. (Vedabase)

 

Tekst 23:

Mediterend op de gedaante van de Allerhoogste Heer, zoals Hij dat had geïnstrueerd, hield zij, als haar voorwerp, het geheel en de delen van het lachende gezicht van haar zoon in gedachten.

Nadat ze zeer intens en nauwkeurig geluisterd had naar haar zoon Kapiladeva, de eeuwig glimlachende Godspersoon, begon Devahûti voortdurend op de Vishnu-gedaante van de Allerhoogste Heer te mediteren. (Vedabase)

 

Tekst 24-25:

Voortdurend bezig in toegewijde dienst en zeer sterk door het juiste ten uitvoer brengen van de plichten in verzaking dat resulteerde uit de kennis van de Absolute Waarheid, zag ze toen, door de zuivering van haar geest naar de Grote Ziel wiens gelaat overal wordt waargenomen, door zelfrealisatie de onderscheidingen van de geaardheden der natuur verdwijnen.

Dat deed ze in ernstige toegewijde dienst. Aangezien ze sterk onthecht was, nam ze alleen tot zich wat haar lichaam nodig had. Door realisatie van de Absolute Waarheid raakte ze verankerd in kennis, haar hart werd gezuiverd, ze ging volkomen op in meditatie op de Allerhoogste Godspersoon, en alle twijfel, veroorzaakt door de geaardheden van de materiële natuur, verdween. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Met haar geest gevestigd in Brahman en bevrijd in de Opperheer die in alle levende wezens verblijft, verdween, met het bereiken van de bovenzinnelijke verrukking, de materiële pijn van de onfortuinlijke omstandigheid van haar individuele ziel.

Haar geest ging volkomen op in de Allerhoogste Heer en ze realiseerde de kennis van het onpersoonlijke Brahman vanzelf. Als ziel die Brahman doorschouwde, was ze bevrijd van de dwang van de namen en vormen van de materialistische levensbeschouwing. Zo verdween alle materiële pijn en bereikte ze de staat van transcendente gelukzaligheid. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Door haar vervoering verblijvend in het eeuwige en bevrijd van de verbijstering door de geaardheden van de materiële natuur, vergat ze toen haar materiële lichaam precies zoals iemand die opgestaan is vergeet wat word gezien in een droom.

In eeuwige trance en verlost van de illusie die gewekt wordt door de geaardheden van de materiële natuur, vergat ze haar stoffelijke lichaam, zoals men zijn verschillende lichamen in een droom vergeet. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Haar lichaam raakte, hoewel onderhouden door anderen, echter niet uitgemergeld daar zorgen haar niet kwelden; ze straalde als een vuur dat verhuld is door een rookgordijn.

De hemelse meisjes, die door haar man, Kardama, geschapen waren, zorgden voor haar lichaam, en aangezien ze geen innerlijke zorgen meer kende, vermagerde ze niet. Ze was als een vuur dat door rook verhuld wordt. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Verzonken in gedachten over Vâsudeva, was ze, onder goddelijke bescherming, er zich met haar lichaam in het volle van de verzaking van haar yogabeoefening, niet van bewust of haar haar los hing of dat haar kleding in het ongerede was.

Doordat ze altijd opging in gedachten aan de Allerhoogste Godspersoon, was ze zich er niet van bewust dat haar haar soms losraakte of dat haar kleren slordig zaten. (Vedabase)

 

Tekst 30

Aldus bereikte ze geïnstrueerd door Kapila, met het pad zonder mankeren spoedig het voorbije van de Superziel, de beëindiging van het materiële bestaan vindend in de Geest van de Absolute Waarheid van de Allerhoogste Heer.

Mijn beste Vidura, doordat ze zich aan Kapila's aanwijzingen hield, raakte Devahûti weldra verlost uit de gevangenschap in de materie en bereikte zonder moeite de Allerhoogste Godspersoon als Superziel. (Vedabase)

  

Tekst 31

Dat paleis waar ze de volmaaktheid bereikte, o dappere, was een hoogst heilige plaats en staat in de drie werelden bekend onder de naam Siddhapada [de toevlucht der volmaaktheid].

Het paleis waarin Devahûti tot volmaaktheid kwam, mijn beste Vidura, wordt geacht een hoogst heilige plaats te zijn. Men kent het overal in de drie werelden als Siddhapada. (Vedabase)

 

Tekst 32

De materiële elementen van haar lichaam opgegeven met de praktijk van de yoga werden een rivier die de meest vooraanstaande van alle rivieren is, o zachtgeaarde, waartoe allen die de volmaaktheid verlangen hun toevlucht nemen daar ze die volmaaktheid overdraagt.

Beste Vidura, de stoffelijke elementen van haar lichaam versmolten tot water en zijn nu een stromende rivier, de heiligste van alle stromen. Iedereen die zich in die rivier baadt, komt eveneens tot volmaaktheid, en alle mensen die naar volmaaktheid verlangen nemen er daarom hun bad in. (Vedabase)

 

Tekst 33

Heer Kapila, de grote yogi en Opperheer, begaf zich, toen Hij Zelf vandaar vertrok nadat Hij afscheid nam van Zijn moeder, in noordoostelijke richting.

Mijn beste Vidura, de grote wijze Kapila, de Godspersoon, verliet met toestemming van Zijn moeder de âs'rama van Zijn vader en begaf Zich naar het noordoosten. (Vedabase)

 

Tekst 34

Door de Siddha's, de Cânara's, de Gandharva's, de muni's en de Apsara's verheerlijkt, bood de oceaan Hem offergaven en een verblijfplaats [heden ten dage nog steeds bekend en aanbeden als Gangâ-sâgara-tîrtha, de plaats waar de Ganges de oceaan vindt].

Terwijl Hij in noordoostelijke richting trok, verheerlijkten alle hemelbewoners Hem, de Cârana's en de Gandharva's, de muni's en de meisjes van de hemelse planeten, en ze bewezen Hem eer. De oceaan bracht Hem offers en bood Hem een onderkomen. (Vedabase)

 

Tekst 35

Daar blijft Hij in samâdhi, om de verlossing te verzekeren van de drie werelden, aanbeden door de leraren van het voorbeeld die het Sânkhya-yogasysteem beoefenden.

Zelfs nu nog verblijft Kapila Muni daar in trance ter wille van de bevrijding van de gebonden zielen in de drie werelden, en alle âcârya's of grote leraren in de sânkhya-filosofie aanbidden Hem. (Vedabase)

 

Tekst 36

Mijn beste zondeloze, dit wat ik u op uw navraag vertelde over Kapila en Zijn conversatie met Devahûti, is van het zuiverste.

Mijn dierbare zoon, ik heb je antwoord gegeven op al je vragen. O zondeloze, de geschiedenis van Kapiladeva en Zijn moeder en van hun activiteiten is de zuiverste van alle zuivere verhandelingen. (Vedabase)

 

Tekst 37

Wie ook maar hoort of wie ook maar uitweidt over deze vertrouwelijke leringen van Kapila Muni over de eenheid van de ziel en aldus zijn geest heeft gericht op de Fortuinlijke onder de vlag van Garuda, zal de lotusvoeten van de Allerhoogste Heer bereiken.

De geschiedenis van de omgang van Kapiladeva met Zijn moeder is zeer vertrouwelijk, en wie haar hoort of leest wordt een toegewijde van de Allerhoogste Godspersoon, die door Garuda gedragen wordt, en gaat vervolgens in de woning van de Allerhoogste Heer binnen, om Hem daar in bovenzinnelijke liefde te dienen. (Vedabase)

 

 

Aldus eindigt het derde Canto van het S'rîmad Bhâgavatam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties