regelbalk




 

Canto 3

Gaurânga Karunâ Koro

 
 

Hoofdstuk 22: Het huwelijk van Kardama Muni en Devahûti

(1) Maitreya zei: 'Nadat de wijze op deze manier het grootse van al de deugden en handelingen van keizer Manu had beschreven viel hij stil. De keizer, in verlegenheid gebracht, richtte zich toen tot hem. (2) Manu zei: 'Jullie [brahmanen] werden in de verbondenheid van jullie boete, kennis, yoga en afkeer van zinsbevrediging, door de Schepper uit Zijn mond geschapen met de bedoeling Hem hoog te houden met lofzangen [Vedische hymnen]. (3) En de Vader met de Duizend Voeten [de Heer van de Universele Gedaante] schiep ons uit Zijn duizend armen om hen te beschermen. Aldus worden, met ons, de kshatriya's, de bestuurders als Zijn armen, de brahmanen Zijn hart genoemd. (4) Omdat de godheid, Hij, de Onvergankelijke, die zowel oorzaak als gevolg is, hen beiden hooghoudt, komen de brahmanen en de kshatriya's zowel op voor elkaar als voor [het belang van] de ziel. (5) Door enkel maar te zien hoe u, o allerhoogste, persoonlijk zo liefdevol uitlegde wat de plicht van een koning is jegens zijn onderdanen, zijn al mijn twijfels opgelost. (6) Tot mijn grote geluk, o machtige, mocht ik u ontmoeten die niet makkelijk te zien bent voor hen die zich niet overeenkomstig de ziel gedragen. Ik was er gelukkig toe in staat om met mijn hoofd het stof te beroeren van uw voeten die alle zegen brengen. (7) Ik heb het zeer getroffen van u instructie te mogen ontvangen. O wat een geluk is het om met gespitste oren te hebben mogen luisteren naar uw zuivere woorden! (8) O wijze, hooggeëerde, o goddelijke genade, wees nu zelf verheugd te luisteren naar de bede van deze bescheiden persoon wiens geest vol zorgen is uit liefde voor zijn dochter. (9) Deze dochter van mij, de zuster van Priyavrata en Uttânapâda, is op zoek naar een echtgenoot die geschikt is qua leeftijd, karakter en goede kwaliteiten. (10) Vanaf het moment dat ze van Nârada Muni vernam over uw nobele karakter, geleerdheid, verschijning, jeugd en deugd, zette ze haar zinnen op u. (11) Aanvaard haar derhalve alstublieft, o beste van de tweemaal geborenen, ik biedt u haar aan in de overtuiging dat ze in ieder opzicht geschikt is uw huishoudelijke taken op zich te nemen. (12) Om iets waarnaar je verlangde en uit zichzelf op je afkwam af te slaan is niet aan te raden, zelfs niet voor iemand die vrij is van gehechtheid aan zingenot, om nog maar te zwijgen van iemand die eraan verslaafd is. (13) Hij die afwijst wat hem [genereus] wordt aangeboden maar bij een gierigaard zijn heil zoekt, gooit zijn eer te grabbel en zal zijn goede naam en faam geschaad zien. (14) O wijze man, ik hoorde dat u van plan was te trouwen en daarom niet de eed van een onafgebroken celibaat hebt afgelegd. Aanvaardt dan alstublieft mijn aanbod [*].'

(15) De rishi gaf ten antwoord: 'Ja, ik wil graag trouwen en uw dochter heeft zich aan niemand anders beloofd. Op basis hiervan zal een huwelijk van ons volgens de regels gepast zijn. (16) Laat dat verlangen van uw dochter dat wordt ondersteund door het schriftuurlijk gezag in vervulling gaan, o Koning. Wie zou uw dochter nu niet aanbidden? De luister van haar lichaam alleen al overtreft de schoonheid van haar sieraden! (17) Was het niet Vis'vâvasu [een Gandharva, een hemelbewoner], die, toen hij haar met haar tinkelende enkelbelletjes en een enthousiaste blik op het dak van het paleis zag spelen met een bal, dol op haar uit zijn verheven positie [zijn 'hemelwagen'] ten val kwam met een ontregelde geest? (18) Welke man van wijsheid zou haar nu niet verwelkomen, dat sieraad van de vrouwelijkheid die op eigen gelegenheid kwam [om mijn hand te vragen] als de geliefde dochter van Manu en zuster van Uttānapāda, een vrouw die je niet te zien krijgt als je niet van dienst bent aan de voeten van de godin van het fortuin? (19) Dit is daarom mijn voorwaarde: ik zal het kuise meisje aanvaarden zo lang als ze nodig heeft om zwanger te raken van het zaad van mijn lichaam. Daarna ben ik van zins de plichten van dienstverlening op me te nemen zoals nageleefd door de besten van de volmaakten [de paramahamsa's], zij die geweldloos zijn, waar de Heer het met mij over had [in 3.21: 31]. (20) Het hoogste gezag voor mij is de Allerhoogste Onbegrensde, de Heer van de vaders van de mensheid [de Prajâpati's] uit wie deze wonderbaarlijke schepping voortkwam, Hem waarin die weer zal opgaan en degene bij wiens genade die op dit moment bestaat.'

(21) Maitreya zei: 'Dit, o grote strijder, was alles dat hij zei, waarop hij stil werd met zijn gedachten gericht op Vishnu's lotusnavel. Met een mooie glimlach op zijn gezicht wist hij toen de aandacht van Devahûti te vangen. (22) Nadat Manu zich overtuigd had van het besluit genomen door de koningin moeder [S'atarûpâ] en hij ook had nagegaan hoe zijn dochter erover dacht, schonk hij buitengewoon verheugd haar weg die met evenzovele goede kwaliteiten goed aan hem [Kardama] gewaagd was. (23) S'atarûpâ, de keizerin, gaf de bruid en bruidegom liefdevol als bruidsschat waardevolle geschenken als sieraden, kleding en huishoudelijke artikelen mee. (24) De keizer bevrijd van zijn verantwoordelijkheid zijn dochter aan een geschikte persoon weg te schenken sloot haar toen in zijn armen met een overbezorgde, gekwelde geest. (25) Niet in staat afscheid van haar te nemen bleef hij maar tranen plengen en doordrenkte hij met het water van zijn ogen het haar van zijn dochter, uitroepend: 'O mijn meisje, mijn liefste dochter!'



(26-27) Na toestemming gevraagd en gekregen te hebben om hem, de beste van de wijzen, te verlaten, beklom de keizer met zijn echtgenote zijn strijdwagen en vertrok hij samen met zijn gevolg naar zijn hoofdstad. Onderweg genoot hij van het rustgevende uitzicht op de hermitages van de kluizenaars op allebei de bekoorlijke oevers van de rivier de Sarasvatî. (28) Op de hoogte van wie er arriveerde kwamen de bewoners van Brahmâvarta hun heer ter begroeting dolblij tegemoet met gezang, lofprijzingen en instrumentale muziek. (29-30) De stad, welke alle soorten van weelde kende, droeg de naam Barhishmatî, naar de haren van het schuddende lichaam van Heer Zwijn die daar waren neergevallen en veranderd in het eeuwig groene kus'a- en kâs'a-gras [grassen gebruikt voor zitplaatsen en matten] waarmee de wijzen de verstoorders van de offers aan de door hen aanbeden Vishnu versloegen. (31) Door dat kus'a- en kâs'a-gras uit te spreiden, creëerde de hoogst fortuinlijke Manu een zitplaats in aanbidding van de Heer van de Offers [Vishnu] dankzij wie hij zijn positie op aarde had verkregen. (32) Nadat hij arriveerde in de stad Barhishmatî waar hij tot dan toe had geleefd, ging de machtige zijn paleis binnen dat de drievoudige misère versloeg [van eigen lichaam en geest, zoals veroorzaakt door anderen en vanwege de natuur]. (33) Tezamen met zijn echtgenote en onderdanen genoot hij, niet gestoord door anderen, van de geneugten van het leven en werd hij geprezen vanwege zijn vrome reputatie, daar het hem in zijn hart zeer aantrok met zijn vrouwen iedere ochtend te luisteren naar de hemelse muzikanten en de verhalen over de Heer. (34) Hoewel in beslag genomen door de begoochelende macht van de weelde, was Svâyambhuva Manu gelijk een heilige. Als sublieme toegewijde van de Heer konden zijn materiële genoegens hem niet op het verkeerde pad brengen. (35) Hij verspilde zijn tijd niet. Tot aan het einde van zijn leven bracht hij zijn dagen door met het luisteren naar, het zich bezinnen op en het vastleggen van en bespreken van de onderwerpen van Heer Vishnu. (36) Verbonden door de onderwerpen van Vâsudeva, oversteeg hij de drie levensbestemmingen [overeenkomstig de drie basiskwaliteiten, zie B.G. hoofdstuk 18] en duurde daardoor zijn tijdperk eenenzeventig mahâyuga's. (37) Hoe kan de misère met betrekking tot het lichaam en de geest, tot de natuurkrachten en tot andere mensen en levende wezens, o Vidura, ooit iemand tot last zijn die zijn toevlucht heeft genomen tot de Heer? (38) Op verzoek van de wijzen sprak hij [Manu], die altijd uit was op het welzijn van alle levende wezens, over de verschillende plichten van de statusoriëntaties in de samenleving [de varna's en âs'rama's, de roepingen en leeftijdsgroepen]. (39) Dit is wat ik u kon vertellen over het wonderbaarlijke karakter van Manu, de eerste keizer die alle lof verdient. Luister nu alstublieft naar het succes van zijn dochter [Devahûti].'

   

next                       

 
 Derde herziene editie, geladen 18 maart 2017.

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

Maitreya zei: 'Nadat de wijze op deze manier het grootse van al de deugden en handelingen van keizer Manu had beschreven viel hij stil. De keizer, in verlegenheid gebracht, richtte zich toen tot hem.
Maitreya zei: 'Nadat de wijze op deze manier het grootse van de deugden en handelingen van Keizer Manu had beschreven viel hij stil. De keizer zich ietwat bescheiden voelend richtte zich tot hem. (Vedabase)

 

Tekst 2

Manu zei: 'Jullie [brahmanen] werden in de verbondenheid van jullie boete, kennis, yoga en afkeer van zinsbevrediging, door de Schepper uit Zijn mond geschapen met de bedoeling Hem hoog te houden met lofzangen [Vedische hymnen].

Manu zei: 'Heer Brahmâ schiep jullie mensen, in jullie verbonden zijn in boete, kennis en yoga en het afgekeerd zijn van zinsbevrediging, naar zijn eigen evenbeeld, in zijn eigen belang zich expanderend in de vorm van de Veda's. (Vedabase)

 

Tekst 3

En de Vader met de Duizend Voeten [de Heer van de Universele Gedaante] schiep ons uit Zijn duizend armen om hen te beschermen. Aldus worden, met ons, de kshatriya's, de bestuurders als Zijn armen, de brahmanen Zijn hart genoemd.

Om dat te beschermen schiep hij, de duizendbenige vader, ons als zijn duizenden armen; om reden waarvan de brahmanen zijn hart en de kshatriya's [de bestuurders] zijn armen worden genoemd. (Vedabase)

 

Tekst 4

Omdat de godheid, Hij, de Onvergankelijke, die zowel oorzaak als gevolg is, hen beiden hooghoudt, komen de brahmanen en de kshatriya's zowel op voor elkaar als voor [het belang van] de ziel.

Daarom beschermen de brahmanen en de kshatriya's feitelijk elkaar zowel als zichzelf, zoals ook de godheid, hij onvergankelijk die zowel oorzaak als gevolg is, dat doet. (Vedabase)

 

Tekst 5

Door enkel maar te zien hoe u, o allerhoogste, persoonlijk zo liefdevol uitlegde wat de plicht van een koning is jegens zijn onderdanen, zijn al mijn twijfels opgelost.

Door enkel u te treffen zijn al mijn twijfels opgelost, op de manier waarop u, o allerhoogste, persoonlijk, liefdevol hebt uiteengezet wat de plicht van een vorst is jegens zijn onderdanen. (Vedabase)


Tekst 6

Tot mijn grote geluk, o machtige, mocht ik u ontmoeten die niet makkelijk te zien bent voor hen die zich niet overeenkomstig de ziel gedragen. Ik was er gelukkig toe in staat om met mijn hoofd het stof te beroeren van uw voeten die alle zegen brengen.

Het is mijn grote geluk, o machtige, dat ik u kon treffen, die niet makkelijk te zien is voor diegenen die zich niet naar de ziel gedragen; het is mijn grote geluk dat mijn hoofd het stof van uw voeten, die alle zegen brengen, kon beroeren. (Vedabase)

   

Tekst 7

Ik heb het zeer getroffen van u instructie te mogen ontvangen. O wat een geluk is het om met gespitste oren te hebben mogen luisteren naar uw zuivere woorden!

Ik heb het geluk dat mij de grote gunst van uw woorden is vergund;, o hoe fortuinlijk is het om met open oren het zuivere van die woorden te hebben mogen ontvangen! (Vedabase)


Tekst 8

O wijze, hooggeëerde, o goddelijke genade, wees nu zelf verheugd te luisteren naar de bede van deze bescheiden persoon wiens geest vol zorgen is uit liefde voor zijn dochter.

O wijze, hooggeëerde, wees nu zelf verheugd te luisteren naar de bede van deze bescheiden persoon, wiens geest vol zorgen is uit genegenheid voor zijn dochter. (Vedabase)

 

Tekst 9

Deze dochter van mij, de zuster van Priyavrata en Uttânapâda, is op zoek naar een echtgenoot die geschikt is qua leeftijd, karakter en goede kwaliteiten.

Deze dochter van mij, de zuster van Priyavrata en Uttânapâda, is op zoek naar een echtgenoot geschikt qua leeftijd, karakter en goede kwaliteiten. (Vedabase)

  

Tekst 10

Vanaf het moment dat ze van Nârada Muni vernam over uw nobele karakter, geleerdheid, verschijning, jeugd en deugd, zette ze haar zinnen op u.

Vanaf het moment dat ze van Nârada Muni vernam over uw nobele karakter, geleerdheid, verschijning, jeugd en deugd, zette ze haar zinnen op u. (Vedabase)

 

Tekst 11

Aanvaard haar derhalve alstublieft, o beste van de tweemaal geborenen, ik biedt u haar aan in de overtuiging dat ze in ieder opzicht geschikt is uw huishoudelijke taken op zich te nemen.

Aanvaard haar derhalve alstublieft, o beste der tweemaal geborenen; ik biedt u haar aan in de overtuiging dat ze in alle opzichten geschikt is om voor u uw huishouding op zich te nemen. (Vedabase)

Tekst 12

Om iets waarnaar je verlangde en uit zichzelf of je afkwam af te slaan is niet aan te raden, zelfs niet voor iemand die vrij is van gehechtheid aan zingenot, om nog maar te zwijgen van iemand die eraan verslaafd is.

Om af te slaan wat in feite uit zichzelf kwam is niet aan te raden, zelfs niet voor iemand die vrij is van gehechtheid aan zingenot, en wat te zeggen van iemand die verslaafd is. (Vedabase)

 

Tekst 13

Hij die afwijst wat hem [genereus] wordt aangeboden maar bij een gierigaard zijn heil zoekt, gooit zijn eer te grabbel en zal zijn goede naam en faam geschaad zien.

Iemand die [zo] een aanbod afwijst en [liever] zijn heil zoekt bij een mindere, zal zijn reputatie onder de mensen geschaad zien en zijn eer in verwaarlozing te grabbel gegooid. (Vedabase)

  

Tekst 14

O wijze man, ik hoorde dat u van plan was te trouwen en daarom niet de eed van een onafgebroken celibaat hebt afgelegd. Aanvaardt dan alstublieft mijn aanbod [*].'

O wijze man, ik hoorde dat u zich voorbereidde om te trouwen en derhalve niet de eed van een ononderbroken celibaat hebt afgelegd; aanvaardt dan alstublieft mijn aanbod [naishthhika-brahmacârî's leggen een eed af op een levenslang celibaat, upakurvâna-brahmacârî's doen dat slechts tot aan een zekere leeftijd].' (Vedabase)

 

Tekst 15

De rishi gaf ten antwoord: 'Ja, ik wil graag trouwen en uw dochter heeft zich aan niemand anders beloofd. Op basis hiervan zal een huwelijk van ons volgens de regels gepast zijn.

De rishi gaf ten antwoord: 'Ik ben zeer wel bereid te trouwen en uw dochter heeft zichzelf aan niemand anders beloofd; gepast beantwoordend aan deze beide voorwaarden kunnen we de huwelijksrituelen voltrekken.  (Vedabase)

 

Tekst 16

Laat dat verlangen van uw dochter dat wordt ondersteund door het schriftuurlijk gezag in vervulling gaan, o Koning. Wie zou uw dochter nu niet aanbidden? De luister van haar lichaam alleen al overtreft de schoonheid van haar sieraden!

Laat dat verlangen van uw dochter, welk door het schriftuurlijk gezag wordt onderkend, in vervulling gaan, o Koning; wie, in feite, zou uw dochter, die door de luister van haar lichaam alleen al de schoonheid van haar sieraden overtreft, niet aanbidden? (Vedabase)

 

Tekst 17

Was het niet Vis'vâvasu [een Gandharva, een hemelbewoner], die, toen hij haar met haar tinkelende enkelbelletjes en een enthousiaste blik op het dak van het paleis zag spelen met een bal, dol op haar uit zijn verheven positie [zijn 'hemelwagen'] ten val kwam met een ontregelde geest?

Was het niet Vis'vâvasu [een Gandharva, een hemelbewoner], die, haar op het dak van het paleis zien spelend toen ze achter haar bal aanzat, verdwaasd uit zijn verheven positie ten val kwam met een ontregelde geest?  (Vedabase)

 

Tekst 18

Welke man van wijsheid zou haar nu niet verwelkomen, dat sieraad van de vrouwelijkheid die op eigen gelegenheid kwam [om mijn hand te vragen] als de geliefde dochter van Manu en zuster van Uttānapāda, een vrouw die je niet te zien krijgt als je niet van dienst bent aan de voeten van de godin van het fortuin?

Welke wijze man zou niet haar verwelkomen die op eigen gelegenheid kwam als de geliefde dochter van Manu en zuster van Uttânapâda, dat sieraad van vrouwelijkheid dat niet wordt gevonden door hen die de voeten van de godin gemist hebben. (Vedabase)

  

Tekst 19

Dit is daarom mijn voorwaarde: ik zal het kuise meisje aanvaarden zo lang als ze nodig heeft om zwanger te raken van het zaad van mijn lichaam. Daarna ben ik van zins de plichten van dienstverlening op me te nemen zoals nageleefd door de besten van de volmaakten [de paramahamsa's], zij die geweldloos zijn, waar de Heer het met mij over had [in 3.21: 31].

Daarom zal ik het kuise meisje aanvaarden zo lang als ze kinderen van mij mag dragen uit het zaad van mijn lichaam, op voorwaarde dat ik daarna de plichten van dienst op me neem zoals vervuld door de besten der volmaakten [de paramahamsa's ] en alles wat ik, zonder afgunst, beschouw als zijnde naar het woord van de Heer. (Vedabase)

  

Tekst 20

Het hoogste gezag voor mij is de Allerhoogste Onbegrensde, de Heer van de vaders van de mensheid [de Prajâpati's] uit wie deze wonderbaarlijke schepping voortkwam, Hem waarin die weer zal opgaan en degene bij wiens genade die op dit moment bestaat.'

Voor mij, is het hoogste gezag de Allerhoogste Onbegrensde, de Heer van de vaders der mensheid [de Prajâpati's], uit wie deze wonderbaarlijke schepping voortkwam, in wie zij weer zal opgaan en bij wiens genade ze op dit moment bestaat.' (Vedabase)

  

Tekst 21

Maitreya zei: 'Dit, o grote strijder, was alles dat hij zei, waarop hij stil werd met zijn gedachten gericht op Vishnu's lotusnavel. Met een mooie glimlach op zijn gezicht wist hij toen de aandacht van Devahûti te vangen.

Maitreya zei: 'Hij, o grote strijder, zei niet meer dan dit en werd stil met zijn gedachten gericht op Vishnu's lotus, waarbij hij, met een mooie glimlach op zijn gelaat, de geest van een gefascineerde Devahûti wist te vangen. (Vedabase)


Tekst 22

Nadat Manu zich overtuigd had van het besluit genomen door de koningin moeder [S'atarûpâ] en hij ook had nagegaan hoe zijn dochter erover dacht, schonk hij buitengewoon verheugd haar weg die met evenzovele goede kwaliteiten goed aan hem [Kardama] gewaagd was.

Nadat Manu zich overtuigd had van het besluit genomen door de koningin en er eveneens zeker van was hoe zijn dochter over hem dacht, gaf hij, buitengewoon verheugd, haar weg die een gelijke was met evenzovele goede kwaliteiten. (Vedabase)

 

Tekst 23

S'atarûpâ, de keizerin, gaf de bruid en bruidegom liefdevol als bruidsschat waardevolle geschenken als sieraden, kleding en huishoudelijke artikelen mee.

 S'atarûpâ, de keizerin, gaf de bruid en bruidegom liefdevol als bruidsschat waardevolle geschenken als sieraden, kleding en huishoudelijke artikelen mee. (Vedabase)

  

Tekst 24

De keizer bevrijd van zijn verantwoordelijkheid zijn dochter aan een geschikte persoon weg te schenken sloot haar toen in zijn armen met een overbezorgde, gekwelde geest.

De keizer bevrijd van zijn verantwoordelijkheid zijn dochter aan een geschikte persoon weg te geven omhelsde haar toen met zijn beide armen en een overbezorgde, gekwelde geest. (Vedabase)


Tekst 25

Niet in staat afscheid van haar te nemen bleef hij maar tranen plengen en doordrenkte hij met het water van zijn ogen het haar van zijn dochter, uitroepend: 'O mijn meisje, mijn liefste dochter!'

Niet in staat afscheid van haar te nemen bleef hij maar tranen plengen en met het water uit zijn ogen het haar van zijn dochter doordrenkend riep hij uit: 'O lieve moeder, mijn liefste dochter!' (Vedabase)

 

 Tekst 26-27

Na toestemming gevraagd en gekregen te hebben om hem, de beste van de wijzen, te verlaten, beklom de keizer met zijn echtgenote zijn strijdwagen en vertrok hij samen met zijn gevolg naar zijn hoofdstad. Onderweg genoot hij van het rustgevende uitzicht op de hermitages van de kluizenaars op allebei de bekoorlijke oevers van de rivier de Sarasvatî.

Na het vragen en krijgen van de permissie hem, de beste der wijzen, te verlaten, beklom hij, de keizer met zijn echtgenote de strijdwagen en ging hij tezamen met zijn gevolg op weg naar zijn hoofdstad, onderweg van het rustgevende uitzicht genietend van de prachtige voor de kluizenaars zo aangename hermitages aan beide oevers van de rivier de Sarasvatî. (Vedabase)


Tekst 28

Op de hoogte van wie er arriveerde kwamen de bewoners van Brahmâvarta hun heer ter begroeting dolblij tegemoet met gezang, lofprijzingen en instrumentale muziek.

Extra verheugd, wetende wie er arriveerde, kwamen de bewoners van Brahmâvarta hem ter begroeting tegemoet met gezang, lofprijzingen en instrumentale muziek. (Vedabase)

 

Tekst 29-30

De stad, welke alle soorten van weelde kende, droeg de naam Barhishmatî, naar de haren van het schuddende lichaam van Heer Zwijn die daar waren neergevallen en veranderd in het eeuwig groene kus'a- en kâs'a-gras [grassen gebruikt voor zitplaatsen en matten] waarmee de wijzen de verstoorders van de offers aan de door hen aanbeden Vishnu versloegen.

De stad, welke alle soorten van weelde kende, droeg de naam Barhishmatî, naar de haren van het schuddende lichaam van Heer Zwijn die daar waren neergevallen en veranderd in het eeuwig groene kus'a- en kâs'a-gras [grassen gebruikt voor zitplaatsen en matten] waarmee de wijzen de verstoorders der offers aan de door hen aanbeden Vishnu versloegen. (Vedabase

  

Tekst 31

Door dat kus'a- en kâs'a-gras uit te spreiden, creëerde de hoogst fortuinlijke Manu een zitplaats in aanbidding van de Heer van de Offers [Vishnu] dankzij wie hij zijn positie op aarde had verkregen.

Door dat kus'a- en kâs'a-gras uit te spreiden, creëerde de hoogst fortuinlijke Manu een zitplaats in aanbidding van de Heer der Offers [Vishnu] van wie hij zijn positie op aarde had verkregen. (Vedabase)

 

Tekst 32

Nadat hij arriveerde in de stad Barhishmatî waar hij tot dan toe had geleefd, ging de machtige zijn paleis binnen dat de drievoudige misère versloeg [van eigen lichaam en geest, zoals veroorzaakt door anderen en vanwege de natuur].

De stad Barhishmatî betredend waar hij tot dan toe had geleefd, ging de machtige zijn paleis, dat de drievoudige misère [van lichaam, geest en uiterlijke natuur] versloeg, binnen. (Vedabase)

 

Tekst 33

Tezamen met zijn echtgenote en onderdanen genoot hij, niet gestoord door anderen, van de geneugten van het leven en werd hij geprezen vanwege zijn vrome reputatie, daar het hem in zijn hart zeer aantrok met zijn vrouwen iedere ochtend te luisteren naar de hemelse muzikanten en de verhalen over de Heer.

Tezamen met zijn echtgenote en onderdanen genoot hij, niet gestoord door anderen, van de geneugten des levens en werd hij geprezen vanwege zijn reputatie van zedelijkheid, daar het hem in zijn hart zeer aantrok met zijn vrouwen iedere ochtend te luisteren naar de hemelse muzikanten en de verhalen over de Heer. (Vedabase)

 

Tekst 34

Hoewel in beslag genomen door de begoochelende macht van de weelde, was Svâyambhuva Manu gelijk een heilige. Als sublieme toegewijde van de Heer konden zijn materiële genoegens hem niet op het verkeerde pad brengen.

Hoewel in beslag genomen door de begoochelende eenheid der materie, was Svâyambhuva Manu als een heilige; als sublieme toegewijde van de Heer konden zijn materiële genoegens hem niet op het verkeerde pad brengen. (Vedabase)

 

Tekst 35

Hij verspilde zijn tijd niet. Tot aan het einde van zijn leven bracht hij zijn dagen door met het luisteren naar, het zich bezinnen op en het vastleggen van en bespreken van de onderwerpen van Heer Vishnu.

Hij bracht zijn uren niet zinledig door; tot aan het einde van zijn dagen bracht hij zijn leven door met het luisteren naar en zich bezinnen op en het vastleggen en bespreken van de onderwerpen van Heer Vishnu.  (Vedabase)

 

Tekst 36

Verbonden door de onderwerpen van Vâsudeva, oversteeg hij de drie levensbestemmingen [overeenkomstig de drie basiskwaliteiten, zie B.G. hoofdstuk 18] en duurde daardoor zijn tijdperk eenenzeventig mahâyuga's.

Zodoende de drie levensbestemmingen [overeenkomstig de drie geaardheden, zie Gîtâ hfdstk 18] overstijgend in zijn verbondenheid met de onderwerpen van Vâsudeva, duurde zijn tijdperk daardoor eenenzeventig mahâyuga's lang. (Vedabase)

 

Tekst 37

Hoe kan de misère met betrekking tot het lichaam en de geest, tot de natuurkrachten en tot andere mensen en levende wezens, o Vidura, ooit iemand tot last zijn die zijn toevlucht heeft genomen tot de Heer?

Hoe kan de misère met betrekking tot het lichaam, de geest de [natuurlijke en bovennatuurlijke] machten en andere mensen en levende wezens, o Vidura, ooit iemand die leeft onder de hoede van de Heer, tot last zijn? (Vedabase)

 

Tekst 38

Op verzoek van de wijzen sprak hij [Manu], die altijd uit was op het welzijn van alle levende wezens, over de verschillende plichten van de statusoriëntaties in de samenleving [de varna's en âs'rama's, de roepingen en leeftijdsgroepen].  

Hij [Manu], die altijd uit was op het welzijn van alle levende wezens, bracht, op verzoek van de wijzen, de vele soorten van plichten van de status-oriëntaties [de varna's en âs'rama's, de roepingen en leeftijdsgroepen] onder woorden, die goed zijn voor de menselijke samenleving. (Vedabase)

 

Tekst 39

Dit is wat ik u kon vertellen over het wonderbaarlijke karakter van Manu, de eerste keizer die alle lof verdient. Luister nu alstublieft naar het succes van zijn dochter [Devahûti].'

Dit is wat ik u kon vertellen over het wonderbaarlijke karakter van Manu, de eerste keizer, wiens reputatie het beschrijven waard is. Luister nu alstublieft naar hoe zijn dochter [Devahûti] opbloeide. (Vedabase)


*: Naishthhika-brahmacârî's leggen een eed af op een levenslang celibaat, upakurvâna-brahmacârî's doen dat slechts tot aan een zekere leeftijd.


 

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

De parade van de Vedische adel op reis met hun gevolg is in feite
een detail van een schilderij ter illustratie van de Ramâyana.
Het is getiteld: "Valmiki's Narration; Page from the Aranyakanda,
3rd Book of the Ramâyana, Verses 19-34"
Indian, Punjab Hills, Kangra, ca. 1830-1840 .
Bron:
Ackland Museum of Art.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties