regelbalk


 

Canto 3

Vibhâvarî S'esha

 

 

Hoofdstuk 21: De Conversatie tussen Manu en Kardama

(1) Vidura zei: 'O Allerhoogste, wees zo goed de zo zeer geachte dynastie van Svâyambhuva Manu te beschrijven, waarvan de voortpanting voor al het nageslacht zorgde. (2) Priyavrata en Uttânapâda, de twee zonen van Svâyambhuva Manu, regeerden de wereld bestaande uit de zeven continenten overeenkomstig de beginselen van de religie. (3) De dochter van die Manu genaamd Devahûti, o brahmaan, was de echtgenote van de vader van de mensheid waarover u sprak [zie 3.12: 27] als Kardama Muni, o zondeloze. (4) Kan u mij die er zo naar verlangt het verhaal vertellen over hoe het talrijke nageslacht van Kardama Muni, die in feite een grote mystieke yogi was begiftigd met de acht volmaaktheden [zie 3.15: 45], uit haar voortkwam? (5) En hoe brachten de bewonderenswaardige Ruci, o brahmaan, en Daksha, de zoon van Brahmâ, hun nageslacht voort nadat ze de twee andere dochters van Svâyambhuva Manu als hun echtgenotes hadden verworven?'

(6) Maitreya zei: 'Heer Brahmâ droeg de allerhoogste muni Kardama op kinderen te verwekken nadat hij zo'n tienduizend jaar boete had gedaan aan de oever van de rivier de Sarasvatî. (7) Verzonken in die verbondenheid was Kardama in zijn yoga van toegewijde dienst voor Hem, de Heer die de overgegeven zielen alles vergunt. (8) Behaagd toonde de Allerhoogste Heer met de lotusogen hem toen in Satya-yuga via het proces van het luisteren, o Vidura, de absolute waarheid van Zijn bovenzinnelijk lichaam. (9) Hij zag dat dat lichaam van Hem zo stralend en zuiver was als de zon met een bloemenslinger van witte waterlelies en lotussen en een overvloed aan sluike zwart-blauwe haarlokken, een lotusgelijk gezicht en gehuld in smetteloze kleding. (10) Opgesierd met een kroon en oorsieraden dragend hield Hij, het hart betoverend met Zijn glimlachende blikken, een schelphoorn vast, een werpschijf en een strijdknots, onderwijl met een witte lelie spelend. (11) Hij zag Hem in de lucht met Zijn lotusvoeten staan op de schouders van Garuda met op Zijn borst het beroemde Kaustubha juweel dat Hij om Zijn hals had. (12) Nu het verlangen in vervulling was gegaan van hem wiens hart altijd vol van liefde was geweest, wierp hij vol van vreugde zich languit op de grond met gevouwen handen en behaagde [Hem] met gebeden.

 

(13) De wijze zei: 'Oh aanbiddelijke Heer, nu zijn we dan van het volkomen succes U voor ogen te hebben, het Reservoir van Alle Goedheid; het is een aanblik die [zelfs] wordt nagestreefd door yogi's die de volmaaktheid van de yoga bereikten door in vele geboorten geleidelijk op te klimmen. (14) O Heer, U vervult zelfs de verlangens van hen die, vanwege Uw begoochelende energie, hun intelligentie kwijtraakten en Uw lotusvoeten -  die de boot vormen om de oceaan van het wereldse bestaan over te steken -  aanbidden ter wille van oppervlakkige genoegens die ook in de hel te vinden zijn. (15) Ernaar verlangend een meisje te huwen van een gelijke gezindheid die in het huwelijksleven is als een koe van overvloed, heb ook ik U met lustmotieven benaderd, U die de wortel en oorsprong bent van alles en de wensboom die alle wensen in vervulling doet gaan. (16) O oorspronkelijke vader van allen, de geconditioneerde zielen in de greep van het verlangen zijn allen gebonden aan het touw van de woorden van U als de Heer van de levende wezens. Ik, hun voorbeeld volgend, breng eveneens mijn offers voor U, o licht van de eeuwige tijd. (17) Maar zij die het opgaven hun dierlijke, aardse belangen na te jagen met inbegrip van de mensen die daar bij horen, en door Uw kwaliteiten met elkaar te bespreken hun toevlucht zochten onder de paraplu van Uw lotusvoeten, zetten met die bedwelmende nectar er een punt achter een dienaar [een slaaf} te zijn van hun fysieke lichamen. (18) Het wiel van het universum dat met een ontzagwekkende snelheid ronddraait rond de spil van het onvergankelijke van U [Brahman] met drie assen [zon, maan en sterren], [twaalf tot] dertien spaken [als de maanmaanden], driehonderdzestig verbindingen [als de dagen in een half godenjaar], zes randen [als de seizoenen], en ontelbare blaadjes [momenten], verkort wèl de levensduur van het universum maar niet die van de toegewijden. (19) U, o Allerhoogste Heer, als het Ene Zelf dat zijn gelijke niet kent, verlangt het om in Uzelf heersend middels Uw innerlijk yogamāyā-vermogen, de universa in het leven te roepen die U op eigen kracht schept, handhaaft en weer in U opneemt zoals een spin dat doet. (20) Deze materiële wereld met haar grofstoffelijke en subtiele elementen die U voor ons manifesteert, o Heer, is er niet enkel omdat U ons die [zinservaring] toewenst. Als we door Uw grondeloze genade de gedaante mogen zien van Uw Allerhoogste Persoon prachtig met de tulsî [van de toewijding], is ze er ook om Uw genade te tonen ter wille van ons uiteindelijke heil [de zaligheid]. (21) Om ons, door het waarnemen van U, zover te krijgen af te zien van [vruchtdragende] handelingen, bracht U met Uw energieën, de materiële werelden voort. Steeds breng ik mijn eerbetuigingen aan de aanbiddelijke lotusvoeten die alle zegen afroepen over ons kleine zielen.'

(22) De wijze [Maitreya] zei: 'Aldus oprecht geprezen gaf Heer Vishnu Kardama Muni antwoord met woorden zoet als nectar, terwijl Hij, stralend van genegenheid staand op de schouders van Garuda, hem   glimlachend aankeek met Zijn expressieve wenkbrauwen. (23) De Allerhoogste Heer zei: 'Bekend met wat er in je omgaat heb ik dat geregeld waarvoor je je met Mij als de enige om te aanbidden getraind hebt. (24) De exclusieve aanbidding van Mij zoals die er is met mensen als jij die hun geest volledig op Mij gericht hebben, is nimmer zonder zin en betekenis, o leider van de levende wezens. (25) De zoon van de mensenvader [Brahmâ], de keizer Svâyambhuva Manu, wiens rechtschapen handelingen alom bekend zijn, leeft in Brahmâvarta [de wereld als deel van Brahmâ's lotus] waar hij heerst over de aarde met haar zeven zeeën. (26) Hij, de heilige koning, o geleerde, zal overmorgen hier naar toe komen met zijn koningin S'atarûpâ om u als expert in religieuze zaken te ontmoeten. (27) Hij is op zoek naar een echtgenoot voor zijn volwassen dochter met zwarte ogen en een karakter vol van goede kwaliteiten. Hij zal u haar hand schenken, o meester, want u bent een geschikte kandidaat. (28) Zij is degene naar wie uw hart al deze jaren heeft uitgezien, zij is uw prinses, o brahmaan, en zal het u spoedig naar de zin maken zoals u wilt. (29) Zij zal, van het zaad dat u in haar zaait, negen dochters ter wereld brengen en met die dochters zullen de wijzen al hun kinderen verwekken. (30) Als u Mijn instructies naar behoren hebt nageleefd en volledig gezuiverd bent in het opgeven van de vruchten van het handelen ter wille van Mij, zal u Mij uiteindelijk bereiken. (31) Met het tonen van mededogen en zekerheid verschaffen aan alle zielen, zal u zelfverwerkelijkt zijn en uzelf en het universum zien als zich bevindend in Mij en Mij als aanwezig in uzelf. (32) Via uw zaad zal ik [persoonlijk verschijnen] als Mijn eigen volkomen expansie, o grote wijze, en uw vrouw Devahûti onderrichten in de leer van de uiteindelijke werkelijkheid.'

(33) Maitreya zei: 'Na aldus tot hem te hebben gesproken, vertrok de Allerhoogste Heer die rechtstreeks door de zinnen kon worden waargenomen, van het Bindu-sarovar-meer waar de rivier de Sarasvatî doorheen stroomt. (34) Terwijl Hij recht voor zijn ogen vertrok [naar de geestelijke wereld] via het pad van de perfectie dat wordt geprezen door alle bevrijde zielen, hoorde de wijze in de vleugelslag van de drager van de Heer [Garuda] de hymnen weerklinken die de Sâma Veda vormen. (35) Na Zijn vertrek bleef Kardama, de grote en machtige wijze, achter op de oever van het Bindu-meer, in afwachting van wat komen zou.

(36) Svâyambhuva Manu klom samen met zijn vrouw in een met goud beslagen strijdwagen, plaatste zijn dochter erop en trok zo rond door de hele wereld. (37) O grote boogschutter, zoals voorspeld door de Heer, bereikte hij de hermitage van de wijze precies op de dag dat hij klaar was met zijn geloften van verzaking. (38-39) Dat heilige, heilzame water van de Sarasvatî die door het meer stroomde, was de nectar bezocht door reeksen van grote heiligen. Het was waarlijk een meer van tranen, zoals het werd genoemd naar aanleiding van de tranen die vielen uit de ogen van de Heer toen Hij overweldigd raakte door Zijn enorme mededogen voor deze overgegeven ziel. (40) De plaats was heilig met groepjes bomen en struiken met de aangename schreeuwen van goedaardige dieren en vogels. Omlijst door de schoonheid van het geboomte, was het rijk aan vruchten en bloemen gedurende alle seizoenen. (41) Het bruiste er van het leven met allerlei kolonies vogels, doldwaze bijen die als gekken rondzoemden, trots dansende pauwen en vrolijke koekoeken die elkaar toeriepen. (42-43) Het meer werd opgeluisterd door kadamba-, campaka-, a'soka-, karañja- en bakulabloemen en âsana, kunda, mandâra, kuthajabomen en jonge mangobomen en men hoorde er de aangename geluiden van kârandava eenden, plava's, zwanen, visarenden, waterhoenen, kraanvogels, cakravâka- en cakoravogels. (44) Ook waren er massa's reeën, wilde zwijnen, stekelvarkens, gavaya's [wilde koeien], olifanten, bavianen, leeuwen, apen, stokstaartjes en muskusherten.
 
(45-47) Toen de eerste monarch met zijn dochter die uitgelezen plek betrad, zag hij de wijze voor zijn hut zitten, offers brengend in het vuur. Zijn lichaam straalde schitterend door zijn lang volgehouden, verschrikkelijke yogaboete en was niet erg uitgemergeld, want de Heer had Zijn liefdevolle, zijdelingse blik op Hem geworpen en hem doen luisteren naar Zijn maangelijke ambrozijnen woorden. Hij was lang met ogen als de bloembladen van een lotus, had samengeklitte haarlokken en gescheurde kleding. Hem benaderend maakte hij een vervuilde indruk als was hij een ongepolijste edelsteen. (48) De monarch die zijn stulpje had benaderd boog zich voor hem, waarop de wijze hem eervol ontving en hem verwelkomde zoals dat voor een koning gepast is. (49) Na zijn eerbetoon in ontvangst te hebben genomen, bleef hij stil zitten en was hij verrukt te horen wat de wijze, indachtig wat de Heer hem had opgedragen, toen op aangename wijze zei:

(50) 'Ik ben er zeker van, o goddelijke persoonlijkheid, dat u rondtrekt om de deugdzame zielen te beschermen en de valsaards te dwarsbomen, want u bent de persoon die het beschermend vermogend van de Heer vertegenwoordigt. (51) Terwille van uw standhouden aanvaardt u [naar noodzaak] de verschillende [vormen van het georganiseerde respect voor de] gedaanten van de zon, de maan, het vuur [Agni], de Heer van de hemel [Indra], de wind [Vâyu], de bestraffing [Yama], de religie [Dharma] en van de wateren [Varuna]. Ik bied Hem, Heer Vishnu die U is, mijn eerbetuigingen. (52-54) Als u de strijdwagen van de overwinning die is overdekt met massa's edelstenen niet had beklommen en uw boog niet zo schrikwekkend had laten zoeven en al de schurken angst had aangejaagd met uw aanwezigheid, als onder uw leiding een leger van marcherende soldaten te voet niet de aarde had doen schudden met uw bestrijken van de aardbol als was u de schitterende zon, dan zouden zeker alle gedragsregels en verplichtingen van de roepingen [varna] en leeftijdsgroepen [âs'rama] zoals die door de Heer zijn ingesteld, o Koning, op betreurenswaardige wijze zijn gebroken door onverlaten. (55) Als u zou rusten, dan zou het onrecht zegevieren met het ontbreken van de greep op mensen die eenvoudigweg op het geld uit zijn. Deze wereld zou dan door die schurken in bezit worden genomen en ten ondergaan [zie ook B.G. 3: 23]. (56) Niettemin vraag ik u, o held, wat de reden is van uw bezoek, aangezien we dat zonder aarzelen met hart en ziel ten uitvoer zullen brengen.'

 

next                      

 
 Derde herziene editie, geladen 11 maart 2017.

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

Vidura zei: 'O Allerhoogste, wees zo goed de zo zeer geachte dynastie van Svâyambhuva Manu te beschrijven waarvan de voortplanting voor al het nageslacht zorgde.
Vidura zei: 'O Allerhoogste, wees zo goed de zo hoog geachte dynastie van Svâyambhuva Manu te beschrijven, waarvan de seksuele gemeenschap voor al het nageslacht zorgde. (Vedabase)

 

Tekst 2

Priyavrata en Uttânapâda, de twee zonen van Svâyambhuva Manu, regeerden de wereld bestaande uit de zeven continenten overeenkomstig de beginselen van de religie.

Priyavrata en Uttânapâda, de twee zonen van Svâyambhuva Manu, regeerden de wereld bestaande uit de zeven continenten, waarlijk overeenkomstig de principes der religie. (Vedabase)

 

Tekst 3

De dochter van die Manu genaamd Devahûti, o brahmaan, was de echtgenote van de vader van de mensheid waarover u sprak [zie 3.12: 27] als Kardama Muni, o zondeloze.

Van die Manu stond alzo Devahûti bekend, o brahmaan, als de echtgenote van de vader der mensen waarover u sprak [zie 3.12: 27 ] als Kardama Muni, o zondeloze. (Vedabase)

 

Tekst 4

Kan u mij die er zo naar verlangt het verhaal vertellen over hoe het talrijke nageslacht van Kardama Muni, die in feite een grote mystieke yogi was begiftigd met de acht volmaaktheden [zie 3.15: 45], uit haar voortkwam?

Kan u mij, ik die er zo naar uitzie, het verhaal vertellen over hoe het talrijke nageslacht van Kardama Muni, die in feite een grote mystieke yogi was begiftigd met de acht volmaaktheden [zie 3.15: 45], uit haar werd verwekt? (Vedabase)

 

Tekst 5

En hoe brachten de bewonderenswaardige Ruci, o brahmaan, en Daksha, de zoon van Brahmâ, hun nageslacht voort nadat ze de twee andere dochters van Svâyambhuva Manu als hun echtgenotes hadden verworven?'

En hoe brachten de bewonderenswaardige Ruci, o brahmaan, en Daksha, de zoon van Brahmâ, nageslacht voort na het als hun echtgenotes veilig stellen van de andere twee dochters van Svâyambhuva Manu?' (Vedabase)

  

Tekst 6

Maitreya zei: 'Heer Brahmâ droeg de allerhoogste muni Kardama op kinderen te verwekken nadat hij zo'n tienduizend jaar boete had gedaan aan de oever van de rivier de Sarasvatî.

Maitreya zei: 'Heer Brahmâ droeg de allerhoogste Muni Kardama op kinderen te verwekken na een boete die hij zo'n tienduizend jaar had beoefend aan de oever van de rivier de Sarasvatî. (Vedabase)

   

Tekst 7

Verzonken in die verbondenheid was Kardama in zijn yoga van toegewijde dienst voor Hem, de Heer die de overgegeven zielen alles vergunt.

Verzonken in die verbondenheid diende Kardama door zijn yoga in toewijding Hem, de Heer die de overgegeven zielen alles vergunt. (Vedabase)

  

Tekst 8

Behaagd toonde de Allerhoogste Heer met de lotusogen hem toen in Satya-yuga via het proces van het luisteren, o Vidura, de absolute waarheid van Zijn bovenzinnelijk lichaam.

Behaagd toonde de Allerhoogste Heer met de lotusogen hem toen door de cultuur van voorschriften en rituelen, o Vidura, zijn bovenzinnelijke gedaante.(Vedabase)

 

Tekst 9

Hij zag dat dat lichaam van Hem zo stralend en zuiver was als de zon met een bloemenslinger van witte waterlelies en lotussen en een overvloed aan sluike zwart-blauwe haarlokken, een lotusgelijk gezicht en gehuld in smetteloze kleding.

Dat van Hem aanschouwde hij als zijnde zo stralend zuiver als de zon met een bloemenslinger van witte waterlelies en lotussen en een overvloed aan sluike zwart-blauwe haarlokken, een lotusgelijk gezicht en een smetteloos gewaad.(Vedabase)

  

Tekst 10

Opgesierd met een kroon en oorsieraden dragend hield Hij, het hart betoverend met Zijn glimlachende blikken, een schelphoorn vast, een werpschijf en een strijdknots, onderwijl met een witte lelie spelend.

Opgesierd met een kroon en oorsieraden dragend hield Hij, het hart betoverend met Zijn glimlachende blikken, een schelphoorn vast, een werpschijf en een strijdknots, onderwijl met een witte lelie spelend. (Vedabase)

 

Tekst 11

Hij zag Hem in de lucht met Zijn lotusvoeten staan op de schouders van Garuda met op Zijn borst het beroemde Kaustubha juweel dat Hij om Zijn hals had.

Hij zag Hem in de lucht staande met Zijn lotusvoeten op de schouders van Garuda met op Zijn borst het beroemde Kaustubha juweel dat van Zijn nek neerhing. (Vedabase)

 

 Tekst 12

Nu het verlangen in vervulling was gegaan van hem wiens hart altijd vol van liefde was geweest, wierp hij vol van vreugde zich languit op de grond met gevouwen handen en behaagde [Hem] met gebeden.

Uitzinnig viel hij met zijn hoofd naar de grond na, met zijn gebeden en bevredigd met een hart dat altijd was vervuld van liefde, zijn verlangen gerealiseerd te hebben en vouwde hij zijn handen. (Vedabase)


Tekst 13

De wijze zei: 'Oh aanbiddelijke Heer, nu zijn we dan van het volkomen succes U voor ogen te hebben, het Reservoir van Alle Goedheid; het is een aanblik die [zelfs] wordt nagestreefd door yogi's die de volmaaktheid van de yoga bereikten door in vele geboorten geleidelijk op te klimmen.

De wijze zei: 'Oh, nu hebben we het volledige succes geboekt U, het Reservoir van Alle Goedheid, voor ogen te hebben; U te zien, o aanbiddelijke Heer, is waartoe alle yogi's, die de volmaaktheid van de yoga nastreven, door vele geboorten heen geleidelijk worden opgeheven. (Vedabase)


Tekst 14

O Heer, U vervult zelfs de verlangens van hen die, vanwege Uw begoochelende energie, hun intelligentie kwijtraakten en Uw lotusvoeten -  die de boot vormen om de oceaan van het wereldse bestaan over te steken -  aanbidden ter wille van oppervlakkige genoegens die ook in de hel te vinden zijn.

Zelfs van hen die door Uw begoochelende energie hun intelligentie kwijt raakten en die voor het verkrijgen van oppervlakkige genoegens - die ook in de hel te vinden zijn - Uw lotusvoeten aanbidden die de boot vormen om de oceaan van het werelds bestaan over te steken, vervult U iedere mogelijke wens, o Heer. (Vedabase)

Tekst 15

Ernaar verlangend een meisje te huwen van een gelijke gezindheid die in het huwelijksleven is als een koe van overvloed, heb ook ik U met lustmotieven benaderd, U die de wortel en oorsprong bent van alles en de wensboom die alle wensen in vervulling doet gaan.

Ernaar verlangend een meisje te huwen van een gelijke gezindheid die in het huwelijksleven als een koe van overvloed is, heb ook ik met wellustige bedoelingen U benaderd, die de wortel en oorsprong van alles en de wensboom die alle wensen doet uitkomen   bent. (Vedabase)

 

Tekst 16

O oorspronkelijke vader van allen, de geconditioneerde zielen in de greep van het verlangen zijn allen gebonden aan het touw van de woorden van U als de Heer van de levende wezens. Ik, hun voorbeeld volgend, breng eveneens mijn offers voor U, o licht van de eeuwige tijd.

Onder leiding van U als de vader van alle levende wezens, o mijn Heer, zijn al dezen die het slachtoffer van hun verlangens zijn, gebonden door het touw van hun omstandigheden en breng ik, gekonditioneerd zoals zij dat zijn, U mijn offers, o Belichaming der Religie tewerk gaand als de eeuwige tijd. (Vedabase)


Tekst 17

Maar zij die het opgaven hun dierlijke, aardse belangen na te jagen met inbegrip van de mensen die daar bij horen, en door Uw kwaliteiten met elkaar te bespreken hun toevlucht zochten onder de paraplu van Uw lotusvoeten, zetten met die bedwelmende nectar er een punt achter een dienaar [een slaaf] te zijn van hun fysieke lichamen.

Maar zij die het opgaven hun dierlijke, aardse belangen na te jagen en hun toevlucht zochten onder de paraplu van Uw lotusvoeten door Uw kwaliteiten met elkaar te bespreken, maken door die bedwelmende nectar aan het enkele dienen van hun fysieke lichamen een einde. (Vedabase)

 

Tekst 18

Het wiel van het universum dat met een ontzagwekkende snelheid ronddraait rond de spil van het onvergankelijke van U [Brahman] met drie assen [zon, maan en sterren], [twaalf tot] dertien spaken [als de maanmaanden], driehonderdzestig verbindingen [als de dagen in een half godenjaar], zes randen [als de seizoenen], en ontelbare blaadjes [momenten], verkort wèl de levensduur van het universum maar niet die van de toegewijden.

Het wiel van het universum dat met een ontzagwekkende snelheid ronddraait rond de spil van het onvergankelijke van U [Brahman] met drie assen [zon, maan en sterren], [twaalf tot] dertien spaken [als de maanmaanden] driehonderdzestig verbindingen [als de dagen in een halfgodenjaar], zes randen, [als de seizoenen] en ontelbare blaadjes [momenten], draagt niet in het geringst bij tot de bekorting van de levens van de toegewijden. (Vedabase)

  

Tekst 19

U, o Allerhoogste Heer, als het Ene Zelf dat zijn gelijke niet kent, verlangt het om in Uzelf heersend middels Uw innerlijk yogamâyâ-vermogen, de universa in het leven te roepen die U op eigen kracht schept, handhaaft en weer in U opneemt zoals een spin dat doet.

Uzelf als het Universum bent de enig zaligmakende die ernaar verlangt om, vanuit het zelf, heersend middels Uw begoochelende eenheid in de materie, de universa in het leven te roepen die U schept, handhaaft en weer terugwint zoals een spin dat doet, o Allerhoogste Heer, door zijn eigen kracht. (Vedabase)

  

Tekst 20

Deze materiële wereld met haar grofstoffelijke en subtiele elementen die U voor ons manifesteert, o Heer, is er niet enkel omdat U ons die [zinservaring] toewenst. Als we door Uw grondeloze genade de gedaante mogen zien van Uw Allerhoogste Persoon prachtig met de tulsî [van de toewijding], is ze er ook om Uw genade te tonen ter wille van ons uiteindelijke heil [de zaligheid].

Deze materiële wereld met haar grofstoffelijke en subtiele elementen, die U voor ons aangezicht manifesteert, is daadwerkelijk niet Uw verlangen; laat haar er zijn voor het ons Uw zegen vergunnen als U, door Uw grondeloze genade, wordt gezien als de Allerhoogste Heer die schittert met de tulsî [of de aanbidding]. (Vedabase)


Tekst 21

Om ons, door het waarnemen van U, zover te krijgen af te zien van [vruchtdragende] handelingen, bracht U met Uw energieën, de materiële werelden voort. Steeds breng ik mijn eerbetuigingen aan de aanbiddelijke lotusvoeten die alle zegen afroepen over ons kleine zielen.'

Teneinde de onthechting tot stand te brengen in het genieten van de vruchten, bracht U door Uw eigen energieën, de materiële werelden voort; zonder ophouden breng ik mijn eerbetuigingen aan de aanbiddelijke lotusvoeten die alle zegen doen neerdalen op de onbetekenenden.' (Vedabase)

 

Tekst 22

De wijze [Maitreya] zei: 'Aldus oprecht geprezen gaf Heer Vishnu Kardama Muni antwoord met woorden zoet als nectar, terwijl Hij, stralend van genegenheid staand op de schouders van Garuda, hem glimlachend aankeek met Zijn expressieve wenkbrauwen.

De wijze [Maitreya] zei: 'Aldus oprecht geprezen beantwoordde Heer Vishnu Kardama Muni in bewoordingen zoet als nectar, terwijl Hij, stralend van genegenheid op de schouders van Garuda staande, met een glimlach toekeek vanonder Zijn expressieve wenkbrauwen. (Vedabase)

 

Tekst 23

De Allerhoogste Heer zei: 'Bekend met wat er in je omgaat heb ik dat geregeld waarvoor je je met Mij als de enige om te aanbidden getraind hebt.

De Allerhoogste Heer zei: 'Je geestestoestand kennende, heb ik reeds voorzien in datgene waarvoor je jezelf hebt getraind met Mij als de enige om te aanbidden.  (Vedabase) .

  

Tekst 24

De exclusieve aanbidding van Mij zoals die er is met mensen als jij die hun geest volledig op Mij gericht hebben, is nimmer zonder zin en betekenis, o leider van de levende wezens.

Het is waarlijk nimmer vruchteloos daarvan zo zeker te zijn, o leider der levende wezens, daar de geesten van personen zoals u in de aanbidding van Mij, volledig geconcentreerd zijn. (Vedabase)

 

Tekst 25

De zoon van de mensenvader [Brahmâ], de keizer Svâyambhuva Manu, wiens rechtschapen handelingen alom bekend zijn, leeft in Brahmâvarta [de wereld als deel van Brahmâ's lotus] waar hij heerst over de aarde met haar zeven zeeën.

De zoon van de vader der mensen, de keizer Svâyambhuva Manu, wiens rechtgeaarde handelingen wel bekend zijn, heeft zijn plaats in Brahmâvarta [de wereld als deel van Brahmâ's lotus] en heerst over de zeven zeeën en de aarde. (Vedabase)

 

 Tekst 26

Hij, de heilige koning, o geleerde, zal overmorgen hier naar toe komen met zijn koningin S'atarûpâ om u als expert in religieuze zaken te ontmoeten.

Hij, de heilige koning, o geleerde, zal overmorgen naar hier komen met zijn koningin, ernaar verlangend u als expert in religieuze handelingen te treffen. (Vedabase)

 

Tekst 27

Hij is op zoek naar een echtgenoot voor zijn volwassen dochter met zwarte ogen en een karakter vol van goede kwaliteiten. Hij zal u haar hand schenken, o meester, want u bent een geschikte kandidaat.

Hij heeft een volwassen dochter met zwarte ogen en een karakter vol van goede kwaliteiten en is op zoek naar een echtgenoot; hij zal u haar hand schenken, o meester, daar u een geschikte kandidaat bent. (Vedabase)

 

Tekst 28

Zij is degene naar wie uw hart al deze jaren heeft uitgezien, zij is uw prinses, o brahmaan, en zal het u spoedig naar de zin maken zoals u wilt.

Zij is degene naar wie u in uw hart uitzag na al deze jaren; zij is uw prinses, o brahmaan, en zal u spoedig dienen zoals u dat wenste. (Vedabase)

 

Tekst 29

Zij zal, van het zaad dat u in haar zaait, negen dochters ter wereld brengen en met die dochters zullen de wijzen al hun kinderen verwekken.

Zij zal, van het zaad dat door u in haar wordt gezaaid, negen dochters dragen en uit die dochters zullen de wijzen hun tal van kinderen verwekken. (Vedabase)

 

Tekst 30

Als u Mijn instructies naar behoren hebt nageleefd en volledig gezuiverd bent in het opgeven van de vruchten van het handelen ter wille van Mij, zal u Mij uiteindelijk bereiken.

Als u naar behoren op mijn gebod zal zijn getrouwd en volledig gezuiverd naar Mij toe in de verzaking van de vruchten van het handelen, zal u uiteindelijk Mij bereiken. (Vedabase)

 

Tekst 31

Met het tonen van mededogen en zekerheid verschaffen aan alle zielen, zal u zelfverwerkelijkt zijn en uzelf en het universum zien als zich bevindend in Mij en Mij als aanwezig in uzelf.

En als u mededogen hebt getoond en alle zielen zekerheid hebt verschaft, zal u zelfverwerkelijkt zijn en uzelf en het universum als zich in Mij bevindend zien en Mij als aanwezig in uzelf. (Vedabase)

 

Tekst 32

Via uw zaad zal ik [persoonlijk verschijnen] als Mijn eigen volkomen expansie, o grote wijze, en uw vrouw Devahûti onderrichten in de leer van de uiteindelijke werkelijkheid.'

Door uw zaad zal ik als Mijn eigen volkomen expansie, o grote wijze, vanuit uw vrouw Devahûti, onderricht verschaffen in de leer van de uiteindelijke werkelijkheid.' (Vedabase)

 

Tekst 33

Maitreya zei: 'Na aldus tot hem te hebben gesproken, vertrok de Allerhoogste Heer die rechtstreeks door de zinnen kon worden waargenomen, van het Bindu-sarovar-meer waar de rivier de Sarasvatî doorheen stroomt.

Maitreya zei: 'Na aldus tot hem gesproken te hebben ging de Allerhoogste Heer die rechtstreeks door de zinnen wordt waargenomen, weg van het Bindu-sarovar-meer waar doorheen de rivier de Sarasvatî stroomt. (Vedabase)

 

Tekst 34

Terwijl Hij recht voor zijn ogen vertrok [naar de geestelijke wereld] via het pad van de perfectie dat wordt geprezen door alle bevrijde zielen, hoorde de wijze in de vleugelslag van de drager van de Heer [Garuda] de hymnen weerklinken die de Sâma Veda vormen.

Terwijl Hij die door alle verloste zielen wordt geprezen onder zijn gadeslaan vertrok, hoorde hij in de vleugelslag van de drager van de Heer [Garuda] de hymnen van het pad der volmaaktheid weerklinken die de Sâma-veda vormen.  (Vedabase)


Tekst 35

Na Zijn vertrek bleef Kardama, de grote en machtige wijze, achter op de oever van het Bindu-meer, in afwachting van wat komen zou.

Toen, na Zijn vertrek, bleef Kardama, de grote en machtige wijze, achter op de oever van het Bindu-meer, in afwachting van wat komen zou. (Vedabase)

 

Tekst 36

Svâyambhuva Manu klom samen met zijn vrouw in een met goud beslagen strijdwagen, plaatste zijn dochter erop en trok zo rond door de hele wereld.

Svâyambhuva Manu die een met goud beslagen strijdwagen had beklommen, had zijn eigen dochter tezamen met zijn vrouw erop geplaatst en bereisde de gehele wereld. (Vedabase)

 

Tekst 37

O grote boogschutter, zoals voorspeld door de Heer, bereikte hij de hermitage van de wijze precies op de dag dat hij klaar was met zijn geloften van verzaking.

Op die strijdwagen, o grote boogschutter, bereikte hij zoals de Heer dat had voorspeld, de hermitage van de wijze op de dag dat hij zijn geloften van verzaking had afgerond. (Vedabase)

 

Tekst 38-39

Dat heilige, heilzame water van de Sarasvatî die door het meer stroomde, was de nectar bezocht door reeksen van grote heiligen. Het was waarlijk een meer van tranen, zoals het werd genoemd naar aanleiding van de tranen die vielen uit de ogen van de Heer toen Hij overweldigd raakte door Zijn enorme mededogen voor deze overgegeven ziel.

Dat heilige, gunstige water dat door de Sarasvatî rivier volstroomde, was de nectar die reeksen van grote heiligen had gediend. Het was waarlijk een meer van tranen, zoals het was vernoemd naar de tranen die neervielen uit de ogen van de Heer overweldigd door Zijn buitengemeen mededogen voor deze overgegeven ziel. (Vedabase)

 

Tekst 40

De plaats was heilig met groepjes bomen en struiken met de aangename schreeuwen van goedaardige dieren en vogels. Omlijst door de schoonheid van het geboomte, was het rijk aan vruchten en bloemen gedurende alle seizoenen.

De plaats was heilig met groepjes bomen en struiken met de aangename schreeuwen van dieren en vogels en, omlijst door de schoonheid van het geboomte, was het rijk aan vruchten en bloemen gedurende alle seizoenen. (Vedabase)

 

Tekst 41

Het bruiste er van het leven met allerlei kolonies vogels, doldwaze bijen die als gekken rondzoemden, trots dansende pauwen en vrolijke koekoeken die elkaar toeriepen.

Het liep over van de vreugde van groepjes vogels, verzotte bijen die als gekken rondzoemden, trots dansende pauwen en vrolijke koekoeken die elkaar toeriepen. (Vedabase)

 

Tekst 42-43

Het meer werd opgeluisterd door kadamba-, campaka-, a'soka-, karañja- en bakulabloemen en âsana, kunda, mandâra, kuthajabomen en jonge mangobomen en men hoorde er de aangename geluiden van kârandava eenden, plava's, zwanen, visarenden, waterhoenen, kraanvogels, cakravâka- en cakoravogels.

Kadamba, campaka, as'oka, karañja en bakula bloemen; âsana, kunda, mandâra, kuthajabomen en jonge mangobomen luisterden het meer op waarin kârandava eenden, plava's, zwanen, visarenden, waterhoenen en kraanvogels waren te zien terwijl de cakravâka- en cakoravogels hun gelukkige geluiden lieten weerklinken. (Vedabase)

 

Tekst 44

Ook waren er massa's reeën, wilde zwijnen, stekelvarkens, gavaya's [wilde koeien], olifanten, bavianen, leeuwen, apen, stokstaartjes en muskusherten.

Zo ook waren er eveneens massa's reeën, wilde zwijnen, stekelvarkens, gavaya's [wilde koeien], olifanten, bavianen, leeuwen, apen, mongozen, en muskusherten. (Vedabase)

 

Tekst 45-47

Toen de eerste monarch met zijn dochter die uitgelezen plek betrad, zag hij de wijze voor zijn hut zitten, offers brengend in het vuur. Zijn lichaam straalde schitterend door zijn lang volgehouden, verschrikkelijke yogaboete en was niet erg uitgemergeld, want de Heer had Zijn liefdevolle, zijdelingse blik op Hem geworpen en hem doen luisteren naar Zijn maangelijke ambrozijnen woorden. Hij was lang met ogen als de bloembladen van een lotus, had samengeklitte haarlokken en gescheurde kleding. Hem benaderend maakte hij een vervuilde indruk als was hij een ongepolijste edelsteen.

Toen de eerste monarch met zijn dochter die uitgelezen plek betrad zagen ze de wijze voor zijn hut zitten, offers brengend in het vuur. Zijn lichaam straalde schitterend door zijn langdurige verschrikkelijke boetedoening van yoga en was niet erg uitgemergeld, daar de Heer zijdelings zijn liefdevolle blik op Hem had geworpen en hem had doen luisteren naar Zijn maangelijke ambrozijnen woorden. Hij was lang met ogen als de bloembladen van een lotus, had samengeklitte haarlokken, gescheurde kleding en hem benaderend scheen hij vervuild toe als was hij een ongepolijste edelsteen. (Vedabase)

 

Tekst 48

De monarch die zijn stulpje had benaderd boog zich voor hem, waarop de wijze hem eervol ontving en hem verwelkomde zoals dat voor een koning gepast is.

Ziende dat de monarch zijn stulpje had benaderd, verboog hij zich voor hem, hem eervol ontvangend en heette hij hem welkom zoals dat voor een koning gepast is. (Vedabase)

 

Tekst 49

Na zijn eerbetoon in ontvangst te hebben genomen, bleef hij stil zitten en was hij verrukt te horen wat de wijze, indachtig wat de Heer hem had opgedragen, toen op aangename wijze zei:

Na de ontvangst van zijn eerbetoon, hield deze zich stil terwijl hij neerzat en was hij verrukt te horen wat de wijze, die zich herinnerde wat de Heer hem had gezegd, toen in zoete bewoordingen zei: (Vedabase)

 

Tekst 50

'Ik ben er zeker van, o goddelijke persoonlijkheid, dat u rondtrekt om de deugdzame zielen te beschermen en de valsaards te dwarsbomen, want u bent de persoon die het beschermend vermogend van de Heer vertegenwoordigt.

'Voorzeker is uw rondtrekken, o goddelijke persoonlijkheid, er voor de bescherming van de deugdzamen en het frustreren van hen die van onwaarheid zijn, aangezien u de persoon bent van de Heer Zijn beschermende energie. (Vedabase)

 

Tekst 51

Terwille van Uw standhouden aanvaardt u [naar noodzaak] de verschillende [vormen van het georganiseerde respect voor de] gedaanten van de zon, de maan, het vuur [Agni], de Heer van de hemel [Indra], de wind [Vâyu], de bestraffing [Yama], de religie [Dharma] en van de wateren [Varuna]. Ik bied Hem, Heer Vishnu die U is, mijn eerbetuigingen.

Indien nodig neemt u van de zon, de maan; van het vuur [Agni] en de Heer van de hemel [Indra]; de wind [Vâyu], de bestraffing [Yama] van de religie [Dharma] en van de wateren [Varuna] de verschillende gedaanten aan; jegens Hem, de Heer Vishnu die U bent, mijn eerbetuigingen. (Vedabase)!

 

Tekst 52-54

Als u de strijdwagen van de overwinning die is overdekt met massa's edelstenen niet had beklommen en uw boog niet zo schrikwekkend had laten zoeven en al de schurken angst had aangejaagd met uw aanwezigheid, als onder uw leiding een leger van marcherende soldaten te voet niet de aarde had doen schudden met uw bestrijken van de aardbol als was u de schitterende zon, dan zouden zeker alle gedragsregels en verplichtingen van de roepingen [varna] en leeftijdsgroepen [âs'rama] zoals die door de Heer zijn ingesteld, o Koning, op betreurenswaardige wijze zijn gebroken door onverlaten.

Als u de strijdwagen der overwinning, overdekt met massa's edelstenen, niet had beklommen en uw boog niet zo schrikwekkend had laten zoeven, al de schurken angst aanjagend met uw aanwezigheid; als uw aanvoeren van een leger van marcherende soldaten te voet, niet de aarde had doen schudden, de aardbol bestrijkend als de schitterende zon, dan zouden zeker alle gedragsregels en verplichtingen van de roepingen [varna] en leeftijdsgroepen [âs'rama] door de Heer ingesteld, o Koning, op betreurenswaardige wijze zijn gebroken door de boeven. (Vedabase)

 

Tekst 55

Als u zou rusten, dan zou het onrecht zegevieren met het ontbreken van de greep op mensen die eenvoudigweg op het geld uit zijn. Deze wereld zou dan door die schurken in bezit worden genomen en ten ondergaan [zie ook B.G. 3: 23].

Als u zou rusten, dan zou het onrecht zegevieren met het ontbreken van controle over de mensen die eenvoudig op het geld uit zijn; deze wereld zou dan door de onverlaten in bezit worden genomen en ten onder gaan [zie ook B.G.: 3.23].  (Vedabase)

 

Tekst 56

Niettemin vraag ik u, o held, wat de reden is van uw bezoek, aangezien we dat zonder aarzelen met hart en ziel ten uitvoer zullen brengen.'

Dit alles daargelaten vraag ik u, o heldhaftige, wat u wenst met uw verschijnen hier, want dat zullen we, zonder aarzeling met hart en ziel ten uitvoer brengen.' (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

Het schilderij van Vishnu die op de rug van Garuda in de hemel verschijnt is © van Dominique Amendola.
Voor meer van haar schilderijen zie de
Spiritual Art gallery. Gebruikt met toestemming.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties