regelbalk


 

Canto 3

Vibhâvarî S'esha

 

 

Hoofdstuk 21: De Conversatie tussen Manu en Kardama

(1) Vidura zei: 'O Allerhoogste, wees zo goed de zo hoog geachte dynastie van Svâyambhuva Manu te beschrijven, waarvan de seksuele gemeenschap voor al het nageslacht zorgde. (2) Priyavrata en Uttânapâda, de twee zonen van Svâyambhuva Manu, regeerden de wereld bestaande uit de zeven continenten, waarlijk overeenkomstig de principes der religie. (3) Van die Manu stond alzo Devahûti bekend, o brahmaan, als de echtgenote van de vader der mensen waarover u sprak [zie 3.12: 27 ] als Kardama Muni, o zondeloze. (4) Kan u mij, ik die er zo naar uitzie, het verhaal vertellen over hoe het talrijke nageslacht van Kardama Muni, die in feite een grote mystieke yogi was begiftigd met de acht volmaaktheden [zie 3.15: 45], uit haar werd verwekt? (5) En hoe brachten de bewonderenswaardige Ruci, o brahmaan, en Daksha, de zoon van Brahmâ, nageslacht voort na het als hun echtgenotes veilig stellen van de andere twee dochters van Svâyambhuva Manu?'

(6) Maitreya zei: 'Heer Brahmâ droeg de allerhoogste Muni Kardama op kinderen te verwekken na een boete die hij zo'n tienduizend jaar had beoefend aan de oever van de rivier de Sarasvatî. (7) Verzonken in die verbondenheid diende Kardama door zijn yoga in toewijding Hem, de Heer die de overgegeven zielen alles vergunt. (8) Behaagd toonde de Allerhoogste Heer met de lotusogen hem toen door de cultuur van voorschriften en rituelen, o Vidura, zijn bovenzinnelijke gedaante. (9) Dat van Hem aanschouwde hij als zijnde zo stralend zuiver als de zon met een bloemenslinger van witte waterlelies en lotussen en een overvloed aan sluike zwart-blauwe haarlokken, een lotusgelijk gezicht en een smetteloos gewaad. (10) Opgesierd met een kroon en oorsieraden dragend hield Hij, het hart betoverend met Zijn glimlachende blikken, een schelphoorn vast, een werpschijf en een strijdknots, onderwijl met een witte lelie spelend. (11) Hij zag Hem in de lucht staande met Zijn lotusvoeten op de schouders van Garuda met op Zijn borst het beroemde Kaustubha juweel dat van Zijn nek neerhing. (12) Uitzinnig viel hij met zijn hoofd naar de grond na, met zijn gebeden en bevredigd met een hart dat altijd was vervuld van liefde, zijn verlangen gerealiseerd te hebben en vouwde hij zijn handen.

(13) De wijze zei: 'Oh, nu hebben we het volledige succes geboekt U, het Reservoir van Alle Goedheid, voor ogen te hebben; U te zien, o aanbiddelijke Heer, is waartoe alle yogi's, die de volmaaktheid van de yoga nastreven, door vele geboorten heen geleidelijk worden opgeheven. (14)  Zelfs van hen die door Uw begoochelende energie hun intelligentie kwijt raakten en die voor het verkrijgen van oppervlakkige genoegens - die ook in de hel te vinden zijn - Uw lotusvoeten aanbidden die de boot vormen om de oceaan van het werelds bestaan over te steken, vervult U iedere mogelijke wens, o Heer. (15) Ernaar verlangend een meisje te huwen van een gelijke gezindheid die in het huwelijksleven als een koe van overvloed is, heb ook ik met wellustige bedoelingen U benaderd, die de wortel en oorsprong van alles en de wensboom die alle wensen doet uitkomen bent. (16) Onder leiding van U als de vader van alle levende wezens, o mijn Heer, zijn al dezen die het slachtoffer van hun verlangens zijn, gebonden door het touw van hun omstandigheden en breng ik, gekonditioneerd zoals zij dat zijn, U mijn offers, o Belichaming der Religie tewerk gaand als de eeuwige tijd. (17) Maar zij die het opgaven hun dierlijke, aardse belangen na te jagen en hun toevlucht zochten onder de paraplu van Uw lotusvoeten door Uw kwaliteiten met elkaar te bespreken, maken door die bedwelmende nectar aan het enkele dienen van hun fysieke lichamen een einde. (18) Het wiel van het universum dat met een ontzagwekkende snelheid ronddraait rond de spil van het onvergankelijke van U [Brahman] met drie assen [zon, maan en sterren], [twaalf tot] dertien spaken [als de maanmaanden] driehonderdzestig verbindingen [als de dagen in een halfgodenjaar], zes randen, [als de seizoenen] en ontelbare blaadjes [momenten], draagt niet in het geringst bij tot de bekorting van de levens van de toegewijden. (19) Uzelf als het Universum bent de enig zaligmakende die ernaar verlangt om, vanuit het zelf, heersend middels Uw begoochelende eenheid in de materie, de universa in het leven te roepen die U schept, handhaaft en weer terugwint zoals een spin dat doet, o Allerhoogste Heer, door zijn eigen kracht. (20) Deze materiële wereld met haar grofstoffelijke en subtiele elementen, die U voor ons aangezicht manifesteert, is daadwerkelijk niet Uw verlangen; laat haar er zijn voor het ons Uw zegen vergunnen als U, door Uw grondeloze genade, wordt gezien als de Allerhoogste Heer die schittert met de tulsî [of de aanbidding]. (21) Teneinde de onthechting tot stand te brengen in het genieten van de vruchten, bracht U door Uw eigen energieën, de materiële werelden voort; zonder ophouden breng ik mijn eerbetuigingen aan de aanbiddelijke lotusvoeten die alle zegen doen neerdalen op de onbetekenenden.'

(22) De wijze [Maitreya] zei: 'Aldus oprecht geprezen beantwoordde Heer Vishnu Kardama Muni in bewoordingen zoet als nectar, terwijl Hij, stralend van genegenheid op de schouders van Garuda staande, met een glimlach toekeek vanonder Zijn expressieve wenkbrauwen. (23) De Allerhoogste Heer zei: 'Je geestestoestand kennende, heb ik reeds voorzien in datgene waarvoor je jezelf hebt getraind met Mij als de enige om te aanbidden. (24) Het is waarlijk nimmer vruchteloos daarvan zo zeker te zijn, o leider der levende wezens, daar de geesten van personen zoals u in de aanbidding van Mij, volledig geconcentreerd zijn. (25) De zoon van de vader der mensen, de keizer Svâyambhuva Manu, wiens rechtgeaarde handelingen wel bekend zijn, heeft zijn plaats in Brahmâvarta [de wereld als deel van Brahmâ's lotus] en heerst over de zeven zeeën en de aarde. (26) Hij, de heilige koning, o geleerde, zal overmorgen naar hier komen met zijn koningin, ernaar verlangend u als expert in religieuze handelingen te treffen. (27) Hij heeft een volwassen dochter met zwarte ogen en een karakter vol van goede kwaliteiten en is op zoek naar een echtgenoot; hij zal u haar hand schenken, o meester, daar u een geschikte kandidaat bent. (28) Zij is degene naar wie u in uw hart uitzag na al deze jaren; zij is uw prinses, o brahmaan, en zal u spoedig dienen zoals u dat wenste. (29) Zij zal, van het zaad dat door u in haar wordt gezaaid, negen dochters dragen en uit die dochters zullen de wijzen hun tal van kinderen verwekken. (30) Als u naar behoren op mijn gebod zal zijn getrouwd en volledig gezuiverd naar Mij toe in de verzaking van de vruchten van het handelen, zal u uiteindelijk Mij bereiken. (31) En als u mededogen hebt getoond en alle zielen zekerheid hebt verschaft, zal u zelfverwerkelijkt zijn en uzelf en het universum als zich in Mij bevindend zien en Mij als aanwezig in uzelf. (32) Door uw zaad zal ik als Mijn eigen volkomen expansie, o grote wijze, vanuit uw vrouw Devahûti, onderricht verschaffen in de leer van de uiteindelijke werkelijkheid.'

(33) Maitreya zei: 'Na aldus tot hem gesproken te hebben ging de Allerhoogste Heer die rechtstreeks door de zinnen wordt waargenomen, weg van het Bindu-sarovar-meer waar doorheen de rivier de Sarasvatî stroomt. (34) Terwijl Hij die door alle verloste zielen wordt geprezen onder zijn gadeslaan vertrok, hoorde hij in de vleugelslag van de drager van de Heer [Garuda] de hymnen van het pad der volmaaktheid weerklinken die de Sâma-veda vormen. (35) Toen, na Zijn vertrek, bleef Kardama, de grote en machtige wijze, achter op de oever van het Bindu-meer, in afwachting van wat komen zou.

(36) Svâyambhuva Manu die een met goud beslagen strijdwagen had beklommen, had zijn eigen dochter tezamen met zijn vrouw erop geplaatst en bereisde de gehele wereld. (37) Op die strijdwagen, o grote boogschutter, bereikte hij zoals de Heer dat had voorspeld, de hermitage van de wijze op de dag dat hij zijn geloften van verzaking had afgerond. (38-39) Dat heilige, gunstige water dat door de Sarasvatî rivier volstroomde, was de nectar die reeksen van grote heiligen had gediend. Het was waarlijk een meer van tranen, zoals het was vernoemd naar de tranen die neervielen uit de ogen van de Heer overweldigd door Zijn buitengemeen mededogen voor deze overgegeven ziel. (40) De plaats was heilig met groepjes bomen en struiken met de aangename schreeuwen van dieren en vogels en, omlijst door de schoonheid van het geboomte, was het rijk aan vruchten en bloemen gedurende alle seizoenen. (41) Het liep over van de vreugde van groepjes vogels, verzotte bijen die als gekken rondzoemden, trots dansende pauwen en vrolijke koekoeken die elkaar toeriepen. (42-43) Kadamba, campaka, as'oka, karañja en bakula bloemen; âsana, kunda, mandâra, kuthajabomen en jonge mangobomen luisterden het meer op waarin kârandava eenden, plava's, zwanen, visarenden, waterhoenen en kraanvogels waren te zien terwijl de cakravâka- en cakoravogels hun gelukkige geluiden lieten weerklinken. (44) Zo ook waren er eveneens massa's reeën, wilde zwijnen, stekelvarkens, gavaya's [wilde koeien], olifanten, bavianen, leeuwen, apen, mongozen, en muskusherten.

(45-47) Toen de eerste monarch met zijn dochter die uitgelezen plek betrad zagen ze de wijze voor zijn hut zitten, offers brengend in het vuur. Zijn lichaam straalde schitterend door zijn langdurige verschrikkelijke boetedoening van yoga en was niet erg uitgemergeld, daar de Heer zijdelings zijn liefdevolle blik op Hem had geworpen en hem had doen luisteren naar Zijn maangelijke ambrozijnen woorden. Hij was lang met ogen als de bloembladen van een lotus, had samengeklitte haarlokken, gescheurde kleding en hem benaderend scheen hij vervuild toe als was hij een ongepolijste edelsteen. (48) Ziende dat de monarch zijn stulpje had benaderd, verboog hij zich voor hem, hem eervol ontvangend en heette hij hem welkom zoals dat voor een koning gepast is. (49) Na de ontvangst van zijn eerbetoon, hield deze zich stil terwijl hij neerzat en was hij verrukt te horen wat de wijze, die zich herinnerde wat de Heer hem had gezegd, toen in zoete bewoordingen zei:

(50) 'Voorzeker is uw rondtrekken, o goddelijke persoonlijkheid, er voor de bescherming van de deugdzamen en het frustreren van hen die van onwaarheid zijn, aangezien u de persoon bent van de Heer Zijn beschermende energie. (51) Indien nodig neemt u van de zon, de maan; van het vuur [Agni] en de Heer van de hemel [Indra]; de wind [Vâyu], de bestraffing [Yama] van de religie [Dharma] en van de wateren [Varuna] de verschillende gedaanten aan; jegens Hem, de Heer Vishnu die U bent, mijn eerbetuigingen. (52-54) Als u de strijdwagen der overwinning, overdekt met massa's edelstenen, niet had beklommen en uw boog niet zo schrikwekkend had laten zoeven, al de schurken angst aanjagend met uw aanwezigheid; als uw aanvoeren van een leger van marcherende soldaten te voet, niet de aarde had doen schudden, de aardbol bestrijkend als de schitterende zon, dan zouden zeker alle gedragsregels en verplichtingen van de roepingen [varna] en leeftijdsgroepen [âs'rama] door de Heer ingesteld, o Koning, op betreurenswaardige wijze zijn gebroken door de boeven. (55) Als u zou rusten, dan zou het onrecht zegevieren met het ontbreken van controle over de mensen die eenvoudig op het geld uit zijn; deze wereld zou dan door de onverlaten in bezit worden genomen en ten onder gaan [zie ook B.G.: 3.23]. (56) Dit alles daargelaten vraag ik u, o heldhaftige, wat u wenst met uw verschijnen hier, want dat zullen we, zonder aarzeling met hart en ziel ten uitvoer brengen.'

 

next                  

 
 Tweede Editie, geladen 9 juli 2006. 

 

 

 

Bronteksten:

Het gesprek tussen Manu en Kardama

 

Tekst 1:

Vidura zei: ' O Allerhoogste, wees zo goed de zo hoog geachte dynastie van Svâyambhuva Manu te beschrijven, waarvan de seksuele gemeenschap voor al het nageslacht zorgde.

Vidura zei: De dynastie van Svâyambhuva Manu stond in het hoogste aanzien. O aanbiddenswaardige wijze, ik verzoek u - vertel me over dit ras, waarvan de nakomelingen zich door geslachtsgemeenschap vermenigvuldigden. (Vedabase)

 

Tekst 2:

Priyavrata en Uttânapâda, de twee zonen van Svâyambhuva Manu, regeerden de wereld bestaande uit de zeven continenten, waarlijk overeenkomstig de principes der religie.

De twee grote zoons van Svâyambhuva Manu - Priyavrata en Uttânapâda - regeerden de wereld, die uit zeven eilanden bestond, geheel volgens religieuze beginselen. (Vedabase)

 

Tekst 3:

Van die Manu stond alzo Devahûti bekend, o brahmaan, als de echtgenote van de vader der mensen waarover u sprak [zie 3.12: 27 ] als Kardama Muni, o zondeloze.

O heilige brâhmana, o zondeloze, u hebt gesproken over zijn dochter, Devahûti, als de echtgenote van de wijze Kardama, de heer der schepselen. (Vedabase)

 

Tekst 4:

Kan u mij, ik die er zo naar uitzie, het verhaal vertellen over hoe het talrijke nageslacht van Kardama Muni, die in feite een grote mystieke yogi was begiftigd met de acht volmaaktheden [zie 3.15: 45], uit haar werd verwekt?

Hoeveel nakomelingen verwekte die grote yogi bij de prinses, die zich de acht volmaaktheden van de yoga verworven had? Zeg me dat alstublieft, want ik wil het heel graag horen. (Vedabase)

 

Tekst 5:

En hoe brachten de bewonderenswaardige Ruci, o brahmaan, en Daksha, de zoon van Brahmâ, nageslacht voort na het veilig stellen van hun echtgenotes, de andere twee dochters van Svâyambhuva Manu?'

O heilige wijze, zeg me hoe de aanbiddenswaardige Ruci en Daksha, de zoon van Brahmâ, kinderen verwekten, nadat ze de andere twee dochters van Svâyambhuva Manu tot vrouw hadden genomen. (Vedabase)

  

Tekst 6:

Maitreya zei: ' Heer Brahmâ droeg de allerhoogste Muni Kardama op kinderen te verwekken na een boete die hij zo'n tienduizend jaar had beoefend aan de oever van de rivier de Sarasvatî.

De grote wijze Maitreya antwoordde: Door Heer Brahmâ bevolen om kinderen te verwekken in de werelden, onderging de aanbiddenswaardige Kardama Muni tienduizend jaar lang boetedoeningen aan de oever van de Sarasvatî. (Vedabase)

   

Tekst 7:

Verzonken in die verbondenheid diende Kardama door zijn yoga in toewijding Hem, de Heer die de overgegeven zielen alles vergunt.

Tijdens deze periode van boetedoening won de wijze Kardama de gunst van de Godspersoon, die snel alle zegen schenkt aan hen die bescherming bij Hem komen zoeken door Hem in toegewijde dienst in trance te aanbidden. (Vedabase)

  

Tekst 8:

Behaagd toonde de Allerhoogste Heer met de lotusogen hem toen door de cultuur van voorschriften en rituelen, o Vidura, zijn bovenzinnelijke gedaante.

In satya-yuga toonde de lotusogige Allerhoogste Godspersoon Zich vervolgens, voldaan als Hij was, aan deze Kardama Muni en onthulde hem Zijn bovenzinnelijke gedaante, die alleen door middel van de Veda's begrepen kan worden. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Dat van Hem aanschouwde hij als zijnde zo stralend zuiver als de zon met een bloemenslinger van witte waterlelies en lotussen en een overvloed aan sluike zwart-blauwe haarlokken, een lotusgelijk gezicht en een smetteloos gewaad.

Kardama Muni zag de Allerhoogste Godspersoon, die vrij is van alle materiële onzuiverheid, in Zijn eeuwige gedaante, stralend als de zon. Hij droeg een krans van witte lotussen en waterlelies. Hij was gekleed in vlekkeloze gele zijde en Zijn lotusgelaat was omlijsd met golvende lokken van glanzend zwart haar. (Vedabase)

  

Tekst 10

Opgesierd met een kroon en oorsieraden dragend hield Hij, het hart betoverend met Zijn glimlachende blikken, een schelphoorn vast, een werpschijf en een strijdknots, onderwijl met een witte lelie spelend.

Getooid met een kroon en oorhangers hield Hij in drie van Zijn handen de voor Hem zo kenmerkende hoornschelp, werpschijf en knots en in de vierde een witte lelie. Hij keek rond met een blijde glimlach op Zijn gezicht, die het hart van alle toegewijden bekoort. (Vedabase)

 

Tekst 11

Hij zag Hem in de lucht staande met Zijn lotusvoeten op de schouders van Garuda met op Zijn borst het beroemde Kaustubha juweel dat van Zijn nek neerhing.

Met een gouden streep op Zijn borst en het beroemde Kaustubha-juweel om Zijn hals, stond Hij in de lucht, met Zijn lotusvoeten op de schouders van Garuda. (Vedabase)

 

 Tekst 12

Uitzinnig viel hij met zijn hoofd naar de grond na, met zijn gebeden en bevredigd met een hart dat altijd was vervuld van liefde, zijn verlangen gerealiseerd te hebben en vouwde hij zijn handen.

Toen Kardama Muni de Allerhoogste Godspersoon werkelijk in persoon realiseerde, voelde hij zich zeer voldaan, omdat zijn bovenzinnelijke verlangen daarmee in vervulling was gegaan. Hij liet zich met gebogen hoofd op de grond vallen om de lotusvoeten van de Heer zijn eerbetuigingen te brengen. Met gevouwen handen en zijn hart van nature vol liefde voor God, stemde hij de Heer met gebeden tevreden. (Vedabase)

 

Tekst 13:

De wijze zei: 'Oh, nu hebben we het volledige succes geboekt U, het Reservoir van Alle Goedheid, voor ogen te hebben; U te zien, o aanbiddelijke Heer, is waartoe alle yogi's, die de volmaaktheid van de yoga nastreven, door vele geboorten heen geleidelijk worden opgeheven.

De grote wijze Kardama Muni zei: O aanbiddenswaardige Allerhoogste Heer, mijn gezichtsvermogen heeft nu zijn vervulling bereikt, nu ik de grootst mogelijke volmaaktheid ervaar dat ik U, in wie alle existenties wonen, aanschouw. Gevorderde yogi's streven er in vele opeenvolgende levens van diepe meditatie naar Uw bovenzinnelijke gedaante te zien. (Vedabase)

  

Tekst 14:

 Zelfs van hen die door Uw begoochelende energie hun intelligentie kwijt raakten en die voor het verkrijgen van oppervlakkige genoegens - die ook in de hel te vinden zijn - Uw lotusvoeten aanbidden die de boot vormen om de oceaan van het werelds bestaan over te steken, vervult U iedere mogelijke wens, o Heer.

Uw lotusvoeten zijn het ware vaartuig dat ons over de oceaan van wereldse onwetendheid kan brengen. Alleen degenen die betoverd door de begoochelende energie hun verstand zijn kwijtgeraakt, zullen deze voeten aanbidden voor onbeduidend en voorbijgaand zingenot, dat zelfs te krijgen is door hen die in de hel vergaan. In Uw goedheid echter, o mijn Heer, schenkt U zelfs hun Uw genade. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Ernaar verlangend een meisje te huwen van een gelijke gezindheid die in het huwelijksleven als een koe van overvloed is, heb ook ik met wellustige bedoelingen U benaderd, die de wortel en oorsprong van alles en de wensboom die alle wensen doet uitkomen bent.

Uit verlangen om te trouwen met een meisje met gelijkaardige instelling dat in mijn huwelijksleven een ware wonderkoe kan blijken te zijn, heb ook ik om mijn wellustig verlangen te bevredigen mijn heil gezocht bij Uw lotusvoeten, die de bron van alles zijn, want U bent als een wensboom. (Vedabase)

 

Tekst 16:

Onder leiding van U als de vader van alle levende wezens, o mijn Heer, zijn al dezen die het slachtoffer van hun verlangens zijn, gebonden door het touw van hun omstandigheden en breng ik, gekonditioneerd zoals zij dat zijn, U mijn offers, o Belichaming der Religie tewerk gaand als de eeuwige tijd.

O mijn Heer, U bent de meester en leider van alle levende wezens. Onder uw leiding houden alle gebonden zielen zich voortdurend bezig met het bevredigen van hun verlangens, alsof ze vast zitten aan een touw. In navolging van hen, o religie in eigen persoon, draag ook ik U, die de eeuwige tijd bent, mijn offers op. (Vedabase)

 

Tekst 17:

Maar zij die het opgaven hun dierlijke, aardse belangen na te jagen en hun toevlucht zochten onder de paraplu van Uw lotusvoeten door Uw kwaliteiten met elkaar te bespreken, maken door die bedwelmende nectar aan het enkele dienen van hun fysieke lichamen een einde.

Maar mensen die de gewone wereldse aangelegenheden en hun dierlijke dienaren achter zich hebben gelaten en hun toevlucht hebben gezocht bij de beschutting van Uw lotusvoeten door in gesprekken met elkaar van de bedwelmende nectar van Uw eigenschappen en activiteiten te drinken, kunnen verlost worden van de noodzaak om te voorzien in de basis-behoeften van het materiële lichaam. (Vedabase)

 

Tekst 18:

Het wiel van het universum dat met een ontzagwekkende snelheid ronddraait rond de spil van het onvergankelijke van U [Brahman] met drie assen [zon, maan en sterren], [twaalf tot] dertien spaken [als de maanmaanden] driehonderdzestig verbindingen [als de dagen in een halfgodenjaar], zes randen, [als de seizoenen] en ontelbare blaadjes [momenten], draagt niet in het geringst bij tot de bekorting van de levens van de toegewijden.

Uw rad, dat drie naven heeft, draait om de as van het onvergankelijke Brahman. Het heeft dertien spaken, driehonderdzestig verbindingen, zes randen en er zijn ontelbare bladeren op uitgesneden. Hoewel het door zijn omwenteling de levensduur van de gehele schepping bekort, kan dit wiel met zijn geweldige snelheid de levensduur van de toegewijden van de Heer niet beïnvloeden. (Vedabase)

  

Tekst 19:

Uzelf als het Universum bent de enig zaligmakende die ernaar verlangt om, vanuit het zelf, heersend middels Uw begoochelende eenheid in de materie, de universa in het leven te roepen die U schept, handhaaft en weer terugwint zoals een spin dat doet, o Allerhoogste Heer, door zijn eigen kracht.

O mijn Heer, U alleen schept de universa. O Godspersoon, uit verlangen om deze universa te creëren, schept U ze, houdt U ze in stand en windt U ze in U terug door Uw eigen energieën, die bestuurd worden door Uw tweede energie, yogamâyâ, zoals een spin met behulp van haar eigen energie een web creëert en het weer in zich terugwindt. (Vedabase)

  

Tekst 20:

Deze materiële wereld met haar grofstoffelijke en subtiele elementen, die U voor ons aangezicht manifesteert, is daadwerkelijk niet Uw verlangen; laat haar er zijn voor het ons Uw zegen vergunnen als U, door Uw grondeloze genade, wordt gezien als de Allerhoogste Heer die schittert met de tulsî [of de aanbidding].

O mijn Heer, hoewel het niet Uw wens is, openbaart U deze schepping van grofstoffelijke en subtiele elementen alleen ter wille van ons zingenot. Stort Uw grondeloze genade over ons uit, want U bent voor ons verschenen in Uw eeuwige gedaante, gesierd met een schitterende krans van tulasî-blaadjes. (Vedabase)

  

Tekst 21:

Teneinde de onthechting tot stand te brengen in het genieten van de vruchten, bracht U door Uw eigen energieën, de materiële werelden voort; zonder ophouden breng ik mijn eerbetuigingen aan de aanbiddelijke lotusvoeten die alle zegen doen neerdalen op de onbetekenenden. '

Ik breng voortdurend vol respect mijn eerbetuigingen aan Uw lotusvoeten, die het waard zijn dat men er zijn bescherming bij zoekt, omdat U de onbeduidenden met zegeningen overstelpt. Om ervoor te zorgen dat alle levende wezens zich, door U te realiseren, van hun baatzuchtige activiteiten losmaken, hebt U door Uw eigen energie deze materiële werelden geopenbaard. (Vedabase)

 

Tekst 22:

De wijze [Maitreya] zei: 'Aldus oprecht geprezen beantwoordde Heer Vishnu Kardama Muni in bewoordingen zoet als nectar, terwijl Hij, stralend van genegenheid op de schouders van Garuda staande, met een glimlach toekeek vanonder Zijn expressieve wenkbrauwen.

Maitreya hernam: Nadat Hij met deze oprechte gebeden geprezen was, antwoordde Heer Visnu, die schitterend straalde op de schouders van Garuda, met nectarzoete woorden. Zijn wenkbrauwen bewogen sierlijk, terwijl Hij de wijze aankeek met een liefdevolle glimlach op Zijn gezicht. (Vedabase)

 

Tekst 23:

De Allerhoogste Heer zei: 'Je geestestoestand kennende, heb ik reeds voorzien in datgene waarvoor je jezelf hebt getraind met Mij als de enige om te aanbidden.

De Allerhoogste zei: Omdat Ik op de hoogte was van wat er in je omging, heb Ik datgene waarvoor je Me met het beheersen van je geest en zinnen zo toegewijd aanbeden hebt, al geregeld. (Vedabase) .

  

Tekst 24:

Het is waarlijk nimmer vruchteloos daarvan zo zeker te zijn, o leider der levende wezens, daar de geesten van personen zoals u in de aanbidding van Mij, volledig geconcentreerd zijn.

De Heer vervolgde: Mijn beste rishi, o leider der levende wezens, degenen die Me vol toewijding dienen door Me te aanbidden, zullen nooit teleurgesteld worden. Dit geldt vooral voor mensen zoals jij, die alles voor Mij opgegeven hebben. (Vedabase)

 

Tekst 25:

De zoon van de vader der mensen, de keizer Svâyambhuva Manu, wiens rechtgeaarde handelingen wel bekend zijn, heeft zijn plaats in Brahmâvarta [de wereld als deel van Brahmâ's lotus] en heerst over de zeven zeeën en de aarde.

De keizer Svâyambhuva Manu, de zoon van Heer Brahmâ, die bekend staat om zijn rechtvaardige daden, zetelt in Brahmâvarta en heerst over de aarde met haar zeven oceanen. (Vedabase)

 

 Tekst 26:

Hij, de heilige koning, o geleerde, zal overmorgen naar hier komen met zijn koningin, ernaar verlangend u als expert in religieuze handelingen te treffen.

Overmorgen, o brâhmana, zal die beroemde keizer, die zo deskundig is op het gebied der religieuze activiteiten, hier verschijnen met zijn gemalin, S'atarûpâ, om jou te ontmoeten. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Hij heeft een volwassen dochter met zwarte ogen en een karakter vol van goede kwaliteiten en is op zoek naar een echtgenoot; hij zal u haar hand schenken, o meester, daar u een geschikte kandidaat bent.

Hij heeft een volwassen dochter met zwarte ogen. Ze is huwbaar en heeft een goed karakter en alle goede eigenschappen. Ze is van haar kant op zoek naar een goede man. Mijn waarde heer, haar ouders zullen jou, die precies geschikt voor haar bent, komen bezoeken, enkel om je haar tot vrouw te geven. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Zij is degene naar wie u in uw hart uitzag na al deze jaren; zij is uw prinses, o brahmaan, en zal u spoedig dienen zoals u dat wenste.

Deze prinses, o heilige wijze, zal precies het type zijn waaraan je al deze lange jaren in je hart hebt gedacht. Weldra zal ze de jouwe zijn en je dienen, precies zoals je dat graag hebt. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Zij zal, van het zaad dat door u in haar wordt gezaaid, negen dochters dragen en uit die dochters zullen de wijzen hun tal van kinderen verwekken.

Van het door jou in haar gezaaide zaad zal ze negen dochters voortbrengen, en bij de dochters die jij verwekt zullen de wijzen te zijner tijd kinderen verwekken. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Als u naar behoren op mijn gebod zal zijn getrouwd en volledig gezuiverd naar Mij toe in de verzaking van de vruchten van het handelen, zal u uiteindelijk Mij bereiken.

Met je hart gereinigd door het juiste uitvoeren van Mijn opdracht, waarbij je de vruchten van al je daden aan Mij afstaat, zul je tenslotte tot Me komen. (Vedabase)

 

Tekst 31:

En als u mededogen hebt getoond en alle zielen zekerheid hebt verschaft, zal u zelfverwerkelijkt zijn en uzelf en het universum als zich in Mij bevindend zien en Mij als aanwezig in uzelf.

Door alle levende wezens je mededogen te tonen, zul je tot zelfverwerkelijking komen, en door ieders veiligheid te verzekeren, zul je je eigen zelf en alle universa in Mij waarnemen, en Mijzelf in jou. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Door uw zaad zal ik als Mijn eigen volkomen expansie, o grote wijze, vanuit uw vrouw Devahûti, onderricht verschaffen in de leer van de uiteindelijke werkelijkheid.'

O grote wijze, Ik zal te zamen met je negen dochters, Mijn eigen volkomen deelaspect openbaren door middel van je vrouw, Devahûti, en Ik zal haar onderrichten in het wijsgerig stelsel dat de hoogste beginselen of categorieën omvat. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Maitreya zei: 'Na aldus tot hem gesproken te hebben ging de Allerhoogste Heer die rechtstreeks door de zinnen wordt waargenomen, weg van het Bindu-sarovar-meer waar doorheen de rivier de Sarasvatî stroomt.

Maitreya vervolgde: Nadat Hij aldus tot Kardama Muni gesproken had, vertrok de Heer, die Zich alleen openbaart aan degenen wier zinnen Krishna-bewust zijn, van dat Bindu-sarovara-meer, waar de rivier de Sarasvatî omheen stroomde. (Vedabase)

 

Tekst 34:

Terwijl Hij die door alle verloste zielen wordt geprezen onder zijn gadeslaan vertrok, hoorde hij in de vleugelslag van de drager van de Heer [Garuda] de hymnen van het pad der volmaaktheid weerklinken die de Sâma-veda vormen.

Terwijl de wijze Hem nakeek, vertrok de Heer via de weg naar Vaikunthha, die door alle grote bevrijde zielen verheerlijkt wordt. De wijze bleef staan luisteren hoe de klapwiekende vleugels van Garuda, de draagvogel van de Heer, de zangen ten gehore brachten die de grondslag van de Sâma-Veda vormen. (Vedabase)

 

Tekst 35:

Toen, na Zijn vertrek, bleef Kardama, de grote en machtige wijze, achter op de oever van het Bindu-meer, in afwachting van wat komen zou.

Na het vertrek van de Heer bleef de eerwaardige wijze Kardama aan de oever van de Bindu-sarovara en wachtte op de tijd waarover de Heer gesproken had. (Vedabase)

 

Tekst 36:

Svâyambhuva Manu die een met goud beslagen strijdwagen had beklommen, had zijn eigen dochter tezamen met zijn vrouw erop geplaatst en bereisde de gehele wereld.

Svâyambhuva Manu besteeg met zijn vrouw een wagen, die met gouden ornamenten was versierd. Hij liet zijn dochter eveneens instappen en begon aan een reis over de hele aarde. (Vedabase)

 

Tekst 37:

Op die strijdwagen, o grote boogschutter, bereikte hij zoals de Heer dat had voorspeld, de hermitage van de wijze op de dag dat hij zijn geloften van verzaking had afgerond.

O Vidura, zo bereikten ze precies op de dag die de Heer voorspeld had de kluizenaarshut van de wijze, die juist alle boetedoeningen die hij beloofd had te doen, had volbracht. (Vedabase)

 

Tekst 38-39:

Dat heilige, gunstige water dat door de Sarasvatî rivier volstroomde, was de nectar die reeksen van grote heiligen had gediend. Het was waarlijk een meer van tranen, zoals het was vernoemd naar de tranen die neervielen uit de ogen van de Heer overweldigd door Zijn buitengemeen mededogen voor deze overgegeven ziel.

Het heilige Bindu-sarovara-meer, dat gevoed werd door het water van de rivier de Sarasvatî, was een toevluchtsoord voor zeer vele uitnemende wijzen. Het heilige water ervan was niet alleen heilzaam, maar ook zo zoet als nectar. Het werd Bindu-sarovara genoemd, omdat er tranen in waren gevallen uit de ogen van de Heer, die overweldigd was geweest door groot mededogen voor de wijze die Zijn bescherming had gezocht. (Vedabase)

 

Tekst 40:

De plaats was heilig met groepjes bomen en struiken met de aangename schreeuwen van dieren en vogels en, omlijst door de schoonheid van het geboomte, was het rijk aan vruchten en bloemen gedurende alle seizoenen.

De oever van het meer was omgeven door groepjes vrome bomen en klimranken, die overladen waren met vruchten en bloemen van alle jaargetijden en beschutting boden aan vrome dieren en vogels, die de lucht vulden met allerlei geluiden. De schoonheid van woudbosschages verfraaide de oever nog. (Vedabase)

 

Tekst 41:

Het liep over van de vreugde van groepjes vogels, verzotte bijen die als gekken rondzoemden, trots dansende pauwen en vrolijke koekoeken die elkaar toeriepen.

De omgeving weergalmde van de kreten van uitgelaten vogels. Er zwierven bedwelmde bijen rond en dronken pauwen dansten op hun trotse manier, terwijl vrolijke koekoeken elkaar toeriepen. (Vedabase)

 

Tekst 42-43:

Kadamba, campaka, a'soka, karañja en bakula bloemen; âsana, kunda, mandâra, kuthajabomen en jonge mangobomen luisterden het meer op waarin kârandava eenden, plava's, zwanen, visarenden, waterhoenen en kraanvogels waren te zien terwijl de cakravâka- en cakoravogels hun gelukkige geluiden lieten weerklinken.

Het Bindu-sarovara-meer was omgeven door fraaie bloeiende bomen, zoals kadamba, campaka, a'soka, karañja, bakula, âsana, kunda, mandâra, kuthaja en jonge mangobomen. In de lucht weerklonken de aangename kreten van kârandava-eenden, plava's, zwanen, visarenden, waterhoenen, kraanvogels, cakravâka's en cakora's. (Vedabase)

 

Tekst 44:

Zo ook waren er eveneens massa's reeën, wilde zwijnen, stekelvarkens, gavaya's [wilde koeien], olifanten, bavianen, leeuwen, apen, mongozen, en muskusherten.

Op de oever wemelde het van de herten, wilde zwijnen, stekelvarkens, gavaya's, olifanten, bavianan, leeuwen, apen, mongozen en muskusherten. (Vedabase)

 

Tekst 45-47:

Toen de eerste monarch met zijn dochter die uitgelezen ze de wijze voor zijn hut zitten, offers brengend in het vuur. Zijn lichaam straalde schitterend door zijn langdurige verschrikkelijke boetedoening van yoga en was niet erg uitgemergeld, daar de Heer zijdelings zijn liefdevolle blik op Hem had geworpen en hem had doen luisteren naar Zijn maangelijke ambrozijnen woorden. Hij was lang met ogen als de bloembladen van een lotus, had samengeklitte haarlokken, gescheurde kleding en hem benaderend scheen hij vervuild toe als was hij een ongepolijste edelsteen.

Toen de eerste vorst, Svâyambhuva Manu, en zijn dochter dat hoogst heilige oord betraden en naar het hutje van de wijze liepen, zagen ze hem daar zitten, nadat hij zojuist het heilige vuur gunstig had gestemd met offereandes. Zijn lichaam had een stralende glans en hoewel hij een lange tijd van boetedoeningen achter de rug had, was hij niet uitgemergeld, omdat de Heer zijdelings Zijn liefdevolle blik over hem had laten gaan en hij ook de nectar van de maangelijke woorden van de Heer had ingedronken. De wijze was lang van gestalte, zijn ogen waren groot als de kelkbladen van een lotus en zijn haar was verward. Zijn lichaam was gehuld in lompen en toen Svâyambhuva Manu op hem toe liep zag hij dat hij enigszins vuil was, als een ongepolijste edelsteen. (Vedabase)

 

Tekst 48:

Ziende dat de monarch zijn stulpje had benaderd, verboog hij zich voor hem, hem eervol ontvangend en heette hij hem welkom zoals dat voor een koning gepast is.

Toen hij zag dat de vorst naar zijn hut gekomen was en voor hem neerboog, begroette de wijze hem met zijn zegen en ontving hem met gepaste eer. (Vedabase)

 

Tekst 49:

Na de ontvangst van zijn eerbetoon, hield deze zich stil terwijl hij neerzat en was hij verrukt te horen wat de wijze, die zich herinnerde wat de Heer hem had gezegd, toen in zoete bewoordingen zei:

Nadat de wijze hem zijn aandacht geschonken had, nam de koning plaats en zweeg. Kardama, die zich de aanwijzingen van de Heer herinnerde, richtte zich toen als volgt tot de koning en verheugde hem met Zijn vriendelijke woorden. (Vedabase)

 

Tekst 50:

'Voorzeker is uw rondtrekken, o goddelijke persoonlijkheid, er voor de bescherming van de deugdzamen en het frustreren van hen die van onwaarheid zijn, aangezien u de persoon bent van de Heer Zijn beschermende energie.

De reis die u ondernomen hebt, o heer, moet bedoeld zijn om de deugdzamen te beschermen en de demonen te doden, want u belichaamt de beschermende energie van S'rî Hari. (Vedabase)

 

Tekst 51:

Indien nodig neemt u van de zon, de maan; van het vuur [Agni] en de Heer van de hemel [Indra]; de wind [Vâyu], de bestraffing [Yama] van de religie [Dharma] en van de wateren [Varuna] de verschillende gedaanten aan; jegens Hem, de Heer Vishnu die U bent, mijn eerbetuigingen.

Indien nodig, speelt u de rol van de zonnegod, van de maangod, van Agni, de god van het vuur, van Indra, de Heer van het paradijs, van Vâyu, de god van de wind, van Yama, de god van de straf, van Dharma, de god van de vroomheid, en van Varuna, de god die over de wateren heerst. Alle eer aan u, die niemand anders bent dan Heer Vishnu. (Vedabase)!

 

Tekst 52-54:

Als u de strijdwagen der overwinning, overdekt met massa's edelstenen, niet had beklommen en uw boog niet zo schrikwekkend had laten zoeven, al de schurken angst aanjagend met uw aanwezigheid; als uw aanvoeren van een leger van marcherende soldaten te voet, niet de aarde had doen schudden, de aardbol bestrijkend als de schitterende zon, dan zouden zeker alle gedragsregels en verplichtingen van de roepingen [varna] en leeftijdsgroepen [âs'rama] door de Heer ingesteld, o Koning, op betreurenswaardige wijze zijn gebroken door de boeven.

Als u niet uw zegevierende, met juwelen ingelegde wagen besteeg, bij alleen het zien waarvan de boosdoeners al van angst ineenkrimpen, als u het verschrikkelijke geluid van het afschieten van uw pijlen niet liet horen en als u niet over de wereld trok als de stralende zon, aan het hoofd van een reusachtig leger, dat de aardbol doet beven door het gestamp van de soldaten, zouden alle door de Heer Zelf geschapen morele wetten die voor de varna's en âs'rama's gelden, door de schurken en onverlaten overtreden worden. (Vedabase)

 

Tekst 55:

Als u zou rusten, dan zou het onrecht zegevieren met het ontbreken van controle over de mensen die eenvoudig op het geld uit zijn; deze wereld zou dan door de onverlaten in bezit worden genomen en ten onder gaan.

Als u zich niet meer om de toestand van de wereld zou bekommeren, zou het onrecht welig tieren, want dan zouden mensen die alleen op geld uit zijn ongehinderd hun gang kunnen gaan. Zulke onverlaten zouden hun slag slaan en de wereld zou te gronde gaan. (Vedabase)

 

Tekst 56:

Dit alles daargelaten vraag ik u, o heldhaftige, wat u wenst met uw verschijnen hier, want dat zullen we, zonder aarzeling met hart en ziel ten uitvoer brengen.

Ondanks dit alles vraag ik u, o moedige koning, wat het doel is van uw komst. Wat u ook van ons vraagt, we zullen het zonder voorbehoud ten uitvoer brengen. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De afbeelding van Kardama Muni ziet de Allerhoogste Heer op deze pagina is van
Muralidhara dasa
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties