
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
The
Topics of S'rîmad-Bhâgavatam
Summarized
Tekst
1:
Sûta zei:
"Met het brengen van eerbetuigingen voor Heer Krishna, voor de
schepper, voor de brahmanen en voor het allerhoogste van het
dharma, zal ik het nu hebben over de duurzame aard ervan
[in termen van de onderwerpen besproken in het
Bhâgavatam].
Sûta
Gosvâmî said: Offering my obeisances to the
supreme religious principle, devotional service; to Lord
Krishna, the supreme creator; and to all the
brâhmanas, I shall now describe the eternal principles
of religion.
Tekst
2:
Ik vertelde u,
o wijzen, over deze prachtige wederwaardigheden van Heer Vishnu
die zich bij uitstek lenen voor mensen met respect voor de
persoon.
O
great sages, I have narrated to you the wonderful pastimes
of Lord Vishnu, as you inquired about them from me. Hearing
such narrations is the suitable engagement for a person who
is actually a human being.
Tekst
3:
In dit
[verhalen] is rechtstreeks verheerlijkt de Heer, Hij
Die Alle Zonden Wegneemt, Nârâyana, de Heer der
Zinnen, de Allerhoogste Persoonlijkheid en Meester van de
Sâtvata's.
(4)
Hierin wordt de schepping en vernietiging van dit universum en
de vertrouwelijke kennis van de Ene Op-zichzelf-bestaande
Allerhoogste Geest besproken, tezamen met de wijsheid en haar
cultivering.
O
great sages, I have narrated to you the wonderful pastimes
of Lord Vishnu, as you inquired about them from me. Hearing
such narrations is the suitable engagement for a person who
is actually a human being.
Tekst
4
Hierin wordt de
schepping en vernietiging van dit universum en de
vertrouwelijke kennis van de Ene Op-zichzelf-bestaande
Allerhoogste Geest besproken, tezamen met de wijsheid en haar
cultivering.
This
literature describes the mystery of the Supreme Absolute
Truth, the source of the creation and annihilation of this
universe. Also presented are divine knowledge of Him
together with the process of its cultivation, and the
transcendental realization one achieves.
Tekst
5-6
Uitvoerig zijn
besproken de bhakti-yoga en de verzaking die erbij hoort
[in 1.2,
7.5-10
& canto 11.29],
evenals de geschiedenis van Nârada
[1.4-6]
en het verhaal van Parîkchit: het tot de dood vasten van
Parîkchit, de wijze onder de koningen, vanwege zijn door
een [zoon van een] geleerde vervloekt zijn en het
gesprek tussen Parîkchit en S'uka, de beste der brahmanen
[zie canto 1.8-18].
The
following topics are also narrated: the process of
devotional service together with its subsidiary feature of
renunciation, and the histories of Mahârâja
Parîkshit and the sage
Nârada.
Also
described are saintly King Parîkshit's sitting down to
fast until death in response to the curse of a
brâhmana's son, and the conversations between
Parîkshit and S'ukadeva Gosvâmî, who is
the best of all brâhmanas.
Tekst
7
[Vervolgens
is besproken] het door zich in de yoga te concentreren
bereiken van de bevrijding als men doodgaat
[2.2.15-21],
het gesprek tussen Nârada en Brahmâ
[2.5],
de reeks van avatâra's [1.3
& 2.7]
en het scheppingsproces vanuit de primaire natuur [de
pradhâna, 3.26.10-72].
The
Bhâgavatam explains how one can attain liberation at
the time of death by practicing fixed meditation in yoga. It
also contains a discussion between Nârada and
Brahmâ, an enumeration of the incarnations of the
Supreme Personality of Godhead, and a description of how the
universe was created in progressive sequence, beginning from
the unmanifest stage of material nature.
Tekst
8
Er is het
gesprek dat Vidura voerde met Uddhava [3.1.25-3.4],
het gesprek dat Vidura had met Maitreya
[3.5-
4.31],
en toen wat de purâna inhoudt [in algemene zin, zie
2.10:
1 en
12.7:
9-10], en
vervolgens zijn er de onderzoekingen aangaande het weer in Zich
opnemen van de schepping door de Mahâpurusha
[2.10:
6,
3.11:
30,
8.5:
35,
11.3:
8-15,
12.4].
This
scripture also relates the discussions Vidura had with
Uddhava and with Maitreya, inquiries about the subject
matter of this Purâna, and the winding up of creation
within the body of the Supreme Lord at the time of
annihilation.
Tekst
9
Wat volgt is de
vorming uit de [geaardheden van de] materiële
natuur en het voortbrengen van de zeven afgeleiden [van
mahat,
ahamkâra
en de tanmâtra's,
zie 3.20:
12-17],
die zich uitbreiden met de constructie van het ei van het
universum van waaruit zich de universele gedaante van de Heer
opwerpt [3.6].
The
creation effected by the agitation of the modes of material
nature, the seven stages of evolution by elemental
transformation, and the construction of the universal egg,
from which arises the universal form of the Supreme Lord-all
these are thoroughly described.
Tekst
10
De grove en
subtiele bewegingen van de tijd [3.11],
[komen eveneens aan bod als ook] het genereren van de
lotus [3.8]
en het doden van Hiranyâksha in samenhang met het
bevrijden van de aarde uit de oceaan [3.17-19].
Other
topics include the subtle and gross movements of time, the
generation of the lotus from the navel of
Garbhodakas'âyî Vishnu, and the killing of the
demon Hiranyâksha when the earth was delivered from
the Garbhodaka Ocean.
Tekst
11
[En zo zijn
er] de schepping van de hogere wezens, de dieren en de
lagere schepselen [3.12:
37-48], de
geboorte van Rudra [3.12]
en het verschijnen van Svâyambhuva Manu als de mannelijke
en vrouwelijke wederhelften van de Heer [zie
3.12:
49-53,
4.1].
The
Bhâgavatam also describes the creation of demigods,
animals and demoniac species of life; the birth of Lord
Rudra; and the appearance of Svâyambhuva Manu from the
half-man, half-woman Îs'vara.
Tekst
12-13
[Besproken
zijn de] de nakomelingen van de uitnemende gemalin, de
eerste vrouw die S'atarûpâ
was, en het nageslacht van [de negen dochters van] de
vrome echtgenote [Devahûti] van de stamvader
Kardama [zie 3.24:
20-25 en
4.1],
het nederdalen van de Opperziel, de Allerhoogste Persoon Heer
Kapila, en de conversatie van de geleerde Kapila met
Devahûti [3.25-33].
Also
related are the appearance of the first woman,
S'atarûpâ, who was the excellent consort of
Manu, and the offspring of the pious wives of
Prajâpati Kardama. The Bhâgavatam describes the
incarnation of the Supreme Personality of Godhead as the
exalted sage Kapila and records the conversation between
that greatly learned soul and His mother,
Devahûti.
Tekst
14-15
De
afstammelingen van de negen brahmanen [die met Kardama's
dochters trouwden, 4.1],
de vernietiging van Daksha's offerplechtigheid
[4.2-7]
en de geschiedenis van Dhruva [4.8-13]
wordt dan gevolgd door de verhalen over Prithu
[4.15-23]
en Prâcînabarhi [4.24-29],
zijn gesprek met Nârada [4.29],
de verhalen van Priyavrata [5.1],
o brahmanen, Nâbhi [5.3],
het leven van Rishabha [5.3-6],
en Bharata Mahârâja [5.7-13].
Also
described are the progeny of the nine great brâhmanas,
the destruction of Daksha's sacrifice, and the history of
Dhruva Mahârâja, followed by the histories of
King Prithu and King Prâcînabarhi, the
discussion between Prâcînabarhi and
Nârada, and the life of Mahârâja
Priyavrata. Then, O brâhmanas, the Bhâgavatam
tells of the character and activities of King Nâbhi,
Lord Rishabha and King Bharata.
Tekst
16
De continenten,
subcontinenten en de oceanen, de bergen en rivieren worden in
detail beschreven [5.19-20],
het uitspansel [5.21-23]
en hoe de lagere werelden en de hel zijn geregeld
[5.24-26].
The
Bhâgavatam gives an elaborate description of the
earth's continents, regions, oceans, mountains and rivers.
Also described are the arrangement of the celestial sphere
and the conditions found in the subterranean regions and in
hell.
Tekst
17
[Beschreven
zijn] Daksha's (weder-)geboorte als de zoon van de
Pracetâ's [6.4]
en de nakomelingen van zijn dochters van wie er de halfgoden,
de demonen en de menselijke wezens zijn, de
[zoog-]dieren, de serpenten, de vogels en de andere
diersoorten [6.6].
The
rebirth of Prajâpati Daksha as the son of the
Pracetâs, and the progeny of Daksha's daughters, who
initiated the races of demigods, demons, human beings,
animals, serpents, birds and so on-all this is
described.
Tekst
18
[Ook is
er] de geboorte en dood van [Vritra,
6.9-12]
de zoon van Tvashthâ en de twee zoons van Diti,
Hiranyâksha [3.14-19]
en Hiranyakas'ipu, o brahmanen, tezamen met de geschiedenis van
de grote ziel Prahlâda, de beheerser van de Daitya's
[7.2-8].
O
brâhmanas, also recounted are the births and deaths of
Vritrâsura and of Diti's sons Hiranyâksha and
Hiranyakas'ipu, as well as the history of the greatest of
Diti's descendants, the exalted soul Prahlâda.
Tekst
19-20
In detail zijn
beschreven de regeerperioden van de Manu's
[8.1],
de verlossing van de koning der olifanten [Gajendra,
8.2-4]
en de avatâra's van Heer Vishnu voor iedere periode van
Manu [8.5
& 13]
zoals Hayas'îrshâ [8.24:
8 &
57;
5.18:
1],
Nrisimha [7.9-10],
Vâmana [8.18-22],
Mâtsya [8.24]
en Kûrma die er was voor het doel van het karnen van de
nectar uit de melkoceaan door de bewoners van de hemel
[8.7-8].
The
reign of each Manu, the liberation of Gajendra, and the
special incarnations of Lord Vishnu in each manv-antara,
such as Lord Hayas'îrshâ, are described as
well.
Tekst
21
De grote oorlog
tussen de demonen en de goden wordt beschreven
[8.10]
als ook systematisch de dynastieën van de koningen
[9.2,
7,
9,
12,
13,
17,
20
-24]; de
dynastie van Sudyumna [9.1]
en de geboorte van Ikshvâku en zijn dynastie
[9.6].
An
account of the great battle fought between the demigods and
the demons, a systematic description of the dynasties of
various kings, and narrations concerning Ikshvâku's
birth, his dynasty and the dynasty of the pious Sudyumna-all
are presented within this literature.
Tekst
22
Er is verslag
gedaan van de verhalen over Ilâ
[9.1.
16-27] en
Târâ
[9.14:
4-13] als
ook een vertelling over de afstammelingen van de
sûrya-vams'a, zoals S'as'âda [Vikukshi,
9.6:
6-11] en
Nriga
[9.1:
11-12,
9.2:
17 &
10:
64].
Also
related are the histories of Ilâ and Târâ,
and the description of the descendants of the sun-god,
including such kings as S'as'âda and Nriga.
Tekst
23
Er zijn de
verhalen over Sukanyâ [9.3],
[de dochter van] S'aryâti, de intelligente
Kakutstha [Purañjaya, 9.6:
12-19],
Mândhâtâ [9.6:
33-37 &
9.7],
Saubhari [9.6],
Sagara [9.8]
en Khathvânga [9.9:
41-47].
The
histories of Sukanyâ, S'aryâti, the intelligent
Kakutstha, Khathvânga, Mândhâtâ,
Saubhari and Sagara are narrated.
Tekst
24
[Gepresenteerd
zijn] de wederwaardigheden van Heer Râmacandra, de
Koning van Kosala, welke alle zonde verdrijven
[9.10
& 11],
Nimi, die zijn materiële lichaam opgaf
[9.13],
en het verschijnen van de nakomelingen van koning Janaka
[of S'îradhvaja, 9.13:
18-27].
The
Bhâgavatam narrates the sanctifying pastimes of Lord
Râmacandra, the King of Kosala, and also explains how
King Nimi abandoned his material body. The appearance of the
descendants of King Janaka is also mentioned.
Tekst
25-26
[Gesproken
is over] het uitroeien van de heersende klasse door Heer
Paras'urâma, de Grootste van Bhrigu
[9.15
& 16];
over Aila [Purûravâ, 9.14
& 15],
Nahusha [9.18:
1],
Yayâti [9.18
& 19],
Dushmanta's zoon Bharata [9.20],
S'ântanu [9.22:
12-13] en
S'ântanu's zoon Bhîshma [9.22:
19-19] van
de candra-vams'a, als ook over de gevierde dynastie van Yadu,
de oudste zoon van Yayâti [9.23:
19-29].
The
S'rîmad-Bhâgavatam describes how Lord
Paras'urâma, the greatest descendant of Bhrigu,
annihilated all the kshatriyas on the face of the earth. It
further recounts the lives of glorious kings who appeared in
the dynasty of the moon-god-kings such as Aila,
Yayâti, Nahusha, Dushmanta's son Bharata,
S'ântanu and S'ântanu's son Bhîshma. Also
described is the great dynasty founded by King Yadu, the
eldest son of Yayâti.
Tekst
27
[Het
is] de dynastie waarin in het huis van Vasudeva de
Opperheer bekend staande als Krishna, de Beheerser van het
Levende Wezen, nederdaalde; [vervolgens wordt
beschreven] Zijn geboorte [10-3]
en hoe Hij opgroeide in Gokula [10.4-10].
How
S'rî Krishna, the Supreme Personality of Godhead and
Lord of the universe, descended into this Yadu dynasty, how
He took birth in the home of Vasudeva, and how He then grew
up in Gokula-all this is described in detail.
Tekst
28-30
Zijn talloze
wapenfeiten worden [vervolgens] verheerlijkt [in de
beschrijvingen van]: hoe Hij de melk samen met de
levensadem wegzoog uit Pûtanâ
[10.6],
hoe Hij als een kind de kar kapot maakte en Trinâvarta
eronder kreeg [10.7],
en Hij Baka, Vatsa [10.11]
en Agha doodde [10.12],
[hoe Hij tewerk ging met] Brahmâ die de kalveren
en de jongens had weggeborgen [10.13
& 14],
hoe Hij een eind maakte aan Dhenuka [10.15]
en Pralamba [10.18]
met Zijn metgezellen, en hoe Hij hen redde uit een bosbrand die
hen had ingesloten [10.17
& 19].
Also
glorified are the innumerable pastimes of S'rî
Krishna, the enemy of the demons, including His childhood
pastimes of sucking out Pûtanâ's life air along
with her breast-milk, breaking the cart, trampling down
Trinâvarta, killing Bakâsura, Vatsâsura
and Aghâsura, and the pastimes He enacted when Lord
Brahmâ hid His calves and cowherd boyfriends in a
cave. The
S'rîmad-Bhâgavatam tells how Lord Krishna and
Lord Balarâma killed the demon Dhenukâsura and
his companions, how Lord Balarâma destroyed
Pralambâsura, and also how Krishna saved the cowherd
boys from a raging forest fire that had encircled
them.
Tekst
31-33
[Verslag
werd gedaan van] het onderwerpen van de slang Kâliya
[10:
16-17]; de
geloften die naar de tevredenheid van de Onfeilbare in acht
werden genomen door de jonge gopî's
[10.21
& 22];
de genade voor de spijtige brahmaanse vrouwen
[10.23];
het optillen van de berg Govardhana [10.25]
en de aanbidding en het rituele baden vervolgens uitgevoerd
door Indra en Surabhi [10.27];
Krishna's spel en vermaak met de gopî's gedurende de
nachten [10.29-33],
het redden van Nanda Mahârâja [uit de bek]
van een groot serpent [10.34]
en het doden van de dwaze S'ankhacûda
[10.34],
Arishtha [10.36]
en Kes'î [10.37].
The
chastisement of the serpent Kâliya; the rescue of
Nanda Mahârâja from a great snake; the severe
vows performed by the young gopîs, who thus satisfied
Lord Krishna; the mercy He showed the wives of the Vedic
brâhmanas, who felt remorse; the lifting of Govardhana
Hill followed by the worship and bathing ceremony performed
by Indra and the Surabhi cow; Lord Krishna's nocturnal
pastimes with the cowherd girls; and the killing of the
foolish demons S'ankhacûda, Arishtha and
Kes'î-all these pastimes are elaborately
recounted.
Tekst
34
Daarna
arriveert Akrûra [10.38]
en is er het vertrek van Râma en Krishna, het treuren van
de vrouwen van Vraja [10.39]
en de rondgang door Mathurâ [10.41].
The
Bhâgavatam describes the arrival of Akrûra, the
subsequent departure of Krishna and Balarâma, the
lamentation of the gopîs and the touring of
Mathurâ.
Tekst
35
Er is het doden
van de olifant Kuvalayâpîda
[10.43],
de worstelaars Mushthika, Cânûra, en Kamsa en
anderen [10.44],
als ook het weer terughalen van de zoon van
Sândîpani, de goeroe [10.45].
Also
narrated are how Krishna and Balarâma killed the
elephant Kuvalayâpîda, the wrestlers Mushthika
and Cânûra, and Kamsa and other demons, as well
as how Krishna brought back the dead son of His spiritual
master, Sândîpani Muni.
Tekst
36
Verblijvend in
Mathurâ in het gezelschap van Uddhava en Balarâma,
werden door de Heer, o brahmanen, avonturen aan de dag gelegd
om de kring der Yadu's een plezier te doen
[10.48].
Then,
O brâhmanas, this scripture recounts how Lord Hari,
while residing in Mathurâ in the company of Uddhava
and Balarâma, performed pastimes for the satisfaction
of the Yadu dynasty.
Tekst
37
[Vervolgens
is er] de vele malen herhaalde vernietiging van de troepen
bijeengebracht door Jarasândha [10.50],
het grondvesten van Dvârakâ en het doden van de
barbaarse koning [10.51].
Also
described are the annihilation of each of the many armies
brought by Jarâsandha, the killing of the barbarian
king Kâlayavana and the establishment of
Dvârakâ City.
Tekst
38
Er is de
ontvoering van Rukminî waarbij de Heer Zijn rivalen in de
strijd versloeg [10.53]
en het [van Indra, 10.50:
54] in
ontvangst nemen van de pârijâta uit de hemel samen
met de Sudharmâ-vergaderzaal.
This
work also describes how Lord Krishna brought from heaven the
pârijâta tree and the Sudharmâ assembly
hall, and how He kidnapped Rukminî by defeating all
His rivals in battle.
Tekst
39
Het ter dood
brengen van de meester van Prâgjyotishapura [Bhauma
ofwel Naraka] en het redden van de jonge maagden [komt
ter sprake in 10.59]
met vervolgens het afgedwongen gapen van S'iva in de slag met
Bâna en het wegsnijden van Bâna's armen
[10.63].
Also
narrated are how Lord Krishna, in the battle with
Bânâsura, defeated Lord S'iva by making him
yawn, how the Lord cut off Bânâsura's arms, and
how He killed the master of Prâgjyotishapura and then
rescued the young princesses held captive in that
city.
Tekst
40-41
Het
[Bhâgavatam zet zich ook uiteen met] het kunnen
en de dood van Pañcajana [10.45:
40-41],
S'ambara [10.55],
Pîthha [10.59],
Mura [10.59],
Dvivida [10.67],
de koning van Cedi [10.74],
S'âlva [10.76-77],
de dwaze Dantavakra [10.78],
en anderen; hoe de Pândava's de directe aanleiding
vormden [voor Krishna] om de last van de aarde weg te
nemen [10.49],
en het afbranden van Vârânasî
[10.66].
There
are descriptions of the powers and the deaths of the King of
Cedi, Paundraka, S'âlva, the foolish Dantavakra,
S'ambara, Dvivida, Pîthha, Mura, Pañcajana and
other demons, along with a description of how
Vârânasî was burned to the ground. The
Bhâgavatam also recounts how Lord Krishna relieved the
earth's burden by engaging the Pândavas in the Battle
of Kurukshetra.
Tekst
42-43
[Ook kwam
aan bod] het terugtrekken van Zijn eigen familie
[11.30]
onder het voorwendsel van de vloek van de geleerden
[11.1]
en de schitterende conversatie die Vâsudeva had met
Uddhava waarin de wetenschap van het ware zelf zijn volle
uitdrukking vond met het vaststellen van het dharma [van
hoe men moet leven met Krishna niet meer lijfelijk aanwezig,
zie 11.6-29],
met daarop Zijn verzaken van de wereld der sterfelijken bij
machte van Zijn eigen mystieke vermogen
[11.31].
How
the Lord withdrew His own dynasty on the preTekst of the
brâhmanas' curse; Vasudeva's conversation with
Nârada; the extraordinary conversation between Uddhava
and Krishna, which reveals the science of the self in
complete detail and elucidates the religious principles of
human society; and then how Lord Krishna gave up this mortal
world by His own mystic power-the Bhâgavatam narrates
all these events.
Tekst
44
[Ook
besproken zijn] de kenmerken van de verschillende yuga's en
de handelingen die daarmee overeenkomen
[11.17
&
12.3],
de algehele verstoordheid van de mensen in Kali-yuga
[12.1-3]
en de vier typen van vernietiging en drie [guna]
soorten van schepping [12.4].
This
work also describes people's characteristics and behavior in
the different ages, the chaos men experience in the age of
Kali, the four kinds of annihilation and the three kinds of
creation.
Tekst
45
[tenslotte
is er een verslag van] Vishnurata
[Parîkchit], de intelligente godvruchtige koning,
die zijn lichaam moest opgeven [12.5-6],
hoe de ziener [Vyâsa en anderen] de verschillende
takken van de Veda overdroegen [12.6-7],
de vrome geschiedenis van Mârkandeya
[12.8-10]
en de regeling naar de zon [zoals begrepen] van de
Mahâpurusha, het Zelf van het levende wezen dat het
Universum is [12.11].
There
are also an account of the passing away of the wise and
saintly King Vishnurâta [Parîkshit], an
explanation of how S'rîla Vyâsadeva disseminated
the branches of the Vedas, a pious narration concerning
Mârkandeya Rishi, and a description of the detailed
arrangement of the Lord's universal form and His form as the
sun, the soul of the universe.
Tekst
46
Aldus zijn door
Mij, naar aanleiding van uw vragen, o beste van de tweemaal
geborenen, in dezen de handelingen besproken van de
lîlâ-avatâra's
naar het volle van hun glorie.
Thus,
O best of the brâhmanas, I have explained herein what
you have inquired from me. This literature has glorified in
full detail the activities of the Lord's pastime
incarnations.
Tekst
47
Als men, met
vallen, struikelen, zich bezeren of niezen spontaan hardop
uitroept 'haraye namah' (eerbetuigingen aan Hari), raakt men
bevrijd van al de oorzaken van een val.
If
when falling, slipping, feeling pain or sneezing one
involuntarily cries out in a loud voice, "Obeisances to Lord
Hari!" one will be automatically freed from all his sinful
reactions.
Tekst
48
Van personen,
die naar behoren zingen over de Opperheer en vernemen over het
vermogen van de Onbegrensde, wordt de ellende die in het hart
doordringt geheel weggewassen, precies zoals de zon de
duisternis wegneemt of een sterke wind de wolken
verdrijft.
When
people properly glorify the Supreme Personality of Godhead
or simply hear about His power, the Lord personally enters
their hearts and cleanses away every trace of misfortune,
just as the sun removes the darkness or as a powerful wind
drives away the clouds.
Tekst
49
IJdel inderdaad
zijn die woorden over en besprekingen van de relatieve waarheid
waarin van Hem die in het Bezit is van de Volheden, de Heer in
het Voorbije, geen melding wordt gemaakt; enkel dat is waar,
alleen dat is goedgunstig, enkel dat is verdienstelijk wat de
kwaliteiten van de Fortuinlijke naar boven haalt.
Words
that do not describe the transcendental Personality of
Godhead but instead deal with temporary matters are simply
false and useless. Only those words that manifest the
transcendental qualities of the Supreme Lord are actually
truthful, auspicious and pious.
Tekst
50
Datgene
voorzeker is aantrekkelijk, is nieuwer en nieuwer; dat
inderdaad is een voortdurend, groot feest voor de geest; dat
[zich uitdrukken] in feite legt voor personen de oceaan
der misère droog, waarin de heerlijkheden van de Beste
van de Verzen, Uttamas'loka, bij herhaling worden bezongen.
Those
words describing the glories of the all-famous Personality
of Godhead are attractive, relishable and ever fresh.
Indeed, such words are a perpetual festival for the mind,
and they dry up the ocean of misery.
Tekst
51
Die uitdrukking
in illustratieve termen welke nimmer de zegenende heerlijkheden
van de Heer beschrijft is als een bedevaartsoord voor kraaien
en wordt nimmer gediend door de zwaangelijken, de heiligen
zuiver die enkel in zijn voor Acyuta [als in
1.5:
10].
Those
words that do not describe the glories of the Lord, who
alone can sanctify the atmosphere of the whole universe, are
considered to be like unto a place of pilgrimage for crows,
and are never resorted to by those situated in
transcendental knowledge. The pure and saintly devotees take
interest only in topics glorifying the infallible Supreme
Lord.
Tekst
52
Die creatie van
woorden die de revolutie afkondigt over de zonden van de mensen
en waarin, hoewel onvolkomen van samenstelling, ieder vers
verwijst naar de namen en de heerlijkheden van de Heer zonder
beperkingen, wordt gehoord, bezongen en aanvaard door diegenen
die gezuiverd en oprecht zijn [identiek aan
1.5:
11].
On
the other hand, that literature which is full of
descriptions of the transcendental glories of the name,
fame, forms, pastimes and so on of the unlimited Supreme
Lord is a different creation, full of transcendental words
directed toward bringing about a revolution in the impious
lives of this world's misdirected civilization. Such
transcendental literatures, even though imperfectly
composed, are heard, sung and accepted by purified men who
are thoroughly honest.
Tekst
53
Ondanks
zelfverwerkelijking vrij van materiële motieven, ziet de
kennis van het onfeilbare er niet goed uit verstoken van
genegenheid. Zou inderdaad het werken voor een resultaat ook
maar enig goed doen als men mislukt in het ongeëvenaarde
werk dat wordt verricht voor de Heer [als in
1.5:
11]?
Knowledge
of self-realization, even though free from all material
affinity, does not look well if devoid of a conception of
the Infallible [God]. What, then, is the use of even
the most properly performed fruitive activities, which are
naturally painful from the very beginning and transient by
nature, if they are not utilized for the devotional service
of the Lord?
Tekst
54
Met boete en
het luisteren naar de geschriften en zo voorts is men, terwille
van reputatie en een materieel resultaat, van grote inspanning
in het dienen van het varnâs'rama
systeem, maar door het luisteren naar en respecteren van,
enzovoorts, de lotusvoeten van de Handhaver van de Godin van
het Fortuin, is men, levend in bevestiging van de kwaliteiten,
van heugenis.
The
great endeavor one undergoes in executing the ordinary
social and religious duties of the varnâs'rama system,
in performing austerities, and in hearing from the Vedas
culminates only in the achievement of mundane fame and
opulence. But by respecting and attentively hearing the
recitation