regelbalk



 

 

Canto 12

Mahâmantra 1

 




Hoofdstuk 1: Het Verval van de Dynastieën en de Corrupte Aard van de Heersers van Kali-yuga

(0) S'rî Parîkchit zei: 'Alstublieft o wijze, kan u me vertellen wiens dynastie over de aarde heerste nadat Krishna, het juweel van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?' [*]

(1-2) S'rî S'uka zei: 'Als laatste nazaat van Brihadratha in de toekomst [zie 9.22: 49] werd Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]. Zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen zoon genaamd Pradyota [historisch: Bimbisâra] tot koning uit te roepen. Zijn zoon Pâlaka zal Vis'âkhayûpa als zijn zoon hebben en Râjaka zal hem opvolgen. (3) Zijn zoon zal Nandivardhana zijn. Deze vijf Pradyotana-koningen zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten. (4) Dan zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajña zal worden geboren. (5) De zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka, zijn zoon, zal Ajaya als zijn opvolger hebben. (6-8) Van Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen o beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk driehonderdzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zal zijn geboorte nemen uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse en zal, als een machtige heerser over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse vormen. De koningen zullen goddeloos worden en niet beter zijn dan s'ûdra's. (9) Hij [Mahâpadmânanda], die heerser over miljoenen, zal als een tweede Paras'urâma de ganse aarde onder één bewind brengen en een onbetwiste autoriteit vormen [zie 9.15 & 16]. (10) Van hem zullen acht zoons met Sumâlya voorop ter wereld komen en honderd jaar lang als koningen deze aarde genieten. (11) Een zekere brahmaan [genaamd Cânakya] die het vertrouwen geniet van de negen Nanda's zal hen omverwerpen, waarna als zij verdwenen zijn de Maurya's in Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**]. (12) De brahmaan zal Candragupta op de troon zetten en zijn zoon Vârisâra zal op zijn beurt weer door As'okavardhana worden opgevolgd. (13) Suyas'â [Dasaratha Maurya] zal door hem ter wereld komen, Sangata [Samprati], zijn zoon, zal S'âlis'ûka ter wereld brengen van wie er vervolgens de zoon Somas'armâ [Devavarman] zal zijn die aan de wieg zal staan van S'atadhanvâ uit wiens lendenen Brihadratha zijn geboorte zal nemen. (14) Deze tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga voor de duur van honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen. (15-17) Van Agnimitra [de zoon van de eerste S'unga koning genaamd Pushpamitra, een generaal die Brihadratha zal vermoorden] zal Sujyeshthha [Vasujyeshtha] het levenslicht zien die de vader zal zijn van Vasumitra wiens zoon Bhadraka [Andhraka] zal worden opgevolgd door Pulinda [Pulindaka]. Zijn zoon Ghosha zal een zoon krijgen genaamd Vajramitra. Zijn zoon Bhâgavata [Bhagabhadra] zal Devabhûti verwekken, o eminente Kuru. Deze tien S'unga-koningen zullen de aarde meer dan honderd [109] jaar genieten. Daarna zal de aarde geregeerd worden door de Kânva-dynastie arm aan kwaliteiten, o heerser der mensen. (18) Vasudeva, een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, zal [met de hulp van een slavin] de wellustige S'unga-koning Devabhûti doden en dan zelf het bestuur op zich nemen. (19) Zijn zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde heersen. (20) Een diep gezonken man van lage afkomst van het Andhra-ras genaamd Balî, zal als een bediende Sus'armâ doden, de [laatste] Kânva-koning en enige tijd over de aarde heersen. (21-26) Zijn broer genaamd Krishna, zal de volgende heerser over de aarde zijn. Zijn zoon  S'ântakarna, zal Paurnamâsa als opvolger hebben. Diens zoon Lambodara, zal de koning Cibilaka verwekken. Door Cibilaka zal Meghasvâti ter wereld komen die op zijn beurt Athamâna verwekt, die wordt opgevolgd door Anishthakarmâ. Hâleya, zijn zoon, zal Talaka verwekken wiens zoon Purîshabhîru dan Sunandana zal krijgen die de volgende koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân ter wereld komen wiens zoon Medas'irâ zal heten. S'ivaskanda uit zijn lendenen geboren zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben en zijn nakomeling Vijaya zal de zoons Candravijña en Lomadhi krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen o zoon van de Kuru's [***]. (27) Uit de stad Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen volgen, tien Gardabhî's en zestien Kanka-koningen, aardse heersers die zeer inhalig zullen zijn. (28) Vervolgens zullen er acht Yavana's zijn, veertien Turushka's en verder nog tien Gurunda's en elf koningen van de Maula-dynastie. (29-31) De elf Maula's zullen driehonderd jaar heersen nadat deze [voorgaande drie dynastieën] duizendnegenennegentig jaar over de aarde hebben geheerst mijn beste. Als zij allemaal dood en begraven zijn zullen in de stad Kilakilâ de koningen Bhûtananda, Vangiri, S'is'unandi, zijn broer Yas'onandi en dan Pravîraka honderdzes jaar regeren. (32-33) Van hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de Bâhlika's. Daarna zullen de koningen Pushpamitra, zijn zoon Durmitra, alsook zeven Andhra's, zeven Kaus'ala's en de koningen van Vidûra en Nishadha tegelijkertijd heersen [over verschillende gebieden]. (34) Voor de provincie Mâgadha zal er een koning genaamd Vis'vasphûrji aan de macht komen, die als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie *4]. (35) Deze onintelligente koning, die vanuit de beschutting van de stad Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de aarde zal heersen, zal zich ten opzichte van de burgers overwegend gedragen in strijd met de brahmaanse orde en de machtige klasse der kshatriya's te gronde richten. (36) De tweemaal geboren zielen levend in de provincies S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften vallen terwijl zij die de vooraanstaande posities bekleden onder de mensen [de koningen] niet beter zullen zijn dan s'ûdra's. (37) De landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en anderen die, geestkracht missend, afwijken van de standaard.

(38) O Koning, deze doorgaans onbeschaafde, aardse zorgdragers [politici] die, tegelijkertijd heersend, zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend om de heerschappij] met een heetgebakerd gemoed hun burgers weinig vrijheid gunnen [in economisch opzicht]. (39) Ze richten de levens van vrouwen, kinderen, koeien en intellectuelen te gronde en smachten naar geld en de vrouwen van andere mannen. Tekortschietend in kracht hebben ze doorgaans korte, instabiele carrières van slagen en mislukken en leiden ze korte levens. Niet ingewijd en verstoken van regulerende beginselen zullen deze barbaren die zich gedragen als koningen, in de greep van onwetendheid en hartstocht, als het ware de burgers verslinden. (40) De mensen in de steden zullen in navolging van het karakter, gedrag en de manier van spreken van deze lieden, geplaagd door die heersers en door elkaar, aldus ten onder gaan [in oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12].'
  

 next                         

 
 

Derde herziene editie, geladen 24 september, 2015.

 

 

 

 

Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 0

S'rî Parîkchit zei: 'Alstublieft, o wijze kan u me vertellen wiens dynastie over de aarde heerste nadat Krishna, het juweel van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?' [*]

S'rî Parîkchit zei: 'Alstublieft, o wijze kan u me vertellen wiens dynastie over de aarde heerste nadat Krishna, het juweel van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?' [*] (Bron: S'rîmad Bhâgavata MahâPurâna by S'astri C.L. Gosvâmî, Gita Press 1995).

 

Tekst 1-2

S'rî S'uka zei: 'Als laatste nazaat van Brihadratha in de toekomst [zie 9.22: 49] werd Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]. Zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen zoon genaamd Pradyota [historisch: Bimbisâra] tot koning uit te roepen. Zijn zoon Pâlaka zal Vis'âkhayûpa als zijn zoon hebben en Râjaka zal hem opvolgen.

S'rî S'uka zei: 'De laatste nazaat die er van Brihadratha in de toekomst zal zijn [zie 9.22: 49] wordt Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]; maar zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen zoon genaamd Pradyota [historisch: Bimbisâra] tot koning uit te roepen, van wie de zoon Pâlaka, Vis'âkhayûpa als zijn zoon zal hebben met Râjaka daarop als de volgende. (Vedabase)

  

Tekst 3

Zijn zoon zal Nandivardhana zijn. Deze vijf Pradyotana-koningen zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten.

Zijn zoon zal Nandivardhana zijn; deze vijf pradyotana-koningen zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten. (Vedabase)

  

 Tekst 4

Dan zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajña zal worden geboren.

 Dan zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajña zal worden geboren. (Vedabase)

 

 Tekst 5

De zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka, zijn zoon, zal Ajaya als zijn opvolger hebben.

De zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka zal zijn zoon zijn van wie men zich Ajaya zal heugen. (Vedabase)

 

Tekst 6-8

Van Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen o beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk driehonderdzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zal zijn geboorte nemen uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse en zal, als een machtige heerser over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse vormen. De koningen zullen goddeloos worden en niet beter zijn dan s'ûdra's.

Van Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen, o beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk driehonderdenzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zijn geboorte nemend uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse, zal, machtig als hij is als een heerser over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse vormen; de koningen dan zullen, vervallend in goddeloosheid, niet beter dan s'ûdra's worden. (Vedabase)

 

Tekst 9

Hij [Mahâpadmânanda], die heerser over miljoenen, zal als een tweede Paras'urâma de ganse aarde onder één bewind brengen en een onbetwiste autoriteit vormen [zie 9.15 & 16].

Hij, die heerser over miljoenen [ookwel bekend als Ugrasena], zal als de enige leiding over de ganse aarde ongeslagen zijn en in zijn alleenheerschappij als een tweede Paras'urâma zijn [zie 9.15 & 16]. (Vedabase)

 

 Tekst 10

Van hem zullen acht zoons met Sumâlya voorop ter wereld komen en honderd jaar lang als koningen deze aarde genieten.

De acht zoons met Sumâlya voorop die aldus van hem ter wereld zullen komen, zullen als koningen deze aarde honderd jaar genieten. (Vedabase)

  

 Tekst 11

Een zekere brahmaan [genaamd Cânakya] die het vertrouwen geniet van de negen Nanda's zal hen omverwerpen, waarna als zij verdwenen zijn de Maurya's in Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**].

Een zekere tweemaal geboren brahmaan [genaamd Cânakya] die het vertrouwen geniet van de negen Nanda's zal hen omverwerpen, waarna als zij verdwenen zijn de Maurya's in Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**]. (Vedabase)

 

Tekst 12

De brahmaan zal Candragupta op de troon zetten en zijn zoon Vârisâra zal op zijn beurt weer door As'okavardhana worden opgevolgd.

De brahmaan zal Candragupta op de troon zetten en zijn zoon Vârisâra zal op zijn beurt weer door As'okavardhana worden opgevolgd. (Vedabase)

 

Tekst 13

Suyas'â [Dasaratha Maurya] zal door hem ter wereld komen, Sangata [Samprati], zijn zoon, zal S'âlis'ûka ter wereld brengen van wie er vervolgens de zoon Somas'armâ [Devavarman] zal zijn die aan de wieg zal staan van S'atadhanvâ uit wiens lendenen Brihadratha zijn geboorte zal nemen.

Suyas'â zal door hem ter wereld komen; Sangata, Suyas'â's [klein-] zoon [geboren uit zijn zoon Das'aratha] zal S'âlis'ûka zijn van wie er daarna Somas'armâ zal zijn die aan de wieg zal staan van S'atadhanvâ van wie er Brihadratha zal zijn. (Vedabase)

 

Tekst 14

Deze tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga voor de duur van honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen.

Deze tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga meer dan honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen. (Vedabase)

 

Tekst 15-17

Van Agnimitra [de zoon van de eerste S'unga koning genaamd Pushpamitra, een generaal die Brihadratha zal vermoorden] zal Sujyeshthha [Vasujyeshtha] het levenslicht zien die de vader zal zijn van Vasumitra wiens zoon Bhadraka [Andhraka] zal worden opgevolgd door Pulinda [Pulindaka]. Zijn zoon Ghosha zal een zoon krijgen genaamd Vajramitra. Zijn zoon Bhâgavata [Bhagabhadra] zal Devabhûti verwekken, o eminente Kuru. Deze tien S'unga-koningen zullen de aarde meer dan honderd [109] jaar genieten. Daarna zal de aarde geregeerd worden door de Kânva-dynastie arm aan kwaliteiten, o heerser der mensen.

Agnimitra [die volgt als de zoon van de generaal Pushpamitra die Brihadratha vermoordde] zal Sujyeshthha op de wereld zetten van wie er Vasumitra zal zijn met op hem volgend Bhadraka en zijn zoon Pulinda. Zijn zoon zal Ghosha zijn wiens zoon Vajramitra zal zijn; door hem zal Bhâgavata worden geboren door wie er Devabhûti zal zijn, o verheven Kuru. Deze tien S'unga's zullen de aarde genieten voor meer dan honderd [112] jaar waarna deze aarde zal vallen onder de heerschappij van de Kânva-dynastie die weinig goede kwaliteiten heeft, o heerser der mensen. (Vedabase)

 

Tekst 18

Vasudeva, een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, zal [met de hulp van een slavin] de wellustige S'unga-koning Devabhûti doden en dan zelf het bestuur op zich nemen.

Vasudeva, een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, die [met de hulp van een slavin] de wellustige S'unga-koning Devabhûti zal doden, zal dan zelf het bestuur op zich nemen. (Vedabase)

    

Tekst 19

Zijn zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde heersen.

Zijn zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde heersen. (Vedabase)

 

Tekst 20

Een diep gezonken man van lage afkomst van het Andhra-ras genaamd Balî, zal als een bediende Sus'armâ doden, de [laatste] Kânva-koning en enige tijd over de aarde heersen.

Een man van het Andhra-ras van lage afkomst genaamd Balî, zal als bediende Sus'armâ doden, de [laatste] Kânva-koning en zeer ontaard enige tijd over de aarde heersen.  (Vedabase)

 

 Tekst 21-26

Zijn broer genaamd Krishna, zal de volgende heerser over de aarde zijn. Zijn zoon  S'ântakarna, zal Paurnamâsa als opvolger hebben. Diens zoon Lambodara, zal de koning Cibilaka verwekken. Door Cibilaka zal Meghasvâti ter wereld komen die op zijn beurt Athamâna verwekt, die wordt opgevolgd door Anishthakarmâ. Hâleya, zijn zoon, zal Talaka verwekken wiens zoon Purîshabhîru dan Sunandana zal krijgen die de volgende koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân ter wereld komen wiens zoon Medas'irâ zal heten. S'ivaskanda uit zijn lendenen geboren zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben en zijn nakomeling Vijaya zal de zoons Candravijña en Lomadhi krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen o zoon van de Kuru's [***].

Zijn broer, genaamd Krishna, zal dan de volgende heerser over de aarde zijn en de zoon van S'ântakarna, zijn zoon, zal Paurnamâsa zijn. Na Lambodara, zijn zoon, zal Cibilaka de koning zijn en door Cibilaka zal Meghasvâti er komen die Athamâna op de wereld zet, gevolgd door Anishthakarmâ. Door Hâleya, zijn zoon, zal Talaka ter wereld komen wiens zoon Purîshabhîru dan Sunandana krijgt die de volgende koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân er zijn, wiens zoon Medas'irâ zal heten. S'ivaskanda van hem zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben, en daarna zal zijn komeling Vijaya, Candravijña en Lomadhi krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen, o zoon van de Kuru's [***].  (Vedabase)

 

Tekst 27

Uit de stad Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen volgen, tien Gardabhî's en zestien Kanka-koningen, aardse heersers die zeer inhalig zullen zijn.

Uit de stad Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen voortkomen, tien Gardabhî's, en zestien Kanka-koningen die als aardse heersers hoogst inhalig zullen zijn. (Vedabase)

 

Tekst 28

Vervolgens zullen er acht Yavana's zijn, veertien Turushka's en verder nog tien Gurunda's en elf koningen van de Maula-dynastie.

Dan zullen acht Yavana's volgen, veertien Turushka's en verder nog tien Gurunda's en elf Maula's. (Vedabase)

 

Tekst 29-31

De elf Maula's zullen driehonderd jaar heersen nadat deze [voorgaande drie dynastieën] duizendnegenennegentig jaar over de aarde hebben geheerst mijn beste. Als zij allemaal dood en begraven zijn zullen in de stad Kilakilâ de koningen Bhûtananda, Vangiri, S'is'unandi, zijn broer Yas'onandi en dan Pravîraka honderdzes jaar regeren.

Deze [eerste zes dynastieën] zullen duizendnegenennegentig jaar over de aarde heersen, en de elf Maula's zullen driehonderd jaar heersen, mijn beste. Met hen allen dood en verdwenen zullen in de stad Kilakilâ honderdenzes jaar lang de koningen Bhûtananda, gevolgd door Vangiri met daarna S'is'unandi en dan zijn broer Yas'onandi en Pravîraka heersen. (Vedabase)

 

Tekst 32-33

Van hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de Bâhlika's. Daarna zullen de koningen Pushpamitra, zijn zoon Durmitra, alsook zeven Andhra's, zeven Kaus'ala's en de koningen van Vidûra en Nishadha tegelijkertijd heersen [over verschillende gebieden].

Van hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de Bâhlika's. Na hen zullen er Pushpamitra en vervolgens zijn zoon koning Durmitra zijn, zowel alsook zeven Andhra's, zeven Kaus'ala's en ook de heersers van Vidûra en de Nishadha's die daarna in dezelfde periode als koningen de scepter zullen voeren. (Vedabase)

 

Tekst 34

Voor de provincie Mâgadha zal er een koning genaamd Vis'vasphûrji aan de macht komen, die als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie *4].

Voor de provincie Mâgadha zal er Vis'vasphûrji zijn, die als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie *4]. (Vedabase)

 

Tekst 35

Deze onintelligente koning, die vanuit de beschutting van de stad Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de aarde zal heersen, zal zich ten opzichte van de burgers overwegend gedragen in strijd met de brahmaanse orde en de machtige klasse der kshatriya's te gronde richten.

De onintelligente koning, die vanuit de beschutting van de stad Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de aarde zal heersen, zal, zich ten opzichte van de burgers overwegend gedragen in strijd met het brahmaanse, de almachtige klasse der kshatriya's te gronde richten. (Vedabase)

 

Tekst 36

De tweemaal geboren zielen levend in de provincies S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften vallen terwijl zij die de vooraanstaande posities bekleden onder de mensen [de koningen] niet beter zullen zijn dan s'ûdra's.

De tweemaal geborenen die leven in de provincies S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften vallen en zij die vooraanstaande posities bekleden zullen niet beter dan s'ûdra's zijn. (Vedabase)

 

Tekst 37

De landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en anderen die, geestkracht missend, afwijken van de standaard.

De landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en anderen die, geestkracht missend, afwijken van de standaard. (Vedabase)

 

Tekst 38

O Koning, deze doorgaans onbeschaafde, aardse zorgdragers [politici] die, tegelijkertijd heersend, zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend om de heerschappij] met een heetgebakerd gemoed hun burgers weinig vrijheid gunnen [in economisch opzicht].

O Koning, deze overwegend onwetende aardse zorgdragers die zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend om te heersen] met een heetgebakerd gemoed tegelijkertijd hun burgers weinig vrijheid gunnen [in economisch opzicht]. (Vedabase)

 

Tekst 39

Ze richten de levens van vrouwen, kinderen, koeien en intellectuelen te gronde en smachten naar geld en de vrouwen van andere mannen. Tekortschietend in kracht hebben ze doorgaans korte, instabiele carrières van slagen en mislukken en leiden ze korte levens. Niet ingewijd en verstoken van regulerende beginselen zullen deze barbaren die zich gedragen als koningen, in de greep van onwetendheid en hartstocht, als het ware de burgers verslinden.

Met het vernietigen van de levens van vrouwen, kinderen, koeien en bekeerde mensen, hebben ze, met het begeren van andermans vrouwen, dan weer opgetogen, dan gematigd en dan weer terneergeslagen, zwak qua goedheid hoofdzakelijk maar korte levens te leven [of loopbanen]. Tekortschietend in het brengen van offers en zodoende niet geschikt voor het werk zullen zij, deze onnozelaars die zich voordoen als koningen, overschaduwd door hartstocht en onwetendheid, de burgers als het ware verslinden. (Vedabase)

 

Tekst 40

De mensen in de steden zullen in navolging van het karakter, gedrag en de manier van spreken van deze lieden, geplaagd door die heersers en door elkaar, aldus ten onder gaan [in oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12].'

De mensen in de steden zullen, geleid door het karakter en de manier van spreken en handelen van deze heersers, lijdend onder die 'koningen' en onder elkaar, de vernietiging vinden [in oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12].' (Vedabase)

 

*: De paramparâ van ISKCON liet deze eerste regel van de vragenstellende Parîkchit weg, waar andere bronnen zoals S'astri C.L. Gosvâmî dit hoofdstuk er wel mee beginnen.

**: De paramparâ voegt toe: 'De grote historische vertelling het S'rîmad Bhâgavatam, welke begint met de gebeurtenissen voorafgaande aan de kosmische manifestatie, strekt zich nu uit tot in het domein van de moderne geschreven geschiedenis. Moderne geschiedkundigen erkennen zowel de Maurya dynastie als Candragupta, de koning vermeld in het volgende vers.' [p.p. 12.1.11]

***: Volgens een academische vertaler van het Bhâgavatam, Ganesh Vasudeo Tagare [1989, Morilal Banarsidass], zou deze periode in de geschiedenis zich afspelen kort voor de aanvang van de Christelijke jaartelling. Met het analyseren van deze tekst met betrekking tot historische bronnen concludeert hij eveneens, stellend dat er vele discrepanties zijn met de culturele [gemanipuleerde?] verslagen, dat historisch gezien de Kânva-dynastie slechts voor vijfenveertig jaar zou hebben geheerst van 75 tot 30 B.C., en niet voor de driehonderdvijfenveertig jaar zoals de Sanskriet tekst hier stelt. Volgens hem zou dit deel van het Bhâgavatam van een latere datum zijn en bestaan uit een allegaartje van historische kennis uit de tweede hand, hetgeen een stellingname is aangevochten door de paramparâ natuurlijk, daar het waarschijnlijker is dat men zich vergist in de strijdigheid van het wereldse belang dan in de harmonie van het bewustzijn gemotiveerd door een spirituele discipline.

*4: De totale tijdspanne van de generaties die hier behandeld zijn van de eerste Purañjaya af aan tot aan de laatste in de lijn van het verval van Kali-yuga, zou zich zo hebben uitgestrekt van ongeveer 2000 v. Chr. tot ongeveer de twaalfde eeuw n. Chr.

 

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding toont de adviseur Cânakya in gesprek met keizer Maurya.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties