S'rî
S'uka zei: 'Op een dag ging, om de zoons van Pându te
zien, de Allerhoogste Persoonlijkheid Zichtbaar voor het Oog,
de Eigenaar van alle Weelde, naar Indraprastha vergezeld door
Yuyudhâna [Sâtyaki, Zijn wagenmenner] en
anderen.
S'rî
S'uka zei: 'Op een dag ging, om de zoons van Pându te
zien, de Allerhoogste Persoonlijkheid Zichtbaar voor het
Oog, de Eigenaar van alle Weelde, naar Indraprastha
vergezeld door Yuyudhâna [Sâtyaki, Zijn
wagenmenner] en anderen. (Vedabase)
Tekst
2
Hem, Mukunda,
de Beheerser van Allen daar aangekomen ziend, stonden de helden
allen terstond op, alsof de meester hunner zinnen, hun
levensadem, was teruggekeerd.
Hem,
Mukunda, de Beheerser van Allen daar aangekomen ziend,
stonden de helden allen terstond op, alsof de meester hunner
zinnen, hun levensadem, was teruggekeerd.
(Vedabase)
Tekst
3
De helden die
Acyuta omhelsden raakten door het contact met Zijn lichaam
bevrijd van al hun zonden en ervoeren de vreugde van het
aanschouwen van Zijn toegenegen glimlachende
gelaat.
De
helden die Acyuta omhelsden raakten door het kontakt met
Zijn lichaam bevrijd van al hun zonden en ervoeren de
vreugde van het aanschouwen van Zijn toegenegen glimlachende
gelaat.(Vedabase)
Tekst
4
Na aan de
voeten van Yudhishthhira en Bhîma Zijn eerbetuigingen te
hebben gebracht [daar ze ouder waren] en na
Phâlguna
[ofwel Arjuna, die maar acht dagen ouder was] stevig te
hebben omhelsd, begroette Hij respectvol de tweelingbroers
[Nakula en Sahadeva, die jonger waren].
Na
aan de voeten van Yudhishthhira en Bhîma Zijn
eerbetuigingen te hebben gebracht [daar ze ouder
waren] en na Phâlguna [ofwel Arjuna, die maar
acht dagen ouder was] stevig te hebben omhelsd,
begroette Hij respectvol de tweelingbroers [Nakula en
Sahadeva, die jonger waren].
(Vedabase)
Tekst
5
Gezeten op een
hoger geplaatste zetel werd Krishna stapje voor stapje, een
beetje verlegen, benaderd door de pas [met de
Pândava's] getrouwde, onberispelijke Draupadî
om haar eerbetuigingen te brengen.
Gezeten
op een hoger geplaatste zetel werd Krishna, een beetje
verlegen stapje voor stapje benaderd door de pas getrouwde,
zondenloze van Krishna [Draupadî] om haar
eerbetuigingen te brengen.
(Vedabase)
Tekst
6
Op dezelfde
manier werd Sâtyaki verwelkomd, geëerd en een plaats
toegewezen door de zoons van Prithâ en werden ook de
anderen geëerd en er omheen een plaats
toegewezen.
Op
dezelfde manier werd Sâtyaki verwelkomd, geëerd
en een plaats toegewezen door de zoons van Prithâ en
werden ook de anderen geëerd en er omheen een plaats
toegewezen.
(Vedabase)
Tekst
7
Op Kuntî
afstappend om Zijn eerbetuigingen te brengen werd Hij door
haar, met haar ogen nat van haar buitengemene liefde, omhelsd
[zie ook 1.8:
18-43];
informerend naar het welzijn van haar en haar schoondochter
[Draupadî], deed zij op haar beurt als de zus van
Zijn vader [Vasudeva] tot in detail navraag over Zijn
verwanten.
Naar
Kuntî toe om Zijn eerbetuigingen te brengen werd Hij
door haar, met haar ogen nat van haar extreme liefde,
omhelsd [zie ook 1.8: 18-43]; informerend naar het
welzijn van haar en haar schoondochter
[Draupadî], deed ze als de zus van Zijn vader
[Vasudeva] tot in detail navraag over Zijn
verwanten. (Vedabase)
Tekst
8
Met tranen in
haar ogen en met haar keel dichtgesnoerd door de emotie in haar
liefde voor Hem die Zichzelf vertoont om het leed te
verdrijven, zei ze, zich de vele beproevingen en tegenslagen
herinnerend:
Met
tranen in haar ogen en met een keel dicht van de emotie in
haar liefde voor Hem die Zichzelf vertoont om het leed te
verdrijven, zei ze, zich de vele beproevingen en tegenslagen
herinnerend: (Vedabase)
Tekst
9
'Slechts toen
ging het weer beter met ons toen Jij, als een beschermer die
Zich ons, Je verwanten, herinnerde o Krishna, mijn broer
[Akrûra] naar ons toestuurde [zie
10.49].
'Slechts
toen ging het weer beter met ons toen door Jou, als een
beschermer die Zich ons, Je verwanten, herinnerde o Krishna,
mijn broer [Akrûra] werd gestuurd [zie
10.49]. (Vedabase)
Tekst
10
Voor Jou, de
Weldoener en Ziel van het Universum, bestaat er nooit het
wanbegrip van 'het onze' en 'het hunne'; niettemin maak Je, Je
bevindend in het hart, een eind aan het lijden van hen die zich
[Jou] voortdurend herinneren [zie ook
B.G.
9: 29].'
Voor
Jou, de Weldoener en Ziel van het Universum, bestaat er
nooit het wanbegrip van 'het onze' en 'het hunne'; niettemin
maak Je, Je bevindend in het hart, een eind aan het lijden
van hen die zich [Jou] voortdurend herinneren
[zie ook B.G. 9: 29].'
(Vedabase)
Tekst
11
Yudhishthhira
zei: 'Ik weet niet welke goede daden wij, zo twijfelachtig bij
verstand, allen hebben verricht om Jou te [mogen] zien,
o Opperste Beheerser die de beheersers van de Yoga maar zelden
[te] zien [krijgen].'
Yudhishthhira
zei: 'Ik weet niet welke goede daden wij, zo twijfelachtig
bij verstand, allen hebben verricht om Jou te
[mogen] zien, o Opperste Beheerser die de beheersers
van de Yoga maar zelden [te] zien
[krijgen].' (Vedabase)
Tekst
12
Alzo door de
koning ertoe uitgenodigd logeerde Hij, de Almachtige,
gelukkigerwijze gedurende de maanden van het regenseizoen
[zie ook 10.20]
aldaar, en verschafte daarmee de ogen van de bewoners van
Indraprastha het hoogste geluk.
Alzo
door de koning er toe uitgenodigd logeerde Hij, de
Almachtige, gelukkigerwijze gedurende de maanden van het
regenseizoen [zie ook: 10.20] aldaar, de ogen van de
bewoners van Indraprastha het hoogste geluk
verschaffend.
(Vedabase)
Tekst
13-14
Op een dag
[**]
in kuras zijn wagen beklimmend met de apenvlag [van
Hanumân], zijn [boog] Gândîva in
de hand en twee onuitputtelijke kokers met pijlen, ging Arjuna,
de overwinnaar van de helden van de vijand, voor de sport met
Krishna samen een groot woud binnen dat vol was van prooidieren
[zie tevens B.G.
hoofdstuk 1].
Op
een dag [**] in kuras zijn wagen beklimmend met de
apenvlag [van Hanumân] en zijn [boog]
Gândîva in de hand en twee onuitputtelijke
kokers met pijlen, ging Arjuna, de overwinnaar van de helden
der vijand, terwille van de sport met Krishna samen een
groot woud binnen dat vol was van prooidieren [zie
tevens B.G. hoofdstuk 1]. (Vedabase)
Tekst
15
Aldaar schoot
hij met zijn pijlen tijgers, beren, wilde buffels,
ruru's [een soort antilopen], s'arabha's
[een soort herten], gavaya's [een soort
runderen], neushoorns, zwarte herten, konijnen en
stekelvarkens [zie ook 4.28:
26 en
5.26:
13].
Aldaar
schoot hij met zijn pijlen tijgers, beren, wilde buffels,
ruru's [een soort antilopen], s'arabha's [een
soort herten], gavaya's [een soort runderen],
neushoorns, zwarte herten, konijnen en stekelvarkens
[zie ook 4.28: 26 en 5.26: 13].
(Vedabase)
Tekst
16
Met de dienaren
van de koning ze meenemend om te worden geofferd voor een
speciale gelegenheid [anders zou de jacht verboden zijn
geweest, zie 9.6:
7-8] ging
overmand door de dorst hij, Bibhatsa ['de schrikaanjager',
Arjuna], vermoeid naar de Yamunâ.
Met
de dienaren van de koning ze meenemend om te worden geofferd
voor een speciale gelegenheid [anders zou de jacht
verboden zijn geweest, zie 9.6: 7-8] ging overmand door
de dorst hij, Bibhatsa ['de schrikaanjager',
Arjuna], vermoeid naar de Yamunâ.
(Vedabase)
Tekst
17
Toen de twee
grote strijdwagenvechters er een bad namen en van het heldere
water dronken, zagen de twee Krishna's [zie
B.G.
10: 37]
een maagd lopen die er bekoorlijk uitzag.
Toen
de twee grote strijdwagenvechters er een bad namen en van
het heldere water dronken, zagen de twee Krishna's [zie
B.G. 10: 37] een maagd lopen bekoorlijk om te
zien.
(Vedabase)
Tekst
18
Eropaf gestuurd
door zijn Vriend, benaderde Phâlguna de verfijnde dame
die fraaie heupen en tanden had en een aantrekkelijk gezicht,
en vroeg hij:
Er
op af gestuurd door zijn Vriend, benaderde Phâlguna de
verfijnde dame die fraaie heupen en tanden had en een
aantrekkelijk gezicht, en vroeg hij: (19) 'Wie ben jij, bij
wie hoor je, o meisje met je slanke taille, waar kom je
vandaan en wat ben je van plan; Ik denk dat je op zoek bent
naar een echtgenoot, vertel me er alles over, o
schoonheid!'.
(Vedabase)
Tekst
19
'Wie ben jij,
bij wie hoor je, o meisje met je slanke taille, waar kom je
vandaan en wat ben je van plan; Ik denk dat je op zoek bent
naar een echtgenoot, vertel me er alles over, o
schoonheid!'
'Wie
ben jij, bij wie hoor je, o meisje met je slanke taille,
waar kom je vandaan en wat ben je van plan; Ik denk dat je
op zoek bent naar een echtgenoot, vertel me er alles over, o
schoonheid!'.
(Vedabase)
Tekst
20
S'rî
Kâlindî zei: 'Ik ben de dochter van de halfgod
Savitâ [de zonnegod], bezig met zware
boetedoeningen in mijn verlangen naar Vishnu, de allerbeste van
alle gunstverleners, als mijn echtgenoot [zie ook
Gâyatrî].
S'rî
Kâlindî zei: 'Ik ben de dochter van de halfgod
Savitâ [de zonnegod], bezig met zware
boetedoeningen verlangend naar Vishnu, de allerbeste van
alle gunstverleners, als mijn echtgenoot [zie ook
gâyatrî].
(Vedabase)
Tekst
21
Ik wens geen
andere echtgenoot dan Hij, o held, moge de Verblijfplaats van
S'rî [de godin], Hij, de Allerhoogste Heer
Mukunda, de toevlucht der hulpelozen, tevreden over mij
zijn.
Ik
wens geen andere echtgenoot dan Hij, o held, moge de
Verblijfplaats van S'rî [de godin], Hij, de
Allerhoogste Heer Mukunda, de toevlucht der hulpelozen,
tevreden over mij zijn.
(Vedabase)
Tekst
22
Totdat ik
Acyuta tegenkom, leef ik in een huis dat door mijn vader in de
wateren van de Yamunâ werd gebouwd en draag ik aldus de
naam Kâlindî [zie ook bhajan
vers 2 en
10.15:
47-52].'
Totdat
ik Acyuta tegenkom, leef ik in een huis dat door mijn vader
in de wateren van de Yamunâ werd gebouwd en draag ik
aldus de naam Kâlindî [zie ook bhajan vers 2
en 10.15: 47-52].' (Vedabase)
Tekst
23
Aldus legde
Gudâkes'a
dit aan Vâsudeva voor die, Zich volledig van alles
bewust, haar omhoog tilde in Zijn wagen en wegreed naar koning
Dharma [Yudhishthhira].
Aldus
legde Gudâkes'a dit aan Vâsudeva voor die, Zich
volledig van alles bewust, haar omhoog tilde in Zijn wagen
en wegreed naar koning Dharma [Yudhishthhira].
(Vedabase)
Tekst
24
Voor de zoons
van Prithâ liet Krishna [in het verleden], zo
gauw Hij daartoe verzocht werd, door Vis'vakarmâ een
hoogst opmerkelijke, kleurrijke stad bouwen
[Indraprastha].
Voor
de zoons van Prithâ liet Krishna [in het
verleden], zo gauw Hij daartoe verzocht werd, door
Vis'vakarmâ een hoogst opmerkelijke, kleurrijke stad
bouwen [Indraprastha]. (Vedabase)
Tekst
25
De Allerhoogste
Heer die daar verbleef voor het genoegen van Zijn toegewijden
verlangde het om Agni het Khândavabos
['suikergoedbos' te Kurukshetra] te schenken [door
het in brand te steken] en voor dat doel werd Hij Arjuna's
wagenmenner.
De
Allerhoogste Heer die daar verbleef voor het genoegen van
Zijn toegewijden verlangde het om Agni het Khândavabos
['suikergoedbos' te Kurukshetra] te schenken
[door het in brand te steken] en voor dat doel werd
Hij Arjuna's wagenmenner. (Vedabase)
Tekst
26
Daarover
verheugd gaf Agni aan Arjuna een boog en een strijdwagen met
witte paarden, o Koning, twee onuitputtelijke kokers met pijlen
en een wapenrusting die met geen enkele vorm van gewapende
weerstand te doorboren was.
Daarover
verheugd gaf Agni aan Arjuna een boog en een strijdwagen met
witte paarden, o Koning, twee onuitputtelijke kokers met
pijlen en een wapenrusting die met geen enkele vorm van
gewapende weerstand te doorboren was.
(Vedabase)
Tekst
27
Maya [de
demon] gered uit het vuur bood [in dankbaarheid]
een vergaderzaal aan zijn vriend [Arjuna] aan waarin
Duryodhana het water daarin aanzag voor een stevige vloer
[en erin viel, zie 10.75].
Maya
[de demon] gered uit het vuur bood [in
dankbaarheid] een vergaderzaal aan zijn vriend
[Arjuna] aan waarin Duryodhana het water daarin
aanzag voor een stevige vloer [en erin viel, zie 10.75
]. (Vedabase)
Tekst
28
Hij
[Krishna] door hem [Arjuna] en Zijn weldoeners
toegestaan te vertrekken ging terug naar Dvârakâ
begeleid door Sâtyaki en de rest van Zijn kader [zie
ook 1:
10].
Hij
[Krishna] door hem [Arjuna] en Zijn
weldoeners toegestaan te vertrekken ging terug naar
Dvârakâ begeleid door Sâtyaki en de rest
van Zijn kader [zie ook 1: 10].
(Vedabase)
Tekst
29
Maar nu trouwde
Hij, allergunstigst, met Kâlindî op een dag dat de
seizoenen, de sterren en de andere hemellichten het gunstigst
erbij stonden voor het verspreiden van het grootste geluk onder
Zijn mensen.
Maar
nu trouwde Hij, allergunstigst, met Kâlindî op
een dag dat de seizoenen, de sterren en de andere
hemellichten het gunstigst waren voor het verspreiden van
het grootste geluk onder Zijn
mensen.
(Vedabase)
Tekst
30
Vindya en
Anuvindya, twee koningen uit Avantî [Ujjain] die
Duryodhana ondersteunden, hielden hun zuster
[Mitravindâ] die zich aangetrokken voelde tot
Krishna, tegen in haar svayamvara [kiezen van een
echtgenoot].
Vindya
en Anuvindya, twee koningen uit Avantî
[Ujjain] die Duryodhana ondersteunden, hielden hun
zuster [Mitravindâ] die zich aangetrokken
voelde tot Krishna, tegen in haar svayamvara [kiezen van
een echtgenoot]. (Vedabase)
Tekst
31
Mitravindâ,
de dochter van Râjâdhidevî, de zuster van
Zijn vader [9.24:
28-31],
werd met geweld, voor ogen van de koningen, meegevoerd door
Krishna, o Koning [vergelijk 10.53].
Mitravindâ,
de dochter van Râjâdhidevî, de zuster van
Zijn vader [9.24:28-31], werd met geweld, voor ogen
van de koningen, meegevoerd door Krishna, o Koning
[vergelijk 10.53].
(Vedabase)
Tekst
32
Van de hoogst
godvruchtige heerser van Kaus'alya [Ayodhyâ, zie
9.10:
32]
genaamd Nagnajit was er een goddelijke dochter Satyâ, ook
wel Nâgnajitî genaamd, o Koning.
Van
de hoogst godvruchtige heerser van Kaus'alya
[Ayodhyâ, zie 9.10: 32] genaamd Nagnajit was
er een goddelijke dochter Satyâ, ook wel
Nagnajitî genaamd, o Koning.
(Vedabase)
Tekst
33
Geen van de
koningen was in staat met haar te trouwen zonder zeven
onbeheersbare stieren te verslaan die met de scherpste horens
kwaad als ze waren de geur van krijgers konden verdragen.
Geen
van de koningen was in staat met haar te trouwen zonder
zeven onbeheersbare stieren te verslaan die met de scherpste
horens kwaad geen tolerantie kenden voor de geur van
krijgers. (Vedabase)
Tekst
34
Erover
vernemend dat zij beschikbaar was voor degene die de stieren
wist te bedwingen, ging de Opperheer, de Meester der
Sâtvata's, naar de hoofdstad van Kaus'alya met een grote
legermacht om Zich heen.
Erover
vernemend dat zij beschikbaar was voor hem die de stieren
wist te bedwingen, ging de Opperheer, de Meester der
Sâtvata's, naar de hoofdstad van Kaus'alya met een
grote legermacht om Zich heen. (Vedabase)
Tekst
35
De heer van
Kos'ala overeind gekomen, en vol aanbidding hem een plaats
toewijzend met niet onaanzienlijke offergaven en zo meer, werd
op zijn beurt ook begroet.
De
heer van Kos'ala overeind gekomen, en vol aanbidding hem een
plaats toewijzend met niet onaanzienlijke offergaven en zo
meer, werd op zijn beurt ook begroet.
(Vedabase)
Tekst
36
De dochter van
de koning die zag dat de huwelijkskandidaat waar ze naar
verlangde was aangekomen bad: 'Moge, ervan uitgaande dat ik me
aan mijn geloften houdt, het [offer-]vuur mijn wens in
vervulling doen gaan; laat Hij, de Echtgenoot van
Ramâ
mijn echtgenoot worden!
De
dochter van de koning die zag dat de huwelijkskandidaat waar
ze naar verlangde was aangekomen bad: 'Moge, er van
uitgaande dat ik me aan mijn geloften houdt, het
[offer-]vuur mijn wens in vervulling doen gaan; laat
Hij, de Echtgenoot van Ramâ mijn echtgenoot worden!
(Vedabase)
Tekst
37
Hij van wiens
lotusgelijke voeten degene die op de lotus zit
[Brahmâ] en de meester op de berg [S'iva]
tezamen met de verschillende heersers over de wereld het stof
op hun hoofden houden, Hij die voor Zijn spel en vermaak met
het verlangen de spelregels van de religie te verdedigen die
Hij Zelf heeft ingesteld iedere keer dat Hij [er weer is
en] een lichaam aanneemt, waarmee kan Hij, de Allerhoogste
Heer, door mij tevreden worden gesteld?'
Hij
van Wiens lotusgelijke voeten degene die op de lotus zit
[Brahmâ] en de meester op de berg
[S'iva] tezamen met de verschillende heersers over
de wereld het stof op hun hoofden houden, Hij die voor Zijn
spel en vermaak met het verlangen de stelregels van de
religie te verdedigen die Hij Zelf heeft ingesteld iedere
keer dat Hij [er weer is en] een lichaam aanneemt,
waarmee kan Hij, de Allerhoogste Heer, door mij tevreden
worden gesteld?' (Vedabase)
Tekst
38
Hij
[Nagnajit] zei tot de Aanbedene verder nog het
volgende: 'O Nârâyana, o Heer van het Universum,
wat kan ik die zo onbeduidend ben doen voor U zo Vol van het
Geluk van de Ziel?'
Hij
[Nagnajit] zei tot de Aanbedene verder nog het
volgende: 'O Nârâyana, o Heer van het Universum,
wat kan ik zo onbeduidend doen voor U zo Vol van het Geluk
van de Ziel?' (Vedabase)
Tekst
39
S'rî
S'uka zei: 'O kind van de Kuru's, de Allerhoogste Heer tevreden
plaats te kunnen nemen sprak glimlachend tot hem met een stem
zo diep als een [rommelende] wolk.
S'rî
S'uka zei: 'O kind van de Kuru's, de Allerhoogste Heer
tevreden plaats te kunnen nemen sprak glimlachend tot hem
met een stem zo diep als een [rommelende] wolk.
(Vedabase)
Tekst
40
De Opperheer
zei: 'O heerser der mensen, smeken is voor een lid van de
heersende klasse die zijn eigen dharma naleeft door de
geschoolden veroordeeld; niettemin vraag Ik u om uw vriendschap
met het oog op uw dochter voor wie Wij, echter, niets als
tegenprestatie bieden.'
De
Opperheer zei: 'O heerser der mensen, smeken is voor een lid
van de heersende klasse die zijn eigen dharma naleeft door
de geschoolden veroordeeld; niettemin vraag Ik u om uw
vriendschap met het oog op uw dochter voor wie Wij, zo is
het, niets als tegenprestatie bieden.'
(Vedabase)
Tekst
41
De Koning zei:
'Wie anders dan U, o Hoog Verheven Heer, zou in deze wereld een
voor mijn dochter begerenswaardige bruidegom zijn; U, op wiens
lichaam de Godin verblijft en van Wie ze nimmer wijkt, bent de
Enige die de kwaliteiten herbergt!
De
Koning zei: 'Wie anders buiten U, o Hoog Verheven Heer, zou
in deze wereld een voor mijn dochter begerenswaardige
bruidegom zijn; U, op Wiens lichaam de Godin verblijft en
van Wie ze nimmer wijkt, bent de Enigste die de kwaliteiten
herbergt! (Vedabase)
Tekst
42
Maar, er is
door ons voorheen een voorwaarde gesteld, o beste van de
Sâtvata's, met de bedoeling het kunnen op de proef te
stellen van de huwelijkskandidaten voor mijn naar een
echtgenoot verlangende dochter.
Maar,
er is door ons voorheen een voorwaarde gesteld, o beste van
de Sâtvata's, met de bedoeling het kunnen op de proef
te stellen van de huwelijkskandidaten voor mijn naar een
echtgenoot verlangende dochter.
(Vedabase)
Tekst
43
Deze zeven
wilde stieren, o held, zijn ontembaar; een groot aantal prinsen
heeft het tegen hen afgelegd en zijn ledematen
gebroken.
Deze
zeven wilde stieren, o held, zijn ontembaar; een groot
aantal prinsen heeft door hen verslagen zijn ledematen
gebroken. (Vedabase)
Tekst
44
Als ze door U
worden onderworpen o nazaat van Yadu, hebt U mijn goedkeuring
als de bruidegom voor mijn dochter, o Echtgenoot van
S'rî.'
Als
ze door U worden onderworpen o nazaat van Yadu, hebt U mijn
goedkeuring als de bruidegom voor mijn dochter, o Echtgenoot
van S'rî. (Vedabase)
Tekst
45
Aldus vernemend
over de gestelde voorwaarde, trok de Meester Zijn kleren strak
aan en onderwierp Hij, Zichzelf in zevenen opdelend, ze als was
het kinderspel.
Aldus
vernemend over de gestelde voorwaarde, trok de Meester Zijn
kleren strak aan en onderwierp Hij, zichzelf in zeven
veranderend, ze als was het
kinderspel.
(Vedabase)
Tekst
46
Ze met touwen
bindend sleepte S'auri ze in hun trots en kracht gebroken
achter Zich aan als was Hij een jongetje met een houten
speelgoedje.
Ze
met touwen bindend sleepte S'auri ze in hun trots en kracht
gebroken achter zich aan als was Hij een jongetje met een
houten speelgoedje. (Vedabase)
Tekst
47
De koning stond
versteld en gaf tevreden Krishna toen zijn geschikte dochter
die door de Allerhoogste Heer, de Meester, werd aanvaard
overeenkomstig de vedische voorschriften.
De
koning versteld gaf tevreden Krishna toen zijn geschikte
dochter die door de Allerhoogste Heer, de Meester, werd
aanvaard overeenkomstig de vedische
voorschriften.
(Vedabase)
Tekst
48
De koninginnen,
toen ze Krishna als de beminde echtgenoot voor de prinses
verwierven, ondergingen de hoogste extase waarop een grote
feestvreugde zich van hen meester maakte.
De
koninginnen, met Krishna als de beminde echtgenoot voor de
prinses haar hand, ondergingen de hoogste extase waarop een
grote feestvreugde zich van hen meester maakte.
(Vedabase)
Tekst
49
Schelphoorns,
hoorns, en trommels weerklonken samen met liederen en
instrumentale muziek; de tweemaal geborenen formuleerden
heilswensen en verheugde mannen en vrouwen in hun beste kleren
sierden zichzelf met bloemenslingers.
Schelpen,
hoorns, en trommels weerklonken; liederen en instrumentale
muziek; de tweemaal geborenen formuleerden heilswensen en
verheugde mannen en vrouwen in hun beste kleren sierden
zichzelf met bloemenslingers. (Vedabase)
Tekst
50-51
Als
huwelijksgift gaf de machtige koning tienduizend koeien,
drieduizend uitstekend geklede dienstmaagden met gouden
sieraden om hun nekken, negenduizend olifanten, honderd keer
zoveel wagens met honderd keer zoveel paarden als wagens en
daarbij nog eens honderd keer meer mannen dan er paarden
waren.
Als
huwelijksgift gaf de machtige koning tienduizend koeien,
drieduizend uitstekend geklede dienstmaagden met gouden
sieraden om hun nekken, negenduizend olifanten, honderd keer
zoveel wagens met honderd keer zoveel paarden als wagens en
daarbij nog eens honderd keer zoveel mannen als paarden.
(Vedabase)
Tekst
52
Hij, de koning
van Kos'ala die in zijn hart door de liefde was overwonnen,
liet het paar in een wagen klimmen en zond ze toen heen met een
groot leger er omheen.
Hij,
de koning van Kos'ala, met zijn hart overgegeven in
genegenheid liet het paar in een wagen klimmen en zond ze
toen heen met een groot leger er omheen.
(Vedabase)
Tekst
53
Toen ze hiervan
vernamen konden de [rivaliserende] koningen dat niet
verkroppen en blokkeerden zij, die in hun kracht op dezelfde
manier gebroken waren door de Yadu's als voorheen de stieren,
de weg waarlangs Hij Zijn bruid meevoerde.
Hiervan
vernemend blokkeerden de [rivaliserende] koningen,
in hun kracht gebroken door de Yadu's zoals de stieren dat
voorheen waren, hoogst intolerant de weg waarlangs Hij Zijn
bruid meevoerde. (Vedabase)
Tekst
54
Hem belagend
met een regen van pijlen, werden ze door Arjuna, Hij die Zich
met zijn Gândîva als een leeuw ervoor inspande om
zijn Vriend te behagen, teruggedreven als waren ze ongedierte.
Zij,
Hem belagend met een regen van pijlen, werden door Arjuna,
Hij die Gândîva hanteert optredend als een leeuw
om zijn Vriend te behagen, teruggedreven als waren ze
ongedierte. (Vedabase)
Tekst
55
De zoon van
Devakî, de Allerhoogste Heer en leider van de Yadu's, nam
de bruidsschat met Zich mee en arriveerde toen in
Dvârakâ waar Hij een gelukkig leven had met
Satyâ.
De
zoon van Devakî, de Allerhoogste Heer en leider van de
Yadu's, de bruidsschat meevoerend en aankomend in
Dvârakâ leefde daar gelukkig met Satyâ.
(Vedabase)
Tekst
56
Bhadrâ
een prinses van Kaikeya en dochter van S'rutakîrti, de
zuster van Zijn vader, werd door haar broers met Santardana
voorop [zie 9.24:
38]
uitgehuwelijkt aan Krishna.
Bhadrâ
een prinses van Kaikeya en dochter van S'rutakîrti, de
zuster van Zijn vader, werd door haar broers met Santardana
voorop [zie 9.24: 38] uitgehuwelijkt aan
Krishna.
(Vedabase)
Tekst
57
Ook trouwde de
Heer met Lakshmanâ, de dochter van de koning van Madra
die een toonbeeld van alle goede eigenschappen was; ze werd
door Krishna op haar svayamvara ceremonie door Hem
eigenhandig weggekaapt, precies zoals Garuda ooit eens de
nectar van de halfgoden wegstal [zie ook
10.83:
17-39].
-
overgeslagen in voorgaande editie -
(Vedabase)
Tekst
58
Nadat Hij
Bhaumâsura [***]
gedood had werden duizenden evenzo prachtige vrouwen die door
hem gevangen waren gezet, Krishna's
echtgenotes.'
Na
Bhaumâsura [***] te hebben gedood werden
duizenden anderen gelijk aan dezen, die prachtig van
verschijning door hem gevangen waren gezet, Krishna's
echtgenotes.
(Vedabase)
*
In totaal trouwde Krishna met 16008 vrouwen: 1 Rukminî, 2
Jâmbavatî, 3 Satyabhâmâ, 4
Kâlindî, 5 Mitravindâ, 6
Satyâ (Nâgnajitî), 7 Bhadrâ, 8
Lakshmanâ, besproken in 10.83:
17,
en de 1600o vrouwen gevangen gehouden door
Bhaumâsura.
** Een
latere datum dan het afbranden van het Khândava woud
waaraan gerefereerd wordt in vers 25.
***
Een demon die volgens de Vishnu-purâna ter wereld kwam
als gevolg van het aanraken van moeder aarde door Heer
Varâha toen hij haar uit de oceaan ophief [zie
3.13:
31].