S'rî
S'uka zei: 'Alzo betrad Acyuta met de koeien en de
gopa's die plaats koel gehouden door de briesjes die
zoet geurden van de lotussen die volop aanwezig waren in de
meren waarvan het water helder was door het
najaarsseizoen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus the Vrindâvana forest
was filled with transparent autumnal waters and cooled by
breezes perfumed with the fragrance of lotus flowers growing
in the clear lakes. The infallible Lord, accompanied by His
cows and cowherd boyfriends, entered that Vrindâvana
forest. (Vedabase)
Tekst
2:
Terwijl Hij,
langs de meren, rivieren en door de heuvels trekkend, de dieren
aan het hoeden was in het gezelschap van Balarâma en de
koeherdersjongens, bespeelde de Lieve Heer Zijn fluit die Hij
liet meeklinken met de doldwaze bijen en de groepjes
vogels.
The
lakes, rivers and hills of Vrindâvana resounded with
the sounds of maddened bees and flocks of birds moving about
the flowering trees. In the company of the cowherd boys and
Balarâma, Madhupati [S'rî Krishna]
entered that forest, and while herding the cows He began to
vibrate His flute. (Vedabase)
Tekst
3:
Van de dames
van Vraja die het lied van de fluit hoorden dat de bloei
[van het hele bestaan] in gedachten bracht, onthulden
sommigen in vertrouwen hun hartsvriendinnen wat ze van Krishna
dachten.
When
the young ladies in the cowherd village of Vraja heard the
song of Krishna's flute, which arouses the influence of
Cupid, some of them privately began describing Krishna's
qualities to their intimate friends. (Vedabase)
Tekst
4:
Toen ze met die
beschrijving begonnen waren ze, met de herinnering aan al wat
Krishna deed opgewonden rakend in staat van vervoering, niet
langer bij machte daarmee door te gaan, o heerser der
mensen.
The
cowherd girls began to speak about Krishna, but when they
remembered His activities, O King, the power of Cupid
disturbed their minds, and thus they could not speak.
(Vedabase)
Tekst
5:
Met een
pauwenveer op Zijn hoofd, met het lichaam van de beste der
dansers, een blauwe karnikâra lotus achter Zijn oren,
goudgeel gekleurde kledingstukken en met de
vaijayantî slinger om ['van de victorie' met
bloemen in vijf verschillende kleuren], vulde Hij de gaten
van Zijn fluit met de nectar van Zijn lippen toen Hij het
Vrindâvana-woud dat zo betoverend was door Zijn
voetafdrukken binnenging onder het bezingen van Zijn
heerlijkheden door de groep koeherders.
Wearing
a peacock-feather ornament upon His head, blue
karnikâra flowers on His ears, a yellow garment as
brilliant as gold, and the Vaijayantî garland, Lord
Krishna exhibited His transcendental form as the greatest of
dancers as He entered the forest of Vrindâvana,
beautifying it with the marks of His footprints. He filled
the holes of His flute with the nectar of His lips, and the
cowherd boys sang His glories. (Vedabase)
Tekst
6
O Koning, met
het horen van het geluid van de fluit dat de geest van alle
levende wezens vervoerde, omhelsden, terwijl ze Hem beschreven,
al de vrouwen van Vraja elkaar.
O
King, when the young ladies in Vraja heard the sound of
Krishna's flute, which captivates the minds of all living
beings, they all embraced one another and began describing
it. (Vedabase)
Tekst
7
De
gopî's zeiden: 'O vriendinnen, voor ons die ogen
hebben is dit het hoogste wat men bereiken kan: de liefdevolle
blikken in te mogen drinken die afstralen van de gezichten van
de twee zoons van de koning van Vraja terwijl Ze spelen op Hun
fluiten en samen met Hun kameraden de koeien van het ene naar
het andere bos drijven.
The
cowherd girls said: O friends, those eyes that see the
beautiful faces of the sons of Mahârâja Nanda
are certainly fortunate. As these two sons enter the forest,
surrounded by Their friends, driving the cows before Them,
They hold Their flutes to Their mouths and glance lovingly
upon the residents of Vrindâvana. For those who have
eyes, we think there is no greater object of vision.
(Vedabase)
Tekst
8
Met de
mangospruiten, pauwenveren, slingers van bloemknoppen, lotussen
en lelies in combinatie met de kleurrijke kleding waarmee Ze
Zich uitdossen, komen de twee schitterend tot hun recht
temidden van de koeherdersjongens, nu en dan zingend als waren
ze twee ervaren dansers op een podium.
Dressed
in a charming variety of garments, upon which Their garlands
rest, and decorating Themselves with peacock feathers,
lotuses, lilies, newly grown mango sprouts and clusters of
flower buds, Krishna and Balarâma shine forth
magnificently among the assembly of cowherd boys. They look
just like the best of dancers appearing on a dramatic stage,
and sometimes They sing. (Vedabase)
Tekst
9
O
gopî's, hoe verdienstelijk moeten de daden wel
niet zijn geweest van deze fluit van Krishna om enkel voor
zichzelf te mogen genieten van de smaak achtergelaten door de
nectar van de lippen die de gopî's toebehoren?
Zijn voorvaderen de bamboebomen plengen tranen van vreugde net
zoals de rivier [waar ze groeiden] met haar begroeiing
vol van vreugde is [honingtranen afscheidend via haar
lotussen].
My
dear gopîs, what auspicious activities must the
flute have performed to enjoy the nectar of Krishna's lips
independently and leave only a taste for us
gopîs, for whom that nectar is actually meant!
The forefathers of the flute, the bamboo trees, shed tears
of pleasure. His mother, the river on whose bank the bamboo
was born, feels jubilation, and therefore her blooming lotus
flowers are standing like hair on her body.
(Vedabase)
Tekst
10
Vrindâvana,
o vriendinnen, voegt toe aan de glorie van de aarde omdat ze de
schat mocht verwelkomen van de lotusvoeten van de zoon van
Devakî. Daarbij maakt het geluid van Govinda's fluit de
pauwen gek over wiens dansen alle andere schepselen versteld
staan die neerkijken vanaf de berghellingen.
O
friend, Vrindâvana is spreading the glory of the
earth, having obtained the treasure of the lotus feet of
Krishna, the son of Devakî. The peacocks dance madly
when they hear Govinda's flute, and when other creatures see
them from the hilltops, they all become stunned.
(Vedabase)
Tekst
11
Hoe gelukkig
die reeën die, hoe onwetend ze ook geboren zijn, met het
horen van het geluid van de fluit van de zo fraai uitgedoste
zoon van Nanda, met hun liefdevolle blikken van aanbidding
waren in het gezelschap van hun zwarte
echtgenoten.
Blessed
are all these foolish deer because they have approached
Mahârâja Nanda's son, who is gorgeously dressed
and is playing on His flute. Indeed, both the doe and the
bucks worship the Lord with looks of love and affection.
(Vedabase)
Tekst
12
Voor al de
vrouwen is het een feest om naar Krishna te kijken met Zijn
schoonheid en karakter en om het heldere geluid van Zijn fluit
te horen. Van de vrouwen van de goden der hemel rondvliegend in
hun hemelse voertuigen glijden, van streek en verbijsterd als
ze zijn met Hem in gedachten, de bloemen die ze in hun haar
vlochten eruit en raken hun gordels los.
Krishna's
beauty and character create a festival for all women.
Indeed, when the demigods' wives flying in airplanes with
their husbands catch sight of Him and hear His resonant
flute-song, their hearts are shaken by Cupid, and they
become so bewildered that the flowers fall out of their hair
and their belts loosen. (Vedabase)
Tekst
13
De koeien
zetten hun oren recht overeind om in die vaten de nectar op te
vangen van de geluiden voortgebracht door Krishna met Zijn mond
aan de fluit. De kalveren, met monden vol van de melk vloeiend
uit de uiers, staan er stil bij met in hun ogen en geesten
Govinda die hen raakt en hun ogen vult met
tranen.
Using
their upraised ears as vessels, the cows are drinking the
nectar of the flute-song flowing out of Krishna's mouth. The
calves, their mouths full of milk from their mothers' moist
nipples, stand still as they take Govinda within themselves
through their tear-filled eyes and embrace Him within their
hearts. (Vedabase)
Tekst
14
O moeders,
voorzeker zijn de vogels in het woud [als] grote wijzen
daar aanwezig om Krishna te zien. Omhoog gevlogen naar de
takken van de bomen zo rijk met hun weelde aan klimplanten en
twijgen, luisteren ze met hun ogen dicht naar de lieflijke
klanken van de fluit die de rest het zwijgen
oplegt.
O
mother, in this forest all the birds have risen onto the
beautiful branches of the trees to see Krishna. With closed
eyes they are simply listening in silence to the sweet
vibrations of His flute, and they are not attracted by any
other sound. Surely these birds are on the same level as
great sages. (Vedabase)
Tekst
15
De [dames,
de] rivieren als ze het lied van Krishna opvangen, lopen
vanwege hun geesten vol van liefde uit op draaikolken met hun
stroming onderbroken. In de omhelzing met hun armen van golven
grijpen ze en houden ze vast de twee voeten van Murâri
die ze offergaven brengen van lotusbloemen.
When
the rivers hear the flute-song of Krishna, their minds begin
to desire Him, and thus the flow of their currents is broken
and their waters are agitated, moving around in whirlpools.
Then with the arms of their waves the rivers embrace
Murâri's lotus feet and, holding on to them, present
offerings of lotus flowers. (Vedabase)
Tekst
16
Met het zicht
op Hem in de hitte van de zon de hele tijd spelend op Zijn
fluit terwijl Hij samen met Râma en de gopa's de
dieren van Vraja hoedt, breidde zich uit vriendschappelijke
liefde zich hoog een wolk uit om van zijn lichaam een parasol
te maken met grote aantallen [koele druppeltjes die naar
beneden kwamen als] bloemen.
In
the company of Balarâma and the cowherd boys, Lord
Krishna is continually vibrating His flute as He herds all
the animals of Vraja, even under the full heat of the summer
sun. Seeing this, the cloud in the sky has expanded himself
out of love. He is rising high and constructing out of his
own body, with its multitude of flower-like droplets of
water, an umbrella for the sake of his friend.
(Vedabase)
Tekst
17
De vrouwen van
de Pulindya-stam [de oorspronkelijke bewoners van
Vraja] zijn geheel bevredigd met de lotusvoeten van de Heer
Verheerlijkt door de Groten, als zij, met het zien van het
roodkleurige, op het gras achtergebleven kunkumapoeder dat
voorheen de borsten van Zijn vriendinnetjes sierde, gepijnigd
bij die gedachte, in de gelegenheid verkeren die pijn te boven
te komen door het poeder op hun borsten en gezichten te
wrijven.
The
aborigine women of the Vrindâvana area become
disturbed by lust when they see the grass marked with
reddish kunkuma powder. Endowed with the color of Krishna's
lotus feet, this powder originally decorated the breasts of
His beloveds, and when the aborigine women smear it on their
faces and breasts, they feel fully satisfied and give up all
their anxiety. (Vedabase)
Tekst
18
En oh, deze
heuvel [Govardhana], o vriendinnen, is de Heer Zijn
beste dienaar omdat hij, beroerd door de lotusvoeten van
Krishna en Râma, dolgelukkig van respect is met
offergaven van drinkwater, mals gras en eetbare wortels voor de
koeien, de kalveren en de koeherders.
Of
all the devotees, this Govardhana Hill is the best! O my
friends, this hill supplies Krishna and Balarâma,
along with Their calves, cows and cowherd friends, with all
kinds of necessities - water for drinking, very soft grass,
caves, fruits, flowers and vegetables. In this way the hill
offers respects to the Lord. Being touched by the lotus feet
of Krishna and Balarâma, Govardhana Hill appears very
jubilant. (Vedabase)
Tekst
19
Wonderbaarlijk
genoeg zijn, met het in alle vrijheid samen met de
koeherdersjongens begeleiden van de koeien naar iedere plek in
het woud, door de trillingen van de zoete tonen van de fluit, o
vriendinnen, de levende wezens die kunnen bewegen roerloos en
zijn de anders zo onbeweeglijke bomen bewogen tot extase door
Hen beiden, Zij die te herkennen zijn aan de touwen
[*]
die ze hebben voor het samenbinden van de achterpoten van de
koeien.'
My
dear friends, as Krishna and Balarâma pass through the
forest with Their cowherd friends, leading Their cows, They
carry ropes to bind the cows' rear legs at the time of
milking. When Lord Krishna plays on His flute, the sweet
music causes the moving living entities to become stunned
and the nonmoving trees to tremble with ecstasy. These
things are certainly very wonderful. (Vedabase)
Tekst
20
Op deze wijze
voor elkaar een beeld schetsend van het tijdverdrijf van de
Allerhoogste Heer rondtrekkend in Vrindâvana, raakten de
gopî's geheel in Hem verzonken.'
Thus
narrating to one another the playful pastimes of the Supreme
Personality of Godhead as He wandered about in the
Vrindâvana forest, the gopîs became fully
absorbed in thoughts of Him. (Vedabase)
*
S'rîla
Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura verklaart dat
die touwen van Krishna en Balarâma gemaakt zijn van gele
stof met groepjes parels aan beide uiteinden. Soms dragen ze
deze touwen om Hun tulbanden, en worden die touwen zo prachtige
versieringen.