regelbalk

 

Canto 1

Manah S'ikshâ

 

 

Hoofdstuk 12: De Geboorte van keizer Parîkchit

(1) S'aunaka zei: "De [vrucht van de] schoot van Uttarâ, die werd geteisterd door de enorme hitte van het onoverwinnelijke wapen dat was gelanceerd door As'vatthâmâ, werd door de Heer weer opnieuw tot leven gewekt. (2) Hoe vond de geboorte plaats van keizer Parîkchit, die hoog intelligent was en zich bewees als een grote ziel? Hoe precies vond hij de dood en waar bracht hem die dood? (3) Vertel het ons alstublieft, we willen allemaal graag alles te weten komen over wat u over hem vermeldingswaardig acht; we hebben niets dan achting voor u aan wie S'ukadeva Gosvâmî de kennis van het Allerhoogste gaf."

(4) Sûta zei: "Koning Yudhishthhira bracht welvaart op de manier zoals zijn vader dat deed, door, in zijn achting voor Krishna's voeten, zonder enig nevenmotief van materieel gewin of zinsbevrediging het zijn onderdanen naar de zin te maken. (5) Zijn roem wat betreft zijn rijkdom, de offers die hij bracht, waar hij voor stond, zijn koninginnen, zijn broers en zijn soevereiniteit over de planeet aarde waar we leven, drong zelfs door tot in het rijk der hemelen. (6) Maar zo goed als een hongerig iemand met niets anders tevreden is dan met voedsel, kon ook hij in zijn honger als een godvrezende persoon, o brahmanen, niet warmlopen voor al het begeerlijke van de aarde waar zelfs de bewoners van de hemel op uit zijn.

(7) Toen Parîkchit de grote strijder, als kind in de schoot van zijn moeder, te lijden had onder de hitte van het brahmâstra wapen, kon hij, o zoon van Bhrigu, de purusha [de oorspronkelijke persoon] waarnemen in een stralende gedaante. (8) In de schittering zag hij ter grootte van slechts een duim de bovenzinnelijke, onfeilbare Heer prachtig met een donkere huid, een gouden helm en oplichtende kleding. (9) Met de rijkdom van Zijn vier armen, oorsieraden van het zuiverste goud, bloeddoorlopen ogen en een strijdknots in Zijn handen, bewoog Hij zich rond waarbij Hij voortdurend met de knots om zich heen zwaaide alsof het een toorts was. (10) De straling van de brahmâstra tegengaand zoals de zon dauwdruppels verdampt, werd Hij door het kind gadegeslagen dat zich afvroeg wie Hij was. (11) Ziend hoe de allesdoordringende Superziel, de Allerhoogste Heer en beschermer van de rechtschapenen, de gloed wegnam, verdween de Heer die zich in alle richtingen uitstrekt plotseling uit het oog. (12) Toen daarna geleidelijk aan de gunstige voortekenen zich ontwikkelden van een goede stand van de sterren, nam, als de troonopvolger van Pându, hij zijn geboorte die net zo bedreven als Pându zelf zou blijken te zijn. (13) Koning Yudhishthhira, verheugd, liet priesters als Dhaumya en Kripa het geboorteritueel uitvoeren onder de recitatie van zegenrijke hymnen. (14) Hij, wetend waar, wanneer en hoe, beloonde met giften van goud, koeien, land, huisvesting, olifanten en paarden, in vrijgevigheid, tezamen met goed voedsel, bij die gelegenheid de geschoolden. (15) Blij richtten de brahmanen zich tot de koning, de leider van de Puru's, hem overbrengend dat ze zich zeer verplicht voelden aan de afstamming in de lijn van de Puru's [van de nazaten van de voorvader koning Puru]. (16) Ze zeiden: 'Teneinde u aan Hem te verplichten, werd deze zoon door de allesdoordringende en almachtige Heer gered van de ondergang als gevolg van het onoverwinnelijke, bovennatuurlijke wapen. (17) Daarom zal hij overal ter wereld bekend raken als degene die door Vishnu wordt beschermd; zonder twijfel zal hij een hoogst fortuinlijke, allerverhevenste toegewijde zijn begiftigd met alle goede kwaliteiten.'

(18) De goede koning zei: 'O besten onder de waarachtigen, zal hij in de voetsporen treden van al de grote zielen van deze familie van heilige koningen, zal hij die goede naam eer aandoen en zich aan zijn woord houden in wat hij tot stand brengt?'

(19) De brahmanen antwoordden: 'O zoon van Prithâ [Kuntî], hij zal van alle levende wezens de behouder zijn, precies zoals koning Ikshvâku, de zoon van Manu, en hij zal trouw zijn in zijn beloften en van respect zijn voor de geleerden, precies zoals Râma, de zoon van Das'aratha, dat was. (20) Hij zal zo liefdadig zijn als koning S'ibi van Us'înara en zij die van overgave zijn beschermen, en zoals Bharata dat deed, de zoon van Dushyanta die vele offers bracht, zal hij de naam en faam van zijn familie verspreiden. (21) Onder de boogschutters zal hij zo goed zijn als de twee Arjuna's [zijn grootvader en de koning van Haihaya], hij zal niet te weerstaan zijn als vuur en zo onoverkomelijk zijn als de oceaan. (22) Zo krachtig als een leeuw, en even waardig voor het zoeken van een schuilplaats als de Himalaya's, zal hij zo verdraagzaam zijn als de aarde en zo tolerant zijn als zijn ouders. (23) Met een geest zo goed als die van de oorspronkelijke vader Brahmâ, zal hij zo vrijgevig en gelijkmoedig zijn als Heer S'iva en de toevlucht zijn voor alle levende wezens zo goed als de Opperste Heer bij wie de godin van het geluk verblijft. (24) Volgend in de voetsporen van Heer Krishna zal hij de majesteit van alle goddelijke deugden zijn, hij zal de grootheid van koning Rantideva hebben en zo vroom zijn als Yayâti. (25) Geduldig als Bali Mahârâja zal dit kind zo toegewijd zijn als Prahlâda was voor Heer Krishna en zal hij vele As'vamedha [paard-]offers brengen en trouw zijn aan de ouderen en ervarenen. (26) Hij zal een geslacht van wijze koningen voortbrengen, de parvenu's terechtwijzen en, terwille van de wereldvrede en de religie, korte metten maken met de ruziemakers. (27) Na vernomen te hebben over de dood die hij zou sterven, veroorzaakt door een slangevogel die werd gestuurd door de zoon van een brahmaan, zal hij zich bevrijden van zijn gehechtheden en zijn toevlucht zoeken bij de Heer. (28) Nadat hij bij de zoon van de wijze Vyâsa zijn licht heeft opgestoken over de juiste zelfkennis zal hij, o koning, aan de oever van de rivier de Ganges zijn materiële leven achter zich laten en zal hij een leven vrij van vrees bereiken.'

(29) Nadat ze de koning aldus op de hoogte hadden gesteld en ze rijkelijk beloond waren, keerden zij die onderlegd waren op het gebied van de astrologie en het geboorteritueel, terug naar hun verblijfplaatsen. (30) Hij, o meester [S'aunaka], zou in deze wereld beroemd worden als Parîkchit, de onderzoeker, omdat, door wat hij vóór zijn geboorte had gezien, hij alle mensen steeds nauwgezet onderzocht met Hem in gedachten. (31) Onder de hoede van zijn beschermende ouders groeide de kroonprins dag na dag snel op tot wat hij zou zijn, zo zeker als de wassende maan dag na dag toeneemt.

(32) Koning Yudhishthhira, die graag een paardoffer wilde brengen om de last van zich af te schudden van het hebben bestreden van zijn familieleden, dacht erover fondsen te werven daar hij slechts ontvangsten had uit belastingen en boetes. (33) Uit respect voor zijn wijze wens gingen zijn broers toen, op aanraden van de Onfeilbare, noordwaarts om voldoende rijkdommen in te zamelen. (34) Met het resultaat van die ingezamelde rijkdommen kon de bezorgde, godvruchtige koning Yudhishthhira drie paardoffers brengen waarmee hij Heer Hari volmaakt aanbad. (35) De Allerhoogste Heer, met wiens hulp de tweemaal geborenen de offerplechtigheden konden verrichten, bleef toen, daartoe uitgenodigd door de koning, nog een paar maanden langer om degenen die Hem liefhadden een plezier te doen. (36) Daarna, beste brahmanen, ging Hij met de instemming van de koning, Draupadî en Zijn verwanten, terug naar Dvârakâ, begeleid door Arjuna en andere leden van de Yadu-dynastie."

 

                       

 
 

Derde editie, geladen 19 aug. 2007. 

 

 

 

Bronteksten:

De Geboorte van keizer Parîkchit

 

Tekst 1

S'aunaka zei: "De [vrucht van de] schoot van Uttarâ, die werd geteisterd door de enorme hitte van het onoverwinnelijke wapen dat was gelanceerd door As'vatthâmâ, werd door de Heer weer opnieuw tot leven gewekt.

De wijze S'aunaka sprak: De schoot van Uttarâ, Mahârâja Parîkshit moeder, werd verzengd door het gruwelijke en onoverwinnelijke brahmâstra-wapen, gelanceerd door As'vatthâmâ. Maar Mahârâja Parîkshit werd door de Opperheer gered. (Vedabase)

 

Tekst 2

Hoe vond de geboorte plaats van keizer Parîkchit, die hoog intelligent was en zich bewees als een grote ziel? Hoe precies vond hij de dood en waar bracht hem die dood?

Hoe werd de grote keizer Parîkshit, die een hoogst intelligente en grote toegewijde was, uit die schoot geboren? Hoe voltrok zich zijn dood en wat bereikte hij na zijn heengaan? (Vedabase)

 

Tekst 3

Vertel het ons alstublieft, we willen allemaal graag alles te weten komen over wat u over hem vermeldingswaardig acht; we hebben niets dan achting voor u aan wie S'ukadeva Gosvâmî de kennis van het Allerhoogste gaf."

We willen eerbiedig het verhaal vernemen over hem [Mahârâja Parîkshit] aan wie S'ukadeva Gosvâmî bovenzinnelijke kennis overdroeg. Wil alstublieft hierover spreken. (Vedabase)

 

Tekst 4

Sûta zei: "Koning Yudhishthhira bracht welvaart op de manier zoals zijn vader dat deed, door, in zijn achting voor Krishna's voeten, zonder enig nevenmotief van materieel gewin of zinsbevrediging het zijn onderdanen naar de zin te maken.

S'rî Sûta Gosvâmî sprak: Keizer Yudhishthhira was tijdens zijn regering een ieder edelmoedig ter wille. Hij was precies als zijn vader. Hij kende geen persoonlijke eerzucht en was door zijn voortdurende dienst aan de lotusvoeten van Heer S'rî Krishna vrij van allerlei zinsbevrediging. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Zijn roem wat betreft zijn rijkdom, de offers die hij bracht, waar hij voor stond, zijn koninginnen, zijn broers en zijn soevereiniteit over de planeet aarde waar we leven, drong zelfs door tot in het rijk der hemelen.

Zelfs tot de hemelse planeten drong de tijding door van Mahârâja Yudhishthhira's wereldse bezittingen, de offers waardoor hij een betere bestemming bereiken zou, zijn gemalin, zijn stoutmoedige broeders, de uitgestrektheid van zijn land, zijn alleenheerschappij over de planeet aarde, zijn roem enzovoort. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Maar zo goed als een hongerig iemand met niets anders tevreden is dan met voedsel, kon ook hij in zijn honger als een godvrezende persoon, o brahmanen, niet warmlopen voor al het begeerlijke van de aarde waar zelfs de bewoners van de hemel op uit zijn.

O brâhmana's, 's konings rijkdom was zo betoverend, dat zelfs de hemelbewoners haar begeerden. Maar omdat hij opging in het dienen van de Heer, kon niets anders dan deze dienst zelf hem voldoening schenken. (Vedabase)

 

Tekst 7:

Toen Parîkchit de grote strijder, als kind in de schoot van zijn moeder, te lijden had onder de hitte van het brahmâstra wapen, kon hij, o zoon van Bhrigu, de purusha [de oorspronkelijke persoon] waarnemen in een stralende gedaante.

o zoon van Bhrgu [S'aunaka], toen het kind Parîkshit, de grote strijder, zich in de schoot bevond van zijn moeder Uttarâ, en te lijden had van de verzengende hitte van het brahmâstra [geworpen door Asvatthâma], kon hij de Opperheer op zich toe zien komen. (Vedabase)

 

Tekst 8:

In de schittering zag hij ter grootte van slechts een duim de bovenzinnelijke, onfeilbare Heer prachtig met een donkere huid, een gouden helm en oplichtende kleding.

Hij was slechts een duim groot, maar volkomen transcendentaal. Zijn gedaante was prachtig zwartachtig, onfeilbaar, en Hij droeg een bliksemgeel gewaad en een laaiend gouden helm. Zo nam het kind Hem waar. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Met de rijkdom van Zijn vier armen, oorsieraden van het zuiverste goud, bloeddoorlopen ogen en een strijdknots in Zijn handen, bewoog Hij zich rond waarbij Hij voortdurend met de knots om zich heen zwaaide alsof het een toorts was.

De Heer was in het rijke bezit van vier armen, oorhangers van gesmolten goud en ogen rood van woede. Terwijl Hij Zich rondbewoog cirkelde Zijn knots als een vallende ster om Hem heen. (Vedabase)

 

Tekst 10:

De straling van de brahmâstra tegengaand zoals de zon dauwdruppels verdampt, werd Hij door het kind gadegeslagen dat zich afvroeg wie Hij was.

Zo overwon de Heer de straling van het brahmâstra, als de zon die een dauwdruppel verdampen laat. Het kind sloeg Hem gade, zich afvragend wie Hij kon zijn. (Vedabase)

 

Tekst 11

Ziend hoe de allesdoordringende Superziel, de Allerhoogste Heer en beschermer van de rechtschapenen, de gloed wegnam, verdween de Heer die zich in alle richtingen uitstrekt plotseling uit het oog.

Terwijl het kind Hem zo gadesloeg, verdween de Opperheer, de Persoonlijkheid Gods, de Superziel van iedereen en de beschermer der rechtvaardigen, die Zich in alle richtingen uitstrekt en door tijd noch ruimte begrensd wordt, plotseling uit het oog. (Vedabase)

 

Tekst 12

Toen daarna geleidelijk aan de gunstige voortekenen zich ontwikkelden van een goede stand van de sterren, nam, als de troonopvolger van Pându, hij zijn geboorte die net zo bedreven als Pându zelf zou blijken te zijn.

Toen daarop geleidelijk alle gesternten een goede positie innamen, kwam de rechtmatige opvolger van Pându ter wereld, die in bedrevenheid niets voor hem zou onderdoen. (Vedabase)

 

Tekst 13:

Koning Yudhishthhira, verheugd, liet priesters als Dhaumya en Kripa het geboorteritueel uitvoeren onder de recitatie van zegenrijke hymnen.

Koning Yudhishthhira, die zeer voldaan was over de geboorte van Mahârâja Parîkshit, liet de te doen gebruikelijke louteringsrite voltrekken. Geleerde brâhmana's, zoals Dhaumya, Kripa en anderen, zongen heilrijke zangen. (Vedabase)

 

Tekst 14:

Hij, wetend waar, wanneer en hoe, beloonde met giften van goud, koeien, land, huisvesting, olifanten en paarden, in vrijgevigheid, tezamen met goed voedsel, bij die gelegenheid de geschoolden.

Bij de geboorte van een zoon schonk de koning, die wist hoe, wanneer en waar er barmhartigheid moest worden gedaan, goud, grond, dorpen, olifanten, paarden en goed graan aan de brâhmana's. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Blij richtten de brahmanen zich tot de koning, de leider van de Puru's, hem overbrengend dat ze zich zeer verplicht voelden aan de afstamming in de lijn van de Puru's [van de nazaten van de voorvader koning Puru].

De geleerde brâhmana's, die zeer voldaan waren over de gaven van de koning, noem en hem de eerste onder de Puru's en lieten hem zo weten dat zijn zoon zich beslist in de afstammingslinie van dat geslacht bevond. (Vedabase)

 

Tekst 16:

Ze zeiden: 'Teneinde u aan Hem te verplichten, werd deze zoon door de allesdoordringende en almachtige Heer gered van de ondergang als gevolg van het onoverwinnelijke, bovennatuurlijke wapen.

De brâhmana's zeiden: Deze onberispelijke zoon is in veiligheid gebracht door de almachtige en alomtegenwoordige Heer Vishnu, de Persoonlijkheid Gods, teneinde u aan Hem te verplichten. Hoewel hij gedoemd was door een onafwendbaar bovennatuurlijk wapen vernietigd te worden, werd hij gered. (Vedabase)

 

Tekst 17:

Daarom zal hij overal ter wereld bekend raken als degene die door Vishnu wordt beschermd; zonder twijfel zal hij een hoogst fortuinlijke, allerverhevenste toegewijde zijn begiftigd met alle goede kwaliteiten.'

Hierom zal het kind overal ter wereld bekend staan als degeen die door de Persoonlijkheid Gods beschermd wordt. o hoogst fortuinlijke, het lijdt geen twijfel dat dit kind een eersterangs toegewijde zal worden en van alle goede eigenschappen voorzien zal zijn. (Vedabase)

 

Tekst 18:

De goede koning zei: 'O besten onder de waarachtigen, zal hij in de voetsporen treden van al de grote zielen van deze familie van heilige koningen, zal hij die goede naam eer aandoen en zich aan zijn woord houden in wat hij tot stand brengt?'

De goede koning [Yudhishthhira] vroeg: O grote zielen, zal hij een even heilige vorst worden, even vroom in naam en roemrijk en heerlijk in zijn daden, als anderen die in deze grote koninklijke familie verschenen zijn? (Vedabase)

 

Tekst 19:

De brahmanen antwoordden: 'O zoon van Prithâ [Kuntî], hij zal van alle levende wezens de behouder zijn, precies zoals koning Ikshvâku, de zoon van Manu, en hij zal trouw zijn in zijn beloften en van respect zijn voor de geleerden, precies zoals Râma, de zoon van Das'aratha, dat was.

De geleerde brâhmana's zeiden: o zoon van Prithâ , dit kind zal bij zijn instandhouding van alle geborenen precies als Koning Ikshvâku zijn, de zoon van Manu. En wat betreft het volgen van de brahmaanse beginselen, met name de trouw aan zijn beloften, zal hij het evenbeeld zijn van Râma, de Persoonlijkheid Gods, de zoon van Mahârâja Das'aratha. (Vedabase)

 

Tekst 20:

Hij zal zo liefdadig zijn als koning S'ibi van Us'înara en zij die van overgave zijn beschermen, en zoals Bharata dat deed, de zoon van Dushyanta die vele offers bracht, zal hij de naam en faam van zijn familie verspreiden.

Het kind zal een milddadig weldoener worden en een beschermer der overgegevenen, zoals de vermaarde Koning S'ibi van Us'înara. En hij zal de naam en roem van zijn geslacht groot maken, zoals Bharata, de zoon van Mahârâja Dushyanta, dat deed. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Onder de boogschutters zal hij zo goed zijn als de twee Arjuna's [zijn grootvader en de koning van Haihaya], hij zal niet te weerstaan zijn als vuur en zo onoverkomelijk zijn als de oceaan.

Onder de grote boogschutters zal dit kind even goed zijn als Arjuna. Hij zal even onweerstaanbaar zijn als vuur en even onovertroffen als de oceaan. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Zo krachtig als een leeuw, en even waardig voor het zoeken van een schuilplaats als de Himalaya's, zal hij zo verdraagzaam zijn als de aarde en zo tolerant zijn als zijn ouders.

Het kind zal zo sterk als een leeuw zijn en een even waardige beschermer als de Himalaya . Het zal geduldig zijn als de aarde en even verdraagzaam als zijn ouders. (Vedabase)

 

Tekst 23:

Met een geest zo goed als die van de oorspronkelijke vader Brahmâ, zal hij zo vrijgevig en gelijkmoedig zijn als Heer S'iva en de toevlucht zijn voor alle levende wezens zo goed als de Opperste Heer bij wie de godin van het geluk verblijft.

Dit kind zal als zijn grootvader Yudhishthhira of als Brahmâ zijn wat gelijkmoedigheid betreft. Het zal even milddadig zijn als de heer van de berg Kailâsa, S'iva. En het zal de toevlucht zijn van iedereen, zoals de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods Nârâyana, die zelfs de toevlucht is van de godin van het geluk. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Volgend in de voetsporen van Heer Krishna zal hij de majesteit van alle goddelijke deugden zijn, hij zal de grootheid van koning Rantideva hebben en zo vroom zijn als Yayâti.

Dit kind zal bijna even goed als Heer S'rî Krishna zijn door Zijn schreden te drukken. In grootmoedigheid zal hij even geweldig worden als Koning Rantideva. En op religieus gebied zal het Mahârâja Yayâti evenaren. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Geduldig als Bali Mahârâja zal dit kind zo toegewijd zijn als Prahlâda was voor Heer Krishna en zal hij vele As'vamedha [paard-]offers brengen en trouw zijn aan de ouderen en ervarenen.

Dit kind zal wat geduld aangaat als Bali Mahârâja zijn, het zal een even standvastige toegewijde van Heer Krishna zijn als Prahlâda Mahârâja, tal van asvamedha-[paarde-]offers brengen en het voorbeeld van de ouden en ervarenen volgen. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Hij zal een geslacht van wijze koningen voortbrengen, de parvenu's terechtwijzen en, terwille van de wereldvrede en de religie, korte metten maken met de ruziemakers.

Dit kind zal de vader van heiligen-gelijke vorsten zijn. Terwille van vrede en religie in de wereld zal het de gesel van onverlaten en onruststokers zijn. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Na vernomen te hebben over de dood die hij zou sterven, veroorzaakt door een slangevogel die werd gestuurd door de zoon van een brahmaan, zal hij zich bevrijden van zijn gehechtheden en zijn toevlucht zoeken bij de Heer.

Wanneer hij gehoord zal hebben van zijn dood, welke zal worden veroorzaakt door de beet van een slangevogel, hem door de zoon van een brâhmana gezonden, zal hij zich bevrijden van alle gehechtheid aan de stof en zich overgeven aan de Persoonlijkheid Gods als zijn enige toevlucht. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Nadat hij bij de zoon van de wijze Vyâsa zijn licht heeft opgestoken over de juiste zelfkennis zal hij, o koning, aan de oever van de rivier de Ganges zijn materiële leven achter zich laten en zal hij een leven vrij van vrees bereiken.'

Na de zoon van Vyâsadeva, die een groot filosoof zal zijn, te hebben ondervraagd inzake de ware zelfkennis, zal hij zich van alle stoffelijke gehechtheid ontdoen en een levenstoestand zonder vrees bereiken. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Nadat ze de koning aldus op de hoogte hadden gesteld en ze rijkelijk beloond waren, keerden zij die onderlegd waren op het gebied van de astrologie en het geboorteritueel, terug naar hun verblijfplaatsen.

Zo onderrichtten degenen die geleerd waren op het gebied der astrologie en het voltrekken van de geboorte-rite Koning Yudhishthhira aangaande de toekomstige geschiedenis van het kind. Vervolgens keerden allen, rijkelijk beloond, huiswaarts. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Hij, o meester [S'aunaka], zou in deze wereld beroemd worden als Parîkchit, de onderzoeker, omdat, door wat hij vóór zijn geboorte had gezien, hij alle mensen steeds nauwgezet onderzocht met Hem in gedachten.

Zijn zoon zou wereldberoemd worden als Parîkshit [de onderzoeker], omdat hij iedereen zou onderzoeken om te zien of hij de Persoon was die hij vóór zijn geboorte aanschouwd had. Zo zou hij gaandeweg onophoudelijk op Hem komen te mediteren. (Vedabase)

 

Tekst 31:

Onder de hoede van zijn beschermende ouders groeide de kroonprins dag na dag snel op tot wat hij zou zijn, zo zeker als de wassende maan dag na dag toeneemt.

Zoals de wassende maan dag in, dag uit, in rondheid toeneemt, ontwikkelde de koninklijke prins [Parîkshit] zich onder het oog en met alle hulp van zijn grootouderlijke voogden zeer snel tot volle wasdom. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Koning Yudhishthhira, die graag een paardoffer wilde brengen om de last van zich af te schudden van het hebben bestreden van zijn familieleden, dacht erover fondsen te werven daar hij slechts ontvangsten had uit belastingen en boetes.

Juist in deze tijd overwoog Koning Yudhishthhira, teneinde verschoond te raken van de zonden, opgelopen in de strijd met zijn familieleden, een paardeoffer te brengen. Hij was er nu op uit enige rijkdom te vergaren, want hij kreeg slechts inkomsten uit belastingen en boeten. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Uit respect voor zijn wijze wens gingen zijn broers toen, op aanraden van de Onfeilbare, noordwaarts om voldoende rijkdommen in te zamelen.

's Konings hartewens kennend, vergaarden zijn broeders op advies van de onfeilbare heer Krishna voldoende rijkdom uit het Noorden [nagelaten door Koning Marutta]. (Vedabase)

 

Tekst 34:

Met het resultaat van die ingezamelde rijkdommen kon de bezorgde, godvruchtige koning Yudhishthhira drie paardoffers brengen waarmee hij Heer Hari volmaakt aanbad.

Met deze rijkdom kon de koning zich de middelen voor drie paardeoffers verschaffen. Zo schonk Mahârâja Yudhishthhira, die zich na de Slag van Kurukshetra zeer bevreesd voelde, voldoening aan Heer Hari, de Persoonlijkheid Gods. (Vedabase)

 

Tekst 35:

De Allerhoogste Heer, met wiens hulp de tweemaal geborenen de offerplechtigheden konden verrichten, bleef toen, daartoe uitgenodigd door de koning, nog een paar maanden langer om degenen die Hem liefhadden een plezier te doen.

Uitgenodigd om de offers van Mahârâja Yudhishthhira bij te wonen, zag Heer S'rî Krishna, de Persoonlijkheid Gods, erop toe dat ze gebracht werden door bevoegde [tweemaal geboren] brâhmana's. Hierna bleef de Heer voor het genoegen van de familie nog twee maanden in Hastinâpura. (Vedabase)

 

Tekst 36:

Daarna, beste brahmanen, ging Hij met de instemming van de koning, Draupadî en Zijn verwanten, terug naar Dvârakâ, begeleid door Arjuna en andere leden van de Yadu-dynastie."

O S'aunaka, nadat Hij Koning Yudhishthhira, Draupadî en andere familieleden vaarwel had gezegd, begaf de Heer Zich in gezelschap van Arjuna en andere leden van de Yadu-dynastie naar de stad Dvârakâ. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Plaatje van Parîkchit in de baarmoeder: S'rîman Shyamal Kumar Deb, India.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties