Hoofdstuk
1:
Koning
Sudyumna Wordt een Vrouw

(37)
Toen
die hem in die toestand zag was hij zeer bedroefd en de
mannelijkheid verlangend begon hij vanuit zijn genade
Heer S'ankara [S'iva] te
aanbidden.

Hoofdstuk
2:
De
Dynastieën van Zes van de Zoons van
Manu

(3) Onder de zonen van
Manu kreeg Prishadhra van zijn guru de opdracht koeien te
hoeden en terwille van hun bescherming 's nachts had hij
de vîrâsana gelofte afgelegd om ze in het
veld te beschermen [zie ook 4.6: 38].

Hoofdstuk
3:
Het
Huwelijk van Sukanyâ en Cyavana Muni

(10) Sukanyâ
nadat ze Cyavana als haar echtgenoot had gekregen had
begrip voor hem die nogal knorrig met haar bleef en ze
probeerde hem te behagen door hem zonder lichtzinnigheid
van dienst te zijn.

(30) Omdat hij druk was
te genieten van het spel van de muzikanten van de hemel
had hij geen seconde tijd voor hem maar toen dat was
afgelopen kon Kakudmî Heer Brahmâ zijn
verlangen voorleggen onder het brengen van zijn
eerbetuigingen.

Hoofdstuk
4:
Ambarîsha
Mahârâja Aangevallen door Durvâsâ
Muni

(31-32) Naar de regels
van het baden van de beeltenis
[mahâbhisheka] met alle benodigdheden voor
de verering - mooie kleding en sieraden, geurige
bloemenslingers en andere middelen van aanbidding - deed
hij de puja met een geest vervuld van goddelijke liefde
in bhakti jegens het hoogst fortuinlijke van Kes'ava en
de brahmanen, waarbij hij ook met zichzelf in volmaakte
vrede verkeerde.

(51) Maar in welke
richting hij zich ook begaf, in de hemel, op het
aardoppervlak, in grotten, in de zeeën, op alle
plaatsen met alle heersers over de drie werelden -
waarheen hij zich ook begaf, zag Durvâsâ het
acute van Zijn zo angstwekkende aanwezigheid [de
Sudars'ana cakra].

(69) Laat me u zeggen
hoe u uzelf in dezen moet beschermen, o geleerde, luister
enkel naar wat Ik zeg: met dit optreden van u bent u uw
eigen vijand geworden; verdoe nu niet langer uw tijd en
begeef u terstond naar hem [Ambarîsha]
vanwege wie dit alles zich afspeelde - u ziet: de macht
ingezet tegen de toegewijde is schadelijk voor hem die
hem toepast.

Hoofdstuk
5:
Durvâsâ
Gered: de Cakra-gebeden van
Ambarîsha

(2) Hem met die
praktijk bezig ziend schaamde hij zich ervoor dat hij
zijn voeten beroerde en daartoe bracht hij, in de genade
al te benauwd, gebeden aan het wapen van de Heer [zie
ook 6.8: 23].

Hoofdstuk
6:
De
Val van Saubhari Muni

(31) Wie moest nou het
kind de borst geven? Het huilde er dorstig zo hard om dat
koning Indra zei: 'Huil niet mijn kind, drink maar van
mij' en bood het toen zijn wijsvinger om op te
zuigen.

(39-40) Hij
[Saubhari] bezig met een ongebruikelijke vorm van
verzaking zag, diep onder water in de Yamunâ
rivier, in zijn boetedoening hoe een grote vis zich
vermaakte met sexuele zaken. Sexueel ontwaakt verzocht de
geleerde de koning [Mândhâtâ]
toen om een enkele dochter. De koning zei: 'U mag een
dochter van mij nemen, o brahmaan, als het de keuze naar
haar zin is'.