(4)
De
grote rishi zei: 'In deze dag van Brahmâ
[kalpa] hebben we reeds de zes van
Svâyambhuva en andere Manu's gehad. Ik heb de
eerste al voor u beschreven als ook het verschijnen
van al de goddelijken met hem [zie 2.7: 43-45,
3.12: 54, 4.1 en 4.8: 6].

Hoofdstuk
2:
De
Nood van de Olifant Gajendra

(27)
Als ieder ander
vallend onder de beschikking van God werd zijn poot, o
Koning, daar toen kwaadaardig vastgegrepen door een
allermachtigste krokodil [ - van
mâyâ] door het lot voorbeschikt,
waarop de olifant, beland in een dergelijk gevaarlijke
positie, uit alle macht die in hem was verwoed
probeerde zich te bevrijden.

Hoofdstuk
3:Gajendra's
Gebeden van Overgave

(33) Toen Hij hem zo
zag lijden kwam, onder ogen van al de goddelijken
aanwezig, de Ongeborene meteen naar beneden en hem uit
het water halend, redde de Heer Gajendra, door met
Zijn werpschijf de bek van de krokodil af te
snijden.

Hoofdstuk
4:
Gajendra
Keert Terug naar de Geestelijke Wereld

(14) Dit wat ik u
beschreef, o Koning, over het onbegrensde vermogen van
Heer Krishna in het verlossen van de toegewijde
Gajendra, bevordert hen die er van horen naar de
hemelse sferen, hun reputatie als toegewijden
vergrotend; het neemt de smetten van Kali-yuga weg
[zie1.17: 24-25] en verjaagt de boze dromen, o
beste der Kuru's.
