(36)
Yamarâja die de nabestaanden van de heerser zo
luidkeels hoorde weeklagen kwam toen in eigen persoon
naar hen toe in de gedaante van een jongen om tot hen te
spreken.
Hoofdstuk
3:
Hiranyakasipu's
Plan om Onsterfelijk te Worden

(3) Voortkomend uit het
haar op zijn hoofd was er een licht helder als een
supernova en door de straling ervan werden al de goden in
hun boetepraktijken teruggedreven naar hun eigen
plaatsen.

(15-16) Overdekt door
een mierenheuvel, gras en bamboe, met zijn vet, huid,
vlees en bloed weggevreten door de mieren, kon hij niet
worden opgemerkt, maar hij die de zwaan bereed lachte met
verwondering toen hij zag hoe door zijn boete het
verhitten van al de werelden versluierd was zoals de zon
versluierd wordt door wolken.

Hoofdstuk
4:
Hiranyakasipu
Terroriseert het Universum
(34) De eigenschappen
van hem worden, net zoals die aangetroffen in de
Allerhoogste Heer onze Beheerser, door de gevorderden
altijd verheerlijkt als zijnde de grootste, o Koning, en
niet zozeer die kwaliteiten waar men heden ten dage zo
verward over is [in Kali-yuga].

Hoofdstuk
5:
Prahlâda
Mahârâja, de Heilige Zoon van
Hiranyakasipu

(33) Aldus gesproken
hebbend hield de zoon op. Hiranyakasipu in woede
ontstoken en blind voor de zelfverwerkelijking wierp hem
van zijn schoot op de grond.

(39-40) De handlangers
die ter harte hadden genomen wat hun leider allemaal had
te zeggen brulden toen waarlijk met de scherpste
drietanden in hun handen, met angstaanjagende tanden en
gezichten en hun rode haren en snorren, vreeswekkend:
'Laten we hem in stukken hakken', en vielen toen
Prahlâda, die daar stilletjes zat, met hun spiesen
aan op zijn weke delen.
