bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 7 - pagina 1-2-3

Hoofdstuk 1 - 2 - 3 - 4 - 5

 

Hoofdstuk 1: De Opperheer is Iedereen Gelijkgezind

(13) Dit aangaande werd voorheen met grote vreugde bij de grote offerande van Yudhisthira op zijn verzoek door de Rishi der Verlichting [Nârada] het volgende verhaal verteld.


Hoofdstuk 2: Hiranyakasipu, de Koning der Demonen over de Droevenis

(36) Yamarâja die de nabestaanden van de heerser zo luidkeels hoorde weeklagen kwam toen in eigen persoon naar hen toe in de gedaante van een jongen om tot hen te spreken.


Hoofdstuk 3: Hiranyakasipu's Plan om Onsterfelijk te Worden

(3) Voortkomend uit het haar op zijn hoofd was er een licht helder als een supernova en door de straling ervan werden al de goden in hun boetepraktijken teruggedreven naar hun eigen plaatsen.


(15-16) Overdekt door een mierenheuvel, gras en bamboe, met zijn vet, huid, vlees en bloed weggevreten door de mieren, kon hij niet worden opgemerkt, maar hij die de zwaan bereed lachte met verwondering toen hij zag hoe door zijn boete het verhitten van al de werelden versluierd was zoals de zon versluierd wordt door wolken.


Hoofdstuk 4: Hiranyakasipu Terroriseert het Universum

(34) De eigenschappen van hem worden, net zoals die aangetroffen in de Allerhoogste Heer onze Beheerser, door de gevorderden altijd verheerlijkt als zijnde de grootste, o Koning, en niet zozeer die kwaliteiten waar men heden ten dage zo verward over is [in Kali-yuga].


Hoofdstuk 5: Prahlâda Mahârâja, de Heilige Zoon van Hiranyakasipu

(33) Aldus gesproken hebbend hield de zoon op. Hiranyakasipu in woede ontstoken en blind voor de zelfverwerkelijking wierp hem van zijn schoot op de grond. 


(39-40) De handlangers die ter harte hadden genomen wat hun leider allemaal had te zeggen brulden toen waarlijk met de scherpste drietanden in hun handen, met angstaanjagende tanden en gezichten en hun rode haren en snorren, vreeswekkend: 'Laten we hem in stukken hakken', en vielen toen Prahlâda, die daar stilletjes zat, met hun spiesen aan op zijn weke delen.


 (43-44) Hem pletten met een olifant, met de gifslangen van de koning aanvallen, met toverspreuken van verdoemenis, hem van grote hoogten werpend, truuks verzinnend, hem opsluitend, gif toedienend en onderwerpend aan uithongering, koude, wind, vuur en water en met het uitstorten van rotsblokken, was de demon niet in staat zijn zoon, de zondenloze, ter dood te brengen en met het in dat lang volgehouden pogen mislukt zijn verkeerde hij in grote zorgen: (45) 'Van de overmaat aan deze onheilige uitingen en de verschillende manieren uitgedacht om hem te doden, van al deze verraderlijkheden en wantoestanden vond hij verlichting op eigen kracht!



N.B. Als u een van deze afbeeldingen op uw eigen website wilt gebruiken,
plaats ze dan a.u.b. op uw eigen server. Steel geen bandbreedte.
 

volgende pagina