bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 7 - pagina 1-2-3

Hoofdstuk 6 - 7 - 8 - 9 - 10

 

Hoofdstuk 6: Prahlâda Instrueert Zijn Asura Schoolvriendjes

(1) Srî Prahlâda zei: 'Vanaf zijn kindertijd behoort een persoon die van intelligentie is het dharma te beoefenen van toegewijde dienst aan de Heer [zoals beschreven in 7.5.23-24]; geboorte nemen in dit menselijk bestaan is een tijdgebonden iets wat zelden wordt bereikt en wat doortrokken is van betekenis.


(19) Het heeft werkelijk niet veel om het lijf om de Onfeilbare tevreden te stellen, o asura zonen, omdat in deze wereld van alle wezens die zo dicht bij de ziel leven ieder klein dingetje reeds vastligt. [vergelijk B.G. 14: 3-4].


Hoofdstuk 7: Wat Prahlâda Leerde in de Baarmoeder

(7) De Deva-rishi die daar toevallig ter plekke arriveerde zag hoe ze op straat weggevoerd in grote angst een keel opzette als een kukari [een havik].


Hoofdstuk 8: Heer Nrsimhadeva doodt de Koning der Demonen

(28) Toen hij zo snel als een havik met zijn met maantjes beschilderde schild en zwaard op en neer aan het maneuvreren was om geen gelegenheid te bieden, maakte de Heer een zeer schril, hard lachend geluid dat dermate beangstigend was dat hij, met zijn ogen dicht, werd gegrepen door de Kampioen van alle Snelheid.


(30) Door Zijn grote woede was de aanblik onverdraaglijk hoe, met angstaanjagende ogen, een wijd open mond waarvan hij de randen en de manen met Zijn tong likte en een gezicht rood besmeurd van bloedspetters, Hij de ingewanden als een slinger om had, gelijk een leeuw die zojuist een olifant gedood had.


Hoofdstuk 9: Prahlâda stemt Heer Nrsimhadeva gunstig met Gebeden

(4)'Zo zij het' zei hij en heel langzaam, o Koning, kwam de grote toegewijde, hoewel hij maar een kleine jongen was, stapje voor stapje in Zijn buurt en ging hij voorover voor Hem op de grond, gebeden brengend met gevouwen handen.


(5) Met hem, zo'n kleine jongen, aan Zijn lotusvoeten neergevallen was de godheid zo genadevol hoogst ontroerd en met het heffen van Zijn lotushand die Hij op zijn hoofd plaatste, verdreef hij uit alle geesten de angst over de slang van de tijd [naar zijn vier fysieke noodzakelijkheden van âhâra, nidrâ, bhaya en maithuna; eten, slapen, zich bezorgen of verdedigen en paren].


Hoofdstuk 10: Over Prahlâda, de Beste der Verheven Toegewijden en de Val van Tripura

(24) Srî Nârada zei: 'Prahlâda zoals hem was opgedragen door de Allerhoogste Heer volbracht al de noodzakelijke riten voor de dood van zijn vader, o Koning [Yudhisthira], en werd door de aanwezige brahmanen gekroond.


(59) Door die aanval vielen al diegenen die zich doorgaans aldaar in de huizen van de stad ophielden allen levenloos neer, maar zij werden allemaal dank zij de grote mystieke talenten van Maya de een na de ander in een bron ondergedompeld vol van [leven-gevende] nectar [genaamd Mrta-sanjîvayitari].


(67)  O Heerser der Mensen, met behulp van de pijlen aangelegd op zijn boog zette Shiva als de Heer en Beheerser op deze manier ten tijde van het middaguur de zo moeilijk te treffen steden in lichterlaaie.



N.B. Als u een van deze afbeeldingen op uw eigen website wilt gebruiken,
plaats ze dan a.u.b. op uw eigen server. Steel geen bandbreedte.
 

volgende pagina