(9)
Brihaspati, de geleerde wijze en meester, die daarop
meteen vertrok, keerde in stilte huiswaarts wel bekend
als hij was met de vervreemding van zich te veel
verbeelden met de weelde.

(19) Met hun rompen,
armen en benen getroffen door de scherpe pijlen die ze
afschoten, namen de goddelijken tezamen met Indra hun
toevlucht tot Heer Brahmâ, voor hem het hoofd
buigend.

(39) Hoewel door de
talenten van Sukrâcârya de weelde van de
vijanden der godbewusten werd beschermd, bracht de
machtige wijze, middels een gebed [genaamd
Nârâyana kavaca] jegens Heer Vishnu, de
weelde bijeen en stelde hij die ter beschikking van de
grootheid van Indra [vergelijk B.G. 9.31].

Hoofdstuk
8:
De
Wapening met Mantra's die Indra
Beschermde.

(11) Men moet de
volgende mantra's reciteren die het Allerhoogste Zelf
verpersoonlijken zo waardig om op te mediteren dat
toegerust is met de zes volheden van het leren, de macht
en de verzaking [als ook de rijkdom, de schoonheid en
de roem]:

Hoofdstuk
9 Het
Verschijnen van de Demon Vrtrâsura.

(12) Daarop verscheen
uit het anvâhârya vuur [het zuidelijke
vuur] een hoogst angstwekkende figuur die eruitzag
als de vernietiger aan het einde van de yuga.

(29-30) Van alle kanten
werd Hij, met ogen bloeiend als lotussen in de herfst
opgewacht door zestien dienaren die precies waren zoals
Hij met uitzondering van het Kaustubha-juweel en het
S'rîvatsa-teken. Hem ziend, o Koning, wierpen ze
zich allen uitgestrekt voor Hem op de grond neer
overweldigd door het geluk Hem rechtstreeks te kunnen
zien. Toen stonden ze langzaam op en brachten ze Hem hun
gebeden.

Hoofdstuk
10:
De
Veldslag tussen de Halfgoden en
Vrtrâsura

(27)Ziend dat ze zonder
ook maar een schrammetje ongedeerd bleven onder de
massa's wapens en mantra's en dat ze ook niet verwond
werden door de bomen, de stenen of de verschillende
bergpieken, werden de troepen aangevoerd door
Vrtrâsura zeer bang voor Indra's
soldaten.

Hoofdstuk
11:
De
Bovenzinnelijke Kwaliteiten van
Vrtrâsura
(11) Airâvata,
getroffen door de knots in Vrtra's hand schudde als een
berg getroffen door een donderslag en werd, in grote pijn
en bloed opgevend met een gebroken bek, tezamen met Indra
zo'n dertien meter teruggeworpen.

Hoofdstuk
12:
Vrtrâsura's
Glorieuze Heengaan
(32) Met zijn
bliksemschicht doorboorde de slachter van Bala, de
machtige, de onderbuik en kwam hij naar buiten om met
grote kracht het hoofd van de vijand die als een bergtop
was af te snijden.