Hoofdstuk
1
Stamboom
van de Dochters van Manu

(6) De Heer en meester
van alle offers die altijd naar haar verlangde, trouwde
en Zijn vrouw [Laksmî] die zeer verguld was
Hem als haar echtgenoot te hebben, liet twaalf zoons het
leven zien.

(56) De goden zeiden:
'Onze eerbetuigingen aan de Allerhoogste Oorspronkelijke
Persoonlijkheid, die door Zijn eigen uitwendige energie
de variëteit van al het bestaande schiep dat zich in
Hem bevindt zoals de wolkenmassa's in de lucht worden
gevonden en die vandaag verschenen is in de gedaante van
deze wijzen in het huis van Dharma.

Hoofdstuk
2
Daksha
Vervloekt Heer S'iva

(18) 'Dat aandeel van
het offer aan de goden dat de halfgoden hebben tezamen
met Indra, Upendra [de jongere broer van Indra]
en de anderen, is er niet voor de laagste der
halfgoden.'

Hoofdstuk
3 Het
gesprek tussen Heer S'iva en Satî

(16) De grote Heer zei:
'Wat je zei, mijn liefste schoonheid, is zeker waar: men
kan, zelfs ongenood, naar vrienden gaan, mits ze er niet
op uit zijn fouten te vinden en belangrijker, ze niet van
de woede zijn in hun trots over hun
identificaties.

Hoofdstuk
4
Satî
Verlaat Haar Lichaam
(24) Maitreya zei:
'Aldus tot Daksa sprekend in het offerperk, zette ze zich
in stilte neer op de grond met het gezicht naar het
noorden en na water te hebben beroerd, sloot ze, gehuld
in saffraankleurige kleding, haar ogen, de verzonkenheid
vindend in het proces van de yoga.

Hoofdstuk
5
Het
verhinderen van Daksa's offerplechtigheid

(14) Sommigen trokken
de zuilen van de baldakijn omver terwijl anderen de
verblijven van de vrouwen, het offerperk, de
verblijfplaats van de priesters en de plaats waar gekookt
werd binnendrongen.

(24) Toen zag hij het
instrument dat werd gebruikt om de offerdieren te doden
en met behulp daarvan scheidde hij het hoofd van het
lichaam van de Heer die over het offer heerste en nu zelf
een offerdier was.

Hoofdstuk
6 Brahmâ
Satisfies Lord S'iva