Hoofdstuk
8
Dhruva
Vertrekt van Huis naar het Woud

(14) Maitreya zei:
'Pijnlijk getroffen door de barse woorden van zijn
stiefmoeder, brieste hij van woede, als een slang met een
stok geslagen, ziend dat zijn vader er stilletjes bij zat
te kijken, waarop hij huilend zich op weg begaf naar waar
zijn moeder was.

(25) Nârada die
er over vernam en wist wat hij van plan was te gaan doen,
was verrast en met de hand, die alle zonde kon
verdrijven, zijn hoofd beroerend, riep hij uit: (26) 'Oh
die macht van de heersers! Niet in staat ook maar enige
inbreuk op hun prestige te verdragen, heeft deze hier die
nog maar een kind is, zich de onaangename woorden die van
zijn stiefmoeder afkomstig zijn aangetrokken.'

(42) Daartoe, mijn
beste, met mijn zegen, begeef je naar de oever van de
Yamunâ en wees gezuiverd door het heilige van het
Madhuvana-woud alwaar men altijd dichter bij de Heer
is.
(76) Met de vijfde
maand nog steeds zijn adem beheersend, stond de zoon van
de koning, mediterend op de Schepper, als een pilaar op
één been zonder te bewegen.

Hoofdstuk
9:
Dhruva Keert Uit het Woud Terug Naar Huis

(4) Ziend dat hij Hem
wilde verheerlijken, maar dat het hem aan de nodige
ervaring ontbrak om dat te volbrengen, beroerde de Heer,
die het gebed is in overeenstemming met de geschriften in
het hart van een ieder, de jongen begrijpend, genadevol
zijn voorhoofd met Zijn schelphoorn.

Hoofdstuk
10: Het
Gevecht van Dhruva Mahârâj met de
Yaksha's

(26) Slangen ademend
als de donder spuwden vuur met venijnige ogen en groepen
van kwaaie olifanten, leeuwen en tijgers drongen zich
naar voren.

Hoofdstuk
11:
Svâyambuva
Manu Raadt Dhruva Mahârâja aan met Vechten te
Stoppen

(18) Verdeeld door de
kracht van de Tijd, de Allerhoogste Heer, die, hoewel
Zijn vermogen zich betrekt op de drie geaardheden, niet
degene is die handelt noch de doder is hoewel Hij doodt,
is zonder twijfel echter dit alles de ondoorgrondelijke
energie van de Almachtige.

Hoofdstuk
12: Dhruva
Mahârâja Keert Terug naar God

(34) Op zijn weg de een
na de ander de hemelse sferen alom doorkruisend werd hij
overladen met nog meer bloemen die de verlichte zielen
her en der vanuit hun eigen verheven posities op hem
deden nederdalen.
(39) Met grote kracht
en snelheid onophoudelijk verbonden draait de sfeer der
hemellichten [het sterrenstelsel] om die plaats
heen, o Kaurava [Vidura's familie naam], zoals
een kudde stieren rondom een centrale as.

Hoofdstuk
13: Beschrijving
van de Afstammelingen van Dhruva
Mahârâja
(45) Wie wil er nu een
dergelijke zogenaamde zoon? Zonder twijfel betekent hij
voor de ziel gebondenheid aan illusie; welk intelligent
mens zou waarde hechten aan iemand die zijn huis ellende
bezorgd?

Hoofdstuk
14: Het
Verhaal van Koning Vena

(31) 'Ter dood, ter
dood, deze koning, deze zondaar, dit angstwekkend
karakter, die zeker de hele wereld spoedig in de as legt
als we hem z'n gang laten gaan. (32) Deze man, zo vol van
ondeugd, verdient nooit de verheven troon als de God der
Mensen; schaamteloos beledigt hij Heer Vishnu, de meester
aller offers!