bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 2 - pagina 1-2

Hoofdstuk 1- 2 -3- 4- 5- 6



Hoofdstuk 1: De Eerste Stap in de God-realisatie

(24) Zijn persoonlijke lichaam is het grofstoffelijke van alle materie waarin al die fenomenen worden ervaren van het resulterende verleden, toekomst en heden van het universum. (25) Dit uiterlijk omhulsel van het universum dat bekend staat als een lichaam met zeven lagen [vuur water, aarde, ether, ego, noumenon en fenomeen], vormt het idee van het voorwerp van de Universele Vorm van de purusha als de Allerhoogste Heer.


Hoofdstuk 2: De Heer in het Hart

 

(8) Anderen zien in de meditatie op Hem binnen in hun eigen lichaam in de hartstreek de persoonlijkheid van God daar verblijven ter grootte van twintig centimeter in het idee van Hem als hebbende vier armen die de lotus, het wiel van de strijdwagen, de hoornschelp en de strijdknots dragen. (9) Met op Zijn mond de uitdrukking van geluk, Zijn ogen wijd gespreid als een lotus, Zijn kleding geelgekleurd als een Kadamba bloem bedekt met juwelen en gouden sieraden ingelegd met kostbare stenen draagt Hij een stralende hoofdtooi met oorbellen. (10) Zijn voeten bevinden zich op het bloemhart van de lotusharten van grote mystici. Op zijn borst draagt Hij het prachtig gegraveerde Kaustuba-juweel en om Zijn nek laat een bloemenslinger zijn schoonheid zien. (11) Met Zijn middel decoratief omwikkeld, kostbare ringen om Zijn vingers, enkelbelletjes, armbanden, smetteloos geolied, zwart krullend haar en Zijn prachtige, glimlachende gezicht, ziet Hij er zeer aangenaam uit.


Hoofdstuk 3: Zuivere Toegewijde Dienst: De Verandering in het Hart

(11) Al deze typen van aanbidders ontwikkelen zeker, in aanbidding van de hoogste zegening in dit leven, een niet aflatende spontane aantrekking voor de Allerhoogste Heer door de associatie met Zijn zuivere toegewijden.


Hoofdstuk 4: Het Proces van de Schepping

(6) Nogmaals opnieuw, zou ik graag vernemen over de persoonlijke energieën van de Opperheer zoals hij werkelijk deze zichtbare wereld van het universum creëert die zo ondoorgrondelijk is voor zelfs haar halfgoden. (7) En alstublieft vertel me tevens over de manier waarop de machtige Zijn energieën handhaaft en ze weer terugneemt in het onderhouden als de almachtige Hoogste Persoonlijkheid van Zijn expansies, ze erbij betrekkend alsook er zelf bij betrokken zijnd, ze opvoerend alsook ze aanzettend tot handelen.


Hoofdstuk 5: De Oorzaak Aller Oorzaken

 

(34) Talloze millennia bleef die universele werkelijkheid verzonken in de [causale] wateren totdat de individuele ziel [jiva of de Heer] door de actie van de eeuwige tijd naar de geaardheden der natuur het niet levende tot leven deed komen. (35) Hij Zelve als de oorspronkelijke persoon [de purusha] kwam vanuit het universele ei te voorschijn Zichzelf verdelend in indelingen van benen, armen, ogen, monden en hoofden.


Hoofdstuk 6: De Lofzang op de Oorspronkelijke Persoon Bevestigd

(43-45) Ik zelf [Brahmâ], de Vernietiger en de Handhaver, al de vaderen van de levende wezens zoals Daksa [en Manu], jij zelf en de andere zonen [de Kumâras], de leiders van de hogere werelden, de ruimtereizigers, de aarde en de lagere werelden, de leiders van de bewoners van de hemel [van de Ghandarva, Vidyâdhara en Carâna werelden] als ook de leiders van het demonische [de Yaksa's, Raksasa's en Uraga's] en de onderwereld en eveneens de leiders van de wijzen, de voorvaderen, de atheïsten, de wonderbaarlijken, de onbeschaafden en ook de doden, de boze geesten, de Jinn en Kusmanda's [andere boze geesten] en de grote waterdieren, beesten en vogels - in andere woorden alles en iedereen die in de wereld in een bepaalde mate machtig zijn of van een specifieke mentale of zintuiglijke begaafdheid of buitengewoon vermogen, vergevingsgezindheid, schoonheid, bescheidenheid, weelde, intelligentie of geslacht zijn alsof ze de vorm van Zijn Bovenzinnelijke Principiële Werkelijkheid zelve zijn, maar in feite vormen ze slechts een fragment.


  
N.B. Als u een van deze afbeeldingen op uw eigen website wilt gebruiken,
plaats ze dan a.u.b. op uw eigen server. Steel geen bandbreedte.

 

volgende pagina