(3-4) De aanblik van
dat immense lichaam dat er net zo uitzag als een berg
roet met een haarknot en een baard van vlammend koper,
angstaanjagende tanden en een gezicht met samengeknepen
wenkbrauwen, deed Râma denken aan Zijn knots, die
vijandige legers onderuithaalt, en Zijn ploeg, die de
daitya's onderwerpt, die beiden direct aan Zijn zijde
klaar stonden.

Hoofdstuk
80:
Een
Oude Brahmaanse Vriend Bezoekt Krishna

(20-22) Nadat Hij hem
vervolgens op het bed liet plaats nemen kwam Hij voor de
dag met wat zaken om zijn vriend de eer te bewijzen en
zijn voeten te wassen. Het water nam de Opperheer Aller
Werelden op Zijn hoofd, o Koning, waarna de Zuiveraar hem
insmeerde met goddelijk geurende sandel- en
aloe-houtpasta en kunkuma. Blij Zijn vriend de eer
bewijzend met geurige wierook en reeksen lampen, heette
Hij hem welkom, onder het aanbieden van betelnoot en een
koe.

(38) Wij, onophoudelijk
zwaar belaagd door de hevige wind en het water aldaar,
waren in de overstroming niet in staat te bepalen in
welke richting we ons moesten begeven en hielden toen, in
nood door het bos dolend, elkaar bij de handen vast.

Hoofdstuk
81:
De
Brahmaan Geëerd: Heer Krishna de Godheid der
Brahmanen

(5) De tweemaal
geborene echter, aldus aangesproken, was, zijn hoofd
voorover buigend, te zeer in verlegenheid met Hem, de
Echtgenoot van de Godin van het Geluk, en bood niet de
paar handjes rijstkorrels aan, o Koning.

Hoofdstuk
82:
Alle
Koningen en de Bewoners van Vrindâvana op Bedevaart
Herenigen Zich met Krishna

(10) In de meren van
Paras'urâma zoals voorgeschreven nogmaals een bad
nemend [de volgende dag als afsluiting van het
vasten], baden de Vrishni's, met het de tweemaal
geborenen rijkelijk voorzien van de meest uitgelezen
spijzen: 'Moge er onze toewijding voor Krishna zijn.'

(40) De Allerhoogste
Heer, ze meer privé benaderend, vroeg hen, ze
omhelzend, naar hun gezondheid en zei, lachend, dit: (41)
'Beste vriendinnen, herinneren jullie je Ons nog, die er
op uit om de partij van onze vijanden te vernietigen,
omwille van die plicht zo lang weg bleven?

Hoofdstuk
83:
Draupadî
Ontmoet de Koninginnen van Krishna

(9) S'rî
Satyabhâmâ zei: 'Naar mijn vader wiens hart
treurde over de dood van zijn broer, bracht Hij,
beschuldigd zijnde, om Zijn naam te zuiveren, het juweel
terug na de koning van de beren
[Jâmbhavân] verslagen te hebben;
hierover bevreesd bood mijn vader mij aan de Heer aan
hoewel er reeds aanspraak op mij gemaakt was [zie
10.56].

(25-26) Toen de trotse
koningen in hun trots verslagen het opgegeven hadden,
wist de Opperheer, speels de boog ter hand nemend, hem
spannend en een pijl aanleggend, met een enkele blik in
het water terwijl de zon in Abhijit stond [in
'victorie', of midhemel], de vis met zijn schacht te
doorboren.

Hoofdstuk
84:
Vasudeva
Offert voor de Wijzen die te Kurukshetra de Weg naar het
Succes Wijzen

(24-25) Zoals een
persoon in slaap zichzelf een alternatieve werkelijkheid
voorstellend met namen en gedaanten met wat hij zich voor
de geest haalt geen weet heeft van een aparte
werkelijkheid daar los van staande, heeft men met U, op
dezelfde manier namen en gedaanten hebbend, door de
activiteit van de zinnen met Uw mâyâ
verbijsterd rakend in het bewustzijn, geen idee vanwege
de discontinuïteit van het geheugen [vergelijk
B.G. 4.5 en 4.29:1b, 10.1: 41 en 7.7: 25].

(51) Hij aanbad volgens
de regels met ieder soort van offer gekenschetst als
primair [naar de s'ruti] en secundair
[aangepast naar andere bronnen, zie *4], met
offerandes in het vuur en zo voorts, de Heer van de
Benodigdheden, de Mantra's en de Rituelen.