bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 10 deel 2 - pagina 1 - 2 - 3 - 4

Hoofdstuk 41 - 42 - 43 - 44 - 45

 

Hoofdstuk 41: De Aankomst van de Heer in Mathurâ

(41) Krishna en Râma met ieder Zijn eigen specifieke eerste klas uitdossing en fraaie sierselen zagen er zo prachtig uit als jonge lichte en donkere olifanten tijdens een festival.


(37) Hij aldus koeionerend wekte de toorn op van de zoon van Devakî die met de zijkant van zijn hand hem het hoofd van zijn lichaam sloeg. (38) Toen al zijn medewerkers in alle richtingen een veilig heenkomen zochten en de bundels kleren achterlieten, nam Acyuta de kledingstukken. (39) Verschillende ervan op de grond weggooiend kleedden Krishna en Balarâma Zich met een stel kleren naar Hun smaak en gaven Ze de rest aan de gopa's.


(49) S'uka zei: 'Met die overweging, o beste der koningen, bood Sudâmâ vol van liefde bloemenslingers aan gemaakt van verse en geurige bloemen.


Hoofdstuk 42: Het Breken van de Offerboog

(20) Toen Balarâma and Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen nam daarop ieder van Hen een stuk van de boog ter hand om ze verwoed ze neer te sabelen.


Hoofdstuk 43: Krishna Doodt de Olifant Kuvalayâpîda

(5) Aldus bedreigd stuurde de kwaad geworden olifantenhoeder de kwade olifant in de richting van Krishna, van de tijd, de dood en Yama de uitnemendheid zijnde.


Hoofdstuk 44: De Worstelwedstrijd en het Doden van Kamsa

(2) Hun handen met hun handen beetgrijpend en hun benen met hun benen blokkerend, duwden en trokken ze elkaar uit alle macht om de overwinning te behalen.


(37) Hem bij het haar beetgrijpend gleed zijn kroon eraf en slingerde Hij met de Lotusnavel hem van het hoge platform [te pletter] in de worstelring en wierp Hij, de Onafhankelijke Steun van het Ganse Universum, zich op hem.


Hoofdstuk 45: Krishna Redt de Zoon van Zijn Leraar

(30-31) Als de Heren van het Universum die van allen de oorsprong zijn en in de kennis alwetend, verborgen Zij door hun menselijke handelingen de onberispelijke kennis die uit geen andere bron word verkregen en verlangden Ze het om te leven in de school van de goeroe geboren in Kas'i [Benares] genaamd Sândipani die zich ophield in de stad Avanti [Ujjain].

(42-44) De schelphoorn ter hand nemend, die was gegroeid als onderdeel van de demon, keerde Hij terug naar de wagen en vertrok Hij naar Yamarâja's [de heer van de dood] geliefde stad die bekend staat als Samyamani [*5]. Op weg daarheen begeleid door Hem die de Ploeg als Zijn wapen heeft [Balarâma], blies Janârdana luid op de schelphoorn [zie ook B.G. 1: 15] waarvan de klanken werden gehoord door Yamarâja, hij die de geborenen de beperkingen oplegt. Overlopend van toewijding bewees hij Hen uitgebreid de eer en zei hij nederig, zich verbuigend voor Krishna die zich in ieders hart ophoudt: 'Wat kan ik voor Jullie twee doen, o Vishnu, die bent verschenen als menselijke wezens? 




N.B. Als u een van deze afbeeldingen op uw eigen website wilt gebruiken,
plaats ze dan a.u.b. op uw eigen server. Steel geen bandbreedte.
 

 

volgende pagina