Hoofdstuk
1:
Vragen
van de Wijzen

(4)
In het woud van Naimishâranya, een geliefde plek
van Vishnu, brachten wijzen onder leiding van de wijze
S'aunaka
een duizendjarig offer terwille van de Heer van
de hemel en de toegewijden op aarde.

Hoofdstuk
2:
Goddelijkheid
en Dienst aan God

(5)
O wijzen, uw vragen over Heer Krishna zijn van belang
voor het welzijn van de wereld omdat ze het ware zelf
voldoening schenken.
(6) Die plichtsvervulling is zonder
twijfel voor de mensheid de hoogste, waarvan er de
ononderbroken toegewijde dienst zonder nevenmotieven is
aan Krishna
als de Bovenzinnelijke Ene [Vishnu]
die leidt tot de volledige bevrediging van de ziel. (7)
De praktijk van het zich verbinden in toewijding tot
Vâsudeva, de
Persoonlijkheid Gods, leidt zeer
spoedig tot de onthechting en de spirituele kennis die
berust op eigen kracht. (8) Wat de mens doet in zijn
verplichtingen
overeenkomstig de eigen positie, is
zinloze arbeid die nergens toe leidt, als ze niet leidt
tot de boodschap van Vishvaksena [de
Opperbevelhebber].

Hoofdstuk
3:
Krishna
is de Bron van Alle Incarnaties

(3) Men
neemt aan dat de verschillende werelden [als
expansies] deel uitmaken van de gedaante van de
Fortuinlijke,
welke waarlijk de uitnemendheid van het
zuiverste bestaan is.

Hoofdstuk
4:
De
Verschijning van S'rî Nârada

(32) Terwijl Krishna
Dvaipâyana Vyâsa op deze manier zo spijtig na
zat te denken over zijn tekortkomingen
bereikte
Nârada, over wie ik voorheen sprak, zijn hutje.

Hoofdstuk
5:
Nârada's
Instructies over het S'rîmad Bhâgavatam aan
Vyâsadeva

(9)
Hoewel U, grote wijze, herhaaldelijk hebt geschreven voor
het heil van de vier principes van de religie
[dharma, artha, kâma,
moksha of rechtschapenheid, economie,
zinsbevrediging en bevrijding], hebt u dat niet
gedaan ter wille van Vâsudeva.

Hoofdstuk
6:
Het
Gesprek van Nârada met
Vyâsadeva

(12)
Ik zag heuvels en bergen vol met goud, zilver en koper en
olifanten die takken van de bomen trokken nabij meren en
vijvers
vol met de lotusbloemen waar de bewoners van de
hemel zo prijs op stellen - en mijn hart was verblijd met
de vogels en het grote aantal rondvliegende
bijen.